Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 53-56

Nadat Jezus en zijn leerlingen waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.
Toen ze uit de boot stapten, werd Hij meteen herkend.
In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was.
Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Ook in het land van Gennesaret dreigt Jezus slachtoffer te worden van zijn wonderdaden. Ook in het land van de heidenen trok Jezus van dorp tot dorp, van mens tot mens. Het heil is voor iedereen bestemd en zelfs op onvolkomen geloof geeft God antwoord.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:40 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
9, 16-19 + 22-23

Dat ik het evangelie verkondig is voor mij geen reden om te roemen; ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit vrije wil; deze opdracht is mij toevertrouwd.
Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft.
Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen.
Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden.
Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

Paulus verkondigt het evangelie van Christus niet om er loon mee te verdienen of om geëerd te worden, maar omdat God hem daartoe geroepen en gezonden heeft. Hij gaat ervan uit dat de overtuigingskracht van een onthechte verkondiger er des te groter om zal zijn.

Uit het evangelie volgens Marcus
1, 29-39

In die tijd, toen ze uit de synagoge kwamen, ging Jezus met Jakobus en Johannes rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas. Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.
’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en Hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie Hij was.
Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Maar Simon en de anderen die bij Hem waren, gingen Hem vlug achterna, en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze tegen Hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ Toen zei Hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan.’
In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef Hij demonen uit

Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Wat is Jezus, de onbenaderbare, benaderbaar voor de kleinen en de zwakken! Wat gaan ze vertrouwelijk met Hem om! Hij láát zich ook door hen benaderen, niet om zich te laten verheerlijken, maar om hun zijn barmhartigheid bewijzen en in zijn verrijzeniskracht te laten delen. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind, deed haar verrijzen. ’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken. Wat een overvloed van barmhartigheid!

Paulus lijkt wel een andere Jezus. Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Waar haalt Paulus de motivatie vandaan? Waar halen wij de motivatie vandaan om onszelf te geven zonder te ontvangen, zó te geven dat je er zelf niet beter van wordt, dat je er zelfs niet beter van wordt in je eigen ogen, dat je linkerhand niet weet wat je rechter doet? Paulus zegt: Deze opdracht is mij toevertrouwd, door God. Ik doe het niet uit eigen beweging. De beweegreden of de beweegkracht ligt niet in mij, maar buiten mij, die ligt bij God. En als God iemand ergens toe roept, wordt dat waartoe Hij hem roept hem zo eigen, dat hij niet anders kan. Dat ik het evangelie verkondig is voor mij geen reden om te roemen; ik kan niet anders.
Hier ligt het geheim van het evangelie, het geheim van het Rijk Gods. Het is het geheim van Jezus. Ik doe alles voor het evangelie, ik doe alles voor Jezus, om ook zelf deel te krijgen aan Jezus, aan het andere leven. Het is delen, uitdelen, jezelf wegschenken en je daardoor verrijken. Het is je leven verliezen om het te winnen; vermenigvuldigen door te delen. Je geeft weg, je houdt niets over, en je wordt er toch beter van. Als je weggeeft, krijg je!

Waar haal je dat vandaan? Waar haalt Jezus het vandaan? Het evangelie begon met te zeggen dat Jezus uit de synagoge kwam, Hij doet het dus vanuit het gemeenschappelijke gebed. En aan het einde van de lange werkdag, vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Aan het einde van de lange dag gaat Hij weer terug naar het gebed, terug naar zijn Vader, naar zijn oorsprong, naar zijn roeping, zijn zending.

Als de leerlingen Hem achterop komen en willen dat Hij mee teruggaat, omdat iedereen Hem zoekt, antwoordt Hij: Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan. Het is dus in het gebed dat Jezus zich zijn oorsprong te binnen brengt. Hij herbront zijn zending, zijn roeping, zijn motivatie, zijn beweegreden en zijn beweegkracht en zo blijft Hij vrij van de vangnetten van de mensen, zo raakt Hij niet in het drijfzand van het succes. Iedereen is naar U op zoek! Ze willen U. Ze willen U vasthouden.
Bij Paulus is het niet anders. Ook hij handelt vanuit dat zendingsbewustzijn, vanuit de taak die hem is toevertrouwd door God. Niet om zich vrij te maken voor zichzelf, maar om zich vrij te maken vóór en zich meer te binden áán anderen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 30-34

De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.
Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’
Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn.
Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.
Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.

Marcus beschrijft hoe Jezus de menigte aantrok en met hen meeleefde. Deze zorg, Gods zorg voor de mensen, ligt aan de basis van Jezus' onvermoeibare prediking. Ook de apostelen, die zo nauw met Christus' missionaire zending verbonden zijn, moeten helemaal opgaan in het werk van de verkondiging, zelfs op ogenblikken dat zij beschouwend bij Hem willen blijven. De eisen van de verkondiging slorpen hen als mens helemaal op

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 14-29

Koning Herodes hoorde van Jezus, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia’, ‘en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’
Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’
Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’
Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen.
Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’
Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’
Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen.
Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf

Jezus' optreden wekte verschillende reacties. Iedereen, ook ons, stelt Hij voor de vraag naar zijn persoon. Koning Herodes die Johannes de Doper op een schandelijke manier had geofferd voor een meisje, dacht dat deze Johannes weer was verrezen toen hij hoorde over Jezus. Uit dit verhaal over de dood van Johannes de Doper blijkt duidelijk hoe moeilijk het is om met de waarheid over zijn eigen leven geconfronteerd te worden. Alle middelen zijn dan goed om het gezicht te redden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
5, 1-20

Jezus en zijn leerlingen kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen.
Toen Hij uit de boot gestapt was, kwam Hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen.
Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af en viel voor Hem neer, en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’ Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’
Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’
En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ Hij smeekte Hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen.
Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. De onreine geesten smeekten hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’
Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water. De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er was gebeurd.
Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten.
Toen Hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij Hem te mogen blijven.
Dat stond Hij hem niet toe, maar Hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe Hij zich over u heeft ontfermd.’
De man ging weg en maakte in Dekapolis bekend wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd.

Het land van de Gerasenen was voor de Joden het land van de heidenen. Deze leefden in de ogen van de Joden in grafspelonken, in graven, als zwijnen. Jezus wil deze hardheid van de Joden doorbreken en laten zien dat Hij ook voor deze mensen gekomen is. De bezetene die Hij geneest wordt uitgenodigd te gaan vertellen wat de Heer voor hem gedaan heeft. Jezus stoot niemand uit. Voor ieder persoonlijk is Hij gekomen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
4, 35-41

Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei Jezus tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’
Ze stuurden de menigte weg en namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op.
Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar Hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het U niet schelen dat we vergaan?’
Toen Hij wakker geworden was, sprak Hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’
De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust.
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’
Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?

Zo iets kan toch niet gebeuren. Stormen en crisis rollen steeds aan in toenemende hevigheid. En de Heer schijnt alles maar te laten begaan. De leerlingen beginnen aan Hem te twijfelen. Als zij Hem in hun angst wekken, krijgen zij verwijten te horen om hun klein geloof. Ze hebben Hem nog steeds niet herkend als hun Messias, als de gezondene van God.


Ook al klinkt het heel cliché... wij allen hebben in ons leven met stormen te maken.
Geloofstwijfel, ongeloof, tegenslag, leed, rouw,... stormen die ons vroeg of laat allen overkomen.
Ze zijn in staat onze hele binnenkant overhoop te gooien.
Hoe moet het verder, in Gods naam...

En waarschijnlijk klinkt ook dit cliché, maar Jezus is niet minder aanwezig in deze stormen van het leven, dan op momenten dat onze levenszee schijnbaar rustig is.
Net zoals de leerlingen zullen we ook van mening zijn dat Jezus slaapt. In zekere zin doet Hij dat misschien ook, maar feit is: Hij is er wel.
En zoals Hij het gezag heeft om de storm te luwen, zo laat Hij schijnbaar ook toe dat het af en toe stormt. Alsof het bij het leven hoort.

En inderdaad, het hoort bij het leven. We hebben het zelfs nodig.
Moesten we de stormen niet nodig hebben... het zou ook niet stormen.

Stormen voeden op. Ze maken ons volwassen in het geloof. Ze bevrijden ons van een zekere kinderachtige en oppervlakkige geloofsbeleving waar de liefde schijnbaar een van de grootste vanzelfsprekendheid is dat er bestaat. Dat is de liefde dus niet.
Liefde is kruis en is dus helemààl niet vanzelfsprekend. Laat het je niet wijsmaken !

Liefde vraagt vertrouwen op en overgave aan de Heer. Dit is tegen de menselijke natuur in die geneigd is z'n eigen buik te volgen.
Christelijke liefde trekt je van je buik weg, en doet je schenken aan Christus die in je woont. Deze Christus zal je trekken in de brand van zijn eigen liefde, in het vuur van zijn totaal gegeven-zijn voor de wereld, in volle overgave aan de wil van de Vader.
Is dat vanzelfsprekend ? Nee !
Is dat onze roeping ? Ja !

Een mens heeft stormen in z'n leven nodig om los te komen van z'n eigen buik.
Hij moet soms de duisternis in om te weten hoe licht de Heer wel is.
Jezus moet zich soms wegsteken om ons uit ons 'kot' te lokken, om onze dorst naar Hem groter te maken.
Jezus zwijgt dikwijls totdat we zelf zwijgen... om Hem op een volwassen wijze (terug) te vinden, sterker dan ooit.

Laten we niet te snel boos zijn op de stormen die ons leven tarten.
Maar laten we de waas van onze ogen verwijderen en de Heer zien, die misschien ook dan tot ons zegt: 'Kom, kleingelovige, Ik zal je sterk maken, in staat om lief te hebben'.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
4, 26-34

Jezus sprak tot de menigte:
‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe.
De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen?
Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Met zulke en andere gelijkenissen maakte Hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen.
Hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer Hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde Hij hun alles.

'Het is met het Koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe', zegt Jezus ons vandaag in een gelijkenis.

God is de zaaier. Maar dikwijls gebruikt Hij de mens om zijn zaad uit te zaaien. Als Hij aan ons vraagt om lief te hebben, gebruikt Hij ons als zijn instrument om zijn zaad van liefde te zaaien in de situatie die zich aan ons voordoet, die Hij aan ons geeft.

Het gevaar bestaat er echter in dat een mens prat gaat op wat hij doet, dat hij het liefhebben zich toeëigent. Al snel voelt een mens zich de grote weldoener die toch wel veel goeds doet in deze wereld... En hij praat daar zo graag over...
Dat is jammer, omdat dat veel stuk maakt.
Degene die liefheeft verliest dan zijn voeling met God en wordt hoogmoedig. Hij eigent zich toe wat God hem gaf, en speelt als zodanig een beetje god.
Het liefhebben zelf verliest z'n schoonheid, omdat God eruit wordt gehaald. Het liefhebben mag uiterlijk dan wel een mooie daad zijn, doch het is in de diepte van z'n schoonheid beroofd. Je bemint als een lege doos met mooi inpakpapier.
Het liefhebben verliest ook z'n genade. Want doorheen het liefhebben wil God dikwijls genezend werkzaam zijn, wil Hij gemeenschap scheppen, verzoening tot stand brengen, mensen aanraken, enz... Wie bemint los van God bemint zonder deze ingrediënten. Het liefhebben heeft dan wel enige waarde, maar de echte vruchten zoals God ze geven wilt zullen er niet komen. Jammer. Een gemiste kans, zowel voor degene die liefheeft, als voor degene die bemind wordt.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de Handelingen der Apostelen

Uit de Handelingen der Apostelen
9, 1-22

Saulus bedreigde de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar .

de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem.
Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’
Hij vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’
Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.
De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand.
Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus.
Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet.
In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’
Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’
Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’
Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’
Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat Ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’
Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.’
Meteen was het alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten.
Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is.
Allen die hem hoorden waren stomverbaasd en vroegen: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de volgelingen van die Jezus naar het leven stond, en hij is toch hierheen gekomen om hen gevangen te nemen en uit te leveren aan de hogepriesters?’
Saulus’ optreden werd echter steeds krachtiger, en hij bracht de in Damascus wonende Joden in verwarring door aan te tonen dat Jezus de messias is.

Niet elke bekering gebeurt zo plots, op zo’n overdonderende manier als bij Paulus. Meestal geschiedt zij in stilte, na verloop van veel tijd. Maar God blijkt een hevig man ook stevig aan te pakken. Met dezelfde verbetenheid waarmee hij christenen vervolgde werd Paulus ‘de’ apostel van de jonge kerk. Hoewel hij persoonlijk een taaie doorzetter bleek te zijn, was zijn boodschap evangelisch geduldig en zacht. In weinig tijd gaf zijn grote werkkracht aan de kleine, gesloten kerk van Jeruzalem een open, wereldwijde dimensie.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
3, 31-35

Jezus' moeder en zijn broers waren aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om Hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten.
Er zat een groot aantal mensen om Hem heen, en die zeiden tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken U.’
Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’
Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Vandaag zegt Jezus: 'Ieder die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.'

Broers en zussen zijn we voor elkaar wanneer we ons bewust zijn dat het evangelie, dat de Kerk, ons roept om gemeenschap met elkaar te vormen. Kerk kun je nooit op je eentje vormen, maar enkel in broederschap met allen die de Heer rond Hem samenbrengt.
Ook kleinere gemeenschappen moeten erover waken dat zij niet louter op zichzelf betrokken geraken, want dan wordt het muf en verliest het alle uitstraling. Ramen open is de boodschap, opdat ieder in en uit kan gaan, en de Geest kan waaien waar Hij wil.
Immers enkel in de Geest kan de wil van de Vader volbracht worden, en blijft een gemeenschap fris, blij en missionair.

Moeder zijn wij voor mekaar wanneer we elkaar in het hart van de Kerk brengen, tot bij Jezus dus. Het is de roeping van ieder christen om op deze wijze bij elkaar te zijn. Zoals een moeder waakt over haar kinderen, en hen liefdevol leidt naar het hart van het leven, zo mogen wij bij elkaar zijn, in een geest van warme broederschap, geleid door God zelf.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten