onze nieuwe viervoeter


WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
onze nieuwe viervoeter

Ik heb geleerd tevreden te zijnIk heb geleerd tevreden te zijn
met de omstandigheden waarin
Ik ben. F11.4:11
OUDE JAARSDAG
Weel een jaar voorbij. Was het voor u een goed
of een slecht jaar? En als we dan antwoorden
dat het een 'goed' jaar was - of een 'slecht jaar -
waar meten we dat dan aan af? Waar denken we
dan aan; aan ons geluksgevoel,óf aan ons geld of
onze gezondheid? Misschien zijn wij wel te veel
geneigd om onze jaren (of dagen) in te delen in
goede en minder goede dagen. We zouden ons
'welbevinden' niet te afhankelijk moeten maken
van de dagen waarop het ons meezat, of de
dagen dat het ons tegenzat.
Op een zonnewijzer heb ik eens de woorden
gelezen: Ik tel alleen de zonnige uren. Er zijn
mensen die dat ook doen. Het zijn doorgaans
heel tevreden mensen
Paulus gaat nog een stapje verder. Toen hij de
brief aan de Filippiërs schreef, was'hij in Rome
in gevangenschap. De apostel was oud geworden
en zijn doorn in het vlees (wat dat dan ook pre-
cies was) zal hem nog pijn hebben gedaan. Het
werk dat hij altijd zo graag deed voor de Heer
kon hij niet meer doen. Anderen hadden dit van
hem overgenomen. Nota bene met de bedoeling
om zijn gevangenschap te verzwaren (Fil. 1:17).
Toch was de apostel niet depressief. Integendeel!
Toen hij terugkeek naar het jaar dat achter hem
lag, was hij vervuld met vrede en blijdschap, en
was hij niet bezorgd voor de toekomst. Paulus
telde niet zozeer alleen maar de 'zonnige uren',
de dagen dat hij jong, gezond en sterk was en
niet gevangen, nee, hij zag op Christus! Dat was
zijn geheim; dat telde. De apostel had dankzij
deze houding geleerd tevreden te zijn met de
omstandigheden waarin God hem had gebracht.
Een gelovig man verhuisde van een ruime
woning met een grote tuin naar een klein huisje
met maar een paar vierkante meter tuin. Wan-
neer bezoekers hem zeiden dat hij nu wel een
erg kleine tuin had, zei hij: 'Jullie letten alleen
maar op de lengte en de breedte van de tuin, je
moet eens zien hoe hoog hij is.'
KARAKTER.KARAKTER.
Karakter, heeft een wijs mens eens gezegd, is
wat we doen wanneer er niemand toekijkt. Het
is niet hetzelfde als reputatie - dat is wat andere
mensen van ons denken. Het is niet hetzelfde
als succes of prestaties. Karakter is niet wat we
gedaan hebben, maar wat we zijn! (...) Maar
hoe geweldig uw karakter ook is, het zal nooit
geweldig genoeg zijn om er Gods goedkeuring
mee te verdienen. U kunt met uw karakter Gods
aandacht niet trekken, of uw hemelse krediet
vergroten. Hoe belangrijk karakter ook is, het
is niet een middel om verlossing te verdienen.
Verlossing is niet te verdienen - zelfs niet door
moed of discipline, visie of uithoudingsvermo-
gen, hard werken of goed. gedrag. Verlossing is
een geschenk van de hemelse Vader aan ons.
Het heeft Hem alles gekost - de dood van zijn
geliefde Zoon. Het kost ons niets.
Bill Hybels
uit 'Wie je bent als niemand kijkt'
Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd.Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd.
Een rabbi zei tegen een atheïst: 'Morgen zal ik
God aan jou laten zien.' Waarop de man, die
niet in het bestaan van God geloofde, zei: 'Dat
kun )lj niet, want God bestaat niet.' De mannen
spraken met elkaar af om elkaar de volgende dag
te ontmoetten in een bos, waar de rabbi zijn
belofte zou inlossen. Toen beide mannen de vol-
gende dag op een open plek in het bos stonden,
zei de rabbi: 'Kijk maar omhoog, naar de zon.'
De man keek omhoog, maar begon meteen met
zijn ogen te knipperen en beschermde deze met
zijn handen. 'Ik kan niet in de zon kijken', zei
de atheïst. Waarop de rabbi zei: 'Hoe kan ik jou
God laten zien, wanneer je nog niet eens in staat
bent om in de zon te kijken?
Geen mens kan zonder bescherming voor zijn
ogen in de zon kijken. Zo kan ook niemand
God zien. De heerlijkheid van God is zo groot
en overweldigend, dat we dat niet zouden kun-
nen verdragen. Onze God is een verterend vuur
en niemand ^an Hem zien en blijven leven. En
tóch heeft de Allerhoogste het mogelijk gemaakt
om Hem te ontmoeten. Het Woord is vlees
geworden - God is mens geworden. De Heer
Allen die het hoordenAllen die het hoorden, verwon-
derden zich.
Luk. 2:17
Wanneer was het voor het laatst dat u zich
enthousiast over iets hebt verwonderd? Velen
van ons zijn onder de indruk van bijvoorbeeld
de medische wetenschap. Er is heel veel moge-
lijk op dat gebied, de ontwikkelingen staan niet
stil. Wie deze vooruitgang enigszins volgt, kan
van de ene verbazing in de andere vallen. Maar
óp den duur raken we er aan gewend. Een mens
is in staat om aan veel dingen te wennen. Wie
vlak bij voorbijrazende treinen woont, hoort
de treinen op den duur niet meer - je raakt er
aan gewend. Het verhaal van de geboorte van
de Heer Jezus; Maria, Jozef, de herders enz., we
raken er aan gewend. Zijn we nog in staat om
ons te verwonderen?
De herders hebben gehoord dat Christus de Heer
geboren is m de stad van David. Ook hebben ze
gehoord dat het kindje in doeken gewikkeld
zou zijn, liggend in een kribbe. En dat wat ze
gehoord hebben, nemen ze voor waar aan. Ze
zijn enthousiast geworden en willen het alle-
maal met eigen ogen gaan bekijken. Precies zoals
het hun is voorspeld, zo is het. De Allerhoogste
ligt als een kleine baby in een kribbe, gewikkeld
in doeken. De hele schepping zou haar adem in
moeten houden: de Eeuwige stapt in de tijd en
bindt Zich aan de beperkingen van het mense-
lijke bestaan. Paulus schrijft jaren later: 'Want
u kent de genade van onze Heer Jezus Chris-
tus, dat Hij, terwijl Hij rijk was, ter wille van
u arm is geworden, opdat u door zijn armoede
rijk zou worden' (2 Kor. 8:9). De schaapherders
zijn diep onder de indruk en zij vertellen het
aan iedereen die het maar horen wil: Wees niet
bang, maar blij, u is heden een Heiland gebo-
ren, die Christus de Heer is. Zijn wij nog tot
verwondering te bewegen - tot aanbidding? De
hemel kan niet zwijgen bij de wereldschokkende
gebeurtenis van de geboorte van de Zoon van
God. Een machtig spreekkoor van engelen zegt
in die nacht: Heerlijkheid zij God in de hoogste
hemelen, en vrede op aarde, in mensen van zijn
welbehagen.
God stelt Zich heel kwetsbaar en afhankelijkGod stelt Zich heel kwetsbaar en afhankelijk
op: de Schepper wordt mens! En God begint als
mens zoals we allemaal zijn begonnen; klein en
broos. Als baby! Liggend in de kribbe is de Heer
Jezus helemaal afhankelijk van de zorg van zijn
moeder Maria. Toch is Hij tegelijkertijd de Aller-
hoogste God. Het is bijna niet te geloven, maar
voor mensen die het wél geloven is het uiterst
kostbaar. De Heer Jezus is God ! Hij is gekomen
voor alle mensen. Jaren later wordt de Heer
Jezus geconfronteerd met het ongeloof van
veel mensen. Dan is Hij blij met die mensen die
wilden worden als 'de kleine kinderen'. De Heer
zegt dan: 'Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel
en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen
en verstandigen hebt verborgen en ze aan kleine
kinderen hebt geopenbaard' (Matth. 11:25). Wij
moeten worden als 'kleine kinderen'. Niet onbe-
zonnen en onvolwassen, maar ontvankelijk,
open, toegankelijk. Van al onze 'grote mensen
hoogmoed en betweterigheid' worden we wan-
hopig en raken we uit ons evenwicht. De Heer
Jezus zegt: 'Komt tot Mij, allen die vermoeid en
belast bent, en Ik zal u rust geven. Neemt mijn
juk op u en leert van Mij, want Ik ben zacht-
moedig en nederig van hart, en u zult rust vin-
den voor uw zielen; want mijn juk is zacht en
mijn last is licht'(Matth. 11:28-30).
Zij baarde haar eerstgeborenZij baarde haar eerstgeboren
zoon.
Luk. 2:7
Veel mensen lezen het elk jaar weer: het evan-
gelie van Lukas, hoofdstuk twee: de geboorte
van de Heer Jezus. Een heel ongewoon verhaal,
wat heel gewoon is geworden, wat ons heel
vertrouwd in de oren klinkt. Maar het is niet
alledaags dat een maagd zwanger is. Onmogelijk
zelfs! Maar bij God is het mogelijk, vóór Hem is
niets te wonderlijk. Veel mensen vinden het een
dwaas verhaal, de maagdelijke geboorte van de
Heer Jezus. Dat moet je niet letterlijk nemen,
niet serieus. Maar God heeft deze 'dwaasheid'
uitgekozen om zijn Zoon geboren te laten wor-
den. Paulus schrijft in l Kor. 1:25 dat het 'dwa-
ze' en het 'zwakke' van God wijzer en sterker is
dan de mensen.
KERST - NIEUWJAARSWENSEN

......VREDE............VREDE......
Tweeduizend jaar geleden was het oorlog en
bezetting in Israël. Op allerlei gebied was het
pikdonker en van de belofte die God ooit had
gegeven aan Abraham, was nog niets uitgeko-
men. Na het wegzenden van het eerste mensen-
paar uit de hof van Eden leken er alleen maar
engelen met grote zwaarden te zijn die de men-
sen de toegang tot het geluk en de vrede ontzeg-
den. De Romeinse heersers regeerden met harde
hand en bloedige straffen.
En de wereld is nog niets veranderd, zeggen we.
Toch ben ik het daar niet helemaal mee eens.
Want in de diepste duisternis van het volk Israël
werd de belofte aan Abraham waar. En in die
belofte aan Abraham werden alle geslachten op
de aarde gezegend.' Opeens waren er engelen in
het veld bij de herders die de wereld aankon-
digden dat er hoop was voor deze aarde, en dat
Gods plan gestalte kreeg. We kregen de belofte
dat er vrede zou dagen. Geen engelen met oor-
delende zwaarden meer, maar een uitnodiging
om met Gods plan mee te gaan en vrede en
geluk te vinden.De vrede die was beloofd kwam niet direct.
Herodes regeerde gewoon door. Hij vervolgde
zelfs in zijn grote haat de allerkleinste kinderen
in de hoop de Vredevorst te treffen. Als we dit
even doortrekken naar vandaag, dan moeten We
constateren dat er nog steeds zoveel haat is, dat
het lijkt alsof de vrede nooit haalbaar is. Maar
de belofte blijft dat de vrede is gaan dagen, hoe
donker het ook lijkt. Door alle donkerheid en
verdriet heen wordt het Koninkrijk van de vrede
gesticht. Niet door politici of dictators, maar
door de Vredevorst Zelf.
Het rijk lijkt onzichtbaar, maar het zal ooit
openbaar worden: als, in de donkerste periode
van de geschiedenis, de wereld in al zijn voegen
kraakt.
Tweeduizend jaar geleden is de vrede gaan
'dagen'. Maar pas als Jezus regeert, zal er vrede
'heersen'. Dan komt er vrede op de manier van
de Vredevorst. Hij geeft geen enkele ruimte aan
haat en ongerechtigheid. De mensen zullen
vluchten voor de heerlijkheid van de Vredevorst,
die ooit als kind in een kribbe is gelegd.
Wat moeten wij intussen met het woord 'vrede'?
Wat moet ons bange hart met onze verliezen,
onze angst, onze onzekerheden van elke dag,
die zo vaak in schril contrast staan met de
belofte van vrede in ons hart? Vol ontzag kijken
we naar het kind in de kribbe dat zorgde dat
het zwaard van oordeel werd weggenomen. Hij
beloofde dat er vrede zou komen in het hart van
ieder die in Hem zou geloven.
Te midden van de wrede slavernij en de ellende
die dat met zich meebracht, waren er in Amerika
slaven die tot geloof kwamen. Als ze 's avonds,
moe van het harde werken (en vaak veel slagen
met de zweep), in hun slavenverblijven zaten,
zongen ze hun liederen: 'Met mijn ziel is het
goed, met mijn ziel is het goed.' Ze hadden
begrepen wat het was om de vrede in het hart
te hebben. Ze hielden zich niet bezig met gevoe-
lens van haat of wraak. Hoe het ook zou gaan,
ze wisten dat het goed was met hun ziel.
Daar ligt de basis voor de vrede. De vrede daagt.
Temidden van de slavernij van deze aarde kun-
nen we zingen dat het goed komt met ons
door de komst van Gods Zoon naar deze aarde.
HET BETREKKELIJKE VAN DE Rijkdom.HET BETREKKELIJKE VAN DE Rijkdom.
In 1943 stierf de Amerikaanse multimiljonair
John Pierpont Morgan. Hij was een wereld-
beroemt bankier en financieel expert. In zijn
Leven heeft hij enorme financiële transacties
afgesloten en ontelbare keren zijn handtekening
gezet onder documenten, waarbij het ging om
fantastisch grote bedragen. Maar bij dit alles was
er toch iets anders dat het belangrijkste voor
hem was. Zijn testament begon niet met de ver-
melding voor wie zijn rijkdommen zouden zijn,
maar met de woorden: 'Ik beveel mijn ziel in
de handen van mijn Heiland, in het volste ver-
trouwen dat Hij, die mij heeft verlost en mij in
zijn bloed heeft gewassen, mij ook onsterfelijk
voor de troon van mijn hemelse Vader zal stel-
len. Ik raad mijn kinderen aan om te blijven bij
de gezegende leer van de vergeving van zonden
door het bloed van Jezus Christus, eens en voor
altijd geschied!'
Allen Welkom
Allen welkom

WEEST DAN NIET BEZORGD VOOR MORGEN..WEEST DAN NIET BEZORGD VOOR MORGEN..
De Gemeente waartoe ik in de jaren '80 behoor-
de, had een enorme zendingsdrang. Zo is er vele
jaren voor Rusland gebeden: we baden of er een
opening voor het evangelie mocht komen en
of er een einde mocht komen aan het commu-
nisme. Toen eind 1989 het begin van de val van
het communisme mluidde, werden er al gauw
plannen gemaakt om daar te evangeliseren.
Dit werd vanuit een zustergemeente in Balti-
more geregeld. Van daaruit werd contact gezocht
met een gemeente in Finland: die wilden de
mensen uit diverse landen wel een onderdak
verschaffen, om van daaruit verder te reizen
naar Leningrad (het huidige Sint Petersburg).
Vanuit Nederland ging ik samen met een vrien-
din en een pastor. We vlogen naar Helsinki en
hadden heel wat bijbels (vooral kinderbijbels)
bij ons, plus medicijnen, want in Rusland was
nog aan alles gebrek.
We werden met nog anderen uit andere lan-
den op het vliegveld verzameld en naar diverse
adressen gebracht. Toen ik voor het avondeten
mij wat wilde opknappen, bleek mijn handtas
met al mijn papieren zoek. Dat was om wanho-
pig te worden, want ik moest ik mijn paspoort
bij me hebben.
Men belde diverse adressen op, maar niemand
had een handtas gevonden. Er bleef mij maar
één ding over: naar bed, bidden en de Bijbel
lezen. Ik sloeg tobbend mijn bijbeltje open
en wat las ik in Matth. 6:34: 'Weest dan niet
bezorgd voor morgen, want morgen zal voor
zichzelf zorgen; voor elke dag is zijn eigen
kwaad genoeg.'
Ik werd er heel rustig onder en dankte God voor
deze troost. Ik ging gerust slapen.
WIE IS DE VOORNAAMSTE?.WIE IS DE VOORNAAMSTE?.
Iemand die de. kroning van Edward VII van
Engeland bijwoonde, vertelde hoe de West-
minster Abbey volstroomde met veel adellijke
personen. Graven, gravinnen, prinsen en prin-
sessen kwamen binnen. Men lette erg op elkaar
en overal werd gebogen en gegroet. Maar toen
de koning binnenkwam, viel er een diepe stilte.
Iedereen keek alleen nog maar naar hem. Nie-
mand lette nog op de mensen om hem heen.
Men had alleen aandacht voor de koning.
Zo hoort het ook te zijn bij een gelovige. De
Heer Jezus is de Koning van de koningen en
hoort de eerste plaats In ons leven in te nemen.
Wl] kunnen bewondering hebben voor vrien-
den, voor'grote mannen uit de wetenschap,
de kunst of de maatschappij. We zien soms op
tegen vooraanstaande gelovigen die in onze
ogen een belangrijke positie in de gemeente
innemen. Maar als de Heer Jezus in ons leven
komt, zou Hij de voornaamste in ons leven
moeten zijn. Laten we maar naar Hem kijken,
in plaats van naar elkaar. Hij is onze lof en aan-
bidding waard. Hij moet in alle dingen de eerste
plaats innemen.
MIEKE MANTEL
MIEKE MANTEL
VRIENDSCHAPPEN!VRIENDSCHAPPEN…
De meesten van ons hebben oppervlakkige
vrienden, kennissen en collega's die in ons leven
verschijnen en er weer uit verdwijnen. Maar als
we geluk hebben, ontwikkelen we ook een paar
hechte vriendschappen, die met het verstrijken
van de jaren steeds belangrijker voor ons wor-
den. Buiten ons gezin zijn deze mensen de VIP's
in de wereld van onze menselijke betrekkingen.
(...) Onze levens raken in belangrijk opzicht met
elkaar verweven.
De Bijbel spreekt regelmatig lovend over zulke
vriendschappen. Lees bijvoorbeeld eens Pred. 4:
9-12. Dit gedeelte zegt dat we eigenlijk allemaal
een klein groepje mensen om ons heen zouden
moeten verzamelen met wie we door het leven
kunnen wandelen - mensen die ons helpen het
opnieuw te proberen als we gefaald hebben, die
ons bemoedigen als we ontmoedigd zijn, die
onze werklast verlichten als die te zwaar gewor-
den is voor ons, die ons troosten ...
BUI Hybels
uit 'Het werkt! Bijbelse wijsheid voor dummies'
U bent priester tot in eeuwig-U bent priester tot in eeuwig-
heid.
Hebr.7:17
De Heer Jezus is onze Hogepriester! Vanuit het
Oude Testament weten wij dat 'een priester
moest offeren, onderwijs geven, bidden en zege-
nen. Dat was zijn taak. En al deze dingen doet
de Heer Jezus nu voor ons! Hij heeft Zichzelf
(op)geofferd voor ons. Ook geeft Hl; ons onder-
wijs in de Bijbel en heeft ons daarin voorgedaan
hoe wij kunnen leven tot eer van God. En Hij
bidt voor ons en zegent ons. De Heer Jezus is
altijd met ons bezig! Hij heeft zijn werk vol-
bracht op aarde, maar zijn werk gaat door in de
hemel. Niet voor enige tijd - tot in eeuwigheid.
Hij is Priester tot in eeuwigheid.
BURGER OF AARTSBISSCHOP.BURGER OF AARTSBISSCHOP.
Laten we niet doen als de aartsbisschop die erop betrapt werd dat hij vloekte. Een eenvoudig boertje die dit toevallig hoorde, was heel verbaasd over zijn gedrag. De `geestelijke' verdedigde zich met de woorden: `Ik vloekte niet als aartsbisschop, maar als burger.' `Maar mijnheer', zei de boer `als de burger vanwege zijn zonden naar het verderf gaat, wat zaj er clan gebeuren met de aartsbisschop?'
Voor ons geldt net zo dat God niet alleen weet heeft van wat we in de kerk gezegd hebben tegen onze medegelovigen, maar ook van wat we in ons dagelijkse leven gezegd hebben tegen onze medemensen en hoe ons gedrag in de wereld geweest is, `Dus zal clan ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.'
Door geduld te hebben, verkreegDoor geduld te hebben, verkreeg
hij de belofte..
Hebr. 6:15
Geduld is een schone zaak. In onze tijd, waarin
veel wensen meteen in vervulling gaan, is
geduld bijzaak geworden. Maar in Gods wegen
is geduld noodzaak. Volhouden, en niet ophou-
den met wandelen in de werken die God bereid
heeft. Abraham, de vader van- de gelovigen, is
zo'n voorbeeld van geduld. Abraham vertrouw-
de op Gods beloften, ook al duurde het lang
voordat die in vervulling gingen. Het grote volk
dat God hem beloofd had, heeft hij met eigen
ogen nooit gezien. Toch zag Abraham in geloof
en geduld een Goddelijk vergezicht.
God staat garant voor de vervulling van zijn
beloften aan ons. God spreekt Zichzelf niet
tegen.
U, geducht bent U; wie kanU, geducht bent U; wie kan
bestaan voor uw aangezicht?
Ps.76:8
Deze psalm is historisch gezien geschreven
nadat God zijn volk de overwinning gegeven
had op zijn vijanden. Misschien was het wel de
strijd die koning Josafat voerde tegen de Moa- \
bieten en Ammonieten, aartsvijandenvan het
volk (2 Kronieken 20). Toen deze vijanden tegen
Israël optrokken, raadpleegde Josafat de Heer. En
op wonderlijke wijze gaf de Heer de overwin-
ning. Het volk hoefde niet naar de wapens te
grijpen, maar moest gaan staan en kijken hoe
de Heer de overwinning gaf. Hij zorgde ervoor
dat de vijand verslagen werd. Geen wondert dat
het volk van geen ophouden wist om de'Heer te
prijzen. En de schrik van God viel op de omrin-
gende landen, toen ze hoorden dat de Heer
tegen Israëls vijanden gestreden had. Anno 2006 zijn de vijanden van Gods volk
machtig. Satan probeert er alles aan te doen om
ons van God en zijn geboden af te houden en
ons ongelukkig te maken. Er zijn zoveel dingen
die ons van, onze gemeenschap met God en
de vrede van God willen beroven: dat kunnen
ónbeleden zonden zijn, die we voor Gods aan-
gezicht moeten belijden en wegdoen. Maar ook
zorgen en moeilijke omstandigheden in ons
leven kunnen enorm op ons afkomen en het
zicht op God vertroebelen. Maar geen vijand
kan tegen God op. De Heer Jezus is geopen-
baard, opdat Hij de werken van de duivel zou
verbreken. Bij Hem zijn we veilig. Als satan zijn
pijlen op óns afschiet, helpt het schild van het
geloof ons om die pijlen te doven. De Heer ver-
breekt de vurige schichten van de boog, lezen
we in deze psalm. Wie kan er voor God en zijn
dreigen, zijn oordeel, zijn toorn bestaan? Élke
knie zal zich buigen voor de Heer Jezus, vrijwil-
lig of niet. Benijdenswaardig zijn zij die hun ver-
trouwen op die machtige God gesteld hebben!
Zij klagen niet, maar prijzen de Heer.
CORRIE TEN BOOM

EEN MENS IS NIET WAARDELOOS..EEN MENS IS NIET WAARDELOOS..
Muretus, een christen-geleerde uit de 16e eeuw,
werd tijdens één van zijn reizen ziek. De artsen
die bij hem geroepen werden, kenden hem niet.
Hij zag er zo gewoon uit dat zij tegen elkaar
zeiden: 'Wij kunnen deze man mooi gebruiken
om een proef te doen voor een belangrijk expe-
riment. Hij ziet er zo onbelangrijk uit.' Muretus,
die in de kamer ernaast lag, was weer bij kennis
gekomen en hoorde het gesprek van de artsen.
Hij riep: 'U mag iemand niet waardeloos noe-
men voor wie Christus gestorven is.'
In de tegenwoordige wereld wordt er steeds min-
der waarde toegekend aan de individuele mens.
Laten wij daar als christenen niet aan mee doen.
Alle mensen zijn door God geschapen. En voor
hen die onze broeders en zusters in Christus
zijn, geldt bovendien dat Christus voor hen
gestorven is (Rom. 14:15). Hij had er die hoge
prijs voor over om hen tot zijn eigendom te
maken. Wij zijn waardevol voor Hem. Laten wij
daarom de mens en het leven van een mens niet
gering achten.
sneeuw
EEN BRANDHOUT UIT HET VUUR GERUKT.
Op het eiland Wight staat op een klein kerkhof een grafsteen met de naam van de overledene en daaronder staat: 'Een brandhout uit het vuur gerukt.' Een bezoeker die dit merkwaardige grafschrift las, werd nieuwsgierig naar de achtergrond van deze woorden. Hij ging naar het dorp en vroeg aan een winkelier wat dit grafschrift betekende. De winkelier vertelde hem dat er in het dorp een man gewoond had die het grootste deel van zijn leven doorbracht in de zonde, ver van God. Pas op latere leeftijd leerde hij de Heer Jezus kennen en heeft hij het heil aangenomen dat hem aangeboden werd door het offer van de Heer Jezus op het kruis van Golgotha. Vanaf die dag wist hij dat hij verlost was van de zonde en van de eeuwige dood. Dit grafschrift is een getuigenis van de genade die aan hem bewezen is toen hij al een oude man was geworden. De uitdrukking 'een brandhout uit het vuur gerukt' is een uitdrukking uit de Bijbel. Het staat in Zacharia 3 vers 2.
GOD WERD MENS..GOD WERD MENS..
Bird, een zendeling die jarenlang in India werk-
te, vond het moeilijk om aan zijn gehoor, dat
voor het merendeel uit analfabeten bestond, de
noodzaak van de menswording van Jezus Chris-
tus duidelijk te maken. Vaak gebruikte hij het
volgende verhaal.
Een vader ging eens met zijn zoontje in het bos
wandelen. Zij kwamen langs een mierennest. De
vader kon niet nalaten zijn wandelstok een paar
keer in het nest te steken. De mieren raakten
daardoor in grote verwarring. Haastig probeer-
den ze de poppen die open en bloot lagen, weer in het nest te brengen. Ze begonnen meteen
weer het nest te herstellen. De jongen keek ver-
drietig naar de mieren en zei: 'Vader, ik vind het
heel'erg voor die diertjes. Wilt u tegen ze zeggen
hoeveel ik van hen houdt?' De vader glimlachte
en zei: 'Ik ben blij dat jij van dieren houdt, maar
jouw boodschap overbrengen kan ik niet. Dan
zou ik eerst zelf een mier moeten worden.'
God heeft de mensen lief. Om dat aan de men-
sen te kunnen vertellen, werd God mens in
Jezus Christus. De Heer Jezus heeft ons de Vader
leren kennen.
Door God begroet alsDoor God begroet als
hogepriester.
Hebr. 5:10
Onze hemelse hogepriester is Gods eigen Zoon.
Hij is eeuwig hogepriester. Hij kwam volgens
Gods wil naar deze aarde en werd mens. Hier
bij ons ging Hij zijn weg, afhankelijk van en
gehoorzaam aan zijn hemelse Vader. Hij ging
naar het kruis/waar Hij voor onze zonden stierf;
Hij ondervond in al dat lijden aan den lijve wat
gehoorzaamheid betekent. We mogen dankbaar
zijn voor zo'nMIddelaar tussen God en mensen'
Jezus Christus is het absoluut waard om de titel
' hogepriester te dragen. Hij is niet uit de mensen
gekozen, maar door God Zelf aangesteld. Hij is
waarachtig Mens en heeft bewezen dat Hij het
waard is om hogepriester te zijn.
VAN MIJN GELOOF GEVALLEN..
VAN MIJN GELOOF GEVALLEN..
Het is 1960 en Sinterklaastijd. Het is overal
koud in huis: alleen in de woonkeuken brandt
de oude TEBO-kachel. Daar omheen staat een
rekje voor de natte was: Als de kachel roodgloei-
end is, zie je soms dat de damp uit de natte was
slaat. Zo heel breed hadden we het niet en onze
verlanglijstjes voor Sinterklaas bevatten dan ook
niet zulke hele dure wensen. Mijn ouders zeiden
altijd dat Sinterklaas het meest van tevreden
kinderen hield en dat we daarom maar niet te
dure dingen moesten vragen.
Maar goed, het was dus weer Sinterklaastijd. Na
het eten en de afwas kwam mijn moeder een
luier tekort voor het verschonen van de jongste
en ze vroeg mij om er eentje uit de slaapkamer
boven te halen.
Het was donker, de wind floot om het huis en
ik hoopte maar dat Sint en Piet niet op het dak
waren: mijn geweten voelde zich niet helemaal.
vrij en wie weet, moest ik mee naar Spanje. Met
een bonkend hart ging ik snel naar boven en
haalde de gevraagde spullen op. Toen ik bene-
den kwam, klopte er opeens iemand op de deur.
U raad het al, we kregen bezoek van de Sint en
zijn knecht.Wat mij opviel, was dat de jurk van Sinterklaas
veel leek op de beddensprei van mijn vader en
moeder, maar die kon het niet zijn, want ik was
zojuist nog op die kamer geweest. Ik moest dicht
bij de Sint komen, samen met mijn broer. Hem
was blijkbaar ook het één en ander opgevallen,
want hij bleef maar staren naar de schoenen
van Sint. Met een onschuldig stemmetje zei hij:
'Sinterklaas heeft buurmans schoenen aan.' Ja,
en toen wist ik het zeker. Het was waar wat ze
op school tegen mij hadden gezegd: 'Sinterklaas
bestaat niet.' Het waren echt de schoenen van
de buurman. Ik raadpleegde mijn moeder en ze
zei dat het zo was. Vanaf dat moment was ik dus
van mijn Sinterklaasgeloof gevallen. Het deed
best even pijn, dat gevoel dat zelfs je ouders je
zo voor de gek konden houden. Maar al gauw
deed ik mee met het spelletje, ik had per slot
van rekening nog vier jongere broers en zussen.
En het spelletje was best heel aardig.
Later in het leven leerde ik nog een ander geloof
kennen. Daarmee hebben mijn ouders me niet
bedrogen, ik ben nog nooit bedrogen uitgeko-
men tenminste. Ja, het liep wel eens anders dan
ik dacht, ook liet mijn geweten me wel eens niet
met rust en moest ik vaak om vergeving vragen.
Mijn geloof in Sinterklaas, die ik kon zien, ver-
dween omdat hij niet echt was gebleken. Mijn
geloof in de almachtige God, Die ik niet kon
zien, is gebleven. Hoe dat komt, weet ik niet,
maar ik ben ervan overtuigd dat Hij er Zelf voor
zorgt dat wij ons geborgen weten in het vertrou-
wen dat Hij alles eens nieuw zal maken. Per slot
van rekening is Hij de Schepper van hemel en
aarde, Die alle dingen draagt door het woord
van zijn kracht. Hij laat als het ware de aarde
draaien op de top van zijn pink.
Hij ziet volken als stofjes aan een weegschaal
... en toch heeft Hij ons lief. Van dat geloof wil
ik niet eens vallen, dat wordt me te gevaarlijk,
want wat moet ik zonder de wetenschap dat er
een Vader is die voor mij zorgt? Dan ben je toch
nergens meer?
God is Rechter.God is Rechter.
Ps. 75:8
Het is goed om God te erkennen en Hem te
loven. Ook al zien wij dat nu nog niet, tóch
heeft God alles in zijn hand. Deze psalm laat
daar iets van zien. God heeft de grenzen van
de aarde vastgesteld. Hij, de Schepper, heeft
haar pilaren vastgezet. Het mag soms lijken dat
machthebbers heel wat te vertellen hebben,
maar God heeft alles in zijn hand. We hoeven
dus niet bang te zijn. God zal op zijn tijd het
onrecht oordelen. Het wonder voor Gods kinde-
ren is dat hun ongerechtigheden al geoordeeld
zijn in de Heer Jezus. Maar helaas is er nog veel
onrecht in deze wereld. Rechters spreken recht
wat krom is, en mensen worden onrechtvaar-
dig behandeld. Maar eens zal God rechtvaardig
recht spreken. Verlangt u daar ook zo naar?
God heeft het hoogste gezag. Van Hem is alle
macht, in hemel en op aarde. Koningen en
presidenten hebben hun gezag alleen aan God
te danken. En omdat God de overheid heeft
ingesteld, moeten we aan haar onderdanig zijn
(Rom. 13:1). God stelt koningen aan en zet hen
af. In onze democratie, de 'regering van het
volk', lijkt dat misschien Wel eens anders. Maar
Gods Woord is er duidelijk over: het verhogen
van een mens komt niet van oost of west, maar
vanuit de hemel. God vernedert de een en ver-
hoogt de ander.
Het is trouwens erg onverstandig om je tegen de
Allerhoogste te verzetten. Mensen zonder God
- zijn zichzelf tot god. Daarmee staan ze auto-
matisch de God van hemel en aarde in de weg.
Zo beroven ze God van de plaats waar Hij recht
op heeft. Dat is hoogmoed ten voeten uit. God
heeft een hekel aan mensen die zichzelf heel
wat vinden. De Bijbel belooft juist dat God de
nederige zijn gunst en genade geeft.
Onderwerping aan God is niet populair, maar
wel gezegend. God zegt dat de nederige, die
niet gediend wil worden, maar zelf dient, in zijn
koninkrijk de grootste is. Pas dan krijgt God de
plaats in ons leven die Hem toekomt. Dan ont-
vangt God onze lof. Als we ons aan Hem en zijn
wil onderwerpen, mogen wij God en zijn wegen
beter leren kennen.
WEDERKERIGE LOYALITEIT..WEDERKERIGE LOYALITEIT..
Koningin Elizabeth van Engeland moest eens
een ambassadeur ver weg sturen voor een
belangrijke en moeilijke zaak. Hij maakte bezwa-
ren en zei tegen de koningin: 'Wat zal er terecht
komen van mijn bedrijf en van mijn gezin?' De
koningin antwoordde hem: 'Jij zorgt voor mijn
zaken en ik zal zorgen voor jouw zaken.' Hij ver-
trouwde zijn koningin en hij ging.
Hij toonde hierin meer geloof dan wij soms heb-
ben. Als de Heer ons roept, dan zal Hij voor ons
zorgen: voor onze zaken en zeker ook voor ons
gezin. Als Hij ons roept, kunnen we ons hele-
maal aan zijn zorg toevertrouwen.
Mieke Mantel
Mieke Mantel

Om hem rust te verlenen van deOm hem rust te verlenen van de
dagen des onheils.
Ps. 94:13
Vandaag een les over de Israëlieten op weg naar
het beloofde land. 'Nooit zullen zij in mijn rust
ingaan', moest God over velen van hen zeggen.
Waarom? Omdat ze hun hart op slot zetten voor
de liefdevolle waarschuwingen van God. De
ongemakken tijdens de reis maakten hen verbit-
terd. Ze gaven God de schuld. Ze twijfelden aan
Gods aanwezigheid. En dat terwijl God veertig
jaar lang elke dag voor hen zorgde, hen bewaarde
en leidde door Mozes en Aaron. Voor hen geen
rust. Vandaag zitten wij christenen vaak net zo
in elkaar. Zonder geloof is het onmogelijk om de
Heer te behagen. De christen die naar de Heer en
zijn Woord luistert en zijn wegen aanvaardt, mag
nu al rust vinden in Hem. En aan het einde van
de reis mogen we gaan in de hemelse rust.
FACADE..FACADE..
Bij ons in de buurt staan een paar drugspanden. Gebruikers en dealers lopen al jaren in en uit. Van tijd tot tijd zijn er ruzies, knokpartijen of invallen van de politie. De eigenaar maakt zich er niet druk over, als hij zijn geld maar krijgt. Krijgt hij dat niet op tijd, dan schaamt hij zich er niet voor de betrokken persoon zonder pardon op straat te zetten.
Omdat de panden kennelijk niet aan de wettelijke eisen voldoen, kreeg de eigenaar enkele jaren geleden de opdracht daar snel iets aan te doen. De panden werden in de steigers gezet, de voorste rij stenen werd weggekapt, er verrees een nieuwe pui met kunststof ramen en dito voordeuren. Het lijkt allemaal prachtig, maar wij merkten al gauw dat achter die facade niets veranderd is. Deze week werd een van de bezoekers vermoord gevonden tegenover de panden, enkele bewoners werden geboeid weggevoerd. Een trieste zaak!
Helaas lijken christenen soms ook op zulke panden. Aan de buitenkant mankeert niets, maar daarachter? God wil waarheid in het verborgene ( Ps. 51:8 ) en als wij van onszelf weten dat dingen achter ons vrome uiterlijk niet in orde zijn, moeten we die vandaag nog in orde maken, voordat het van kwaad tot erger gaat.
DE KRACHT VAN ZEGENENDE KRACHT VAN ZEGENEN
Als je luistert naar de stemmen om je heen, hoor je ontzettend veel kritische stemmen. Geen opbouwende kritiek, maar kille kritiek. Soms verpakt in mooie woorden, maar als je de tijd neemt om beter te luisteren, merk je dat de kritiek bedoeld is om de ander te kleineren. Als je je echter laat leiden door de Geest van God, zul je veel liever willen zegenen. Goede woorden spreken tegen de ander. Goede woorden bidden over de ander. Je krijgt oog voor de positieve zaken om je heen, zodat je mensen kunt zegenen. Jezus zegende de kinderen om ze te bevestigen in wie ze voor Hem waren. Als je net als jezus zegent, zullen kleine kwetsbare planten uitgroeien tot grote sterke bomen waarin veel vogels een veilig onderkomen kunnen vinden.
'Laat de kinderen toch bij Mij komen,' zei Hij.
'Houd ze niet tegen, want juist voor kinderen is liet
Koninkrijk van God. Het is zelfs zo dat wie niet als
een kind in het Koninkrijk van God gelooft, er nooit
kan komen.'
Markus 10:14-15 (HB)
Uw troon, o God, is tot in alleUw troon, o God, is tot in alle
eeuwigheid.
Hebr. 1:8
Jezus Christus is als Enige waardig om te heer-
sen en op de troon te zitten. In het gedeelte van
vandaag spreekt God zijn Zoon aan met 'God';
ook de engelen aanbidden Hem. Hij is ook ónze
aanbidding waard. Aardse machthebbers regeren
tijdelijk; maar zijn heerschappij - nu nog achter
de schermen - duurt voor altijd, ondanks alle
pogingen dit te ondermijnen. Zijn troon zal er
zijn tot in alle eeuwigheid. De groten der aarde
komen vaak op onrechtmatige wijze aan de
macht en misbruiken hun positie, maar Jezus
Christus heeft als Enige recht op de Konings-
scepter. Hij is de met vreugdeolie Gezalfde van
God. Om de vreugde die voor Hem lag, heeft Hij
voor ons het kruis verdragen. Daarom heeft Hij
nu al het volste recht op de troon van ons leven.
VRUCHT DRAGEN..VRUCHT DRAGEN..
Een boer liet zijn boomgaard aan een vriend
zien. Deze bewonderde de mooie tuin. Alles zag
er netjes uit. De bomen waren goed gesnoeid en
stonden keurig op rij. Opeens viel zijn aandacht
op een boom die een heel eigenaardige vorm
had, helemaal anders dan de andere bomen. Hij
zei: 'Als ik jou was, zou ik deze boom laten weg-
halen. Hij valt helemaal uit de toon.' De boer
glimlachte en zei dat hij meer belangstelling had
voor de vrucht dan voor de vorm van de boom.
'Deze boom heeft meer vrucht opgeleverd dan al
die andere bomen die er zo keurig bij staan.'
Christenen kunnen zo gewend zijn om dingen
te doen als de traditie het wil, dat ze wel eens
vergeten zich af te vragen of hun manier van
doen eigenlijk wel de meeste vrucht draagt voor
de Heer.
WEES ER HELEMAAL!WEES ER HELEMAAL!
Een vriend van me heeft een levensopvatting die samengevat kan worden in één van zijn geliefde gezegden: 'Waar je ook bent, wees er helemaal' - dat wil zeggen, hoe je situatie ook is, doe je uiterste best.
Tijdens zijn collegejaren kreeg mijn vriend in de zomervakantie een baantje bij een vakantiecentrum. Hij dacht dat het heel leuk zou zijn, maar toen hij aankwam, kreeg hij te horen dat het zijn taak was af te wassen. Hij zag maar twee mogelijkheden: 'Weggaan en je happy voelen, of blijven en miserabel zijn.' Maar een vriend moedigde hem aan tot een derde mogelijkheid: 'Blijf en neem een positieve houding aan, dan zul je ook positieve resultaten zien.' Hij besloot te blijven en zijn werk zo goed mogelijk te doen, omdat hij wist dat hij het kon doen 'als voor de Here' (Kol. 3:22,23).
Het resultaat was dat hij, zelfs bij het afwassen, er 'helemaal' was.
We hebben de omstandigheden in ons leven niet altijd voor het kiezen, maar we kunnen er wel 'helemaal' zijn.
DE SPIEGEL LAAT DE WERKELIJKHEID ZIEN..DE SPIEGEL LAAT DE WERKELIJKHEID ZIEN..
Een zendeling had de koningin van een stam in Afrika een spiegel gegeven. Zij had nog nooit een spiegel gezien en de zendeling vertelde haar dat zij daarin zichzelf kon zien. Toen zij in de spiegel keek, was zij eerst heel verbaasd, daarna werd zij woedend. Zij was namelijk heel lelijk, maar haar dienaren hadden haar altijd verteld dat ze heel knap was. Ze zei tegen de blanke man: 'U bent onbeschoft en u liegt. Deze afschuwelijke vrouw kan ik niet zijn.' In haar woede gooide ze de spiegel in stukken en de zendeling moest onmiddellijk haar land verlaten. Dit voorbeeld kunnen we op onszelf toepassen. We kunnen de Bijbel vergelijken met een spiegel. De Bijbel laat ons zien wie we in werkelijkheid zijn. Misschien hebben we nog een vrij goede indruk van onszelf en zijn we best wel met onszelf ingenomen. De Bijbel liegt niet en vleit ons niet. De Bijbel laat ons zien wie we zijn in het oog van God. Namelijk zondaars, die het oordeel verdiend hebben. Willen we Hem aannemen, die ons zijn vrede en heil wil geven? Of willen we liever verder leven met de illusie dat we niet slechter zijn dan andere mensen?
De God nu van de vrede zij metDe God nu van de vrede zij met
u allen!
Rom. 15:33
Hebt u het goed gelezen? 'Met u allen7: dus ook
met u! Kent u de God van de vrede? De God die
ons hart zo rustig maakt dat wij alle omstandig-
heden van het leven aankunnen? Soms kunnen
we zo naar die vrede verlangen. De Heer wil ons
die vrede ook graag geven. Paulus schrijft aan de
Filippenzen dat de vrede van God onze harten
en gedachten zal bewaren, als wij met alle din-
gen in het gebed tot God gaan (Fil. 4: 6,7). Die
vrede, die je hart en je gedachten kan bewaren,
is Gods antwoord op je wanhoop; als je Hem
aanroept (in welke omstandigheid dan ook) wil
Hij je die vrede geven, als gift van zijn genade.
EEN GRIJS KONIJNTJE .EEN GRIJS KONIJNTJE .
Toen ik tien jaar was, hadden we een grote hond
die Sam heette. Sam joeg graag op wilde konijn-
tjes. Het was heel spannend om de hond achter
een groot konijn aan te zien rennen. Het konijn
legde dan zijn oren naar achteren en vluchtte
om-zijn leven. Het was opvallend dat de grote
konijnen nooit naar een vluchtplek zochten,
hoewel er veel plekjes waren waar zij zich zou-
den kunnen verschuilen. Maar dat deden ze
niet. Kennelijk waren ze te trots om zich te ver-
bergen en te zelfbewust om in een rotsspleet of
in een gat in de grond te vluchten. Ze vertrouw-
den op hun sterke en snelle poten - en ze ver-
loren! Hoewel ze geoefende hardlopers waren,
konden ze niet tegen onze hond op.
Op een dag ontdekte Sam een klein grijs konijn-
tje, dichtbij de rivier. Onmiddellijk zette hij de
jacht op het diertje in. Het diertje had maar
ongeveer het derde van het formaat van een
volwassen konijn.
Het konijntje holde zo hard hij kon en Sam hol-
de er achteraan. Ik dacht bij mezelf: 'Dat loopt
slecht met je af, beestje! Je hebt geen schijn van
kans!' Plotseling kreeg het geblaf van Sam een
andere toon. Eerst dacht ik dat hij zich mis-
schien verwond had. Maar toen ik me een weg
baande door de struiken, vond ik hem voor een
grote rots, waar hij op de grond stond te krab-
ben. In een gat onder de overhangende rots,
even boven de grond, was het konijntje verdwe-
nen. Het kleine dier was daar volkomen veilig.
Het kon niet op zijn eigen pootjes vertrouwen,
maar het was zo slim geweest om te vluchten
naar een veilige schuilplaats in de rots.
Jaren zijn voorbijgegaan. Ik ben ondertussen een
volwassen man geworden en heb de Heer Jezus
leren kennen als mijn Heer en Heiland. Vaak
heb ik nog teruggedacht aan de konijnen. Aan
het grote, trotse konijn met zijn lange poten,
dat er niet over piekerde om een toevluchtsoord
te zoeken. En aan het hulpeloze grijze konijntje
dat, toen het in gevaar kwam, zo vlug mogelijk
een veilige schuilplaats vond.
Je kunt de konijntjes waarop onze hond jacht
maakte vergelijken met twee soorten zondaren.
Allereerst moeten we vaststellen dat alle mensen
zondaren zijn. Sommige mensen zijn net als die
grote konijnen. Ze proberen het er zelf zo goed
mogelijk vanaf te brengen. Ze vertrouwen op
hun goede daden en hun trots weerhoudt hen
ervan de toevlucht te nemen tot een veilige
schuilplaats, namelijk bij de Heer Jezus. Andere
mensen lijken op het kleine grijze konijntje.
Ze hebben leren inzien dat ze het oordeel van
God niet zullen ontgaan. En ze hebben in hun
nood de toevlucht genomen tot Jezus Christus.
Zo is Hij hun Heiland geworden. Op hen is van
toepassing wat staat in Jes. 32:2 in de Statenver-
taling: 'En die Man (Christus) zal zijn als een
verberging tegen de wind, als een schuilplaats
tegen de vloed, als waterbeken in een dorre
plaats, als de schaduw van een machtige rots in
een dorstig land.'
WAT DE WERELD NODIG HEEFT..WAT DE WERELD NODIG HEEFT..
Een aalmoezenier in de Burgeroorlog in Amerika vroeg aan een gewonde soldaat op het slagveld: "Wil je dat ik je iets voorlees uit de Bijbel?" De soldaat antwoordde: "Ik heb zo'n dorst, ik heb liever iets te drinken." Nadat hij gedronken had, zei hij: "Kunt u misschien iets onder mijn hoofd leggen?" De voorganger trok zijn overjas uit, rolde hem op en legde hem onder het hoofd van de man. "Nu wil ik graag iets over me heen hebben", zei de gewonde soldaat, "want ik ben zo koud." De voorganger trok zijn jas uit en legde die over de man. Toen zei de soldaat: "Als er iets in dat Boek staat dat maakt dat een man doet voor een ander wat u voor mij gedaan hebt, dan wil ik graag horen wat erin staat." Dit is wat de mensen nodig hebben in deze tijd. Christenen die op Christus lijken en die zijn voorbeeld navolgen.
WAT ZIEN DE MENSEN AAN ONS!WAT ZIEN DE MENSEN AAN ONS…
Als christenen zijn wij getuigen van Christus. Wij kunnen getuigen door onze woorden, maar ook door onze daden. Een ongelovige luistert meestal niet naar onze woorden, maar des te meer kijkt hij naar onze daden. Als onze omstandigheden moeilijk zijn, als wij reden hebben om te treuren, bijvoorbeeld bij het verlies van een geliefde, of bij ziekte, hoe reageren we dan? Wat zien de mensen dan aan ons? Als wij onze omstandigheden kunnen aanvaarden uit de hand van de Heer, als wij onze blijdschap en ons vertrouwen in de Heer niet kwijtraken, dan maakt dit diepe indruk op ongelovigen. Onze houding in zulke omstandigheden maakt meer indruk op hen dan onze woorden in tijden van voorspoed. Een christen kan altijd gelukkig zijn in de Heer, ook in moeilijke omstandigheden. Dat zien we bijvoorbeeld bij de apostel Paulus. Als hij gevangengenomen is, verliest hij zijn blijdschap in de Heer niet. Zijn brief aan de Filippiërs heeft hij geschreven in de gevangenis. Juist in deze brief spreekt hij vaak over 'blijdschap in de Heer'.
ER IS GEEN VERSCHIL..ER IS GEEN VERSCHIL..
Door de grote armoede die er was in Ierland zijn veel mensen uit dit land geëmigreerd naar Amerika. Tienduizenden zijn, aangetrokken door de geweldige verhalen die zij over het nieuwe land hoorden, vol hoop en verwachting de oceaan overgestoken. Eén van deze leren werd op zekere dag door vrienden meegenomen naar de Niagara-watervallen. Men zou deze man van het kleine Europese eiland wel eens de grote wonderen van het grote land Amerika laten zien. Tot stomme verbazing van de gastheer was zijn Ierse gast helemaal niet onder de indruk. Hij vroeg: 'Man, ben je niet onder de indruk? Is dit niet geweldig'? Waarop de Ier, heel nuchter, antwoordde: 'Waarom zou ik onder de indruk zijn? In mijn vaderland loopt het water naar beneden. Als het hier nu eens naar boven liep, dan zou ik een reden hebben me te verbazen.' We maken verschil tussen grote dingen en kleine dingen. We maken verschil tussen grote zondaars en kleine zondaars. Maar grote zondaars en kleine zondaars, allemaal lopen ze 'naar beneden', namelijk op 'de brede weg die naar het verderf leidt'.
Daarom neemt elkaar aan, zoalsDaarom neemt elkaar aan, zoals
ook Christus u heeft aangeno-
men. Rom. 15:7
Dit vers roept ons op het voorbeeld van Christus
na te volgen. Zijn doel was God te verheerlijken.
In de eerste plaats betekende dat natuurlijk dat
Hij Zelf zo leefde dat God erdoor verheerlijkt
werd. Maar het hield ook in dat Hij andere men-
sen bij God wilde brengen. Daar had Hij heel
wat voor over: Hij werd miskend, bespot en uit-
eindelijk gekruisigd. Maar Hij heeft dit allemaal
verdragen. Hij heeft zowel Joden als heidenen
aanvaard zoals ze waren, met de bedoeling ze tot
God te kunnen brengen, opdat zij op hun beurt
tot eer van God zouden leven. Als wij dit doel in
onze omgang met elkaar voor ogen houden, zul-
len wij beter in staat zijn elkaar te aanvaarden.
MIEKE MANTEL

'DE KONING HEEFT MIJ NIET GEZIEN''DE KONING HEEFT MIJ NIET GEZIEN'
Een koning bezocht een stad en legde daarbij ook de eerste steen voor een nieuw ziekenhuis. Duizenden schoolkinderen stonden klaar om hem welkom te heten en om voor hem te zingen. Toen de plechtigheid voorbij was, zag een onderwijzeres een klein meisje dat stond te huilen. Ze vroeg haar: 'Waarom huil je zo? Heb je de koning niet gezien?' Het meisje snikte: 'Jawel, ik heb de koning gezien, maar de koning heeft mij niet gezien!'
Hoe anders is de Here Jezus dan de beste koning en koningin van deze aarde. We mogen weten dat Hij ons allen heel persoonlijk kent en ons heel persoonlijk ziet. Hij ziet mij en Hij ziet jou. Hij heeft belangstelling voor jou en Hij wil een persoonlijke relatie met jou hebben. Hij heeft zijn leven voor jou, heel persoonlijk, gegeven. Geweldig als je mag zeggen: 'De Zoon van God heeft mij liefgehad en Hij heeft Zichzelf voor mij overgegeven' (Gal.2:20). Het is mooi als je mag weten: 'Er is een Verlosser', maar nog geweldiger als je kunt zeggen: 'Jezus, mijn Verlosser.'
BLIND ZIJN EN HET NIET BESEFFENBLIND ZIJN EN HET NIET BESEFFEN
De Romeinse filosoof Seneca schreef aan zijn vriend Luculles: 'Wij hebben een zwakzinnig kind, Harpasti, dat plotseling blind is geworden. Wat ik je nu vertel, zul je bijna niet kunnen geloven, maar het is waar. We kunnen ons kind niet uitleggen dat zij blind is geworden en dat we haar niet kunnen helpen door haar in een andere omgeving te brengen. Het dringt namelijk niet tot haar door dat ze blind is. En daarom vraagt zij aldoor aan haar verzorgster om haar naar een huis te brengen waar het niet zo donker is.' 'Het schijnt mij toe,' zo vervolgde de filosoof, 'dat wat er met haar gebeurd is, met ons allemaal gebeurd is. Niemand van ons beseft wat zijn werkelijke toestand is.' Wat deze filosoof uit de Oudheid zei, is waar. De Bijbel leert ons dat we voor onze bekering geestelijk blind waren, maar dat we het niet beseften.
Jesaja spreekt over Israël als een volk dat blind is, al heeft het ook ogen en dat doof is, al heeft het ook oren (Jes. 43:8). Tegen de gemeente van Laodicea moet de Heer zeggen: 'U weet niet dat u (...) blind bent' (Openb. 3:17). Hij raadt hun aan ogenzalf te kopen opdat zij kunnen kijken.
EEN ERFENIS EN ZELFDISCIPLINE..EEN ERFENIS EN ZELFDISCIPLINE..
Er zijn dingen die van familie op familie worden
doorgegeven: karaktertrekken of lichamelijke
kenmerken. Je kunt van je familie van alles erven:
je neus, mond of houding, je drift, je muzikali-
teit. Aan mijn moeders kant bijvoorbeeld, komt
corpulentie voor. Niet in de mannelijke lijn,
maar de dames gaan bij ons op een bepaalde
leeftijd tobben met een buikje. En ja hoor, ook
bij mij ontstond die rare vormloosheid. Ik zocht
dus een methode om het tegen te gaan. Handige
wetenschappers hebben leuke toestellen ont-
wikkeld, die 'u met maar vijf minuten oefenen
per dag in enkele weken een platte buik geven!'
Hoopvol bestelde ik dus zo'n eenvoudig toestel.
Volgens de gebruiksaanwijzing ging het om sim-
pele oefeningen: jong en oud kon het doen! En
dat was ook wel zo, maar het vergde toch wel
de uiterste concentratie om de buikspieren goed
aan te spannen. Concentratie, daar ging het om!
Niks ondertussen de radio aan en zeker geen bab-
beltje met een huisgenoot, want dan ging het op
z'n Janboerefluitjes en was het resultaat nihil. En
zeker niet denken: 'Ik kan nu wat meer snoepen'
- want dat doet de omvang direct toenemen.
Nee, nomlaal eten, minstens een kwartier per
dag gedisciplineerd oefenen, en inderdaad na zes
weken miste ik plaatselijk zes cm! Wauw!
En dus is het nu een kwestie van volhouden.
Dat is het moeilijkste wat er bestaat, want drukte
en moeheid doen een aanval op je zelfdicipline.
Dat geldt niet alleen voor gymoefeningen, maar
voor heel veel dingen.
Bijvoorbeeld: Gods wil zoeken voor mijn leven,
vraagt de dicipline van bidden en lezen in de
Bijbel. Als ik dat alleen maar zo af en toe doe,
wanneer het mij een keertje uitkomt, dan blijft
er een lieve God over, die alles wat ik doe wel
goed vindt.
Maar als ik Hem intens zoek en mij afvraag wat
Hij zou willen of wat de Heer Jezus in dié situ-
atie zou doen, dan wordt het anders. Dan kan
dat misschien wel iets zijn dat voor mij moeilijk
is, maar als het vruchten afwerpt, dan komt
het mijn naaste en mijzelf ten goede - en het
eert Hem die er alles over had om de wil van
zijn Vader te doen. Dat is pas echt: zo Vader, zo
Zoon!

HELPERS VOOR DAVID LIVINGSTONE…
Een zendingsgenootschap was diep onder de indruk gekomen van het werk dat David Livingstone deed in Afrika. Zij schreven hem een brief en vroegen of er een goede weg was naar de plaats waar hij zich bevond. Dan zouden zij enkele zendelingen sturen om hem te komen helpen. Livingstone schreef terug: 'Als uw zendelingen alleen willen komen als er een goede weg is, dan kunnen ze beter helemaal niet komen. Ik heb zendelingen nodig die ook willen komen als er helemaal geen weg is.' Als we in de Bijbel lezen wat de apostel Paulus ervoor over heeft gehad om het evangelie te brengen, dan komen we diep onder de indruk. 'Van de Joden heb ik vijf maal veertig slagen min één ontvangen, driemaal ben ik met roeden geslagen, éénmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een nacht en dag heb ik in volle zee doorgebracht. Dikwijls op reis, in gevaren van rivieren, in gevaren van rovers, in gevaren door volksgenoten, in gevaren door de volken, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op zee, in gevaren onder valse broeders, in arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid, behalve wat van buiten komt, overvalt mij dagelijks de bezorgdheid over al de gemeenten'.
HOE EEN RUZIE WERD BIJGELEGD..HOE EEN RUZIE WERD BIJGELEGD..
Moody vertelde eens van twee zakenmensen die niet met elkaar konden opschieten en die elkaar zoveel mogelijk tegenwerkten. Eén van hen kwam tot bekering en na een tijdje kwam hij bij zijn voorganger met zijn probleem. 'Ik ben bekeerd, maar ik kan nog steeds niet met mijn collega opschieten. Wat moet ik eraan doen?' Hij kreeg van zijn voorganger dit advies: 'Je moet in het vervolg als er een klant in je winkel komt die ergens om vraagt wat je niet hebt, hem doorsturen naar je collega.' 'Dat is toch onmogelijk,' was het antwoord van de zakenman. De voorganger raadde hem aan dit bij de Here te brengen en Hem te vragen wat hij moest doen.
Dit deed de zakenman: hij bracht zijn probleem in het gebed bij de Here en na een tijdje werd hem duidelijk dat hij het advies van zijn voorganger moest opvolgen, hoe moeilijk het hem in het begin ook zou vallen. Hij besloot het te doen. En wat gebeurde er na verloop van tijd? Ook zijn collega stuurde klanten die hij niet kon helpen naar hem toe en na een tijdje werden ze vrienden en werkten ze samen.
'Laat u door het kwade niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede' (Rom. 12:21).
MIEKE MANTEL

HET GETUIGENIS VAN ARTHUR RUBINSTEINHET GETUIGENIS VAN ARTHUR RUBINSTEIN
De wereldberoemde pianist Arthur Rubinstein
beleed voor de Israëlische televisie zijn geloof in
Jezus Christus. Daardoor bracht hij Golda Meïr
en een uitgelezen gezelschap van Israëliërs in
verlegenheid. Het gebeurde in november 1973.
Mevrouw Golda Meïr interviewde de Joodse
virtuoos uit Amerika voor de televisie. Ze vroeg
hem wat de grootste gebeurtenis van zijn leven
was geweest. Hij antwoordde: 'Dat was toen
Jesjoea Hammasjiach (Jezus de Messias) in mijn
hart kwam. Van dat ogenblik af is mijn leven
veranderd. Sinds die tijd heb ik altijd vrede en
blijdschap ervaren.' Met een gezicht waarop
één en al verbazing te lezen was, viel mevrouw
Meïr achterover in haar stoel. Voor haar was het
onbegrijpelijk dat een volksgenoot (en niet de
eerste de beste) Jezus Christus als Messias en als
Heiland had aanvaard.