MIEKE MANTEL


WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
MIEKE MANTEL

'DE KONING HEEFT MIJ NIET GEZIEN''DE KONING HEEFT MIJ NIET GEZIEN'
Een koning bezocht een stad en legde daarbij ook de eerste steen voor een nieuw ziekenhuis. Duizenden schoolkinderen stonden klaar om hem welkom te heten en om voor hem te zingen. Toen de plechtigheid voorbij was, zag een onderwijzeres een klein meisje dat stond te huilen. Ze vroeg haar: 'Waarom huil je zo? Heb je de koning niet gezien?' Het meisje snikte: 'Jawel, ik heb de koning gezien, maar de koning heeft mij niet gezien!'
Hoe anders is de Here Jezus dan de beste koning en koningin van deze aarde. We mogen weten dat Hij ons allen heel persoonlijk kent en ons heel persoonlijk ziet. Hij ziet mij en Hij ziet jou. Hij heeft belangstelling voor jou en Hij wil een persoonlijke relatie met jou hebben. Hij heeft zijn leven voor jou, heel persoonlijk, gegeven. Geweldig als je mag zeggen: 'De Zoon van God heeft mij liefgehad en Hij heeft Zichzelf voor mij overgegeven' (Gal.2:20). Het is mooi als je mag weten: 'Er is een Verlosser', maar nog geweldiger als je kunt zeggen: 'Jezus, mijn Verlosser.'
BLIND ZIJN EN HET NIET BESEFFENBLIND ZIJN EN HET NIET BESEFFEN
De Romeinse filosoof Seneca schreef aan zijn vriend Luculles: 'Wij hebben een zwakzinnig kind, Harpasti, dat plotseling blind is geworden. Wat ik je nu vertel, zul je bijna niet kunnen geloven, maar het is waar. We kunnen ons kind niet uitleggen dat zij blind is geworden en dat we haar niet kunnen helpen door haar in een andere omgeving te brengen. Het dringt namelijk niet tot haar door dat ze blind is. En daarom vraagt zij aldoor aan haar verzorgster om haar naar een huis te brengen waar het niet zo donker is.' 'Het schijnt mij toe,' zo vervolgde de filosoof, 'dat wat er met haar gebeurd is, met ons allemaal gebeurd is. Niemand van ons beseft wat zijn werkelijke toestand is.' Wat deze filosoof uit de Oudheid zei, is waar. De Bijbel leert ons dat we voor onze bekering geestelijk blind waren, maar dat we het niet beseften.
Jesaja spreekt over Israël als een volk dat blind is, al heeft het ook ogen en dat doof is, al heeft het ook oren (Jes. 43:8). Tegen de gemeente van Laodicea moet de Heer zeggen: 'U weet niet dat u (...) blind bent' (Openb. 3:17). Hij raadt hun aan ogenzalf te kopen opdat zij kunnen kijken.
EEN ERFENIS EN ZELFDISCIPLINE..EEN ERFENIS EN ZELFDISCIPLINE..
Er zijn dingen die van familie op familie worden
doorgegeven: karaktertrekken of lichamelijke
kenmerken. Je kunt van je familie van alles erven:
je neus, mond of houding, je drift, je muzikali-
teit. Aan mijn moeders kant bijvoorbeeld, komt
corpulentie voor. Niet in de mannelijke lijn,
maar de dames gaan bij ons op een bepaalde
leeftijd tobben met een buikje. En ja hoor, ook
bij mij ontstond die rare vormloosheid. Ik zocht
dus een methode om het tegen te gaan. Handige
wetenschappers hebben leuke toestellen ont-
wikkeld, die 'u met maar vijf minuten oefenen
per dag in enkele weken een platte buik geven!'
Hoopvol bestelde ik dus zo'n eenvoudig toestel.
Volgens de gebruiksaanwijzing ging het om sim-
pele oefeningen: jong en oud kon het doen! En
dat was ook wel zo, maar het vergde toch wel
de uiterste concentratie om de buikspieren goed
aan te spannen. Concentratie, daar ging het om!
Niks ondertussen de radio aan en zeker geen bab-
beltje met een huisgenoot, want dan ging het op
z'n Janboerefluitjes en was het resultaat nihil. En
zeker niet denken: 'Ik kan nu wat meer snoepen'
- want dat doet de omvang direct toenemen.
Nee, nomlaal eten, minstens een kwartier per
dag gedisciplineerd oefenen, en inderdaad na zes
weken miste ik plaatselijk zes cm! Wauw!
En dus is het nu een kwestie van volhouden.
Dat is het moeilijkste wat er bestaat, want drukte
en moeheid doen een aanval op je zelfdicipline.
Dat geldt niet alleen voor gymoefeningen, maar
voor heel veel dingen.
Bijvoorbeeld: Gods wil zoeken voor mijn leven,
vraagt de dicipline van bidden en lezen in de
Bijbel. Als ik dat alleen maar zo af en toe doe,
wanneer het mij een keertje uitkomt, dan blijft
er een lieve God over, die alles wat ik doe wel
goed vindt.
Maar als ik Hem intens zoek en mij afvraag wat
Hij zou willen of wat de Heer Jezus in dié situ-
atie zou doen, dan wordt het anders. Dan kan
dat misschien wel iets zijn dat voor mij moeilijk
is, maar als het vruchten afwerpt, dan komt
het mijn naaste en mijzelf ten goede - en het
eert Hem die er alles over had om de wil van
zijn Vader te doen. Dat is pas echt: zo Vader, zo
Zoon!

HELPERS VOOR DAVID LIVINGSTONE…
Een zendingsgenootschap was diep onder de indruk gekomen van het werk dat David Livingstone deed in Afrika. Zij schreven hem een brief en vroegen of er een goede weg was naar de plaats waar hij zich bevond. Dan zouden zij enkele zendelingen sturen om hem te komen helpen. Livingstone schreef terug: 'Als uw zendelingen alleen willen komen als er een goede weg is, dan kunnen ze beter helemaal niet komen. Ik heb zendelingen nodig die ook willen komen als er helemaal geen weg is.' Als we in de Bijbel lezen wat de apostel Paulus ervoor over heeft gehad om het evangelie te brengen, dan komen we diep onder de indruk. 'Van de Joden heb ik vijf maal veertig slagen min één ontvangen, driemaal ben ik met roeden geslagen, éénmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een nacht en dag heb ik in volle zee doorgebracht. Dikwijls op reis, in gevaren van rivieren, in gevaren van rovers, in gevaren door volksgenoten, in gevaren door de volken, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op zee, in gevaren onder valse broeders, in arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid, behalve wat van buiten komt, overvalt mij dagelijks de bezorgdheid over al de gemeenten'.
HOE EEN RUZIE WERD BIJGELEGD..HOE EEN RUZIE WERD BIJGELEGD..
Moody vertelde eens van twee zakenmensen die niet met elkaar konden opschieten en die elkaar zoveel mogelijk tegenwerkten. Eén van hen kwam tot bekering en na een tijdje kwam hij bij zijn voorganger met zijn probleem. 'Ik ben bekeerd, maar ik kan nog steeds niet met mijn collega opschieten. Wat moet ik eraan doen?' Hij kreeg van zijn voorganger dit advies: 'Je moet in het vervolg als er een klant in je winkel komt die ergens om vraagt wat je niet hebt, hem doorsturen naar je collega.' 'Dat is toch onmogelijk,' was het antwoord van de zakenman. De voorganger raadde hem aan dit bij de Here te brengen en Hem te vragen wat hij moest doen.
Dit deed de zakenman: hij bracht zijn probleem in het gebed bij de Here en na een tijdje werd hem duidelijk dat hij het advies van zijn voorganger moest opvolgen, hoe moeilijk het hem in het begin ook zou vallen. Hij besloot het te doen. En wat gebeurde er na verloop van tijd? Ook zijn collega stuurde klanten die hij niet kon helpen naar hem toe en na een tijdje werden ze vrienden en werkten ze samen.
'Laat u door het kwade niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede' (Rom. 12:21).
MIEKE MANTEL

HET GETUIGENIS VAN ARTHUR RUBINSTEINHET GETUIGENIS VAN ARTHUR RUBINSTEIN
De wereldberoemde pianist Arthur Rubinstein
beleed voor de Israëlische televisie zijn geloof in
Jezus Christus. Daardoor bracht hij Golda Meïr
en een uitgelezen gezelschap van Israëliërs in
verlegenheid. Het gebeurde in november 1973.
Mevrouw Golda Meïr interviewde de Joodse
virtuoos uit Amerika voor de televisie. Ze vroeg
hem wat de grootste gebeurtenis van zijn leven
was geweest. Hij antwoordde: 'Dat was toen
Jesjoea Hammasjiach (Jezus de Messias) in mijn
hart kwam. Van dat ogenblik af is mijn leven
veranderd. Sinds die tijd heb ik altijd vrede en
blijdschap ervaren.' Met een gezicht waarop
één en al verbazing te lezen was, viel mevrouw
Meïr achterover in haar stoel. Voor haar was het
onbegrijpelijk dat een volksgenoot (en niet de
eerste de beste) Jezus Christus als Messias en als
Heiland had aanvaard.

UIT DE JEUGD VAN MOODY…
Toen Dwight L. Moody nog als een arme, haveloze jongen door de straten van Chicago zwierf, kwam hij op de een of andere manier terecht in een zondagsschool. Hij was heel verlegen, zenuwachtig en bang dat de andere jongens hem zouden uitlachen als zij zouden merken dat hij de teksten in de Bijbel niet kon vinden. De onderwijzer was een eenvoudige man, maar wel een man vol liefde en begrip voor kinderen. Hij merkte de verlegenheid van deze haveloze jongen en hij hielp hem zonder dat het de andere kinderen opviel. Zo voelde de jongen zich hier thuis, hij bleef komen. Mede door de liefde en sympathie van deze eenvoudige zondagsschoolonderwijzer leerde Moody de Here Jezus kennen. Hij mocht later veel voor de Here Jezus betekenen en is tot zegen geweest voor heel veel mensen.
DE ACACIADE ACACIA
Kent u de acacia? Pas in mei verschijnen de bladeren aan de acacia. De koepelvormige kroon is dan een prachtig herkenningsmiddel. De acacia in Nederland draagt eigenlijk ten onrechte zijn naam. Het is de zogenaamde 'valse acacia'. De echte acacia komt in de Arabische woestijn voor. In de Bijbel heet zij de sittimboom. Het hout van de echte en van de 'valse' acacia is bijzonder hard en houdbaar. Geen wonder dat de acacia 'de eeuwige boom' wordt genoemd.
Bij de heffing die aan Israël opgelegd werd voor de bouw van de tabernakel was niet alleen goud en zilver, purper, linnen en scharlaken, maar ook acaciahout. De ark, de draagstokken, de tafel van de toonbroden, ze werden allemaal gemaakt van acaciahout. Alles in de tabernakel wees heen naar de eeuwige Zoon, die door zijn dood allen die geloven eeuwig leven zou bereiden. Was er beter hout denkbaar dan dat van 'de eeuwige boom' om dit uit te beelden?

BIDDEN LANGS EEN OMWEG….
Waarom verhoort God nu niet gewoon onmid-
dellijk alle gebeden terstond? Waarom kan op
'bidden' niet gewoon direct 'ontvangen' volgen?
Het blijft me achtervolgen, maar ik heb er
ook deels een antwoord op gekregen. Voor
Hem is het niet nodig om zoveel omwegen te
gaan. Voor ons wel. Onze ziel heeft het nodig,
gedwongen te worden om er niet met een los
schietgebedje vanaf te komen. Anders zouden
we van het bidden iets zakelijks maken, een
soort boodschappen doen. Maar God neemt
ons veel serieuzer. Als Hij onze gebeden niet
verhoort, is dat vaak opdat we zouden zoeken
en vinden. En als we niets vinden, en bij een
gesloten deur terecht komen, is dat vaak opdat
we zouden kloppen. Een omweg, ja. Maar via
die omweg nemen we een extra zegen mee.
Zoals Simson, die even een omweg ging, zonder
zijn ouders, een leeuw tegenkwam waartegen hij
moest vechten - en op de terugweg was er een
bijenzwerm en honing in. Spijze ging uit van de
eter, en zoetigheid van de sterke. Dat is een raad-
sel dat je alleen maar begrijpt als je het zelf hebt
meegemaakt. Zonder strijd komt het niet tot de
door God bedoelde zegen.

DOCUMENTENDOCUMENTEN
Wettelijke documenten zijn alles in onze maatschappij. Als je trouwt, krijg je een trouwboekje. Als je een huis koopt, krijg je een bewijs van eigendomsrecht. Als je een auto koopt, krijg je registratiepapieren. God geeft ons ook een bewijs van ons zoonschap, en het is belangrijker en bindender dan welk vel papier dan ook: iedere dag en ieder uur zegt de Heilige Geest met onze geest dat wij aan God toebehoren.
God wil niet dat wij ons afvragen hoe we er bij Hem voorstaan (Rom. 8:16); de Bijbel stelt heel duidelijk dat de Heer werkelijkheid voor je wordt wanneer je je hart aan Hem geeft, en dat je het weet als je aan Hem toebehoort
(2 Kor. 1:22, Ef. 1:13-14).
PANIEKZAAIERS GEVRAAGDPANIEKZAAIERS GEVRAAGD
In de 12e eeuw leefde er een opmerkelijk figuur: Franciscus van Assisi.
Hoewel opgegroeid als een rijkeluiszoontje, heeft hij bewust en radicaal gekozen om zonder bezittingen te leven. Het staat op een schilderij uit die tijd, Franciscus in z'n twaalfde eeuwse blote achterwerk voor de ogen van zijn vader en de bisschop. Weg met die rijke merkkleding! Niets bezitten, niets hoeven te verdedigen....geen zorgen hebben over je bezit.
Hij koos radicaal om in de voetsporen van Jezus te gaan. Hij zette zich in voor de armen, zieken, dieren, eigenlijk heel Gods schepping.
En voor vrede!
Hij vond dat er verzoend - in plaats van uitgevochten moest worden. Met de kruistochten was hij meegereisd en in het kamp van de zgn. 'christelijke' ridders zaaide hij danig paniek.
Wie was die vreemde vogel uit Assisi, die armoedzaaier?
Hij wilde namelijk in zijn eentje door de vijandige linies, de legers van de moslims, om naar het hoofd van de vijand te gaan. Want hij wilde naar die sultan om het evangelie te vertellen. De mensen verklaarden hem voor gek! Generaals zullen wel de haren uit hun hoofd hebben getrokken: Die zot had nooit in een legerplaats mogen komen. Toch bleef Franciscus koppig volhouden. Die sultan was toch ook een door
God gemaakt mens en had dus het recht het goede nieuws van Jezus te horen. En niemand kon hem van dat idee afhouden. Hij ging!
Bij de sultan aangekomen, vertelde hij het evangelie. De sultan hoorde hem verbaasd en verrast aan. Misschien dacht hij wel: waren al die volgelingen
van Jezus maar zo...!
Franciscus zorgde voor paniek binnen de gevestigde christelijke orde. Hij gooide heilige huisjes en vijandsbeelden omver vanuit de liefde. De liefde van Jezus en de liefde voor zijn medeschepselen.
Zulke paniekzaaiers kunnen we nog steeds hard gebruiken.........
Wederom geboren worden
O God, wie is U gelijk?O God, wie is U gelijk?
Ps. 71:19
Deze psalm is het loflied van een gelovige die
heeft leren schuilen bij de Heer. Het leven als
gelovige is niet gemakkelijker dan dat van
ongelovigen. Moeiten en zorgen blijven ons
echt niet bespaard. Maar temidden van deze
zorgen wil Hij ons laten ervaren dat God bij
ons is. Hij heeft onze ziel verlost, toen wij in
geloof tot Hem kwamen. Hij wil ons ook elke
dag verlossing bieden, wanneer wij de weg van
het geloof bewandelen in een wereld die God en
zijn volk vijandig gezind is. We mogen het met
vs. l uitjubelen: 'Wie bij de Heer schuilt, zal niet
beschaamd uitkomen!'
Als het goed is, zal ons leven niet onopgemerkt
voorbijgaan. De mensen om ons heen zullen
merken dat wij, ondanks de moeiten en zorgen
van het leven, overeind blijven. Wanneer zij
zich daarover verwonderen, zouden wij hun
moeten vertellen dat wij uit onszelf helemaal
niet zo sterk zijn; wij hebben echter een machti-
ge toevlucht (vs. 7). De Heer Zelf is onze rots (vs.
3). Het gaat niet om ons, het gaat om Hem! Ons
leven zou erop gericht moeten zijn, te getuigen
van de wonderen van God. God is immers altijd
toereikend, in elke fase van ons leven: wanneer
wij jong en vol idealen zijn, maar ook wanneer
wij oud worden en niet zoveel meer te verwach-
ten hebben (zie vs. 17 en 18). Naarmate wij
ouder worden, zijn wij niet meer zo vol van ons-
zelf en gaan wij meer beseffen wat God elke dag
voor ons doet. Dan mag onze ziel stil worden
voor zijn aangezicht en vol bewondering fluiste-
ren: 'O God, wie is U gelijk?'
MIEKE MANTEL

LEVEN IN OVERVLOED.LEVEN IN OVERVLOED.
'Het leven in overvloed dat Jezus geeft, bestaat
niet uit wat wij doorgaans de zegeningen van
het leven noemen, ondanks alles wat u te vaak
van de kansel hebt gehoord of in te veel boeken
hebt gelezen. Zegeningen zijn goed, maar ze
zijn niet voldoende. Niet voor uw ziel. En dat u
een ziel hebt, dat weet u. U bent ziel, geschapen
door God, voor God, om u in God te bevinden
en dan uw leven te leven door God.
Misschien is het nooit eerder tot u doorgedron-
gen dat wat u ontbreekt het gedeeltelijke genie-
ten van God is - niet meer gehoorzaamheid,
niet meer discipline, niet meer zegeningen, niet
een grotere bediening, niet meer emotionele
geborgenheid, niet meer gebed, niet meer eigen-
waarde.
Wat er aan uw leven ontbreekt, is een zuivere,
diepe ervaring van de tegenwoordigheid van
God, een ervaring die u in het diepst van uw ziel
mag genieten.'
Larry Crabb
uit: 'De druk van de ketel - leven kan ook
anders'
EIGEN EER ZOEKENEIGEN EER ZOEKEN
Een Egyptische architect kreeg de opdracht van
een Farao aan de monding van de Ni j l een vuur-
toren te bouwen. Op een rots die daarvoor zorg-
vuldig was uitgekozen bouwde Cnidus, de archi-
tect, een prachtige vuurtoren. Aan de voet van
de vuurtoren was in het cement de naam van de
Farao gegraveerd. Na verloop van jaren had de
wind en de regen de bovenste laag cement doen
verdwijnen en de naam van de Farao was niet
meer te lezen. Toen ontdekte men dat de sluwe
Cnidus daaronder - onuitwisbaar - zijn eigen
naam in het graniet had gebeiteld.
Zo wordt ook veel christelijk werk schijnbaar tot
eer van God gedaan. Maar als de daaronder lig-
gende motieven tevoorschijn komen, blijkt vaak
dat onze eigen eer de drijfveer was van onze
daden.
Ik zal Mij ontfermen over wie Ik
Ik zal Mij ontfermen over wie Ik
Mij ontferm.
Rom. 9:15
Vandaag lezen wij een klein gedeelte, dat op het
eerste gezicht erg moeilijk lijkt. God kan Zich
over een mens ontfermen of hem verharden.
Van dit laatste is Farao in het boek Exodus een
voorbeeld. Is dit niet erg onrechtvaardig? Als
God -hem verhardt, wat valt Farao dan nog te
verwijten? Maar het ligt anders: Farao wilde niet
naar God luisteren. Juist omdat hij God weer-
staat, wordt hij verhard. God heeft nog nooit
een berouwvolle zondaar verhard. Natuurlijk
niet. Hij ontfermt Zich juist over zondaars en
trekt hen tot Zich. Zij komen niet in de hel,
maar voor de genadetroon van Jezus Christus.
Een geweldig bewijs van Gods grote liefde en
genade.
DE ROEPING VAN MOZES
Mozes trekt met zijn kudde schapen door de
woestijn. Hier in Midjan, waar hij veertig jaar
geleden op zijn vlucht voor de Farao van Egypte
terecht is gekomen, heeft hij een gezin gesticht,
hier is hij gelukkig. En dan is er de ontmoeting
met God, vanuit een brandende braamstruik.
God roept de herinnering in Mozes wakker aan
zijn volk, levend onder de verdrukking van een
nieuwe Farao. In zijn jonge jaren leefde de hun-
kering in Mozes zijn volk te redden. Het leidde
hem tot onbedachtzame daden. Nu is de vlam
in hem gedoofd, en leeft enkel nog het verlan-
gen naar rust. Maar God roept Mozes terug naar
Egypte. Hij roept hem om het volk uit Egypte te
leiden.
Dan breekt het verzet in Mozes open. 'Wie ben
ik, dat ik dat doen zou? Ik ben niet bekwaam.
Och Heer, zend toch iemand anders.'
Maar God zal zijn plan met Mozes ten uitvoer
brengen. Hiertoe heeft Hij hem gered uit het
water van de Nijl. Hij zendt Mozes terug naar
Egypte. God geeft hem wél iets mee. Niet alleen
de steun van zijn broer Aaron; ook: 'Ik ben
immers met u.' Dan volgt Mozes de weg die God
hem wijst.
De weg die Mozes met het volk gelopen heeft
door de woestijn, is een zware weg geweest.
Maar God heeft Mozes' leven zo rijk gemaakt.
Hij heeft het volk mogen brengen tot aan de
poorten van het beloofde land. God ging met
hem mee. 'Ik ben die Ik ben.' Met die naam
mogen wij God aanroepen in ons leven. Het
is een naam vol majesteit. Die naam staat borg
voor Gods trouw, zijn liefde, zijn aanwezigheid.
In die naam ligt Gods heil besloten, waarin Hij
ons opneemt.
Onder de zegen van die naam mogen wij onze
taak in het leven op ons nemen. Soms worden
we geroepen om een zieke te verzorgen, en voe-
len wij ons misschien beknot in onze vrijheid.
Een gehandicapt kind kan ons toevertrouwd
worden. Wij kunnen alleen komen te staan voor
de opvoeding van de kinderen. Wij kunnen een
functie bekleden waarvan de verantwoordelijk-
heid ons drukt. Hoe vaak vragen wij: Waarom
moet ik het zijn, die dit op mij moet nemen?
Maar tot welke taak wij ook geroepen worden,
God zal zijn naam in ons leven waar maken: 'Ik
ben die Ik ben.' Ik zal er bij zijn. In die naam ligt
onze kracht en onze rijkdom.