God heeft mij de taak gegeven om jullie geloof op te bouwen.
Daarom zeg ik tegen jullie allemaal: vind jezelf niet belangrijker dan je bent.
Wees bescheiden.
Gedraag je op een manier die past bij de hoeveelheid geloof die God jou op dit moment heeft gegeven.
Die hoeveelheid is bij iedereen verschillend. [ Je zou het zó kunnen zeggen: ] Eén lichaam heeft veel lichaamsdelen, en die lichaamsdelen doen niet allemaal hetzelfde soort werk.
zo zijn wij met elkaar ook één lichaam in Christus.
Wij zijn allemaal verschillende lichaamsdelen van dat ene lichaam.
We hebben allemaal [ van God ] verschillende gaven gekregen.
Voor elke gave geeft God ons zijn hulp.
7Wie de gave heeft gekregen om te profeteren, heeft die gave gekregen afhankelijk van de hoeveelheid geloof die hij heeft.
Wie de gave heeft gekregen om andere mensen te dienen, krijgt Gods hulp om te dienen.
Wie de gave heeft gekregen om les te geven [ in het woord ], krijgt Gods hulp om les te geven.
Wie de gave heeft gekregen om andere gelovigen aan te moedigen [ in het geloof ], krijgt Gods hulp om dat te doen.
Wie de gave heeft gekregen om te geven, krijgt Gods hulp om dat bescheiden te doen.
Wie de gave heeft gekregen om leiding te geven, krijgt Gods hulp om daar ook zijn uiterste best in te doen.
Wie de gave heeft gekregen om andere mensen te helpen, krijgt Gods hulp om dat blij te doen.
ROMEINEN 12.3-8
Stel, je gaat in putje zomer een weide in die niet bezaaid of vertrapt is. Alles groeit door elkaar en het is er een weelde van wilde bloemen.
En je begint te plukken, bloem per bloem, niet te fel kijkend of ze bij elkaar horen, je plukt gewoon.
Tot je een goeie dikke sappige bloementuil hebt. Thuis aangekomen knip je alles zo’n beetje op lengte en je plaatst het geheel in een vaas. Doorgaans is dat een prachtig resultaat;
Neem dat die bloementuil bestaat uit een vijftigtal bloemen, je zal merken dat geen enkele bloem hetzelfde is.
Misschien zitten er tussen van dezelfde soort, of die dezelfde naam dragen, maar allen zijn ze verschillend.
Er zijn er die opvallen, die door hun kleur en uitzien er figuurlijk bovenuit steken, er zijn er die bijna niet opvallen door hun bescheiden kleurtje of kleinheid, er zijn er die amper bloem zijn – meer een stengel dan bloem, er zijn er die volop in bloei staan en anderen geven meer een verdroogd uitzicht, enz… En toch is het één geheel.
Stel dat je er één bloem zou uitnemen. Je kan die dan bewonderen maar je zal al snel de volheid van de tuil missen.
Ze hoort wezenlijk bij de anderen en heeft haar eigen specifieke bijdrage in het geheel. Zelfs de meest bescheiden bloemen hebben hun bijdrage aan de tuil.
En zo is het ook met ons, mensen.
Een mens op zich is mooi, maar hoort wezenlijk bij de grotere gemeenschap.
Neem hem weg van de gemeenschap en hij zal verdorren.
Elke mens heeft zijn specifieke bijdrage aan het geheel.
Zelfs de meest zwakken geven voeding aan de gemeenschap omdat ze vanuit hun ‘zijn’ de gemeenschap oproepen en voeden tot dienstbaarheid. We hebben elkaar wezenlijk nodig.
We zijn allen één lichaam in Christus, schrijft Paulus..
Wij allen, u en ik, wij samen, zijn geroepen om ieder individueel, én als gemeenschap, Christus te belichamen, door vanuit zijn liefde zijn liefde te zijn, door zijn liefde te dragen en haar uit te dragen, ieder met zijn gave, ieder ten volle.
En graag met de blijheid en de eenvoud van het evangelie.