MIEKE MANTEL


WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
MIEKE MANTEL

HET GETUIGENIS VAN ARTHUR RUBINSTEINHET GETUIGENIS VAN ARTHUR RUBINSTEIN
De wereldberoemde pianist Arthur Rubinstein
beleed voor de Israëlische televisie zijn geloof in
Jezus Christus. Daardoor bracht hij Golda Meïr
en een uitgelezen gezelschap van Israëliërs in
verlegenheid. Het gebeurde in november 1973.
Mevrouw Golda Meïr interviewde de Joodse
virtuoos uit Amerika voor de televisie. Ze vroeg
hem wat de grootste gebeurtenis van zijn leven
was geweest. Hij antwoordde: 'Dat was toen
Jesjoea Hammasjiach (Jezus de Messias) in mijn
hart kwam. Van dat ogenblik af is mijn leven
veranderd. Sinds die tijd heb ik altijd vrede en
blijdschap ervaren.' Met een gezicht waarop
één en al verbazing te lezen was, viel mevrouw
Meïr achterover in haar stoel. Voor haar was het
onbegrijpelijk dat een volksgenoot (en niet de
eerste de beste) Jezus Christus als Messias en als
Heiland had aanvaard.

UIT DE JEUGD VAN MOODY…
Toen Dwight L. Moody nog als een arme, haveloze jongen door de straten van Chicago zwierf, kwam hij op de een of andere manier terecht in een zondagsschool. Hij was heel verlegen, zenuwachtig en bang dat de andere jongens hem zouden uitlachen als zij zouden merken dat hij de teksten in de Bijbel niet kon vinden. De onderwijzer was een eenvoudige man, maar wel een man vol liefde en begrip voor kinderen. Hij merkte de verlegenheid van deze haveloze jongen en hij hielp hem zonder dat het de andere kinderen opviel. Zo voelde de jongen zich hier thuis, hij bleef komen. Mede door de liefde en sympathie van deze eenvoudige zondagsschoolonderwijzer leerde Moody de Here Jezus kennen. Hij mocht later veel voor de Here Jezus betekenen en is tot zegen geweest voor heel veel mensen.
DE ACACIADE ACACIA
Kent u de acacia? Pas in mei verschijnen de bladeren aan de acacia. De koepelvormige kroon is dan een prachtig herkenningsmiddel. De acacia in Nederland draagt eigenlijk ten onrechte zijn naam. Het is de zogenaamde 'valse acacia'. De echte acacia komt in de Arabische woestijn voor. In de Bijbel heet zij de sittimboom. Het hout van de echte en van de 'valse' acacia is bijzonder hard en houdbaar. Geen wonder dat de acacia 'de eeuwige boom' wordt genoemd.
Bij de heffing die aan Israël opgelegd werd voor de bouw van de tabernakel was niet alleen goud en zilver, purper, linnen en scharlaken, maar ook acaciahout. De ark, de draagstokken, de tafel van de toonbroden, ze werden allemaal gemaakt van acaciahout. Alles in de tabernakel wees heen naar de eeuwige Zoon, die door zijn dood allen die geloven eeuwig leven zou bereiden. Was er beter hout denkbaar dan dat van 'de eeuwige boom' om dit uit te beelden?

BIDDEN LANGS EEN OMWEG….
Waarom verhoort God nu niet gewoon onmid-
dellijk alle gebeden terstond? Waarom kan op
'bidden' niet gewoon direct 'ontvangen' volgen?
Het blijft me achtervolgen, maar ik heb er
ook deels een antwoord op gekregen. Voor
Hem is het niet nodig om zoveel omwegen te
gaan. Voor ons wel. Onze ziel heeft het nodig,
gedwongen te worden om er niet met een los
schietgebedje vanaf te komen. Anders zouden
we van het bidden iets zakelijks maken, een
soort boodschappen doen. Maar God neemt
ons veel serieuzer. Als Hij onze gebeden niet
verhoort, is dat vaak opdat we zouden zoeken
en vinden. En als we niets vinden, en bij een
gesloten deur terecht komen, is dat vaak opdat
we zouden kloppen. Een omweg, ja. Maar via
die omweg nemen we een extra zegen mee.
Zoals Simson, die even een omweg ging, zonder
zijn ouders, een leeuw tegenkwam waartegen hij
moest vechten - en op de terugweg was er een
bijenzwerm en honing in. Spijze ging uit van de
eter, en zoetigheid van de sterke. Dat is een raad-
sel dat je alleen maar begrijpt als je het zelf hebt
meegemaakt. Zonder strijd komt het niet tot de
door God bedoelde zegen.

DOCUMENTENDOCUMENTEN
Wettelijke documenten zijn alles in onze maatschappij. Als je trouwt, krijg je een trouwboekje. Als je een huis koopt, krijg je een bewijs van eigendomsrecht. Als je een auto koopt, krijg je registratiepapieren. God geeft ons ook een bewijs van ons zoonschap, en het is belangrijker en bindender dan welk vel papier dan ook: iedere dag en ieder uur zegt de Heilige Geest met onze geest dat wij aan God toebehoren.
God wil niet dat wij ons afvragen hoe we er bij Hem voorstaan (Rom. 8:16); de Bijbel stelt heel duidelijk dat de Heer werkelijkheid voor je wordt wanneer je je hart aan Hem geeft, en dat je het weet als je aan Hem toebehoort
(2 Kor. 1:22, Ef. 1:13-14).
PANIEKZAAIERS GEVRAAGDPANIEKZAAIERS GEVRAAGD
In de 12e eeuw leefde er een opmerkelijk figuur: Franciscus van Assisi.
Hoewel opgegroeid als een rijkeluiszoontje, heeft hij bewust en radicaal gekozen om zonder bezittingen te leven. Het staat op een schilderij uit die tijd, Franciscus in z'n twaalfde eeuwse blote achterwerk voor de ogen van zijn vader en de bisschop. Weg met die rijke merkkleding! Niets bezitten, niets hoeven te verdedigen....geen zorgen hebben over je bezit.
Hij koos radicaal om in de voetsporen van Jezus te gaan. Hij zette zich in voor de armen, zieken, dieren, eigenlijk heel Gods schepping.
En voor vrede!
Hij vond dat er verzoend - in plaats van uitgevochten moest worden. Met de kruistochten was hij meegereisd en in het kamp van de zgn. 'christelijke' ridders zaaide hij danig paniek.
Wie was die vreemde vogel uit Assisi, die armoedzaaier?
Hij wilde namelijk in zijn eentje door de vijandige linies, de legers van de moslims, om naar het hoofd van de vijand te gaan. Want hij wilde naar die sultan om het evangelie te vertellen. De mensen verklaarden hem voor gek! Generaals zullen wel de haren uit hun hoofd hebben getrokken: Die zot had nooit in een legerplaats mogen komen. Toch bleef Franciscus koppig volhouden. Die sultan was toch ook een door
God gemaakt mens en had dus het recht het goede nieuws van Jezus te horen. En niemand kon hem van dat idee afhouden. Hij ging!
Bij de sultan aangekomen, vertelde hij het evangelie. De sultan hoorde hem verbaasd en verrast aan. Misschien dacht hij wel: waren al die volgelingen
van Jezus maar zo...!
Franciscus zorgde voor paniek binnen de gevestigde christelijke orde. Hij gooide heilige huisjes en vijandsbeelden omver vanuit de liefde. De liefde van Jezus en de liefde voor zijn medeschepselen.
Zulke paniekzaaiers kunnen we nog steeds hard gebruiken.........
Wederom geboren worden
O God, wie is U gelijk?O God, wie is U gelijk?
Ps. 71:19
Deze psalm is het loflied van een gelovige die
heeft leren schuilen bij de Heer. Het leven als
gelovige is niet gemakkelijker dan dat van
ongelovigen. Moeiten en zorgen blijven ons
echt niet bespaard. Maar temidden van deze
zorgen wil Hij ons laten ervaren dat God bij
ons is. Hij heeft onze ziel verlost, toen wij in
geloof tot Hem kwamen. Hij wil ons ook elke
dag verlossing bieden, wanneer wij de weg van
het geloof bewandelen in een wereld die God en
zijn volk vijandig gezind is. We mogen het met
vs. l uitjubelen: 'Wie bij de Heer schuilt, zal niet
beschaamd uitkomen!'
Als het goed is, zal ons leven niet onopgemerkt
voorbijgaan. De mensen om ons heen zullen
merken dat wij, ondanks de moeiten en zorgen
van het leven, overeind blijven. Wanneer zij
zich daarover verwonderen, zouden wij hun
moeten vertellen dat wij uit onszelf helemaal
niet zo sterk zijn; wij hebben echter een machti-
ge toevlucht (vs. 7). De Heer Zelf is onze rots (vs.
3). Het gaat niet om ons, het gaat om Hem! Ons
leven zou erop gericht moeten zijn, te getuigen
van de wonderen van God. God is immers altijd
toereikend, in elke fase van ons leven: wanneer
wij jong en vol idealen zijn, maar ook wanneer
wij oud worden en niet zoveel meer te verwach-
ten hebben (zie vs. 17 en 18). Naarmate wij
ouder worden, zijn wij niet meer zo vol van ons-
zelf en gaan wij meer beseffen wat God elke dag
voor ons doet. Dan mag onze ziel stil worden
voor zijn aangezicht en vol bewondering fluiste-
ren: 'O God, wie is U gelijk?'
MIEKE MANTEL

LEVEN IN OVERVLOED.LEVEN IN OVERVLOED.
'Het leven in overvloed dat Jezus geeft, bestaat
niet uit wat wij doorgaans de zegeningen van
het leven noemen, ondanks alles wat u te vaak
van de kansel hebt gehoord of in te veel boeken
hebt gelezen. Zegeningen zijn goed, maar ze
zijn niet voldoende. Niet voor uw ziel. En dat u
een ziel hebt, dat weet u. U bent ziel, geschapen
door God, voor God, om u in God te bevinden
en dan uw leven te leven door God.
Misschien is het nooit eerder tot u doorgedron-
gen dat wat u ontbreekt het gedeeltelijke genie-
ten van God is - niet meer gehoorzaamheid,
niet meer discipline, niet meer zegeningen, niet
een grotere bediening, niet meer emotionele
geborgenheid, niet meer gebed, niet meer eigen-
waarde.
Wat er aan uw leven ontbreekt, is een zuivere,
diepe ervaring van de tegenwoordigheid van
God, een ervaring die u in het diepst van uw ziel
mag genieten.'
Larry Crabb
uit: 'De druk van de ketel - leven kan ook
anders'
EIGEN EER ZOEKENEIGEN EER ZOEKEN
Een Egyptische architect kreeg de opdracht van
een Farao aan de monding van de Ni j l een vuur-
toren te bouwen. Op een rots die daarvoor zorg-
vuldig was uitgekozen bouwde Cnidus, de archi-
tect, een prachtige vuurtoren. Aan de voet van
de vuurtoren was in het cement de naam van de
Farao gegraveerd. Na verloop van jaren had de
wind en de regen de bovenste laag cement doen
verdwijnen en de naam van de Farao was niet
meer te lezen. Toen ontdekte men dat de sluwe
Cnidus daaronder - onuitwisbaar - zijn eigen
naam in het graniet had gebeiteld.
Zo wordt ook veel christelijk werk schijnbaar tot
eer van God gedaan. Maar als de daaronder lig-
gende motieven tevoorschijn komen, blijkt vaak
dat onze eigen eer de drijfveer was van onze
daden.
Ik zal Mij ontfermen over wie Ik
Ik zal Mij ontfermen over wie Ik
Mij ontferm.
Rom. 9:15
Vandaag lezen wij een klein gedeelte, dat op het
eerste gezicht erg moeilijk lijkt. God kan Zich
over een mens ontfermen of hem verharden.
Van dit laatste is Farao in het boek Exodus een
voorbeeld. Is dit niet erg onrechtvaardig? Als
God -hem verhardt, wat valt Farao dan nog te
verwijten? Maar het ligt anders: Farao wilde niet
naar God luisteren. Juist omdat hij God weer-
staat, wordt hij verhard. God heeft nog nooit
een berouwvolle zondaar verhard. Natuurlijk
niet. Hij ontfermt Zich juist over zondaars en
trekt hen tot Zich. Zij komen niet in de hel,
maar voor de genadetroon van Jezus Christus.
Een geweldig bewijs van Gods grote liefde en
genade.
DE ROEPING VAN MOZES
Mozes trekt met zijn kudde schapen door de
woestijn. Hier in Midjan, waar hij veertig jaar
geleden op zijn vlucht voor de Farao van Egypte
terecht is gekomen, heeft hij een gezin gesticht,
hier is hij gelukkig. En dan is er de ontmoeting
met God, vanuit een brandende braamstruik.
God roept de herinnering in Mozes wakker aan
zijn volk, levend onder de verdrukking van een
nieuwe Farao. In zijn jonge jaren leefde de hun-
kering in Mozes zijn volk te redden. Het leidde
hem tot onbedachtzame daden. Nu is de vlam
in hem gedoofd, en leeft enkel nog het verlan-
gen naar rust. Maar God roept Mozes terug naar
Egypte. Hij roept hem om het volk uit Egypte te
leiden.
Dan breekt het verzet in Mozes open. 'Wie ben
ik, dat ik dat doen zou? Ik ben niet bekwaam.
Och Heer, zend toch iemand anders.'
Maar God zal zijn plan met Mozes ten uitvoer
brengen. Hiertoe heeft Hij hem gered uit het
water van de Nijl. Hij zendt Mozes terug naar
Egypte. God geeft hem wél iets mee. Niet alleen
de steun van zijn broer Aaron; ook: 'Ik ben
immers met u.' Dan volgt Mozes de weg die God
hem wijst.
De weg die Mozes met het volk gelopen heeft
door de woestijn, is een zware weg geweest.
Maar God heeft Mozes' leven zo rijk gemaakt.
Hij heeft het volk mogen brengen tot aan de
poorten van het beloofde land. God ging met
hem mee. 'Ik ben die Ik ben.' Met die naam
mogen wij God aanroepen in ons leven. Het
is een naam vol majesteit. Die naam staat borg
voor Gods trouw, zijn liefde, zijn aanwezigheid.
In die naam ligt Gods heil besloten, waarin Hij
ons opneemt.
Onder de zegen van die naam mogen wij onze
taak in het leven op ons nemen. Soms worden
we geroepen om een zieke te verzorgen, en voe-
len wij ons misschien beknot in onze vrijheid.
Een gehandicapt kind kan ons toevertrouwd
worden. Wij kunnen alleen komen te staan voor
de opvoeding van de kinderen. Wij kunnen een
functie bekleden waarvan de verantwoordelijk-
heid ons drukt. Hoe vaak vragen wij: Waarom
moet ik het zijn, die dit op mij moet nemen?
Maar tot welke taak wij ook geroepen worden,
God zal zijn naam in ons leven waar maken: 'Ik
ben die Ik ben.' Ik zal er bij zijn. In die naam ligt
onze kracht en onze rijkdom.
Een van de belangrijkste verantwoordelijkhedenEen van de belangrijkste verantwoordelijkheden
in het christenleven is zich het lot van anderen
aan te trekken - hen met een glimlach tegemoet
te treden en een vriend te zijn voor mensen
zonder vrienden. God wil jou gebruiken om zijn
andere kinderen te helpen.
'En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voor-
waar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze
mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij
gedaan.'
Matth. 25:40 NBG
(Dobson)
IEMAND IS HET VERGETEN.IEMAND IS HET VERGETEN.
Een armoedig geklede jongen stond op straat en
riep: Tk ben koud en ik heb honger!' Een vreem-
deling sprak hem aan en zei: 'Geloof je dat God
voor je kan zorgen?' Ja, dat geloof ik', zei de
jongen vol overtuiging. 'Waarom stuurt Hij dan
niet iemand om je kleren en eten te geven?'
Hierop antwoordde de arme jongen: 'Mijnheer,
ik wéét dat God tegen iemand gezegd heeft dit
te doen, maar ik denk dat diegene het vergeten
is.'
Wat zegt Jakobus hiervan? 'Broeders, wat voor
zin heeft het te zeggen dat u christen bent als
dat niet blijkt uit wat u voor anderen doet? Kunt
u door zo'n geloof gered worden? Als uw vriend
niet genoeg te eten krijgt en bijna geen kleren
heeft en u zegt tegen hem: "Het beste ermee,
hoor! Vat geen kou en zorg dat je niet verhon-
gert", is dat toch zinloos, als u hem niet geeft
wat hij nodig heeft'
Jak. 2:14-16).
ZEEP EN EVANGELIEZEEP EN EVANGELIE
We zien tegenwoordig een vreemde paradox in de wereld. Terwijl we aan de ene kant een geestelijke opwekking zien, lijkt er aan de andere kant ook een toename te zijn in goddeloosheid. Er wordt vaak spottend gezegd: "Het evangelie heeft zijn kracht verloren". Terwijl duizenden Christus belijden, gebeurt er niet veel.Maar dat is niet de schuld van het evangelie. Veel mensen noemen zich christen maar zijn in feite niet wedergeboren.
Een evangelist ontmoette op straat de eigenaar van een grote zeepfabriek. In het gesprek dat ontstond, zei de fabriekseigenaar: "Dat evangelie dat jij brengt stelt niet veel voor, want er zijn nog een massa slechte mensen." De evangelist zag dichtbij een kind dat zandtaartjes maakte van modder. De kleuter zat van top tot teen onder de modder. Hij zei tegen zijn vriend: "Die zeep van jou stelt niet veel voor, want er is nog een heleboel vuil in de wereld. Kijk maar." De man antwoordde: "Nou, het helpt natuurlijk alleen maar als je het gebruikt." "Precies!" zei de evangelist veelbetekenend.
GERED VAN EEN MISSTAPGERED VAN EEN MISSTAP
Toen Sir James Thornhill bezig was het koepel-
dak van de beroemde St. PauFs Cathedral in
Londen te beschilderen, moest hij werken op
een steiger, heel hoog in de lucht.
Op een dag, toen hij een detail waaraan hij
dagenlang met de grootste zorg had gewerkt, af
had, stopte hij even om zijn werk nauwkeurig te
bekijken. Vol aandacht keek hij. Heel langzaam
ging hij een paar stappen achteruit, totdat hij
op de rand van de steiger stond. Nog één stap
en hij zou te pletter vallen. Een andere kunste-
naar die het gevaar zag waarin hij verkeerde,
maakte met zijn verfkwast een lange streep over
het kunstwerk. Woedend sprong Thornhill naar
voren. Maar toen zijn collega hem had uitgelegd
aan welk gevaar hij ontsnapt was, was hij hem
uiterst dankbaar.
Ook wij kunnen soms de wegen die God met
ons gaat niet begrijpen. Het kan zo moeilijk zijn
om tóch te vertrouwen op zijn wijsheid en lief-
de: 'Schijnen mij uw wegen duister, zie ik vraag
u niet waarom...' Vaak zien we Gods liefdevolle
zorg pas achteraf.
DE MEESTER EN DE VIOOLDE MEESTER EN DE VIOOL
Een rijke Engelsman had in zijn verzameling
van kostbaarheden een heel bijzondere viool.
Fritz Kreisler, een. beroemde musicus, wilde deze
kostbare viool graag hebben. Maar de eigenaar
weigerde het instrument aan hem te verkopen.
Daarop vroeg Kreisler of hij dan slechts één keer
op het instrument mocht spelen. Dat mocht
wel. Met een bevende hand stemde de kunste-
naar het instrument en begon toen te spelen.
Hij speelde zoals alleen een kunstenaar kan spe-
len. Hij legde zijn hart in de muziek. De eigenaar
van de viool luisterde ademloos toe. Hij had nog
nooit zulke prachtige muziek gehoord. Hij zei
geen woord. Toen de kunstenaar stopte met spe-
len en de viool heel voorzichtig terug legde in
de antieke kist, zei hij: 'Neemt u het instrument
maar. Ik heb geen recht het voor mezelf te hou-
den. Het behoort u toe, omdat alleen u er zo op
kunt spelen!'
Behoort uw en mijn leven ook niet toe aan onze
Schepper, Die als enige weet hoe wij tot volle
ontplooiing kunnen komen?
Unto thee o LORD
