Mieke Mantel

Mieke Mantel

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Mieke Mantel
Mieke Mantel

Om hem rust te verlenen van deOm hem rust te verlenen van de
dagen des onheils.
Ps. 94:13
Vandaag een les over de Israëlieten op weg naar
het beloofde land. 'Nooit zullen zij in mijn rust
ingaan', moest God over velen van hen zeggen.
Waarom? Omdat ze hun hart op slot zetten voor
de liefdevolle waarschuwingen van God. De
ongemakken tijdens de reis maakten hen verbit-
terd. Ze gaven God de schuld. Ze twijfelden aan
Gods aanwezigheid. En dat terwijl God veertig
jaar lang elke dag voor hen zorgde, hen bewaarde
en leidde door Mozes en Aaron. Voor hen geen
rust. Vandaag zitten wij christenen vaak net zo
in elkaar. Zonder geloof is het onmogelijk om de
Heer te behagen. De christen die naar de Heer en
zijn Woord luistert en zijn wegen aanvaardt, mag
nu al rust vinden in Hem. En aan het einde van
de reis mogen we gaan in de hemelse rust.
FACADE..FACADE..
Bij ons in de buurt staan een paar drugspanden. Gebruikers en dealers lopen al jaren in en uit. Van tijd tot tijd zijn er ruzies, knokpartijen of invallen van de politie. De eigenaar maakt zich er niet druk over, als hij zijn geld maar krijgt. Krijgt hij dat niet op tijd, dan schaamt hij zich er niet voor de betrokken persoon zonder pardon op straat te zetten.
Omdat de panden kennelijk niet aan de wettelijke eisen voldoen, kreeg de eigenaar enkele jaren geleden de opdracht daar snel iets aan te doen. De panden werden in de steigers gezet, de voorste rij stenen werd weggekapt, er verrees een nieuwe pui met kunststof ramen en dito voordeuren. Het lijkt allemaal prachtig, maar wij merkten al gauw dat achter die facade niets veranderd is. Deze week werd een van de bezoekers vermoord gevonden tegenover de panden, enkele bewoners werden geboeid weggevoerd. Een trieste zaak!
Helaas lijken christenen soms ook op zulke panden. Aan de buitenkant mankeert niets, maar daarachter? God wil waarheid in het verborgene ( Ps. 51:8 ) en als wij van onszelf weten dat dingen achter ons vrome uiterlijk niet in orde zijn, moeten we die vandaag nog in orde maken, voordat het van kwaad tot erger gaat.
DE KRACHT VAN ZEGENENDE KRACHT VAN ZEGENEN
Als je luistert naar de stemmen om je heen, hoor je ontzettend veel kritische stemmen. Geen opbouwende kritiek, maar kille kritiek. Soms verpakt in mooie woorden, maar als je de tijd neemt om beter te luisteren, merk je dat de kritiek bedoeld is om de ander te kleineren. Als je je echter laat leiden door de Geest van God, zul je veel liever willen zegenen. Goede woorden spreken tegen de ander. Goede woorden bidden over de ander. Je krijgt oog voor de positieve zaken om je heen, zodat je mensen kunt zegenen. Jezus zegende de kinderen om ze te bevestigen in wie ze voor Hem waren. Als je net als jezus zegent, zullen kleine kwetsbare planten uitgroeien tot grote sterke bomen waarin veel vogels een veilig onderkomen kunnen vinden.
'Laat de kinderen toch bij Mij komen,' zei Hij.
'Houd ze niet tegen, want juist voor kinderen is liet
Koninkrijk van God. Het is zelfs zo dat wie niet als
een kind in het Koninkrijk van God gelooft, er nooit
kan komen.'
Markus 10:14-15 (HB)
Uw troon, o God, is tot in alleUw troon, o God, is tot in alle
eeuwigheid.
Hebr. 1:8
Jezus Christus is als Enige waardig om te heer-
sen en op de troon te zitten. In het gedeelte van
vandaag spreekt God zijn Zoon aan met 'God';
ook de engelen aanbidden Hem. Hij is ook ónze
aanbidding waard. Aardse machthebbers regeren
tijdelijk; maar zijn heerschappij - nu nog achter
de schermen - duurt voor altijd, ondanks alle
pogingen dit te ondermijnen. Zijn troon zal er
zijn tot in alle eeuwigheid. De groten der aarde
komen vaak op onrechtmatige wijze aan de
macht en misbruiken hun positie, maar Jezus
Christus heeft als Enige recht op de Konings-
scepter. Hij is de met vreugdeolie Gezalfde van
God. Om de vreugde die voor Hem lag, heeft Hij
voor ons het kruis verdragen. Daarom heeft Hij
nu al het volste recht op de troon van ons leven.
VRUCHT DRAGEN..VRUCHT DRAGEN..
Een boer liet zijn boomgaard aan een vriend
zien. Deze bewonderde de mooie tuin. Alles zag
er netjes uit. De bomen waren goed gesnoeid en
stonden keurig op rij. Opeens viel zijn aandacht
op een boom die een heel eigenaardige vorm
had, helemaal anders dan de andere bomen. Hij
zei: 'Als ik jou was, zou ik deze boom laten weg-
halen. Hij valt helemaal uit de toon.' De boer
glimlachte en zei dat hij meer belangstelling had
voor de vrucht dan voor de vorm van de boom.
'Deze boom heeft meer vrucht opgeleverd dan al
die andere bomen die er zo keurig bij staan.'
Christenen kunnen zo gewend zijn om dingen
te doen als de traditie het wil, dat ze wel eens
vergeten zich af te vragen of hun manier van
doen eigenlijk wel de meeste vrucht draagt voor
de Heer.
WEES ER HELEMAAL!WEES ER HELEMAAL!
Een vriend van me heeft een levensopvatting die samengevat kan worden in één van zijn geliefde gezegden: 'Waar je ook bent, wees er helemaal' - dat wil zeggen, hoe je situatie ook is, doe je uiterste best.
Tijdens zijn collegejaren kreeg mijn vriend in de zomervakantie een baantje bij een vakantiecentrum. Hij dacht dat het heel leuk zou zijn, maar toen hij aankwam, kreeg hij te horen dat het zijn taak was af te wassen. Hij zag maar twee mogelijkheden: 'Weggaan en je happy voelen, of blijven en miserabel zijn.' Maar een vriend moedigde hem aan tot een derde mogelijkheid: 'Blijf en neem een positieve houding aan, dan zul je ook positieve resultaten zien.' Hij besloot te blijven en zijn werk zo goed mogelijk te doen, omdat hij wist dat hij het kon doen 'als voor de Here' (Kol. 3:22,23).
Het resultaat was dat hij, zelfs bij het afwassen, er 'helemaal' was.
We hebben de omstandigheden in ons leven niet altijd voor het kiezen, maar we kunnen er wel 'helemaal' zijn.
DE SPIEGEL LAAT DE WERKELIJKHEID ZIEN..DE SPIEGEL LAAT DE WERKELIJKHEID ZIEN..
Een zendeling had de koningin van een stam in Afrika een spiegel gegeven. Zij had nog nooit een spiegel gezien en de zendeling vertelde haar dat zij daarin zichzelf kon zien. Toen zij in de spiegel keek, was zij eerst heel verbaasd, daarna werd zij woedend. Zij was namelijk heel lelijk, maar haar dienaren hadden haar altijd verteld dat ze heel knap was. Ze zei tegen de blanke man: 'U bent onbeschoft en u liegt. Deze afschuwelijke vrouw kan ik niet zijn.' In haar woede gooide ze de spiegel in stukken en de zendeling moest onmiddellijk haar land verlaten. Dit voorbeeld kunnen we op onszelf toepassen. We kunnen de Bijbel vergelijken met een spiegel. De Bijbel laat ons zien wie we in werkelijkheid zijn. Misschien hebben we nog een vrij goede indruk van onszelf en zijn we best wel met onszelf ingenomen. De Bijbel liegt niet en vleit ons niet. De Bijbel laat ons zien wie we zijn in het oog van God. Namelijk zondaars, die het oordeel verdiend hebben. Willen we Hem aannemen, die ons zijn vrede en heil wil geven? Of willen we liever verder leven met de illusie dat we niet slechter zijn dan andere mensen?
De God nu van de vrede zij metDe God nu van de vrede zij met
u allen!
Rom. 15:33
Hebt u het goed gelezen? 'Met u allen7: dus ook
met u! Kent u de God van de vrede? De God die
ons hart zo rustig maakt dat wij alle omstandig-
heden van het leven aankunnen? Soms kunnen
we zo naar die vrede verlangen. De Heer wil ons
die vrede ook graag geven. Paulus schrijft aan de
Filippenzen dat de vrede van God onze harten
en gedachten zal bewaren, als wij met alle din-
gen in het gebed tot God gaan (Fil. 4: 6,7). Die
vrede, die je hart en je gedachten kan bewaren,
is Gods antwoord op je wanhoop; als je Hem
aanroept (in welke omstandigheid dan ook) wil
Hij je die vrede geven, als gift van zijn genade.
EEN GRIJS KONIJNTJE .EEN GRIJS KONIJNTJE .
Toen ik tien jaar was, hadden we een grote hond
die Sam heette. Sam joeg graag op wilde konijn-
tjes. Het was heel spannend om de hond achter
een groot konijn aan te zien rennen. Het konijn
legde dan zijn oren naar achteren en vluchtte
om-zijn leven. Het was opvallend dat de grote
konijnen nooit naar een vluchtplek zochten,
hoewel er veel plekjes waren waar zij zich zou-
den kunnen verschuilen. Maar dat deden ze
niet. Kennelijk waren ze te trots om zich te ver-
bergen en te zelfbewust om in een rotsspleet of
in een gat in de grond te vluchten. Ze vertrouw-
den op hun sterke en snelle poten - en ze ver-
loren! Hoewel ze geoefende hardlopers waren,
konden ze niet tegen onze hond op.
Op een dag ontdekte Sam een klein grijs konijn-
tje, dichtbij de rivier. Onmiddellijk zette hij de
jacht op het diertje in. Het diertje had maar
ongeveer het derde van het formaat van een
volwassen konijn.
Het konijntje holde zo hard hij kon en Sam hol-
de er achteraan. Ik dacht bij mezelf: 'Dat loopt
slecht met je af, beestje! Je hebt geen schijn van
kans!' Plotseling kreeg het geblaf van Sam een
andere toon. Eerst dacht ik dat hij zich mis-
schien verwond had. Maar toen ik me een weg
baande door de struiken, vond ik hem voor een
grote rots, waar hij op de grond stond te krab-
ben. In een gat onder de overhangende rots,
even boven de grond, was het konijntje verdwe-
nen. Het kleine dier was daar volkomen veilig.
Het kon niet op zijn eigen pootjes vertrouwen,
maar het was zo slim geweest om te vluchten
naar een veilige schuilplaats in de rots.
Jaren zijn voorbijgegaan. Ik ben ondertussen een
volwassen man geworden en heb de Heer Jezus
leren kennen als mijn Heer en Heiland. Vaak
heb ik nog teruggedacht aan de konijnen. Aan
het grote, trotse konijn met zijn lange poten,
dat er niet over piekerde om een toevluchtsoord
te zoeken. En aan het hulpeloze grijze konijntje
dat, toen het in gevaar kwam, zo vlug mogelijk
een veilige schuilplaats vond.
Je kunt de konijntjes waarop onze hond jacht
maakte vergelijken met twee soorten zondaren.
Allereerst moeten we vaststellen dat alle mensen
zondaren zijn. Sommige mensen zijn net als die
grote konijnen. Ze proberen het er zelf zo goed
mogelijk vanaf te brengen. Ze vertrouwen op
hun goede daden en hun trots weerhoudt hen
ervan de toevlucht te nemen tot een veilige
schuilplaats, namelijk bij de Heer Jezus. Andere
mensen lijken op het kleine grijze konijntje.
Ze hebben leren inzien dat ze het oordeel van
God niet zullen ontgaan. En ze hebben in hun
nood de toevlucht genomen tot Jezus Christus.
Zo is Hij hun Heiland geworden. Op hen is van
toepassing wat staat in Jes. 32:2 in de Statenver-
taling: 'En die Man (Christus) zal zijn als een
verberging tegen de wind, als een schuilplaats
tegen de vloed, als waterbeken in een dorre
plaats, als de schaduw van een machtige rots in
een dorstig land.'
WAT DE WERELD NODIG HEEFT..WAT DE WERELD NODIG HEEFT..
Een aalmoezenier in de Burgeroorlog in Amerika vroeg aan een gewonde soldaat op het slagveld: "Wil je dat ik je iets voorlees uit de Bijbel?" De soldaat antwoordde: "Ik heb zo'n dorst, ik heb liever iets te drinken." Nadat hij gedronken had, zei hij: "Kunt u misschien iets onder mijn hoofd leggen?" De voorganger trok zijn overjas uit, rolde hem op en legde hem onder het hoofd van de man. "Nu wil ik graag iets over me heen hebben", zei de gewonde soldaat, "want ik ben zo koud." De voorganger trok zijn jas uit en legde die over de man. Toen zei de soldaat: "Als er iets in dat Boek staat dat maakt dat een man doet voor een ander wat u voor mij gedaan hebt, dan wil ik graag horen wat erin staat." Dit is wat de mensen nodig hebben in deze tijd. Christenen die op Christus lijken en die zijn voorbeeld navolgen.
WAT ZIEN DE MENSEN AAN ONS!WAT ZIEN DE MENSEN AAN ONS…
Als christenen zijn wij getuigen van Christus. Wij kunnen getuigen door onze woorden, maar ook door onze daden. Een ongelovige luistert meestal niet naar onze woorden, maar des te meer kijkt hij naar onze daden. Als onze omstandigheden moeilijk zijn, als wij reden hebben om te treuren, bijvoorbeeld bij het verlies van een geliefde, of bij ziekte, hoe reageren we dan? Wat zien de mensen dan aan ons? Als wij onze omstandigheden kunnen aanvaarden uit de hand van de Heer, als wij onze blijdschap en ons vertrouwen in de Heer niet kwijtraken, dan maakt dit diepe indruk op ongelovigen. Onze houding in zulke omstandigheden maakt meer indruk op hen dan onze woorden in tijden van voorspoed. Een christen kan altijd gelukkig zijn in de Heer, ook in moeilijke omstandigheden. Dat zien we bijvoorbeeld bij de apostel Paulus. Als hij gevangengenomen is, verliest hij zijn blijdschap in de Heer niet. Zijn brief aan de Filippiërs heeft hij geschreven in de gevangenis. Juist in deze brief spreekt hij vaak over 'blijdschap in de Heer'.
ER IS GEEN VERSCHIL..ER IS GEEN VERSCHIL..
Door de grote armoede die er was in Ierland zijn veel mensen uit dit land geëmigreerd naar Amerika. Tienduizenden zijn, aangetrokken door de geweldige verhalen die zij over het nieuwe land hoorden, vol hoop en verwachting de oceaan overgestoken. Eén van deze leren werd op zekere dag door vrienden meegenomen naar de Niagara-watervallen. Men zou deze man van het kleine Europese eiland wel eens de grote wonderen van het grote land Amerika laten zien. Tot stomme verbazing van de gastheer was zijn Ierse gast helemaal niet onder de indruk. Hij vroeg: 'Man, ben je niet onder de indruk? Is dit niet geweldig'? Waarop de Ier, heel nuchter, antwoordde: 'Waarom zou ik onder de indruk zijn? In mijn vaderland loopt het water naar beneden. Als het hier nu eens naar boven liep, dan zou ik een reden hebben me te verbazen.' We maken verschil tussen grote dingen en kleine dingen. We maken verschil tussen grote zondaars en kleine zondaars. Maar grote zondaars en kleine zondaars, allemaal lopen ze 'naar beneden', namelijk op 'de brede weg die naar het verderf leidt'.
Daarom neemt elkaar aan, zoalsDaarom neemt elkaar aan, zoals
ook Christus u heeft aangeno-
men. Rom. 15:7
Dit vers roept ons op het voorbeeld van Christus
na te volgen. Zijn doel was God te verheerlijken.
In de eerste plaats betekende dat natuurlijk dat
Hij Zelf zo leefde dat God erdoor verheerlijkt
werd. Maar het hield ook in dat Hij andere men-
sen bij God wilde brengen. Daar had Hij heel
wat voor over: Hij werd miskend, bespot en uit-
eindelijk gekruisigd. Maar Hij heeft dit allemaal
verdragen. Hij heeft zowel Joden als heidenen
aanvaard zoals ze waren, met de bedoeling ze tot
God te kunnen brengen, opdat zij op hun beurt
tot eer van God zouden leven. Als wij dit doel in
onze omgang met elkaar voor ogen houden, zul-
len wij beter in staat zijn elkaar te aanvaarden.
MIEKE MANTEL

'DE KONING HEEFT MIJ NIET GEZIEN''DE KONING HEEFT MIJ NIET GEZIEN'
Een koning bezocht een stad en legde daarbij ook de eerste steen voor een nieuw ziekenhuis. Duizenden schoolkinderen stonden klaar om hem welkom te heten en om voor hem te zingen. Toen de plechtigheid voorbij was, zag een onderwijzeres een klein meisje dat stond te huilen. Ze vroeg haar: 'Waarom huil je zo? Heb je de koning niet gezien?' Het meisje snikte: 'Jawel, ik heb de koning gezien, maar de koning heeft mij niet gezien!'
Hoe anders is de Here Jezus dan de beste koning en koningin van deze aarde. We mogen weten dat Hij ons allen heel persoonlijk kent en ons heel persoonlijk ziet. Hij ziet mij en Hij ziet jou. Hij heeft belangstelling voor jou en Hij wil een persoonlijke relatie met jou hebben. Hij heeft zijn leven voor jou, heel persoonlijk, gegeven. Geweldig als je mag zeggen: 'De Zoon van God heeft mij liefgehad en Hij heeft Zichzelf voor mij overgegeven' (Gal.2:20). Het is mooi als je mag weten: 'Er is een Verlosser', maar nog geweldiger als je kunt zeggen: 'Jezus, mijn Verlosser.'
BLIND ZIJN EN HET NIET BESEFFENBLIND ZIJN EN HET NIET BESEFFEN
De Romeinse filosoof Seneca schreef aan zijn vriend Luculles: 'Wij hebben een zwakzinnig kind, Harpasti, dat plotseling blind is geworden. Wat ik je nu vertel, zul je bijna niet kunnen geloven, maar het is waar. We kunnen ons kind niet uitleggen dat zij blind is geworden en dat we haar niet kunnen helpen door haar in een andere omgeving te brengen. Het dringt namelijk niet tot haar door dat ze blind is. En daarom vraagt zij aldoor aan haar verzorgster om haar naar een huis te brengen waar het niet zo donker is.' 'Het schijnt mij toe,' zo vervolgde de filosoof, 'dat wat er met haar gebeurd is, met ons allemaal gebeurd is. Niemand van ons beseft wat zijn werkelijke toestand is.' Wat deze filosoof uit de Oudheid zei, is waar. De Bijbel leert ons dat we voor onze bekering geestelijk blind waren, maar dat we het niet beseften.
Jesaja spreekt over Israël als een volk dat blind is, al heeft het ook ogen en dat doof is, al heeft het ook oren (Jes. 43:8). Tegen de gemeente van Laodicea moet de Heer zeggen: 'U weet niet dat u (...) blind bent' (Openb. 3:17). Hij raadt hun aan ogenzalf te kopen opdat zij kunnen kijken.
EEN ERFENIS EN ZELFDISCIPLINE..EEN ERFENIS EN ZELFDISCIPLINE..
Er zijn dingen die van familie op familie worden
doorgegeven: karaktertrekken of lichamelijke
kenmerken. Je kunt van je familie van alles erven:
je neus, mond of houding, je drift, je muzikali-
teit. Aan mijn moeders kant bijvoorbeeld, komt
corpulentie voor. Niet in de mannelijke lijn,
maar de dames gaan bij ons op een bepaalde
leeftijd tobben met een buikje. En ja hoor, ook
bij mij ontstond die rare vormloosheid. Ik zocht
dus een methode om het tegen te gaan. Handige
wetenschappers hebben leuke toestellen ont-
wikkeld, die 'u met maar vijf minuten oefenen
per dag in enkele weken een platte buik geven!'
Hoopvol bestelde ik dus zo'n eenvoudig toestel.
Volgens de gebruiksaanwijzing ging het om sim-
pele oefeningen: jong en oud kon het doen! En
dat was ook wel zo, maar het vergde toch wel
de uiterste concentratie om de buikspieren goed
aan te spannen. Concentratie, daar ging het om!
Niks ondertussen de radio aan en zeker geen bab-
beltje met een huisgenoot, want dan ging het op
z'n Janboerefluitjes en was het resultaat nihil. En
zeker niet denken: 'Ik kan nu wat meer snoepen'
- want dat doet de omvang direct toenemen.
Nee, nomlaal eten, minstens een kwartier per
dag gedisciplineerd oefenen, en inderdaad na zes
weken miste ik plaatselijk zes cm! Wauw!
En dus is het nu een kwestie van volhouden.
Dat is het moeilijkste wat er bestaat, want drukte
en moeheid doen een aanval op je zelfdicipline.
Dat geldt niet alleen voor gymoefeningen, maar
voor heel veel dingen.
Bijvoorbeeld: Gods wil zoeken voor mijn leven,
vraagt de dicipline van bidden en lezen in de
Bijbel. Als ik dat alleen maar zo af en toe doe,
wanneer het mij een keertje uitkomt, dan blijft
er een lieve God over, die alles wat ik doe wel
goed vindt.
Maar als ik Hem intens zoek en mij afvraag wat
Hij zou willen of wat de Heer Jezus in dié situ-
atie zou doen, dan wordt het anders. Dan kan
dat misschien wel iets zijn dat voor mij moeilijk
is, maar als het vruchten afwerpt, dan komt
het mijn naaste en mijzelf ten goede - en het
eert Hem die er alles over had om de wil van
zijn Vader te doen. Dat is pas echt: zo Vader, zo
Zoon!

HELPERS VOOR DAVID LIVINGSTONE…
Een zendingsgenootschap was diep onder de indruk gekomen van het werk dat David Livingstone deed in Afrika. Zij schreven hem een brief en vroegen of er een goede weg was naar de plaats waar hij zich bevond. Dan zouden zij enkele zendelingen sturen om hem te komen helpen. Livingstone schreef terug: 'Als uw zendelingen alleen willen komen als er een goede weg is, dan kunnen ze beter helemaal niet komen. Ik heb zendelingen nodig die ook willen komen als er helemaal geen weg is.' Als we in de Bijbel lezen wat de apostel Paulus ervoor over heeft gehad om het evangelie te brengen, dan komen we diep onder de indruk. 'Van de Joden heb ik vijf maal veertig slagen min één ontvangen, driemaal ben ik met roeden geslagen, éénmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een nacht en dag heb ik in volle zee doorgebracht. Dikwijls op reis, in gevaren van rivieren, in gevaren van rovers, in gevaren door volksgenoten, in gevaren door de volken, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op zee, in gevaren onder valse broeders, in arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid, behalve wat van buiten komt, overvalt mij dagelijks de bezorgdheid over al de gemeenten'.
HOE EEN RUZIE WERD BIJGELEGD..HOE EEN RUZIE WERD BIJGELEGD..
Moody vertelde eens van twee zakenmensen die niet met elkaar konden opschieten en die elkaar zoveel mogelijk tegenwerkten. Eén van hen kwam tot bekering en na een tijdje kwam hij bij zijn voorganger met zijn probleem. 'Ik ben bekeerd, maar ik kan nog steeds niet met mijn collega opschieten. Wat moet ik eraan doen?' Hij kreeg van zijn voorganger dit advies: 'Je moet in het vervolg als er een klant in je winkel komt die ergens om vraagt wat je niet hebt, hem doorsturen naar je collega.' 'Dat is toch onmogelijk,' was het antwoord van de zakenman. De voorganger raadde hem aan dit bij de Here te brengen en Hem te vragen wat hij moest doen.
Dit deed de zakenman: hij bracht zijn probleem in het gebed bij de Here en na een tijdje werd hem duidelijk dat hij het advies van zijn voorganger moest opvolgen, hoe moeilijk het hem in het begin ook zou vallen. Hij besloot het te doen. En wat gebeurde er na verloop van tijd? Ook zijn collega stuurde klanten die hij niet kon helpen naar hem toe en na een tijdje werden ze vrienden en werkten ze samen.
'Laat u door het kwade niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede' (Rom. 12:21).