EEN GRIJS KONIJNTJE .
Toen ik tien jaar was, hadden we een grote hond
die Sam heette. Sam joeg graag op wilde konijn-
tjes. Het was heel spannend om de hond achter
een groot konijn aan te zien rennen. Het konijn
legde dan zijn oren naar achteren en vluchtte
om-zijn leven. Het was opvallend dat de grote
konijnen nooit naar een vluchtplek zochten,
hoewel er veel plekjes waren waar zij zich zou-
den kunnen verschuilen. Maar dat deden ze
niet. Kennelijk waren ze te trots om zich te ver-
bergen en te zelfbewust om in een rotsspleet of
in een gat in de grond te vluchten. Ze vertrouw-
den op hun sterke en snelle poten - en ze ver-
loren! Hoewel ze geoefende hardlopers waren,
konden ze niet tegen onze hond op.
Op een dag ontdekte Sam een klein grijs konijn-
tje, dichtbij de rivier. Onmiddellijk zette hij de
jacht op het diertje in. Het diertje had maar
ongeveer het derde van het formaat van een
volwassen konijn.
Het konijntje holde zo hard hij kon en Sam hol-
de er achteraan. Ik dacht bij mezelf: 'Dat loopt
slecht met je af, beestje! Je hebt geen schijn van
kans!' Plotseling kreeg het geblaf van Sam een
andere toon. Eerst dacht ik dat hij zich mis-
schien verwond had. Maar toen ik me een weg
baande door de struiken, vond ik hem voor een
grote rots, waar hij op de grond stond te krab-
ben. In een gat onder de overhangende rots,
even boven de grond, was het konijntje verdwe-
nen. Het kleine dier was daar volkomen veilig.
Het kon niet op zijn eigen pootjes vertrouwen,
maar het was zo slim geweest om te vluchten
naar een veilige schuilplaats in de rots.
Jaren zijn voorbijgegaan. Ik ben ondertussen een
volwassen man geworden en heb de Heer Jezus
leren kennen als mijn Heer en Heiland. Vaak
heb ik nog teruggedacht aan de konijnen. Aan
het grote, trotse konijn met zijn lange poten,
dat er niet over piekerde om een toevluchtsoord
te zoeken. En aan het hulpeloze grijze konijntje
dat, toen het in gevaar kwam, zo vlug mogelijk
een veilige schuilplaats vond.
Je kunt de konijntjes waarop onze hond jacht
maakte vergelijken met twee soorten zondaren.
Allereerst moeten we vaststellen dat alle mensen
zondaren zijn. Sommige mensen zijn net als die
grote konijnen. Ze proberen het er zelf zo goed
mogelijk vanaf te brengen. Ze vertrouwen op
hun goede daden en hun trots weerhoudt hen
ervan de toevlucht te nemen tot een veilige
schuilplaats, namelijk bij de Heer Jezus. Andere
mensen lijken op het kleine grijze konijntje.
Ze hebben leren inzien dat ze het oordeel van
God niet zullen ontgaan. En ze hebben in hun
nood de toevlucht genomen tot Jezus Christus.
Zo is Hij hun Heiland geworden. Op hen is van
toepassing wat staat in Jes. 32:2 in de Statenver-
taling: 'En die Man (Christus) zal zijn als een
verberging tegen de wind, als een schuilplaats
tegen de vloed, als waterbeken in een dorre
plaats, als de schaduw van een machtige rots in
een dorstig land.'