Spreuken
Spreuken
3, 31
Wees niet jaloers op iemand die geweld
gebruikt, kies niet de weg die hij gaat.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
SpreukenSpreuken
3, 31
Wees niet jaloers op iemand die geweld
gebruikt, kies niet de weg die hij gaat.
JohannesJohannes
17, 20-26
Jezus sloeg zijn ogen op
naar de hemel en zei:
'Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij
geloven.
Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in mij bent en Ik in U, laat hen zo ook
in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden.
Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één
zijn zoals wij: Ik in hen en U in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal
de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij
liefhad.
Vader, U hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen
zij de grootheid zien die U mij gegeven hebt omdat U mij al liefhad voordat de
wereld gegrondvest werd.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en zij weten dat U
mij hebt gezonden.
Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde
waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.'
Aan het slot van zijn hogepriesterlijk gebed, vraagt Jezus dat alle gelovigen mogen één zijn in broederlijke liefde. Deze eenheid is een deelname aan de eenheid die er is in God tussen Vader, Zoon en Geest. Jezus is ervoor gestorven. Wat doen wij voor de realisatie van die eenheid ?
'Vader, Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.'
De
zending van Jezus bestond erin de naam van de Vader bekend te maken. Dat heeft
Hij gedaan, dat zal Hij blijven doen zolang de mensheid bestaat. Hij zal dit
doen opdat de liefde waarmee de Vader Hem liefheeft ook in ons zou zijn.
Door zijn eenheid met de Vader, is Jezus liefde zoals de Vader dat is. Door
Christus' tegenwoordigheid in ons maakt Hij het ons mogelijk te delen in die
liefde.
Een
ver-van-ons-bed-gebeuren ?
Nee, dat hoeft het niet te zijn.
Deze mystieke beleving van het evangelie is voor elke mens weggelegd, voor
ieder van ons, ook voor u.
Christus' liefde kan in ons tot leven komen in alles wat we doen (en laten), in
iedere ontmoeting, in elke handeling.
Wanneer we aardappelen schillen, de kamer vegen, de was ophangen, een praatje
maken met de buren, uit werken gaan, onderweg zijn, rusten, ontspannen, lijden,
sterven,... overal en altijd kunnen we ons innig verenigen met de liefde van de
Heer, met Christus zelf.
Dit vraagt gebed, een voortdurende gebedshouding, een 'bidden zonder ophouden'. Niet vanuit eigen krachtinspanning, maar vanuit het rustig laten inwonen van Gods heilige Geest die ons hart steeds zal wenden naar en in de Heer.
Prediker 11:5 HTBGods wegen zijn net zo ondoorgrondelijk als die van de wind en als de manier waarop een menselijke geest wordt geplaatst in een ongeboren baby.
JohannesJohannes
15, 9-17
'Ik heb jullie
liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft
in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden
van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om
je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.
Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad.
Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Jullie zijn
mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg.
Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester
doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord,
aan jullie bekendgemaakt heb.
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen
om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.
Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.'
'Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.'
Het is Christus die ons kiest. En door het feit dat Hij kiest
dragen wij een roeping in ons.
Dat Hij kiest, daar hebben we het doorgaans niet zo moeilijk mee, integendeel.
We kunnen er ons toe gevleid voelen. Maar dat Hij ook roept… da’s heel andere
koek. Want roeping veronderstelt een antwoord; in dit geval een ja-woord.
Daar de mens fundamenteel vrij is (ook voor God!) kan hij in plaats
van ‘ja’ ook ‘nee’ zeggen. Wat jammer zou zijn, want dan ontlopen we onszelf en
staan we niet toe dat we onze diepste identiteit vinden (die enkel in God te
vinden is).
Wie ‘ja’ zegt op Jezus’ roep laat toe dat Hij ons vormt. Het is geen
vanzelfsprekende weg, eerder een geheimnisvol gebeuren dat zich dag op dag
steeds dieper in ons zal voltrekken. Het is een voortdurend sterven aan ons
oppervlakkig ‘ik’ (dat wilt leven vanuit zichzelf) om meer en meer tot leven te
komen in God, zijn ware ‘ik’. Wie dit klaarspeelt zal uiteindelijk zich thuis
weten in de woorden uit het boek Genesis: ‘Ik heb u geschapen naar mijn beeld
en gelijkenis’.
Gebed, biddend leven, is dé sleutel om deze weg te gaan. Het is ons door God laten opnemen, Hem er door ons laten zijn. Het is je laten verenigen met Christus in de liefde van de Geest om beeld van de Liefde te kunnen worden.
Laat ons niet enkel bidden, laat ons gebed zijn… om vrucht te dragen, zoals de Heer ons vandaag zegt: blijvende vrucht
HebreeenHebreeen
12, 2
Laten we de blik
gericht houden op Jezus,
de grondlegger en voltooier van ons geloof:
denkend aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag,
liet Hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.
Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde
van de troon van God.
JohannesJohannes
17, 20-26
In die dagen sloeg Jezus
zijn ogen ten hemel en bad:
'Heilige Vader, Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun
verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in mij
bent en Ik in U, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U mij
hebt gezonden.
Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één
zijn zoals wij: Ik in hen en U in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal
de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij
liefhad.
Vader, U hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen
zij de grootheid zien die U mij gegeven hebt omdat U mij al liefhad voordat de
wereld gegrondvest werd.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en zij weten dat U
mij hebt gezonden.
Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde
waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.
Jezus bad: 'Vader,Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.'
Jezus heeft ons de diepte van de Vader doen kennen. Hij heeft dat gedaan, Hij zal dat blijven doen. En dit met als enig doel opdat wij niet enkel Gods liefde zouden proeven, maar opdat we die liefde ook eigen zouden maken. Of om het met de woorden van het evangelie te zeggen 'zodat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen'.
'In ons', dat betekent één met ons hele wezen. De Vader schenkt zichzelf in zijn Zoon helemaal aan ons opdat wij verenigd met Jezus zijn liefde zouden worden. Moesten we dit volmaakt (volgemaakt door Christus) kunnen beleven, we zouden, zoals het boek Genesis zegt, leven naar Gods beeld en gelijkenis: onze diepste roeping.
We zijn geroepen tot éénheid; eenheid met elkaar in de Heer. Da's Kerk zijn. En zo wil Christus zichzelf zo graag belichamen doorheen ons allen.
Laten we ons schenken aan Hem, opdat Hij mag leven met ons, in ons, door ons. Laten we hierbij niet treuzelen. Laat ons vandaag beslissen, en wel in blijheid.
Kom Heer Jezus kom.
Voor zijn lijden en dood, verenigd met zijn Vader wiens heerlijkheid Hij deelt, spreekt Jezus, de enige en waarachtige hogepriester, ten beste voor de gelovigen van alle tijden. Dat allen één zijn. Als Christus, de gezondene van de ene en ware God, de bron is van hun eenheid, dan zullen alle mensen verstaan dat deze eenheid mogelijk is.
Efeziërs 4:32 HTBWees in plaats daarvan vriendelijk en liefdevol voor elkaar. Vergeef elkaar, zoals God uw zonden heeft vergeven om wat Christus voor u deed.
1 cor 13.6
1Korintiers
13, 6
De
liefde verheugt zich niet over het onrecht
maar vindt vreugde in de waarheid.
LucasLucas
24, 50-53
Jezus
nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië.
Daar hief Hij zijn handen op en zegende hen.
Terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen
en werd opgenomen in de hemel.
Ze brachten Hem hulde en keerden in grote vreugde
terug naar Jeruzalem, waar ze voortdurend in de
tempel waren en God loofden.
1 Thessalonicenzen 5:16-18 HTB1 Thessalonicenzen 5:16-18 HTB
Wees ook altijd blij. Bid onophoudelijk. Wat er ook gebeurt, dank altijd God, want Hij wil dat u als christenen zo leeft
SpreukenSpreuken
4, 6
Verlaat de wijsheid niet,
dan beschermt ze je,
heb haar lief,
dan behoedt ze je.
Filippenzen 4:6-7 HTBMaak u nergens zorgen over, maar bid voor alles. Vertel God al uw problemen en verlangens en vergeet vooral niet Hem te danken voor alles wat Hij doet. Dan zult u de vrede van God ervaren, een vrede die ons menselijk besef te boven gaat en die de wacht houdt over uw hart en gedachten, omdat u in Christus Jezus bent

en mijn volk zich vernedert en bidt, Mij weer zoekt en breekt met zijn zondige praktijken, zal Ik vanuit de hemel luisteren, zijn zonden vergeven en het land weer gezond maken

en mijn volk zich vernedert en bidt, Mij weer zoekt en breekt met zijn zondige praktijken, zal Ik vanuit de hemel luisteren, zijn zonden vergeven en het land weer gezond maken
Romeinen 12:12 HTBWees blij, want God gaat iets geweldigs voor u doen. Geef niet op als u het erg moeilijk krijgt en houd nooit op met bidden.
psalmenpsalmen
19, 10b-11
De
voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.
Ze zijn begeerlijker dan goud,
dan fijn goud in overvloed,
en zoeter dan honing,
dan honing vers uit de raat.
JohannesJohannes
15, 1-8
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die
wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt.
Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft,
kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als
jullie niet in mij blijven.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in
hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.
Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt
met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt
en het zal gebeuren.
De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht
dragen en mijn leerlingen zijn.
'Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.'
Als wij in de Heer blijven, en Hij in
ons, zullen we dus vele vruchten dragen.
Het zullen niet onze vruchten zijn, maar de vruchten van de Heer. Door ons heen
zal Hij zijn vruchten voortbrengen.
Wilt dit zeggen dat we onze persoon in
Hem moeten verliezen, dat we onze persoonlijkheid helemaal moeten prijsgeven ?
Vraag is waar onze persoonlijkheid te vinden is.
Het evangelie leert ons dat onze ware identiteit te vinden is in Christus. Met
andere woorden, wie in Christus leeft zal zijn ware identiteit vinden.
Ons ware ik, waarvan God gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn
beeld en gelijkenis, zal meer en meer tot bloei komen in de Heer.
Ons valse ik, dat leeft voor zichzelf, zal afsterven in Christus om met Hem te
verrijzen tot ons ware ik.
Dàt ik, dat leeft in eenheid met de Heer, zal vrucht dragen, véél vruchten;
vruchten van de Heer.
JohannesJohannes
14, 27-31a
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet
geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal
komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar mijn Vader ga, want de
Vader is meer dan Ik.
Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer
het zover is.
Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al
onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat Ik de
Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.'
De Heer geeft zijn vrede. Hoe ouder een mens wordt, des te meer hij inziet dat de ware vrede en rust van het hart wellicht pas na de dood voor ons zijn weggelegd. Toch geeft Jezus zijn vrede nu reeds. Wat er ook gebeurt in ons leven, die vrede, die rustige zekerheid, moet steeds de bovenhand hebben over onrust en twijfel.
'Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.'
De Heer vraagt niet of wij zijn vrede
willen. Hij geeft en schenkt ons zijn vrede, Hij laat haar ons na.
En een geschenk van de Heer kan men toch niet afwijzen...
Dikwijls denken we dat we Gods vrede
moeten zoeken. Enerzijds is dat natuurlijk waar, anderzijds ook niet.
Het is niet waar, omdat wat gegeven wordt niet moet gezocht worden. Gods vrede
is ons gegeven. De levenskunst bestaat erin ons te ruste te leggen in deze
vrede, om door haar opgenomen haar uit te dragen in al ons doen en laten.
Anderzijds moeten we haar ook zoeken, in de zin dat het een act van ons vraagt
om ons te ruste te leggen in haar. Dat vraagt een houding, een levenshouding,
een gebedshouding. Het vraagt liefde voor stilte, voor tijd, voor woestijn, voor
geduld.
Vanuit deze gekregen vrede mogen we dan leven, mogen we zingen, kiezen, mensen ontmoeten, werken, ontspannen, ons verwonderen,… Wie Gods Vrede kan bewaren zal zich niet zo snel van de wijs laten brengen. Of om het met woorden van Paulus te zeggen: niets zal hem nog kunnen scheiden van de liefde van Christus. Kun je je een mooier leven inbeelden? Wel een makkelijker, maar geen mooier.
MatteüsMatteüs
11, 25-30
In die tijd zei Jezus:
‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en
verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt
onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.
Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de
Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de
Zoon het wil openbaren.
Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik
jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van
hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn
last is licht.’
'Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.'
'Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.'
De eenvoudigen waarover Jezus hier spreekt zijn zij die open staan voor Gods Blijde Boodschap, zij waar die boodschap liefdevol ingang vindt. Het zijn zij die 'leeg' zijn van zichzelf, zij waar geen hoogmoed in te vinden is, zij die arm van geest zijn, zij die zich gelovig ervan bewust zijn dat ze God nodig hebben om die mensen te worden die Hij voor hen droomt. Het zijn mensen die hun hoofd fier rechtop houden, zich waardig achten als mens - als kind van God, blij en dankbaar om Gods bestaan, bewust zijnde dat God door hen heen wilt leven, zijn
Openbaring 21.2-5aOpenbaring 21.2-5a
Ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een
bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem
opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die
uitriep: Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij
hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als
hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen.
Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht,
geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.
Hij die op de troon zat zei: Alles maak Ik nieuw!