Marcus
3, 13-19
Jezus ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie Hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar Hem toe. Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten Hem vergezellen, en Hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. Ze kregen de macht om demonen uit te drijven.
De twaalf die Hij aanstelde, waren achtereenvolgens Simon, die hij de naam Petrus gaf, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent), Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem heeft uitgeleverd.
Jezus ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie Hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar Hem toe.
Het evangelie van vandaag gaat over roeping en zending. Maar wat opvalt is dat Jezus voor Hij zendt de leerlingen eerst bij zich roept.
Jezus zal nooit roepen en van op afstand zenden. Hij zal altijd de geroepene eerst bij zich roepen, om vanuit het samenzijn met Hem, te zenden.
Net zoals de leerlingen roept Hij ook ons. Maar Hij roept ons eerst bij zich. Hij vraagt ons een stap te zetten, een keuze te maken. Hij vraagt van ons een beslissing. Hij spreekt ons aan op onze vrijheid, en vraagt heel persoonlijk te kiezen voor Hem. Naar Hem toegaan is ons eerste ja-woord.
Eenmaal bij Hem zal Hij ons uitnodigen in Hem onze woonst te maken. Hierop ingaan is ons tweede ja-woord.
Vanuit dit ja-woord zal Hij ons in zich opnemen, om ons nadien te zenden. Ook hier moeten we weer 'ja' op zeggen, de derde keer.
Driemaal ‘ja’.
Als we dat nu concreet maken wilt dat zeggen dat we iedere ochtend geroepen worden door Hem. Elke morgen mogen we naar Hem toegaan, onze innerlijke blik wenden naar Hem, gewoon in stilte, in diep geloof dat Hij er is, dat Hij naar ons kijkt en wij naar Hem. Laat die wederzijdse blik maar vruchtbaar zijn. Ons eerste ja-woord.
Hij zal ons vragen in Hem onze woonst te maken, zoals Hij ook zijn inwoning heeft in ons. Het toelaten van deze innige samensmelting is ons tweede ja-woord.
Vanuit dit samenzijn, vanuit het opgenomen zijn door Hem, zal Hij ons zenden. Hierop ingaan, de zending ernstig nemen, mét Hem gaan, is ons derde ja-woord.
Het zal betekenen dat we vanuit Hem de dag doorgaan, iedereen beminnend met zijn liefde, zijn barmhartigheid, zijn vergevingsgezindheid.
Ons drievoudig ja-woord zal ons tot instrument maken van God. Hij de fluitspeler, wij de fluit, de melodie de liefde.
.



