Johannes
Johannes
12, 26
'Wie mij dient moet mij volgen:
waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn,
en wie mij dient zal door de Vader
geëerd worden.'
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Johannes Johannes
12, 26
'Wie mij dient moet mij volgen:
waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn,
en wie mij dient zal door de Vader
geëerd worden.'
Spreuken 3:7-8Wees niet eigenzinnig,
maar heb ontzag voor de HEER
en ga het kwaad uit de weg.
Het zal je sterken als een medicijn,
het verkwikt je lichaam.
Efeziers 1:3-6Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. -- Efeziers 1:3-6
Spreuken 22:1-2Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom, waardering boven zilver en goud. Een arme en een rijke hebben dit gemeen: de HEER heeft hen beiden gemaakt. -- Spreuken 22:1-2
Spreuken Spreuken
29, 23
De hoogmoed van een mens brengt hem ten val,
eer is weggelegd voor wie bescheiden is.
1 Johannes 4:18De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.
Hebreeen 4:12-13Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden. -- Hebreeen 4:12-13
psalmenpsalmen
10, 11
Niet de kracht van paarden verheugt de Heer,
niet de sterkte van soldaten geeft Hem vreugde;
vreugde vindt de Heer in wie Hem eren
en in wie hopen op zijn liefde en trouw.
SpreukenSpreuken
18, 4
De woorden van een goed mens zijn als diepe wateren,
ze zijn een sprankelende beek, een bron van wijsheid.
KorintiersKorintiers
15, 58
Wees standvastig en onwankelbaar en zet
u altijd volledig in voor het werk van de Heer,
in het besef dat door de Heer uw inspanningen
nooit tevergeefs zijn.
Spreuken 15:5Een dwaas veracht de lessen van zijn vader,
wie berispingen ter harte neemt, is verstandig.
Filippenzen 4:5Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.
Johannes 15:12Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.
psalmen psalmen
51, 12-19
Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,
verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige geest niet van mij weg.
Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.
Dan wil ik verdwaalden uw wegen leren,
en zullen zondaars terugkeren tot U.
U bent de God die mij redt,
bevrijd mij, God, van de dreigende dood,
en ik zal juichen om uw gerechtigheid.
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.
U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.
Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart
zult U, God, niet verachten.
1 Korintiërs 13:2Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Psalmen 42:12Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.
Psalmen 91:1-2Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont
en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,
zegt tegen de HEER: 'Mijn toevlucht, mijn vesting,
mijn God, op u vertrouw ik.'
Psalmen 139:23-24Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
psalmen psalmen
84, 2-3
Hoe lieflijk is uw woning,
Heer van de hemelse machten.
Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de Heer.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.
Johannes Johannes
4, 14
'Wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer
dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron
worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.'