Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
spreuken
Wie vriendschap zoekt, dekt fouten toe,
wie ze telkens oprakelt, verliest zijn vrienden.
Matteüs 5:6
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Spreuken 18:12
Wie zichzelf in de hoogte steekt, komt ten val,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Hebreeën 11:6
Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.
Johannes
Johannes
10, 11-18
'Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen.
Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen; dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'
Jezus is de herder die naar God leidt. Hij brengt zijn schapen naar daar waar hun diepste thuis is: bij God.
Mag Jezus ook voor ons die herder zijn? Want laten we niet te snel denken dat wij volledig in God leven. Allemaal hebben we in ons leven plekjes die vervreemd zijn geraakt van God; plekjes die we, merkwaardig genoeg, soms koesteren. Het zijn 'onze' plekjes, die we niet zomaar willen prijsgeven.
Jezus weet dat, en kent als geen ander onze angst om 'alles' prijs te geven. Hij kent onze angst om helemaal van Hem te zijn, want... ja, dan moeten we gaan liefhebben zoals het evangelie ons voorhoudt, liefhebben zoals Hij het ons heeft voorgedaan, en daar kiezen we niet altijd voor. We zijn angstig onszelf te verliezen,
Spreuken 15:23
Een mens vindt vreugde in een goedgekozen antwoord,
de juiste woorden op de juiste tijd -– hoe voortreffelijk is dat.
Matteüs 6:26
Psalmen 139:13-14
U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
Jesaja 40:31
maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht:
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe,
hij rent, maar raakt niet uitgeput.
spreuken
Het strekt een mens tot eer om ruzie te vermijden,
een dwaas stort zich in een woordenstrijd.
Psalmen 42:12
Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.
Romeinen 8:8
Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen.
spreuken
Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de HEER,
wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.
Prediker 5:14
Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij terug. Niets van wat hij heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij mee.
prediker 5:14
Wie van geld houdt, kan er niet genoeg van krijgen. Wie verzot op rijkdom is, is altijd op meer gewin belust. Ook dat is enkel leegte.
krok
Loof de HEER, want hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Johannes
Johannes
6, 1-15
Jezus ging naar de overkant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Tiberias genoemd). Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed.
Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. Het was kort voor het Joodse pesachfeest.
Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat hij zou gaan doen.
Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’
Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen–maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’
Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’
Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden.
Toen iedereen volop gegeten had zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’
Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.
Toen de mensen het wonderteken dat Hij gedaan had zagen, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’
Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen om mee te gaan en Hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.
Hij valt amper op, maar zijn aanwezigheid is van fundamenteel belang: de jongen met de vijf broden en de twee vissen.
Al wat hij had, al wat hij was, gaf hij aan Jezus. En daarmee, en vooral daardoor, kon Jezus het wonder verrichten.
Durven wij zoals de jongen uit het evangelie àlles wat we hebben, àlles wat we zijn, schenken aan Jezus, opdat Hij het zou kunnen gebruiken om zijn wonder in deze wereld te verrichten.
Want daar nodigt Hij ons toe uit: een totaal wegschenken aan zijn 'zijn' in ons, opdat zijn liefde ten volle werkzaam zou zijn in ons leven.
Da's het wonder dat in ons kan gebeuren, en waar beslist velen baat bij zouden hebben.
Psalmen 105:1
Loof de HEER, roep luid zijn naam,
maak zijn daden bekend onder de volken.
Johannes 3, 16-21
Johannes 3, 16-21
Jezus sprak tot Nikodemus:
'God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.
Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'
Geloven in Christus wil zeggen: geloven dat Hij midden ons ons werd gezonden uit pure liefde, omdat God liefde is. Zo een geloof geeft licht aan het leven dat soms zo duister is. Dat licht is God zelf. Wie leeft in dit licht wordt licht voor anderen


