Galaten
5, 13
Broeders en zusters,
u bent geroepen om vrij te zijn.
Misbruik die vrijheid niet om uw
eigen verlangens te bevredigen,
maar dien elkaar in liefde.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

Galaten
5, 13
Broeders en zusters,
u bent geroepen om vrij te zijn.
Misbruik die vrijheid niet om uw
eigen verlangens te bevredigen,
maar dien elkaar in liefde.
Spreuken 10:17Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,
wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor.
Matteüs 5:14Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Spreuken 3:1-2Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet,
houd in je hart mijn richtlijnen vast.
Ze vermeerderen de dagen van je leven,
geven je vele jaren van geluk.
Jakobus 1:6Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.
Efeziërs 3:16-17Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.
Johannes 10:28-30Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, en de Vader en ik zijn één.
Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,
wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor.
Jeremia 29:13Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken.
Jesaja 40:29Hij geeft de vermoeide kracht,
de machteloze geeft hij macht in overvloed.
JakobusJakobus
1, 26
Wie meent dat hij God dient,
terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen,
zit op een dwaalspoor,
en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite
Galaten 5:25Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst.
1 Johannes 5:14Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil.
Psalmen 62:2-3Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding. Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, nooit zal ik wankelen. -- Psalmen 62:2-3
Jesaja 40:28Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?
Een eeuwige God is de HEER,
schepper van de einden der aarde.
Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput,
zijn wijsheid is niet te doorgronden.
JohannesJohannes
20, 24-29
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’, zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’
Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Een van de twaalf, Thomas, was er niet bij toen Jezus kwam. Jezus is nog niet weg of de boel valt uit elkaar, want Hij is de sluitsteen, de hoeksteen. Als de gemeenschap uit elkaar valt, worden de enkelingen weer echt enkelingen, ze raken los van elkaar en van wat hen als gemeenschap bijeen hield. De verbondenheid van mensen met elkaar valt weg, ieder beleeft zijn eigen god en zo raken ze het geloof in de ene God en in zijn Zoon kwijt.
Dat kan gebeuren op een haast onmerkbare manier, het sluipt erin. Ongeloof of indroging van het geloof is als een sluipmoordenaar. Het is een sluipend proces, het is niet een bepaalde handeling, maar een algehele levenshouding.
De levenshouding van het geloof is: God staat in het middelpunt, God staat boven alles, Hij is het éne noodzakelijke, het énige dat verschil maakt. Bij ongeloof komt het 'ik' van de mens in het middelpunt te staan, het menselijk denken, de menselijke overwegingen, het menselijk verstand staat dan centraal. De mens wordt zelfgenoegzaam, hij of zij wordt de maat van alle dingen.
Dat is wat er bij Thomas gebeurd was. Hij had er al een beetje aanleg voor, hij was een beetje een cynicus. Als Jezus zijn plannen bekend maakt dat Hij naar Jeruzalem zal gaan, reageert Thomas met: "Laten we met Hem meegaan om met Hem te sterven." Hij dacht: het loopt toch verkeerd af. Dat is een opmerking met een negatieve inslag. We weten ook wel dat als het zo ver is dat Jezus sterft, Thomas er niet bij was om samen met Hem te sterven. Dan neemt hij de benen.
We noemen Thomas de ongelovige Thomas, maar misschien moeten we hem eerder noemen: de hopeloze Thomas, hij ziet er geen gat in. Als Jezus zijn leerlingen voorhoudt, dat zij toch weten waarnaar Hij op weg is en dat zij zijn weg kennen - "Ook de weg daarheen is u bekend" (Joh 14,4) - hoor je Thomas brommen: mooie weg, een doodlopende weg! “We weten helemaal niet waar U naar toe gaat. Hoe zouden wij dan de weg kennen?" (Joh 14,5)
Hoe wordt Thomas nu genezen van zijn ongeloof? Dat gebeurt doordat er beslag wordt gelegd op zijn hart, op zijn eigen middelpunt, waar hij zichzelf vasthoudt, waar hij in zichzelf, in zijn eigen denken opgesloten zit. Alleen wanneer je iemand met je hart benadert, kun je beslag leggen op zijn hart.
Dat is wat er plaats vindt in het evangelie van de bekering van de ongelovige Thomas tot de gelovige Thomas. Jezus kwam in hun midden staan, en zij komen in het midden van Jezus' hart. Daarheen wordt alle aandacht gestuurd, eerst doordat Thomas verklaart: 'Als ik mijn hand niet in zijn zij kan leggen...' en dan door wat Jezus daarop zegt: 'Leg je hand in mijn zij...', in mijn gewond hart, mijn doorstoken hart en daar wordt Thomas tot in zijn eigen hart door geraakt, gewond. Daardoor gaat zijn 'ik' eruit en komt het 'Ik' van Jezus erin.
Psalmen 121:3Hij zal je voet niet laten wankelen,
hij zal niet sluimeren, je wachter.
Spreuken Spreuken
11, 28
Wie vertrouwt op zijn rijkdom is een blad dat valt,
een rechtvaardige komt tot bloei.
EfeziersEfeziers
5, 1-2
Volg het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft,
en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft
liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als
een geurige gave voor God.
Handelingen 2:38Petrus antwoordde: 'Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden.'