Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Matteüs

Matteüs
25, 14-30

Jezus hield zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
'Een man riep bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij.
Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij.
Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.
Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap.
Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”


Allemaal hebben we talenten, zoals we ook allemaal gaven in ons dragen. En het zou bijzonder jammer zijn moesten we onze talenten en gaven begraven, er niets mee doen. God heeft ze ons gegeven om ze te benutten, bouwstenen als het ware voor zijn rijk van liefde.
Daar is veel over te zeggen. Doch ik zou vandaag één ding willen aanhalen; iets dat ons allen aangaat en waar ieder van ons een grote verantwoordelijkheid in draagt.

Talenten en gaven zijn als zaden in ons leven gelegd door God, als het ware meegegeven met de geboorte. Zaden die niet verzorgd worden, die geen water of licht of warmte krijgen blijven waar ze zijn; diep verborgen zonder groei, zonder plantje, zonder vrucht. Het spreekt voor zich dat dat niet de bedoeling is. Bedoeling is dat onze talenten en gaven tot ontwikkeling komen, tot planten die vruchten voortbrengen; vruchten waarmee God door ons en met ons en in ons zijn rijk hier op aarde gestalte kan geven.

Bij vele mensen blijven de zaden echter verborgen, ze blijven levenloos; geen plantje, geen vruchten. De reden hiervoor kan zeer verschillend zijn. Maar welke reden er ook is, feit is dat wij als gemeenschap hierin naar elkaar toe een enorme verantwoordelijkheid dragen.
Namelijk: zijn wij elkaar zo nabij dat we onze talenten ontdekken... Spreken we elkaar aan op onze talenten... Stimuleren we elkaar in het ontwikkelen van onze talenten. Zijn we bereid zo gemeenschap met elkaar te vormen dat het goede in ieder van ons naar boven kan komen, als zaden die open barsten, die door het water en de warmte van de gemeenschap een plantje worden met wortels in God, een plantje dat vruchten gaat voortbrengen. Zijn we elkaar zo nabij dat het benutten van onze talenten een ware passie wordt voor ieder van ons, iets dat we ten diepste koesteren omdat we beseffen dat God onze talenten gegeven heeft met de bedoeling ze te benutten.

Niemand kan zich onttrekken van deze verantwoordelijkheid naar elkaar toe. Ieder vanuit zijn plaats in de samenleving, maar ieder draagt ze.

Het is een opdracht van elke dag, een opdracht dat een zekere waakzaamheid vraagt, geduld, tactheid, maar vooral ook liefde en veel veel warmte.

Laten we elkaar beminnen met het hart van God opdat ieder zijn talenten ten diepste mag ontdekken en koesteren, opdat ze tot leven kunnen komen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:47 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Lucas

Lucas
17, 11-19

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen Hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’
Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’
Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.
Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om Hem te danken. Het was een Samaritaan.
Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’
Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’


Alle tien werden door Jezus gereinigd. Slechts één kwam terug om God eer te bewijzen, om Hem te danken.

Als we zo eens terugblikken op ons leven, in een geest van her-innering, kunnen we zeker verschillende momenten aantonen waar we God aanwezig wisten, waar Hij ons aanraakte omdat Hij het nodig achtte. Dat kan in gebed gebeurd zijn, maar ook in een ontmoeting, een boek, een film, de natuur, je partner,... Dikwijls zijn het momenten die ons leven richting hebben gegeven, soms zo sterk dat ze onze leven bepaald hebben.
In hoeverre zijn we daar God ten diepste dankbaar om geweest, en wel tot op vandaag. Want een aanraking van God die bepalend is geweest voor je verdere leven is als een soort doopgenade die niet ophoudt na de aanraking. Dagelijks daar dankbaar om zijnhoudt ons als het ware in een geest van gebed in de zin dat je hart gericht blijft op God, je goed bewust zijnde dat Hij het is die je leven richting gaf en geeft.

Laat ons in de stilte van ons hart de momenten dat God ons heeft aangeraakt in her-innering brengen, en die gedachte met veel liefde koesteren, opdat het gebed mag worden; gebed van diepe dankbaarheid

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas 17

Lucas
17, 1-6

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is! Het zou beter voor hem zijn als hij met een molensteen om zijn hals in zee werd geworpen dan dat hij ook maar een van deze geringen ten val zou brengen. Let dus goed op jezelf! Indien je broeder zondigt, spreek hem dan ernstig toe; en als hij berouw heeft, vergeef hem. En als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terugkeert en zegt: “Ik heb berouw,” dan moet je hem vergeven.’
Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: ‘Geef ons meer geloof!’
De Heer zei: ‘Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: “Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!” en hij zou jullie gehoorzamen.'

Meer geloof... Kun je dan een beetje geloven, meer of minder ? Schijnbaar dus wel.
Elders zegt Jezus: 'Jullie kleingelovigen...'.

Kleingelovig is hij die wel gelooft, maar aan zijn geloof eigen grenzen stelt. Hij wil wel meegaan in het verhaal van Jezus, Hij wil Jezus wel als Vriend in zijn hart dragen, maar altijd en overal doen wat het evangelie vraagt... Nee, da's teveel gevraagd. Eigen grenzen.
Je zou zo iemand ook een gelegenheidsgelovige kunnen noemen, en eigenlijk geen echte gelovige.

Want wat is een gelovige ? Een gelovige is iemand die zich ten volle geeft aan de Heer, en die bereid is de weg te gaan die de Heer met hem wil gaan.
In het evangelie van vandaag gaat het over vergeven. Jezus is heel duidelijk: altijd vergeven, punt. Niet enkel in sommige gevallen, niet alleen wanneer je daar zelf klaar voor bent,... nee, vergeven ten allen tijde.
We weten zelf maar al te goed hoe moeilijk het is om altijd en overal en iedereen met het hart - gemeend dus - te vergeven. Wel, wanneer we dat niet kunnen, zijn we eigenlijk niet bereid, of kunnen de moed niet opbrengen, de weg van de Heer te gaan. Op die moment zijn we dus kleingelovig.

Vraag is: geloven we dat Jezus met ons het beste voorheeft... Zo ja, dan zouden we eigenlijk Jezus moeten volgen als echte gelovigen, er op vertrouwend dat vergeving een zeer hoog goed is in de ogen van God, en dat God de weg van de vergeving ziet als een weg waar zijn Rijk werkelijk gestalte kan krijgen.

En inderdaad... vergeving heelt relaties, vergeving schept gemeenschap, vergeving maakt je vrij om weer van harte lief te hebben, vergeving geneest de samenleving, vergeving geeft vrede.

En citerend uit de brief van Paulus aan de Efeziërs: 'Vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Hebreeën 4:12

Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs 6:19-20

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Maar Jezus zei: 'Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?'

Maar Jezus zei: 'Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?'

Maar Jezus zei: 'Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?'
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
14, 15-24

Een van de tafelgenoten sprak tot Jezus: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het Koninkrijk van God!’
Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’

 

Zonder ophouden nodigt God uit: in de stilte van ons hart, in de drukte van ons leven, doorheen relaties en ontmoetingen, komt Hij tot ons en zegt: 'Kom, wees mijn tafelgenoot'.
Maar zo dikwijls zijn we experts in het vinden van verontschuldigingen: teveel werk, te druk, de kinderen, moe, tv, enz... Niet dat de wil ontbreekt, maar wel de moed er ons aan toe te vertrouwen.
Erger wordt het als we onze uitvluchten ernstig gaan nemen. God zal onze excuses wel begrijpen... Hij is toch een God van barmhartigheid... Hij vergeeft toch altijd... en ons niet-naar-God-toegaan wordt een gewoonte waar we ons maar al te graag in nestelen. Het is makkelijker leven zo...

Ja, oppervlakkig gezien is het makkelijker leven zo. Je moet immers geen of amper nog tijd besteden aan gebed, je engagementen hoeven niet altijd zo ernstig gespiegeld te worden aan het evangelie, en och God, een mens mag zich toch nog eens ontspannen ook he.
En terwijl wij ons leventje leiden blijft de Heer maar roepen; vol liefde maar ook met een zekere toorn, zo lezen we in het evangelie van vandaag. Je zou voor minder boos worden...

Er zit maar één ding op: bekering. Je opnieuw keren naar God, heel je wezen - hart, ziel, verstand – schenken aan Gods inwoning. Aan de deur van ons hart klopt Hij, wacht Hij, tot wij opendoen, om dan maaltijd met ons te houden; Hij met ons, wij met Hem,

Keren we ons niet naar Hem dan laten we een wondermooie trein van genade voorbij rijden. Doen we het wel laten we toe dat God door ons heen zijn liefde steeds opnieuw kan openbaren, en krijgt zijn Rijk meer en meer gestalte.
Wat toch de bedoeling is… Niet ?

Laten we niet uitstellen. Laten we ons ons keren naar God, ons werpen in de armen van Christus. In zijn goddelijke barmhartigheid wacht Hij op ons.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs 5, 1-12

Matteüs 5, 1-12

Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten

'Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.'

Wat is dat, nederig van hart zijn. En hoe doe je dat ?

Nederig van hart, of arm van geest, ben je, als je je niet groot en stoer en sterk maakt tegenover God. Als je gering en bescheiden, ontvankelijk en nederig het koninkrijk der hemelen wilt ontvangen in je hart, als een gave, een godsgeschenk.

Nederig van hart ben je als je alle grootspraak en hoogmoed aflegt en als je je eigenwijsheid laat varen omdat je weet dat je in het verwerven van de wijsheid van de Heer afhankelijk bent.

Nederig van hart is hij die een geestelijke bedelaar is geworden, die niet te trots is om zijn hand open te houden voor het ontvangen van het geestelijke heil.

Armen van geest hebben geen pretenties. Ze verwachten het heil niet van hun geestelijke kracht en hun verstandelijke vermogens. Ze vullen hun geest met het verlangen naar en de verwachting van de Heer.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
13, 22-30

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf.
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’
Hij antwoordde:
‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal Hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”
Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Maar Hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!”
Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het Koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het Koninkrijk van God.
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’

 

‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Al bekennen we het zelf niet vlug, toch zijn we af en toe ook bezig met deze vraag. We zouden graag willen weten of we op de wachtlijst naar de hemel staan.

Jezus ziet deze vraag een beetje als een kinderlijke vraag, naïef en niet zo verstandig. Want Hij antwoordt erop als een vader tot zijn kind, geduldig maar toch vermanend: 'Begin alvast maar je best te doen en dan zullen we verder wel zien'. 'Doe alle moeite... ' Jezus antwoordt naar de maat van onze vraag. God is een verstandige Vader. Hij kent zijn kinderen. Hij weet, dat wij, als gelovigen, vaak te laat komen, als de deur gesloten is.

Toch heeft Hij het ons anders geleerd. We zouden er als eersten bij moeten zijn om de wil te doen van de Vader in de hemel en om de nood te lenigen van de mensen op aarde. Vaak zijn we echter de eersten om onze eigen wil en zin door te drijven, en de laatste om zijn wil te laten geschieden. Zo uitgebreid zijn we dikwijls met onszelf bezig dat de nauwe deur waarover sprake is in het evangelie voor ons een flessenhals wordt waarin we onherroepelijk vastlopen. '...want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.'

God is een Vader met doorzicht. Hij is onze excuses voor. Hij kent de argumenten en doorziet de uitvluchten waarmee we voor de dag komen om onze fouten wit te wassen. Hij verklaart ze bij voorbaat ongeldig. Weer is zijn antwoord: 'Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie'.

Geloof wordt ongeloof als wij het met God op een koopje willen gooien. Op zondag aanzitten aan de tafel van de Heer verschaft ons niet automatisch een visum voor de eeuwigheid. Want het Lichaam dat wij nuttigen, en het Bloed dat wij drinken, is werkelijke goddelijke vitamine. Het moet leven en vrucht dragen als wij van de tafel van de Heer worden weggezonden naar het leven van iedere dag. Zijn onderricht is nutteloos als het geen vlees en bloed wordt in ons dagelijks doen en laten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
12, 54-59

‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. En wanneer jullie merken dat de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. Huichelaars!
De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is?
Als je met je tegenstander op weg bent naar een hoge autoriteit, doe dan moeite om nog onderweg tot een vergelijk met hem te komen, anders sleept hij je voor de rechter, en de rechter zal je uitleveren aan de gerechtsdienaar, en die zal je in de gevangenis gooien. Ik zeg je, dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’

 

Uit liefde elkaar verdragen... Het klinkt alsof we in liefde vervelende dingen van elkaar moeten dulden. Inderdaad, het klinkt niet alleen zo, het is ook zo. Ieder die op een of andere wijze met andere mensen te maken heeft (ouders, kinderen, partners, collega's, zusters- of broeders, klasgenoten,...) zal dat onderschrijven. Soms, nee dikwijls, moeten we elkaar verdragen. Zo dikwijls zijn we lastig en ambetant naar elkaar toe.

Maar wanneer we dat woord 'verdragen' nader bekijken, zien we daar twee woorden in, namelijk 'ver' en 'dragen'. En als je 'verdragen' kunt beleven vanuit deze twee afzonderlijke woorden, namelijk 'ver' en 'dragen', wordt 'verdragen' een zeer rijk en liefdevol gebeuren. Is het niet ieders roeping om elkaar te dragen, niet een kleine afstand, maar ver.

Je hoort me niet zeggen dat dit vanzelfsprekend is. Het is verre van dat. Het vraagt inzet, geduld, volharding, verstandsliefde, keuze, zachtmoedigheid, bescheidenheid,... Kortom, het vraagt liefde; een dragende liefde, een ver dragende liefde.
Lang niet vanzelfsprekend !
Maar in de diepte wel mooi. En blijde booschap !!

Laten we ons spiegelen aan het teken van Gods liefde bij uitstek: Jezus' kruis. Zijn totaal gegeven liefde is niet enkel ons tot voorbeeld, maar het kan ook onze kracht worden. Laten we kijken naar het kruis, opkijken naar Jezus' liefde voor ons allen. Laten we ons hart openen voor zijn genade opdat we verenigd met Hem elkaar mogen liefhebben; ja deelgenoot mogen worden van Jezus' verrijzenisliefde voor allen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Jesaja 61:1

De geest van God, de HEER, rust op mij,
want de HEER heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft hij mij gezonden,
om aan verslagen harten hoop te bieden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan geketenden hun bevrijding

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten