Lucas 24, 49
Lucas 24, 49
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Lucas 24, 49Lucas 24, 49
Johannes 21, 15-19Johannes 21, 15-19
Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’
Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’
Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’
Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’
Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen’.
En voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’
Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield.
Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’
Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. Waarachtig, Ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’
Met deze woorden duidde Hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.
Daarna zei Hij: ‘Volg mij.’
Vandaag horen we Jezus zeggen tot Petrus: ‘Toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’
Het zijn woorden die gericht zijn tot Petrus, maar we mogen ze ook rustig beluisteren alsof ze aan ons adres zijn gericht.
Want ook voor ons is het een feit dat wanneer wij jong waren/zijn, dat we vol vuur ons een eigen gordel omdoen en gaan waarheen we willen. Wanneer we ouder worden (zeg maar volwassen in het geloof) zullen we inzien dat een ander (de Ander) ons een gordel wil omdoen om ons te brengen op een weg waar we zelf in eerste instantie misschien nooit voor gekozen zouden hebben.
Maar dit vraagt een geloof dat geleerd heeft zich te geven aan de Heer, en wel op zo’n wijze dat de gelovige inziet dat het in het leven niet om hem draait, maar om wat God wil, en dat Jezus op zo’n wijze genadig kan zijn dat we die weg ook daadwerkelijk kunnen gaan.
Laten we ons geven aan de Heer, opdat Hij ons bij de hand mag nemen om samen met ons de weg te gaan die God met ons wil gaan, zowel in de kleine dagdagelijkse dingen alsook in de grote levenskeuzes die we te maken hebben.
Kolossenzen 2, 9-10In Christus is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.
Kolossenzen 2, 9-10
Petrus 4, 10-11 Petrus 4, 10-11
Matteüs 3:17).De vijfjarige Josiah Duncan heeft de harten veroverd van alle aanwezigen in een filiaal van de Waffle House-keten in de Amerikaanse staat Alabama. En in het bijzonder dat van een dakloze medemens.
© kos.
De kleine Josiah uit Prattville in Alabama zat in het wafelhuis te eten met zijn mama, Ava Faulk, toen zijn oog viel op een wat smerig uitziende man met een tas buiten. Daar wou de jongen het fijne van weten. "Een dakloze", legde zijn moeder uit. Maar dat was niet voldoende voor Josiah: "Hoezo?"
"Wel, dat betekent dat hij geen huis heeft", antwoordde Ava Faulk. De kleuter vond het vreselijk dat de man geen familie of vrienden had bij wie hij terechtkon. Maar vooral dat hij geen eten had. Daarom wou Josiah hem wat te eten aanbieden. En dat vond zijn mama oké.
Menukaart
"Hij kwam binnen en ging zitten. Maar niemand bediende hem. Josiah liep dan maar zelf naar de man en vroeg of hij de menukaart wou zien, omdat je zonder niet kan bestellen", vertelt Faulk aan WFSA-TV. Josiah en zijn moeder lieten de dakloze kiezen wat hij maar wenste. Het werd een hamburger met spek.
Op dat moment waren er elf klanten in het restaurant. Zij waren met verstomming geslagen door de barmhartige daad van de kleine jongen. Toen het ventje ook nog eens al zingend God dankte voor Zijn zegeningen, hield niemand in het wafelhuis het droog. "De man weende, en iedereen daar weende", zegt Faulk.
De trotse moeder besluit dat wat haar zoontje deed "voor altijd een van de grootste verwezenlijkingen voor een ouder zal zijn die ik ooit zal meemaken".
HLN.be-nieuws in je facebook nieuwsfeed?
‘Jij bent mijn geliefde kind, in jou vind ik vreugde’ (Matteüs 3:17).
Petrus 4, 10-11Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen. Petrus 4, 10-11
Romeinen 8:38-39Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.
Spreuken 4:23Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart,
het is de bron van je leven.
1 Korintiërs 13:2Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
jakobus 1:12Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft. Jakobus 1:12
Efeziërs 1, 17-23Broeders en zusters, moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van alle luister, u een Geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, voor de Kerk, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult. Efeziërs 1, 17-23
Romeinen 13:8Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. Romeinen 13:8
Filippenzen 4:8Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Filippenzen 4:8
de geestDe Geest van God is geen spookbeeld of hersenschim. Hij is onder ons aanwezig, voelbaar en tastbaar. Hij spreekt soms uit de blik in onze ogen. Je ziet hem in de mensen die verdraagzaam zijn en respectvol omgaan met elkaar. Je voelt hem in dat liefdevolle gebaar of die hartelijke handdruk. De Geest van God is de scheppende kracht die bruggen slaat over de diepste kloven, die mensen bij elkaar brengt en conflicten ombuigt in begrip en verzoening. Het is de energie die bergen kan verzetten en mensen boven hun kleinheid uittilt - de levensadem van God die mensen bezielt en in beweging zet.
Matteüs 6:25Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Matteüs 6:25

Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. 1 Petrus 5:10
lucky
lucky
1 Korintiërs 10:23U zegt: 'Alles is toegestaan.' Zeker, maar niet alles is goed. Alles is toegestaan, maar niet alles is opbouwend. 1 Korintiërs 10:23
photo
lucky
1 Samuel 16:7Maar de HEER zei tegen Samuel: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’ 1 Samuel 16:7