Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt? Van Abraham wordt gezegd: ‘Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.’ -- Galaten 3:5-6

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:04 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

In Exodus lezen we het verhaal van Mozes. Hij werd als een zoon aangenomen door de dochter van Farao. Hij groeide op onder ideale omstandigheden. Het eten was goed en gezond. Hij kreeg naar alle waarschijnlijkheid een volmaakte opvoeding en scholing. En dit alles vond plaats in een omgeving van weelde en volkomen veiligheid. In Handelingen 7:22 staat: ‘Mozes werd onderwezen in alle kennis van de Egyptenaren en werd een machtig man in woord en daad.’ Mozes vond zichzelf kennelijk wel geschikt om een goede leider te worden. Hij had wat we noemen een ‘gezond zelfbeeld’, hij wist wie hij was en kende zijn capaciteiten en mogelijkheden. ‘Hij meende dat zijn volksgenoten zouden begrijpen dat God hen door zijn toedoen (NBG ‘door zijn hand’) wilde bevrijden…’ (Handelingen 7:25) Jammer voor Mozes en ook jammer voor ons, maar God heeft zo zijn eigen gedachten over goede leiders. De ‘ideale’ opleiding aan het hof van Farao was niet voldoende. Mozes werd naar de universiteit van God gestuurd: de woestijn. Dat is de plaats waar je genade leert. Dat is de plaats waar je sterft aan je eigen capaciteiten en mogelijkheden. Daar leer je totaal afhankelijk van God te zijn. Hooglied beschrijft hoe de bruid, leunend op haar geliefde, uit de woestijn komt. (zie Hooglied 8:5) Je bent niet meer dezelfde, je leunt niet meer op jouw capaciteiten en bekwaamheden, je leunt op je geliefde, je leunt op Jezus! Je bent totaal afhankelijk van hem. Wat was er over van de zelfbewuste leider Mozes? Hij vroeg of God een ander wilde zenden. Hij zei dat hij niet goed kon spreken. Mozes vond zichzelf niet langer geschikt. (zie Exodus 4:10-13) Maar God was het daarin niet met hem eens. Mozes had zijn woestijndiploma gehaald en was nu juist uitermate geschikt. Mozes maakte veel tegenwerpingen. Hij twijfelde eraan of God wel door hem heen kon werken, of de Israëlieten wel zouden geloven dat God aan hem was verschenen en of hij genoeg vaardigheden had om de opdracht te vervullen. Zelfgerichtheid Ten diepste twijfelde Mozes niet alleen aan zichzelf, maar vooral ook aan God. Hij werd geconfronteerd met een geloofscrisis – is God werkelijk in staat om te doen wat hij zegt? Als wij in een situatie komen waarin God tot ons spreekt, hebben wij geloof nodig om te doen wat hij vraagt. Ons grootste probleem is echter zelfgerichtheid. Wanneer we een opdracht van God krijgen denken we dat we die opdracht in onze eigen kracht moeten uitvoeren, met alle hulpmiddelen (onze talenten en gaven) waarover wij op dat moment beschikken. We komen dan net als Mozes vaak tot de conclusie: ‘Dat kan ik niet. Dat is onmogelijk’. We vergeten, dat wanneer God spreekt, hij altijd laat zien wat hij van plan is te doen. God weet allang dat wij als mens beperkt zijn in onze mogelijkheden. Hij is de regisseur en welke rol wij mogen spelen is zijn verantwoordelijkheid. Het is juist onze onbekwaamheid die ervoor zorgt dat we geloof nodig hebben in een grote God die wel alles kan. Dan kunnen wij vol vertrouwen zijn opdracht uitvoeren omdat wij weten dat hij ten uitvoer zal brengen wat hij van plan is. Mozes zou zelf nooit in staat geweest zijn het volk Israël te bevrijden uit Egypte, de Rode Zee over te steken of het volk eten en drinken te verschaffen. Mozes moest wel vertrouwen dat God de dingen zou doen die hij beloofd had. Wanneer God een miljoen mensen wil bevrijden uit slavernij, dan stuurt hij niet een sterk en groot leger, maar een oude man met een stok die niet goed uit zijn woorden kan komen. Waarom? ‘Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.’ (1 Korintiërs1:29) God wil de eer die hem ook rechtmatig toekomt. Hij wil dat wij beseffen dat het zijn kracht en bekwaamheid is en niet de onze. God zal ons in ‘woestijnsituaties’ brengen waarin we deze les leren. Hij wil dat we aan het einde van onze mogelijkheden komen. Daar waar wij onbekwaam zijn, kan God zijn bekwaamheid geven. Daar waar wij zwak zijn, kan God zijn kracht geven. Ik denk dat Mark Edward Petersen goed weergeeft wat Jezus bedoelde te zeggen. Hij vertaalt Matteüs 5 vers 3 als volgt: ‘Je bent gezegend wanneer je aan het einde van je touwtje bent. Met minder van jou is er meer van God.’

Jan POOL..

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 16:07 Reageer op dit bericht Stuur door

2 Korintiers 4:17-18

De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft. Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig. -- 2 Korintiers 4:17-18

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 18:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Joel 3:1-2

Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren zullen visioenen zien. zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. -- Joel 3:1-2

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Jakobus 3:17

de wijsheid van boven daarentegen is vóór alles zuiver, en verder vredelievend, mild en meegaand; ze is rijk aan ontferming en brengt niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht. Jakobus 3:17

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:37 Reageer op dit bericht Stuur door

Galaten 3:24-26

Kortom, de wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen. Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. -- Galaten 3:24-26

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Jesaja 55, 10-11

Jesaja 55, 10-11

Zo spreekt de Heer : Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten – zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Titus 3:4-6

Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland.

Titus 3:4-6

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Korintiërs 12, 4-11.

Korintiërs 12, 4-11.

Broeders en zusters, er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals Hij wil.

De Geest is in de gemeente de bron van de meest verscheidene gaven. Door hen werkt Hij en wordt ook bron van diepe eenheid onder het Godsvolk.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:04 Reageer op dit bericht Stuur door

tijd nemen


Lucas 1, 5-25

De geboorte van Johannes de Doper is iets uitzonderlijks. Elisabet was onvruchtbaar en haar man Zacharias was ook al oud. Zoals in de oudtestamentische geboorteverhalen komt een engel de geboorte voorspellen samen met de opdracht die het kind zal vervullen in de toekomst. Hij geeft ook een teken: Zacharias zal spraakloos zijn tot op de dag waarop de voorspelling zal vervuld zijn.

Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer. De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht.
Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’
Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’
De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’
De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.
Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf: ‘De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.


Zacharias werd door de engel letterlijk door stomheid geslagen toen deze hem de vraag stelde hoe hij kon weten of dit spreken van hem wel waar was.
Misschien vinden we dat Zacharias overdreven behandeld werd. Negen maanden niet mogen spreken… dat is nogal wat…
En toch…
Deze negen maanden waren voor Zacharias beslist een tijd van diepe genade; een tijd waar hij in stil gebed kon nadenken over Gods beloften. En uit het prachtige gebed bij de geboorte van zijn zoon kunnen we opmaken dat dit geen verloren tijd was geweest.
Wij leven in een tijd waarin veel gepraat wordt, en alles schijnbaar bepraat moet worden. Iedereen is maar aan de praat, alsof het heil voort zal komen uit al dat menselijke getater. Natuurlijk kan God ook aanwezig zijn doorheen ons spreken, maar soms is het ook goed af en toe te zwijgen, zeker als het over de diepere zaken van het leven gaat; over God, zijn beloften, zijn spreken, zijn roepen, enz..;
Het zou misschien niet slecht zijn moest de wereld gedurende negen maanden door stomheid geslagen worden.
Wat zou het stil zijn… heerlijk stil…
Misschien leren we terug luisteren naar Gods stem diep in ons hart, die we over het algemeen maar dàn kunnen waarnemen waneer het stil is rondom ons, en vooral ook wanneer we zelf stil zijn, wanneer we zelf zwijgen.
We zouden misschien een geweldige rijkdom in dat zwijgen ontdekken, een vermogen ontwikkelen dat ons tot écht luisteren aanzet…
Het zal een tijd van genade zijn: een tijd waarin God z’n tijd neemt, en ons de tijd geeft, om Hem héél diep te ontmoeten, voor Hem te knielen, bij Hem te vertoeven, naar Hem te luisteren…
Wat we kunnen doen is zelf dagelijks tijd maken om te zwijgen, om in stilte bij God te verwijlen, gewoon bij zijn woord aanwezig zijn. Het is niet makkelijk in het gebed onze agenda stil te leggen, onze eigen interpretaties van wat we lezen en denken stop te zetten, of gewoon de gegeven stilte niet vol te bidden met allerlei gebeden en teksten…
Stil zijn bij de Heer… het is niet makkelijk, maar zo wezenlijk belangrijk.
Dagelijks hiervoor tijd vrijmaken… misschien maken we wel een hele mooie en diepe weg door wat betreft ons leven naar en in de Heer.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Jesaja 41, 13-20

Jesaja 41, 13-20


‘Ik ben de Heer, je God, Ik neem je bij je rechterhand en zeg je: Wees niet bang, Ik zal je helpen.
Wees niet bang, kleine Jakob, arm volk van Israël, Ik zal je helpen – spreekt de Heer –,de Heilige van Israël is je bevrijder.
Ik maak van jou een scherpe dorsslede, een nieuwe slede met dubbele sneden. Bergen zul je dorsen en vermalen, van heuvels laat je niets over dan kaf.
Je zult ze wannen, en de wind neemt ze op, de stormwind jaagt ze uiteen. Dan zul je juichen om de Heer, je om de Heilige van Israël gelukkig prijzen.
Armen en behoeftigen zoeken water; niets! Hun tong verdroogt van de dorst. Ik, de Heer, zal hun antwoord geven, Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.
Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen en bronnen in de valleien. In de woestijn laat Ik meren ontstaan, uit dorre grond borrelt water op.
Ik plant in de woestijn ceder en acacia, mirte en olijf, en Ik laat in de wildernis den, kamperfoelie en cipres opschieten.
Dan zullen zij zien en beseffen, begrijpen en erkennen dat de hand van de Heer dit heeft verricht, dat de Heilige van Israël dit alles schiep.’
‘Ik ben de Heer, je God, Ik neem je bij je rechterhand en zeg je: Wees niet bang, Ik zal je helpen. Wees niet bang, kleine Jakob, arm volk van Israël, Ik zal je helpen – spreekt de Heer –, de Heilige van Israël is je bevrijder.’

Zo lezen we vandaag bij Jesaja.

Het mag duidelijk dat Jesaja hier profeteert over de komst van Christus, Jezus, de ‘Heilige van Israël’. ‘Wees niet bang’ om zijn komst, schrijft hij. Woorden van lang geleden, maar in wezen nog even actueel; woorden voor ieder van ons.

Want laat ons eerlijk zijn: diep vanbinnen zijn we soms bang van de Heer. We houden van Jezus, we zijn blij dat Hij bij ons is, we zijn dankbaar om zijn liefde voor ieder van ons, maar anderzijds… diep vanbinnen zijn we soms angstig.

We zijn angstig onszelf te verliezen, ons helemaal te moeten prijsgeven aan de liefde. We zijn bang ons veilig wereldje te moeten verlaten omwille van wat het evangelie vraagt. We zijn angstig te moeten veranderen, en altijd en ten volle te moeten gaan liefhebben.

Puur menselijk gezien is het een begrijpelijke angst. Het is alsof we onszelf moeten afgeven, alsof we alles uit handen moeten geven, alsof ons ‘ik’ helemaal moet verdwijnen.

En inderdaad, laat ons zeggen zoals het is: het evangelie vraagt jezelf te verliezen in de Heer, je ten volle te verlaten op Hem, je te schenken aan Hem, opdat Hij door jou heen tot leven kan komen, kan beminnen, vergeven, aanraken, oprichten.

In wezen verliezen we daarmee ons ‘ik’ niet, integendeel. Wie het klaarspeelt zich ten diepste te schenken aan de Heer zal juist z’n diepste en meest waarachtige ‘ik’ ontdekken; het ‘ik’ dat God voor je droomt en wenst, het ‘ik’ – zoals al dikwijls vermeld hier .waarvan God gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.

Konden we maar eens de diepe innerlijke vrede en vreugde bevroeden als vrucht van het zich totaal schenken aan Jezus.

Lieve mensen, laten we in gebed alle angst van ons afleggen. Geef je angst aan de Heer en sluit je in zijn armen. Hij is de Vriend die naast je zit, je Levensgezel die in je woont, je Broer die je in God zal brengen.

Hij zal je tot een vredevol en liefdevol mens maken, zoals Hijzelf is. Hij zal zijn vrede en zijn liefde in naam van God met jou te delen. Je zal één worden met Hem: geen twee maar één. Zalig.

kris

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs 9, 27-31

Matteüs 9, 27-31

 Toen Jezus verderging, volgden Hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving.

Jezus vroeg de blinden: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En hun ogen gingen open. Geloven is meer dan met de lippen belijden dat we geloven. In wezen is geloven is een act van de mens; een act van

overgave; overgave aan de Heer die in ons en bij ons is.

Wanneer wij dus bijvoorbeeld zeggen in de geloofsbelijdenis: ‘Ik geloof in Jezus Christus, Gods enig geboren Zoon’, dan zeggen wij eigenlijk: ‘Ik geef mijn hart aan Jezus, enige Zoon van God’.

Of: ‘Ik geloof in de heilige Geest’, zeggen wij eigenlijk: ‘Ik laat het waaien toe van Gods Geest diep in mezelf’.

Geloven is dus een beweging van de mens naar de Heer toe.

De gelovige geeft zich aan Christus, aan de liefde van zijn Geest.

In wezen is geloven een gebedshouding van voortdurende toewijding aan God in Christus in de liefde van zijn Geest.

Dikwijls vraagt men: ‘zijt gij gelovig?’ Spontaan zeggen we dan ‘ja’, en waarschijnlijk terecht.

Maar zijn we ons bewust van de inhoud van dit antwoord.

Want eigenlijk zeggen we: ‘Ja, ik geloof, want ik leef in overgave aan de Heer’.

Dat is nogal wat.

Dat heeft namelijk verregaande consequenties in het beleven van Gods liefde.

Ook al mag geloven een act zijn van de mens, het is niet louter mensenwerk.

In wezen is geloven zelfs op de eerste plaats gave; gave door God zelf gegeven.

Wij kunnen maar geloven omdat God deze gave in ons legt in zijn Geest.

Bedoeling is open te staan voor deze gave, naar haar te verlangen, ons in haar te wentelen. Niet om in haar verstrikt te raken, maar juist om diep bevrijd te worden van ons valse ik dat leeft vanuit en rond zichzelf.

Geloof doet ons leven vanuit Christus waaraan we ons geschonken hebben.

Besluit: geloven is gave van God én act van de mens.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:03 Reageer op dit bericht Stuur door

Hebreeen 1:1-2

Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. -- Hebreeen 1:1-2 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:11 Reageer op dit bericht Stuur door

brand

De wereld staat in brand. Mensen kampen met angst en onrust.

De jeugd vraagt zich af of deze huidige wereld nog wel een positieve toekomst kan bieden.

Het lichaam van Christus op aarde heeft het antwoord.

Maar wat gaat ze de wereld bieden? Een hele dure show op zondag waar men flink voor mag betalen om de kerkstenen te bekostigen?

Een dode religie waarin we mogen dansen naar de pijpen van de voorganger? Een humanistisch verbond waarin we gemaakt lief voor elkaar zijn en in geen enkele opzicht verschillen van de wereld?

Of gaan we ze bieden wat ze werkelijk nodig hebben: het Koninkrijk van God. Vrede, innerlijke rust, liefde, genezing, heelheid, compleetheid, bestemming, bevrijding, doden die worden opgewekt....

De schepping wacht op de zonen Gods die het Koninkrijk verkondigen en demonstreren.

Men wacht niet op een dode en dure religie

. Daar zijn er al genoeg van in de wereld namelijk.

Doorgaan met onze show op zondag zal daarom geen verandering brengen in de naties. Zij hebben het Koninkrijk nodig....

Ronald Plat

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten