HIJ NEEMT ER DE TIJD VOOR
HIJ NEEMT ER DE TIJD VOOR
Wat zijn we allemaal druk. Met het gezin, met het werk, met de kerk... druk, druk druk. Gelukkig hebben we ook af en toe vrij. Vakantie. Tijd om tot rust te komen. Tijd om stil te staan bij de dingen waar God druk mee is - in alle eerbied gesproken.
Het bijzondere is dat wij mensen helemaal niet de indruk krijgen dat de Heer zo druk is. Neem nu bijvoorbeeld Abraham. U kent zijn geschiedenis wel: zijn roeping om uit het huis van zijn vader te gaan, op weg naar een onbekend land. Hij was toen 75 jaar. Hij was al 86 toen hij Ismaël als zoon kreeg. Hij was 100 jaar oud, toen zijn door God beloofde zoon Isaak kwam. Echt haast lijkt de Heer niet te hebben... Wat doet de Heer in Abrahams leven? Als Lot het beste deel van het land Kanaän heeft gevraagd, bevestigt de Heer aan Abraham dat hij heel het land zal krijgen en een groot nageslacht. Als Abraham weigert geschenken aan te nemen van de koning van Sodom, opdat die niet kan zeggen dat hij Abraham rijk heeft gemaakt, ook dan bevestigt God zijn beloften aan Abraham door Zich persoonlijk voor die beloften garant te stellen (zie Genesis 15). Toch ziet Abraham nog niets van die beloften in vervulling gaan. Het is dan ook zo logisch om de Heer maar eens een handje te gaan helpen, en via Hagar nageslacht te verwekken. Op het laatste nippertje, toen het menselijkerwijs nog kon. Want als de Heer Abraham opzoekt als hij 99 jaar oud is, schiet Sara in de lach. Het is immers veel te laat voor Abraham en haar om nog een kind te krijgen (Genesis 18:12).
Maar het wonder gebeurt toch, en het beloofde kind komt!
Eind goed, al goed zou je denken. Maar dan gaat God verder. Hoe oud zal Abraham zijn geweest toen de Heer hem vroeg om zijn geliefde zoon te offeren? Honderdtien? Honderdtwintig? Isaak was in ieder geval oud genoeg om zelf al het offerhout de berg op te dragen.
In al die jaren was er toch wat bij Abraham veranderd. Want in Hebreeën 11:17,18 lezen we: 'Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht ... hij tot wie gezegd was: door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.' Abraham had inmiddels geleerd dat de Heer echt helemaal te vertrouwen is: Hij doet wat Hij zegt en Hij kan datgene doen wat boven ons denken uitgaat.
Abraham had God leren vertrouwen, op een manier zoals alleen heel kleine kinderen dat kunnen: Hem compleet vertrouwen op zijn woord. De Heer is er druk mee dat ook aan ons te leren. Hij is te vertrouwen, altijd.


