Archief
Jesaja 61:10
mijn hele wezen jubelt om mijn God.
Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan,
hulde mij in de mantel van de gerechtigheid,
zoals een bruidegom een kroon opzet,
zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.
-- Spreuken 2:6
Want het is de HEER die wijsheid schenkt, zijn woorden bieden kennis en inzicht. -- Spreuken 2:6
Lucas 6:45
Johannes
Johannes
11, 25-26ab
'Ik ben de opstanding en het leven.
Wie in mij gelooft zal leven,
ook wanneer hij sterft,
en ieder die leeft en in mij gelooft
zal nooit sterven.'
1 Johannes 2:28
1 Johannes 4:18
De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. -- 1 Johannes 4:18
lucas13.18-21
Lucas
13, 18-21
‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en
waarmee zal Ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat
iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik
werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’
En opnieuw zei Hij: ‘Waarmee zal Ik het koninkrijk van God vergelijken? Het
lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot
alle meel doordesemd was.’
Nog moeilijker dan op andere domeinen zien christenen de resultaten van hun inspanningen voor het Rijk Gods. Zij zien het nauwelijks groeien, soms lijkt het eerder op een mislukking. Het evangelie van vandaag wil ons moed inspreken: het is niet omdat we geen onmiddellijke zichtbare vruchten zien, dat het niet groeit
‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal Ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen’
Het zaadje groeit uit tot een struik waar de volgens in de takken komen nestelen... Prachtig beeld !
Is dat niet het
beeld van de gemeente, of hoe de gemeente zou moeten zijn ?
Een struik, of een boom, met wijd uitgespreide takken waarin vogels van
allerlei pluimage welkom zijn, een boom waar ze kunnen komen nestelen, waar ze
zich thuis voelen, waar ze kunnen ontvangen en geven, waar ze gemeenschap
vinden en kunnen beleven.
Maar de gemeente zijn wij allen, u en ik. En op de plek waar wij wonen, leven en werken, zijn we geroepen zo'n boom te zijn. Geen passieve stam zonder takken, maar een boom met een grote volgroeide kruin, z'n takken uitstrekkend naar allen die God op ons levenspad brengt.
Is iedereen welkom
? Echt welkom ?
Mag ieder die we ontmoeten proeven van Gods liefde ?
Laten we bomen zijn voor elkaar, laten we samen die ene boom zijn waar ieder welkom is, ja laten we Kerk zijn gegrondvest in Gods liefde.
Moge ieder van u een boom zijn die zingt van Gods Vrede
Lucas
Lucas
18, 9-14
Met het oog op sommigen
die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de
volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de
ander een tollenaar. De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God,
ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of
onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik
vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik
naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei:
“God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van
God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar
wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
Twee biddende mensen in de tempel. Echter één die écht bidt, die in ontmoeting komt met God, die van aangezicht tot Aangezicht staat. De eerste is hoogmoedig, hooghartig, blind voor zichzelf, schijnheilig, vergelijkt zich tijdens zijn bidden met anderen. De andere is nederig, bescheiden, bewust van zijn zwakheid, weet zich klein tegenover de altijd Grotere.
En heel spontaan zal onze sympathie uitgaan naar degene die in alle bescheidenheid bidt. Al vlug denken we bij onszelf: 'Zoals die Farizeeër, zo bid ik gelukkig niet'. En daarmee is de kans groot dat we dezelfde fout maken door te zeggen: 'Ik ben blij dat ik niet zoals de andere ben'. Dat gevaar schuilt altijd om de hoek.
Bij bidden komt het erop neer eerlijk te staan tegenover
God. Bij het gebed moeten we onszelf, én God, recht in de ogen kunnen kijken.
Echt bidden kan enkel wanneer we eerlijk zijn tegenover onszelf en tegenover
God. Het is onze zwakheden en onze neiging tot zonde bij Hem neerleggen,
gelovend dat Hij ons in zich zal opnemen ondanks onze nee-woorden.
En dit in een geest van diepe dankbaarheid omdat Hij is die is: de
Allerhoogste, de levende Liefde, het kloppend hart van ons bestaan
Heer,
bescherm ons van hoogmoed,
en maak ons nederig en arm van hart.
Geef ons de moed eerlijk te bekennen
dat ook wij soms toegeven aan de zonde
door uw liefde te laten varen.
Vervul ons dan met uw barmhartigheid
en zend ons telkens opnieuw op weg
om één met U
uw Vrede te bezingen.
Alle dagen van ons leven,
amen.


