Ik wens en wens
dat ieder mens
in elke nacht op elke dag
geluk en vrede voelen mag;
en dromen zal van lachende gezichten,
en geen geweren die zich richten
op ’t kind dat hij zo gaarne ziet;
hun kogels brengen hem verdriet.
Ik wens en wens
dat ieder mens
in elke nacht op elke dag
geluk en vrede voelen mag;
en bommen niet verscheuren,
liefde wonend achter deuren,
waar angst en oorlog 't hart versnelt,
en God weet, dood reeds is besteld.
Ik wens en wens
dat ieder mens
in elke nacht op elke dag
geluk en vrede voelen mag;
de witste sneeuw zich voor hem spreidt,
bedekt de haat en kwade nijd,
de zon hem nimmer weer verblindt,
en treft het leven, zo bemind.
Ik wens en wens
dat ieder mens
in elke nacht op elke dag
geluk en vrede voelen mag;
en wat ook hem hier heeft gebracht,
geen angst wordt in een duister nacht;
maar als een spiegel aan de wand
en verder dan ons eigen land
weerkaatst aan ‘t hemels blauw,
‘t geluk en lief van man en vrouw.
En 't heiligdom, hun vrucht, hun kind,
door hen zo zeer bemind,
geen oorlog, bom of kogel kent,
maar ziet wie jij nu echt wel bent,
een mens,
die heeft een wens, een mooie wens.
Dat ieder mens,
in elke nacht, op elke dag,
geluk en vrede, voelen mag.
Uit: