Naar de inhoud

Max Elskamp (1862-1931)

Enige gedichten zoet als elixir d'anvers
akke.beakke.be
vertaald en toegelicht door Gilbert Vanhove

Max Elskamp (1862-1931): elixir d'Anvers

De poezie van Max Elskamp is als elixir d'Anvers van een hoog spiritueel gehalte en zoet als honing. In lichtvoetige en muzikale verzen beklaagt de dichter zich over het lot van zijn ziel die gekluisterd zit in een lichaam zonder vleugels. Midden in de behandeling van zwaarwichtige problemen van leven en dood tovert hij met een vleugje engelenhumor een glimlach op het gelaat van de lezer: "Twee witte wolkjes wandelen aan de hemel; zegt de één: zeg, geloof jij nog ? Niets is eeuwig toch: zelfs niet de dood aan het eind van het leven die slechts slaap is voor even."

Deux nuages d’or

Passent dans le ciel,

Dis, crois-tu encor,

Rien n’est éternel,

 

Pas même la mort,

Au bout de la vie,

Qui n’est que sommeil

Parfois qu’on envie.

("Chansons désabusées" Heures, V)

Max Elskamp (1862-1931) schreef al zijn werk in de ouderlijke woning Boulevard Leopold 138, de huidige Belgiëlei, in Antwerpen. De vertaalde gedichten, waarmee U in deze blog kennismaakt, komen uit zijn latere bundels, die vanaf 1921 verschenen, velen ervan postuum. Deze bundels hebben  de vorm van bibliofiele plaquettes, “éditions confidentielles”, die enkel door bevriende kunstenaars konden worden gelezen. Van zijn vroeger werk liet hij één keer een handelseditie verschijnen in 1898 onder de titel "La Louange de la vie".  Om allerlei redenen voelde de dichter dit aan als een mislukking. Exemplaren van de laatste herdruk van "La Louange de la Vie" uit 1933 zijn vandaag nog altijd te koop voor de prijs van ongeveer drie euro. Deze eerste bundels (verschijningsperiode 1892-1895) kenden in de Belgische revues "La Jeune Belgique", "Le Coq Roude" en "Floréal" zowel voorpublicaties als (lovende) recensies.

Max Elskamp was een sociaal en aimabel man, maar vooral na de dood van zijn vader in 1911, was het openbaar leven niet meer aan hem besteed. In brieven hield hij contact met zijn vrienden. In zijn dichtwerk had hij vooral omgang met zichzelf, met zijn overleden ouders en zuster, en met de vele mythische vrouwen die zijn bundels bevolken. Ook de engelen zijn permanent aanwezig, en Boeddha is nooit ver weg. De hier geselecteerde gedichten geven mogelijks antwoord op de vraag wat Elskamp uit de openbaarheid weg hield. 

âme

Est-ce toi ô mon âme,
Que je vois sur la voie
Parée comme une femme
Qui marche et qui s’en va

Et sortie de moi- même,
Sous le soleil qui pâme
Pour la cueillir, suprême,
La paix que tu réclames ?

Pour trouver loin du songe
Les ciels vrais où c’est Dieu,
En lesquels on se plonge
Pour être enfin heureux ?

Est-ce toi ô mon âme
En ma chair incarnée,
Qui veux, comme une femme
Autre robe, et t’orner

D’ailes comme anges
Qu’on voit sur les peintures
Blanches comme des langes
Ou neiges sur des murs,

Et puis monter si haut
Qu’on ne sait où l’on est,
Comme font les oiseaux
Lorsque c’est Mai qui naît ;

Est-ce toi qui voudrais
Te perdre en l’infini,
N’être plus de concret
Mais d’abstrait qui délie,

Comme atome qui n’est
Que poussée de vie,
Sans raison, sans pensée
Sur la route suivie ;

Je te l’ai demandé,
Tu ne m’as répondu,
Mais lors tu es rentrée
Dans ma chair éperdue.


Ziel


Ben jij dat, o mijn ziel,
Die ik zie langs de weg
Gekleed als een vrouw
Die uitgaat en op stap is,

Om, weg uit mijzelf,
In de koestering van de zon
Haar te plukken, de ultieme,
De vrede waar jij naar smacht ?

Om te vinden, ver buiten de droom,
De echte hemelen waar het Goddelijke is,
En waarin men zich onderdompelt
Om eindelijk gelukkig te zijn?

Ben jij dat, o mijn ziel,
In mijn lichaam geïncarneerd,
Die wilt als een vrouw,
Een ander kleed, met vleugelen

Zoals de engelen
Die men ziet op de peinturen
Wit als linnen op bed
Of sneeuw op de muren,

Om dan op te stijgen
Zo hoog dat men niet meer bevat
Waar men is, zoals de vogels
In de prille mei?

Ben jij dat die zou willen
Zich verliezen in het oneindige,
Niet meer concreet zijn
Maar een abstract iets

Zoals een atoom dat niets is
Dan een stofje leven,
Zonder rede, zonder besef
Van de gevolgde weg?

Ik stelde je de vraag,
Jij gaf mij geen antwoord,
Maar dan ben je teruggegaan
In mijn lichaam dat was ontdaan.

Bron: « Œuvres Complètes » édition « Le Cri », 2000. pagina 290 , “Remembrances" (1924), en soi , V , âme.

Meer van Max Elskamp (1862-1931)

↑ Terug naar de berichten