Naar de inhoud

Max Elskamp (1862-1931)

Enige gedichten zoet als elixir d'anvers
akke.beakke.be
vertaald en toegelicht door Gilbert Vanhove

Categorie: Literatuur

nog twee vertalingen uit de bundel dominical

"Dominical"

Zondag!

"de joie"
twee vertalingen

In het eerste hoofdstukje "de joie" van de bundel "dominical" beschrijft de dichter zeven genoegelijke ervaringen die hij gehad heeft op Antwerpse zondagen.

In fragment VI komt de dichter (een geoefend roeier) met zijn bootje roeiend op de Schelde naar de stad toe gegleden. 

In fragment VI brengt de dichter verder de windstille middag door in de oude stad.

De Joie
VI

Et je m’en reviens de mer
pauvre pécheur,
maintenant et à l’heure
de ce dimanche,
ainsi soit-il.

Et je m’en reviens de l’eau,
les rames haut,
sonnant comme des heures,
au beau dimanche,
ainsi soit-il.

La voile a coulé dans l’eau
mon beau bateau,
maintenant sonne l’heure
d’un beau dimanche,
ainsi soit-il.

Or la voile, l’aient les tailleurs,
aussi la mer,
alors que sonne l’heure
d’un beau dimanche,
ainsi soit-il.

Un dimanche est dans mon cœur,
pauvre pécheur,
maintenant et à l’heure
de ce dimanche
ainsi soit-il.


VII

Et voile à nul souffle bercée,
s' enguidonne d'un beau ciel d'or
le dimanche très en décor
pour les femmes de mes pensées :

et les femmes ont dépensé
leur cœur tout devant les fenêtres
et creusent, d'amour enlisées,
jusqu'au pleur ce ciel des fenêtres.

Vierges d'attente et de martyre,
au gril vert des persiennes lasses,
dans les jardins des croisées basses,
les femmes, jusqu'à se mourir,

cristallisent rouge aux fenêtres
- Appeaux naïvement enfants -
leur cœur sous les tabliers blancs
et tels des rideaux aux fenêtres.

Or, en vain, les femmes, amantes
d'aimer, se sentent infinies,
leurs besognes sont définies,
et, pauvre leur cœur de servantes

froidit, pour que se fassent blanches
leurs mains, en très naïves grèves,
dans la comédie bleue du rêve.
Or, passent ainsi les dimanches.


VI
En ik keer weer van zee
arme zondaar,
nu en in het uur
van deze zondag,
amen.

En ik keer weer van het water,
de roeispanen hoog,
wijl de uren slaan,
op de schone zondag
amen.

Het zeil heeft in het water
mijn schone boot gelaten,
nu slaat het uur
van een schone zondag,
amen.

En het zeil, met de naaisters mee,
en ook met de zee,
dan slaat het uur
van een schone zondag,
amen.

Het is zondag in mijn hart
arme zondaar,
nu en in het uur
van deze zondag
amen.

VII

En zeil door geen zuchtje bewogen
met als wimpel de goudblauwe lucht,
laveert de zondag zich zeer in decor
naar de vrouwen mij voor ogen.

En de vrouwen hebben hun hart breed   
uitgestald in het glas van de ruiten
en onder liefde versmacht, zuchten zij  
die lucht stuk aan de ruiten.

Maagden van wachten en ondergaan,
bij het groene luik van oude zonneblinden
bezijden de lage kruisvensters,
vrouwen, wegkwijnend in het bestaan 

in het kristallicht achter de ramen,
- lokmiddelen van argeloze kinderen -
kleuren hun hart rood onder de schorten die wit zijn
als de gordijnen aan de ramen.

En, dwazen, in hun lust naar liefde 
voelen de vrouwen zich eindeloos,    
maar hun besognes zijn gekend
en armzalig krimpt hun slorenhart    

als hun handen zich wit laten maken
bij de zeer kinderlijke zandspelen
in het blauwe blijspel van de waan.
En zo gaan de zondagen voorbij.

 

vertaling van drie strofen uit j'ai triste d'une ville en bois

Dominical
“d’anciennement transposé”

foto: jongemannen met bolhoed laten zich op  houten paardjes rondzwieren op de Antwerpse kermis, anno 1900.


Het tweede hoofdstuk van “dominical”, getiteld “d
‘ anciennement transposé”,   is van toon negatief en vijandig.
De dichter voelt zich onbehaaglijk. Hij voelt zich niet langer op
zijn gemak in zijn (oude) stad. De ziel van zijn stad ontglipt hem.

Hierna volgen de vijf strofen van het openingsgedicht  van  “d’ anciennement
transposé”.

Het is tevens één van de liederen van de Waalse zanger Julos Beaucarne.  Luister naar dit lied op de link: 

http://www.florilege.free.fr/juke-box/montrer.php?item=j-ai-triste-d-une-ville-en-bois

Drie van de vijf strofen dragen in hun ondergrond taferelen mee uit het dagelijks leven in oud-Antwerpen eind 19e eeuw: 
strofe 1: de kermismolens op het Walburgisplein, een plein dat omzoomd was met houten huizen die afgebroken werden bij de rechttrekking van de Scheldekaaien;
strofe 3: de schaatspret op de Schelde vanop linkeroever (Sint-Anneke) waar de dichter op een vaste plek zijn bootje had liggen;
strofe 5: de taptoes die op zondagavond de dronken soldatennaar de kazernes (o.a. die op het Falconplein) riepen.

Strofes 2 en 4 zijn (voor mij althans) te cryptisch om er een leesbare vertaling te kunnen van maken.

Dominical
D’anciennement transposé

I
J’ai triste d’une ville en bois,
- tourne, foire de ma rancœur,
mes chevaux de bois de malheur -
j’ai triste d’une ville en bois,
j’ai mal à mes sabots de bois.

J’ai triste d’être le perdu
d’une ombre et nue et mal en place,
- mais dont mon cœur trop sait la place -
j’ai triste d’ être le perdu
des places, et froid, et tout nu.

J’ ai triste de jours de patins
- Sœur Anne ne voyez-vous-rien ? -
et de n’aimer en nulle femme ;
j’ai triste de jours de patins,
et de n’aimer en nulle femme.

J’ai triste de mon cœur en bois,
et j’ai très-triste de mes pierres,
et des maisons où, dans du froid,
au dimanche des cœurs de bois,
les lampes mangent la lumière.

Et j’ ai triste d’une eau-de-vie
qui fait rentrer tard les soldats,
au dimanche ivre d’eau-de-vie,
dans mes rues pleines de soldats,
j’ai triste de trop d’eau-de-vie.


Zondag!
Uit vanouds overgezet

I

Ik heb hartzeer van een houten stad,
- zwier, kermismolen van mijn wrevel,
mijn paarden van ongelukshout –
ik heb hartzeer van een houten stad,
En pijn aan mijn klompen.

……………………………

Ik heb hartzeer van dagen schaatsrijden,
- Zuster Anna ziet gij iets ?  –
en van het beminnen van geen vrouw;
ik heb hartzeer van dagen schaatsrijden,
en van het beminnen van geen vrouw.

…………………………………

En ik heb hartzeer van brandewijn, één
die de soldaten laat terug laat zijn,
op zondagen zat van brandewijn,
in mijn straten die vol soldaten zijn,
ik heb hartzeer van zoveel brandewijn.

Meer van Max Elskamp (1862-1931)

↑ Terug naar de berichten