Maandag 6 februari 2006
mei

De nacht proeft zoet als druivensuiker,Geurt naar de eerste meiklokjesruiker,
Herinnert zich de koolmeesjes, die op hun hoede
In de kamperfoelie op hun eitjes broeden.
In deze wondere wereld van stilte
Vult opstijgend vocht de lucht met kilte;
Het wazige licht heeft elke lijn verzacht,
Elke vorm tot zijn essentie teruggebracht.
Beschroomd de nachtelijke rust te storen
Laat het beekje zich zacht klaterend horen,
Geruisloos rimpelt het water naar de kant.
Wie zich door de lente laat bekoren,
Wordt in deze tijd opnieuw geboren,
Want is niet alles aan mekaar verwant?
Geschreven door Meermin om 08:50
Reageer op dit bericht














