Lebbeekse benamingen voor vrouwen


ne faffoeïl (van è vraamens) : onbetrouwbare vrouw
een farse : een uitdagende, vranke vrouw
een fiérkont : een trotse vrouw, vooral begaan met haar uiterlijk
een flaa : een flauwe
een flèdderkont (een flèdderkaas) : een vleidster
een flodderrêis : een vleidster
een gars : een sloerie
een gazet : een praatgrage vrouw, een roddeltante
een gêirre : een gemene vrouw (letterlijk : een spleet)
een gellêittegge : een gladde, sluwe vrouw
een geschallotterde : iemand met een zichtbare wonde of met een zichtbaar litteken door val of ongeluk
een gestoêikte, (een kette gestoêikte) : een korte nogal corpulente vrouw
een getikte : een gekke vrouw
een gezette (e gezet vraamens) : een corpulente vrouw
een gigtegge : een vrouw met jicht
een goeivraa : een vroedvrouw
een goiët : een geit, dom vrouwmens
een graalijke : een hevige
een iëte : een geile, hete vrouw
nen ietepetiet : een nauwgezet iemand, muggezifter
een iffraa : een juffrouw
1. onderwijzeres
2. ongetrouwde vrouw behorende tot de hogere stand
3. iemand die zich voordoet, gedraagt als iemand behorende tot de hogere stand
een joenkoiët : een ongetrouwde vrouw
een kadikkelijke : een gebrekkige, of iemand die slecht te been is door ouderdom of ziekte
e kadollekken : kleine vrouw, aangenaam in gezelschap
een kalle : onnozel vrouwmens
ne kapoen : lichtelijk onbetrouwbaar iemand, iemand die graag de anderen voor schut zet of voor de gek houdt
een kattemojjer : moeder die niet genoeg aandacht besteedt aan haar kinderen
een keismis : magere, bleke vrouw
ne kerjeezennees : (curieus) een nieuwsgierige vrouw
een ketkolleregge : lichtgeraakt, opvliegend
e ketttol : korte, dikke vrouw
een kiek (e kieken) : iemand die zo dom is als een kop
een kneet : een kniesoor, een kwezel
een koei : weinig snugger iemand
e koerspjeit (e koerspèèt) :
1. vlugge vrouw
2. een vrouw die een behoorlijk aantal (sexuele) partners heeft gehad
een kommeer : een overdraagster
een kokette : een opgedirkte
een kolleiregge : (uit het Frans : colère) een woedende, driftige vrouw
een kolleirieke : een opvliegende vrouw
kop en gat : kort en dik
ne korreir : iemand die altijd alles heel vlug wil doen
een krammikkelle (een krammikkellijke) : iemand die door ouderdom of ziekte moeizaam te been is
een krewwêllegge : een hitsige, driftige vrouw
e kwakkelgat : een hevig heupwiegende vrouw
een kween : een altijd klagende vrouw
een kwêirre : een nerveuze en spichtige vrouw (die vlug en met hoge toon spreekt)
Bron : Dirk De Cock - Heemkring Lebbeke - 1 maart 1991







































