7 - DE DODEN BEGRAVEN


DE ZEVEN WERKEN VAN BARMHARTIGHEID
7 – DE DODEN BEGRAVEN
De mens is lichaam en ziel. De hele mens is eerbied verschuldigd, ook zijn lichaam, want zijn lichaam bepaalt evenzeer als zijn geest wie hij is.
Daarom betoont de katholieke Kerk op het einde van de uitvaart eer aan het dode lichaam.
De kist wordt bewierookt met het oog op het definitieve afscheid.
Toen in Bethanië een vrouw een flesje kostbare balsem over Jezus’ hoofd had uitgegoten, zei Hij:
“Bij voorbaat heeft ze mijn lichaam gezalfd met het oog op mijn begrafenis.”
Op het einde van de Blijde Boodschap krijgt Jezus het graf van Jozef van Arimatea, nadat Hij ons met zijn dood had vrijgekocht.
Deze stukjes DE ZEVEN WERKEN VAN BARMHARTIGHEID
werden opgemaakt aan de hand van teksten uit het Parochieblad ‘kerk en Leven’ 1999.
Geschreven door hoofdredacteur Mark Van De Voorde.




















