Zaterdag 10 december 2005
Mohammed B. ergert rechtbank

,,We kunnen dit spelletje doorspelen, maar u kunt ook de eer aan u zelf houden. U gaat steeds door.
,,Maar ik hoef u niets te vertellen. Dat weet u zelf ook wel. Ik wil u wel wat spullen opsturen. Na het proces.’’
Aan het woord is Mohammed B., die zich gisteren als vanouds van zijn minst meewerkende kant liet zien in de rechtszaal. Dit keer stond hij niet terecht voor de moord op Theo van Gogh, maar voor lidmaatschap van het terroristische Hofstadnetwerk.
Hoewel hij op 17 november bij de rechter-commissaris nog wel een en ander had verklaard over de vriendengroep, wilde hij dat gisteren niet herhalen. Dit tot grote ergenis van de rechters die in het Hofstadgroep-proces de lastige taak hebben uiteindelijk te beslissen over de veertien terreurverdachten.
Zij kregen gisteren voor het eerst te maken met het bijzondere karakter van hoofdrolspeler Mohammed B. De radicale moslim zat achterover geleund met zijn handen gevouwen achter zijn hoofd en lachtte voortdurend minzaam bij vragen die de rechters hem stelden.
Over wie bij hem thuis kwamen om de zogenaamde religieuze huiskamerbijeenkomsten bij te wonen, zei hij: ,,Is dat strafbaar dan? Ik vraag u toch ook niet wie er bij u in huis op bezoek komen?’’
Officier van justitie Koos Plooy wist B. wel enigszins uit de tent te lokken met vragen over het geloof. Op die momenten trok B. zichtbaar geërgerd van leer over zijn plicht om iedereen die de profeet beledigt te doden en om zijn zienswijze over te brengen op iedereen. ,,Ja, ook op u, u, u, u en u,’’ zei hij, wijzend naar de rechters.
Toen Plooy suggereerde dat B. zijn religie misbruikt om crimineel te zijn, riep de verdachte: ,,En u heeft het recht een heel land leeg te plunderen? U maakt zich druk om een moeder, maar niet om die duizenden kinderen die dagelijks sterven in Irak. Ik beschuldig u daarvan en Bush, Balkenende, iedereen!’’

Mohammed B.
Aan het woord is Mohammed B., die zich gisteren als vanouds van zijn minst meewerkende kant liet zien in de rechtszaal. Dit keer stond hij niet terecht voor de moord op Theo van Gogh, maar voor lidmaatschap van het terroristische Hofstadnetwerk.
Hoewel hij op 17 november bij de rechter-commissaris nog wel een en ander had verklaard over de vriendengroep, wilde hij dat gisteren niet herhalen. Dit tot grote ergenis van de rechters die in het Hofstadgroep-proces de lastige taak hebben uiteindelijk te beslissen over de veertien terreurverdachten.
Zij kregen gisteren voor het eerst te maken met het bijzondere karakter van hoofdrolspeler Mohammed B. De radicale moslim zat achterover geleund met zijn handen gevouwen achter zijn hoofd en lachtte voortdurend minzaam bij vragen die de rechters hem stelden.
Over wie bij hem thuis kwamen om de zogenaamde religieuze huiskamerbijeenkomsten bij te wonen, zei hij: ,,Is dat strafbaar dan? Ik vraag u toch ook niet wie er bij u in huis op bezoek komen?’’
Officier van justitie Koos Plooy wist B. wel enigszins uit de tent te lokken met vragen over het geloof. Op die momenten trok B. zichtbaar geërgerd van leer over zijn plicht om iedereen die de profeet beledigt te doden en om zijn zienswijze over te brengen op iedereen. ,,Ja, ook op u, u, u, u en u,’’ zei hij, wijzend naar de rechters.
Toen Plooy suggereerde dat B. zijn religie misbruikt om crimineel te zijn, riep de verdachte: ,,En u heeft het recht een heel land leeg te plunderen? U maakt zich druk om een moeder, maar niet om die duizenden kinderen die dagelijks sterven in Irak. Ik beschuldig u daarvan en Bush, Balkenende, iedereen!’’




















