Er moest al belasting betaald worden !

...
Er moest al belasting betaald worden !
...
Egyptenaren wisten al wat irrigatie was


Meestal was het in Egypte zó heet dat de mensen zo weinig mogelijk kleren droegen. Kinderen droegen zelden kleren. Boeren, bedienden en danseressen werkten vaak bijna naakt.
Mannen waren tevreden met een eenvoudige linnen of wollen kilt. Vrouwen droegen lange, nauwsluitende hemdjurken van soortgelijk materiaal.
Edelen en hun echtgenotes verfraaiden deze eenvoudige kleding door er mooie plooien in te laten maken of er heel dunne(en soms doorzichtige)mantels en toga’s op te dragen.
Net als tegenwoordig waren model en lengte afhankelijk van de mode.
Om de eenvoud van hun kleren te compenseren, droegen de Egyptenaren allerlei pruiken en sieraden:hoofdbanden ,uit meerdere lagen bestaande halsbanden en kragen,gordels,enkelbanden,armbanden en ringen.
De rijken versierden de sieraden met edelstenen en kostbare metalen. Gewone mensen moesten zich tevredenstellen met felgekleurde kralen van aardewerk of glas.
Het oude Egypte had een gelaagde samenleving
Klerken hadden een belangrijke jobDe oude Egyptische samenleving was zeer strak georganiseerd, volgens zeer gedetailleerde voorschriften.Omdat de meeste mensen niet konden lezen en schrijven had het in verhouding kleine aantal klerken uitstekende carrièrekansen. Lokale klerken verdienden geld met het schrijven van brieven en het opstellen van contracten voor hun dorpsgenoten.
Anderen moesten de oogst te boek stellen en in de vorm van belasting het aandeel van de straat innen. Zij rekenden uit hoeveel voedsel er nodig was voor de werklieden die bezig waren aan de openbare werken, zoals de piramiden,
Op grote landgoederen deden ze de boekhouding en ze bestelden de voorraden voor de tempels en voor het Egyptische leger. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de klerken de topmanagers en topambtenaren van Egypte werden .
De oude Egyptenaren behoorden tot de eersten die dingen opschreven. Hiervoor ontwikkelden ze een beeldschrift, dat we nu hiërogliefen noemen.
Elke hiëroglief stond voor een heel woord, of voor een klank.
Hiërogliefen werden alleen gebruikt voor grafmonumenten, tempels en officiële documenten. Voor het dagelijks leven bestond een eenvoudiger schrift, het hiëratisch.
Egyptenaren hielden van pracht en praal
De Egyptenaren hielden van de gouden gloed van koper en brons en gaven er nog steeds de voorkeur aan, ook toen zij het veel hardere ijzer al kenden.
Massief gouden voorwerpen werden alleen gemaakt voor farao’s en voor tempels. Wel werden veel andere voorwerpen verguld(bedekt met een dun laagje goud).Voor het metaal bewerkt kon worden, moest het eerst gesmolten worden.Het werd dan boven een vuur verhit om onzuiverheden te verbranden.
De ambachtslieden klopten daarna het koude metaal in de gewenste vorm of goten het, als het gesmolten was,in een vorm.Pas als er ook nog geschaafd, geschuurd en gepolijst was,was het werk klaar.


Veel bewaard gebleven voorwerpen uit het oude Egypte zijn gemaakt door ambachtslieden: pottenbakkers,steenhouwers,timmerlieden,mensen die glas maakten,metaal bewerkten of juwelen maakten.
Spinnen en weven, wat voornamelijk door vrouwen gedaan werd,was ook belangrijk werk dat scholing vereiste.Bijna alle stof is echter vergaan. Schilders en beeldhouwers werden niet zozeer beschouwd als artiesten,maar eerder dan ambachtslieden die op traditionele wijze werkten.Enorm veel handwerk werd gedaan voor de farao’s, die in het Dal der Koningen een heel dorp voor de ambachtslieden hadden,die in vaste dienst de prachtige koninklijke graven maakten.


Arme mensen leefden in rieten hutjes, maar de meeste dorpelingen hadden huizen van één of twee verdiepingen met meerdere kamers.
Wanneer een huis eenmaal gebouwd was met stenen van leem, werd er een laag pleisterwerk op aangebracht en werden er versieringen geschilderd op de binnenmuur.Omdat het in Egypte zo heet was, waren de ramen klein.De huizen waren daardoor koel, maar ook donker.
Gezinnen brachten grote delen van hun vrije tijd door op het dak, waar luchtopeningen ervoor zorgden dat er een beetje wind was.Rijke mensen hadden huizen in de stad, maar ook villa’s op het platteland met tuinen met bomen eromheen en bassins vol vis.
De meeste Egyptische steden vormden zich, zonder dat daar plannen voor gemaakt waren,rond tempels en paleizen.In dergelijke steden waren de arme wijken vaak erg benauwd en dichtbevolkt, met kleine huisjes in een doolhof van steegjes.
De rijken woonden in wat ruimere buitenwijken, maar ook hier was grond duur,zodat de mensen aangemoedigd werden bij het bouwen de hoogte in te gaan.
Sommige huizen waren wel drie verdiepingen hoog met ontvangkamers op de eerste verdieping, boven de opslagruimten en de werkplaatsen van de ambachtslieden.
Op de tweede verdieping waren de privé vertrekken van de eigenaar, terwijl het dak extra ruimte bood voor opslag.Hier kon men ook op een koel plekje zitten of buiten slapen onder een zonnescherm.
Elk dier werd aanzien als een god

De Egyptenaren leefden dichtbij allerlei dieren. Arme families deelden vaak hun enige kamer met hun vee en zelfs wanneer de huizen groter waren, kwamen de kamers, hokken en stallen op een dezelfde binnenplaats uit.Honden, katten en apen werden als huisdier gehouden.
Van twee farao’s wordt gezegd dat zij een privé-dierentuin hadden.
Elk dier dat de Egyptenaren kenden werd vereenzelvigd met één van hun goden.
Zo werd Hathor, de godin van de liefde en de muziek, meestal als een koe afgebeeld.Dieren deelden zelfs het voorrecht, zo zagen de Egyptenaren dat, van mensen om gebalsemd te worden en zo te kunnen overleven tot in het hiernamaals.
Archeologen hebben duizenden gemummificeerde dieren gevonden.
spelen met hyrogliefen
Het jaarlijkse aangevoerde slib was een rijkdom voor het land
Voor Egypte was de Nijl een soort hoofdweg, een paradijs voor jagers en een plek voor plezier en ontspanning.
Belangrijk nog was dat de rivier het land heel vruchtbaar maakte. Elk jaar in het midden van juni begon het water in de rivier te wassen en overstroomde het de oevers en de landerijen van de boeren.
Na vier maanden daalde het waterpeil weer, maar liet een laag vette, vruchtbare grond achter, die door de rivier meegevoerd was.
De gewassen die hierop groeiden vormden de ware rijkdom van Egypte.Het gedrag van de Nijl was zo belangrijk voor de Egyptenaren dat ze hele nauwkeurige methoden ontwikkelden om dat gedrag te beschrijven en te voorspellen.
De Nijl zorgde er voor dat het land bloeide
Elk jaar treedt de Nijl buiten haar oevers en zet aan beide zijden een gebied van 10 km onder water. Wanneer dit water teruggetrokken is laat het een zeer vruchtbare sliblaag achter. De Egyptenaren maakten zeer handig gebruik van dit natuurverschijnsel. Het overtollige water werd ingedamd en gebruikt om gewassen te bevloeien. Bovendien was de bodem rijk aan mineralen en gesteenten.
Het oude Egypte
Een stukje geschiedenis over het oude Egypte in de nu volgende berichten
Geografische gegevens
Egypte grenst in het noorden aan de Middellandse Zee, in het westen aan Libië, in het zuiden aan Soedan en in het het oosten aan de Rode Zee en de golf van Akaba. In het noordoosten ligt de grens langs de Gazastrook en Israël. Opvallend is natuurlijk de smalle bewoonbare Nijlvallei terwijl meer dan 95% van het land uit woestijn bestaat. Het grootste deel van het land ligt in Afrika maar de Sinaï behoort al bij Azië.
De taal
Ongeveer 98% van de bevolking spreekt Egyptisch-Arabisch, een dialekt van het Moderne Standaard Arabisch.
De bewoners
Ruim 90% van de bevolking is van Oost-Hamitische afkomst maar is geheel gearabiseerd. De grootste minderheidsgroep (zo\'n 6 miljoen) wordt gevormd door de Nubiërs die vooral in Zuid-Egypte wonen. Verder zijn er nog kleine groepen Berbers en Bedoeïnen.
Het klimaat
Egypte heeft een woestijnklimaat met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht en tussen zomer en winter.
Fauna en Flora
Langs de Nijl is er alleen sprake van cultuurlandschap met voornamelijk dadelpalmen. En natuurlijk groeit er de papyrus, een beschermde plantensoort en één van de symbolen van Egypte.
De boeren werkten in dienst van de staat
Het wassen en het dalen van het water van de Nijl regeerde het leven van de boeren. Elk stukje vruchtbaar land(land dat overstroomd werd door de Nijl)werd bebouwd.
De dorpelingen bouwden hun huizen op het zand net buiten het gebied dat onder water kwam te staan. Tijdens de vier maanden durende overstroming in de zomer konden de boeren een beetje uitrusten, tenzij de staat een beroep op hen deed te helpen bij de bouw van tempels en piramiden. In maart kwam de oogst, soms gevolgd door een tweede groenteoogst vlak voor de volgende overstroming.
De boeren moesten ook zorgen voor het onderhoud van de dijken, kanalen en sloten die het water van de Nijl in het droge seizoen naar de velden brachten.
In maart moest elke dorpeling die recht van lijf en leden was het veld op om te helpen bij de oogst. De mannen sneden met hun sikkels de korenhalmen af.
Vrouwen en kinderen bonden ze samen tot schoven en stopten de schoven in manden. Anderen lazen aren: zij gingen de grond langs om op te rapen wat anderen hadden laten liggen. Daarna werd het koren gedorst(de graankorrels werden uit de aren geslagen), gewand(omhooggegooid of gezeefd om het kaf van het koren te scheiden)en opgeslagen.
De Nijl ... een levensader
Bijna alle Egyptenaren woonden dicht bij de rivier die wemelde van het leven.
Jagers zaten allerlei soorten gevogelte achterna met werphout en netten.
Vissers sloegen hun buit aan de haak of gebruikten netten. Ze deden dat vanuit lichte bootjes, gemaakt van strak bij elkaar gebonden bosjes papyrusriet dat op de oever van de rivier groeide. Vooral in de moerassige delta waar de Nijl onbeteugeld stroomde zaten ook wilde dieren, zoals nijlpaarden, die een grotere buit waren.Rijke mensen maakten voor hun plezier tochtjes op de Nijl en uit de levendige schilderingen die de Egyptenaren maakten van vogels en andere dieren spreekt de waardering die ze hadden voor de schoonheid van de natuur.
De Nijl was ook een belangrijke waterweg voor schepen die langere reizen maakten om nijvere ambtenaren te vervoeren of grote blokken steen voor bouwwerken te transporteren.