kamelen

Kamelen
De uit Perzië afkomstige eenbultige kameel of dromedaris, is onmisbaar in Egypte. Ze worden naar het Arabische ‘kemal’ meestal kameel genoemd.
Deze reusachtige hoefdieren hebben eeuwenlang, tot vandaag de dag, het vervoer van goederen en personen verzorgd door de woestijnen van Afrika en het Midden-Oosten. De kameel heeft zich in de loop van duizenden jaren zeer goed aangepast aan het harde leven in de woestijn.
Dankzij een derde, transparant ooglid kunnen ze ook tijdens zandstormen nog zien.
De poten van een kameel zijn zo plat dat ze niet wegzakken in het zand van de woestijn.
De bult op de rug bevat veel vetreserves, en geen water zoals vaak gedacht wordt, waardoor de dieren vele dagen kunnen lopen zonder te hoeven eten.
Verder zweten dromedarissen niet en laten zo goed als geen vocht gaan met hun ontlasting. Zo kunnen ze tegen een hogere lichaamstemperatuur en is er minder noodzaak tot verkoeling.
Op lange tochten zonder water kan een kameel eenderde aan lichaamsgewicht verliezen, wat hij aanvult door in één keer tot 150 liter water te drinken.
Verder is een kameel voor de bevolking ook een leverancier van melk, wol, leer en vlees.
Kamelen verplaatsen eerst beide poten aan de ene kant en dan die aan de andere kant. Aan dat schommelende loopje danken ze hun bijnaam ‘schip van de woestijn’.











