SChepen van cultuur op staatsiebezoek

Voor de engelbewaarder is er de direct verwijzing naar het gevaar voor het kind. In het water kan je verdrinken. Dat zal wel de eenvoudigste beeldvorming zijn.
Maar water heeft ook een bijbelse connotatie. Water = bron, Jezus is het levend water en aan de rivier de Jabok worstelde Jakob met God, Gen 32:22, daar haalde hij zijn naam. Daarbij sloeg Mozes water uit de rots. Paulus noemt dat water Christus. In Water, in Christus, worden we gedoopt. Voor de Jood is water = Tora = leven = richting gevende leer, licht voor onze voeten, maar ook dauw des hemels.
Ook in de heiligenverhalen wordt water, een bron vaker, met bovennatuurlijke kracht geladen: Lourdes, Gistel, enz.
In het boek Openbaringen brengen de engelen vuur en zwavel, de engel Michaël, verpersoonlijkt Gods toorn. Engelen brengen dus niet alleen regen en water, maar ze kennen wel de bron: een God die genadig is en uit het water redt. Engelen zijn transparant. Ze weten ook ook dat die de-wet- ten-leven, de Tora, de bron niet volgt moet gestraft worden met het zwaard, zwavel en vuur.

Een ding zijn we nu zeker.


