Trein en bus, wandelen en weer, en van die hobby's meer
07-09-2009
7 september 2009 (Ligneuville)
Af en toe
bouwen we ook bewuste wat kortere wandelingen in. De ervaring leert dat dit
vaak ook tochten zijn die best meevallen. Vandaag is onze keuze gevallen op een
wandeling uit "Groot Wandelboek Ardennen" van Julien van Remoortere,
en wel in Ligneuville, mooie deelgemeente van Malmedy. Ze kreeg als titel
"Wandelen langs de Boven-Amblève", maar van de Amblève valt er niet
zo veel te zien. Toch is het een mooi traject, o.a. langs het gezellige Pont,
deels door golvende weiden, deels langs imposante naaldbossen. De wandeling is
net geen 9 km lang, en een groot gedeelte verloopt over verharde wegen. Dat
verklaart de lage TWQ van 16 %.Het landschap en vandaag ook het mooie
nazomerweer maken dat echter ruimschoots goed.
We waren ruimschoots op tijd om de IR van 9:19 te nemen,
maar die werd aangekondigd met 8 minuten vertraging. De hele ochtendspits moet
trouwens een puinhoop geweest zijn: dat kon ik thuis al vaststellen op
railtime, maar ook in de nasleep van de spits rijden nog veel treinen met
vertraging. Het werd dus toch de CR van 9:23 waar we voor gekomen waren. Wijnrood
treinstel 239 hangt vooraan, en we installeren ons in de knusse zetels van
toen.
Ook in Brussel-Zuid kleuren de schermen nog rood, vooral de
eerste "bladzijde", maar met de IC naar Eupen lijkt het voorlopig nog
los te lopen. In Brussel-Zuid vertrekken we met 2 minuten vertraging, maar in
Brussel-Centraal zijn dat er al 5, en in Brussel-Noord 7. Deze trein moet wel
erg snel door de NZV, en als er dan nog wat treinen in vertraging in de weg
zitten, is dit het resultaat. Maar zoals meestal kan deze vertraging
geleidelijk afgebouwd worden: Leuven 6/5 - Liège-G. 3/1 - Verviers-C. 0
(ondanks een vertragingszone tussen Chênée en Olne). Ik heb altijd de indruk
dat deze treinen in de richting Liège meer tijd nodig hebben (dus minder snel
vertraging inlopen) dan in de andere. Maar dat kan eigenlijk toch alleen maar
een indruk zijn? In Leuven en Liège worden de aansluitingen in de trein
omgeroepen. Wat gebeurt er eigenlijk als de trein vertraging heeft? Want
sommige van de aansluitende treinen vertrekken dan ongetwijfeld zonder op
aansluiting te wachten.
Tussen Brussel en Leuven nemen NMBS'ers in onze onmiddellijke
buurt plaats. De oudste beperkt zich tot korte, beleefde antwoordjes, de
jongste vertelt het hele verhaal van zijn bouw: lening, problemen met de
architect, met Ruimtelijke Ordening, enfin, met alles en nog wat. Wie weet
hoezeer ik me betrokken voelde bij mijn eigen bouw, zo'n dertig jaar geleden,
kan het enthousiasme begrijpen waarmee ik dit bijna eindeloze gesprek kan
volgen. Gelukkig is het niet zo moeilijk om uit de klanken af te leiden dat de
rust vanaf Leuven zal terugkeren.
In Verviers staat een handvol bussen zoals vanouds te
wachten. Een achttal minuten voor vertrek mogen we ook instappen. Volgens de
dienstregeling zouden we over moeten stappen in Malmedy, maar de chauffeur verzekert
ons dat hij doorrijdt naar Reuland. Dat kun je anders niet afleiden uit zijn
lijnfilm, die nog altijd Verviers Gare aanduidt. Even voor het vertrek wordt de
film dan toch in de juiste positie gedraaid. In Malmedy rijden we nog even
langs de Jost Garage, die vlakbij de oude spoorlijn ligt. De chauffeur pikt er
een order op om in de namiddag een groep jongeren te vervoeren. De rit van
Verviers naar Ligneuville duurt meer dan een uur, maar echt vervelend is ze
nooit. Dat merk je ook aan een Zwitserse
passagier die het traject nauwkeurig volgt. Aan de bloeddoorlopen ogen te zien,
is de uitdrukking "zo zat als een Zwitser" niet uit de lucht komen
vallen, al zal het zwaartepunt van zijn esbattement wel op de vorige dag
gelegen hebben.
De terugrit 's avonds is wat ingewikkelder. Voor ons is het
trouwens de eerste kennismaking met een nieuwe regeling, die o.a. overstappen
voorziet in the middle of nowhere,
bij de halte Malmedy Route de Wavreumont. Lijnen 395 en 294 geven daar in
theorie een erg goede aansluiting, maar wat dat in de praktijk geeft, heb ik
nog niet kunnen ondervinden.
Tot mijn verbazing komt de bus in Ligneuville aanrijden met
als film Verviers Gare. Toch maar even vragen. We moeten wel degelijk
overstappen aan de eerder vermelde halte, maar we kunnen rustig in de bus
blijven tot we daar aankomen. Als ik het allemaal juist bekeken heb, betekent
dat een stilstand van 27 minuten in Malmedy Gare. Maar ook nu rijden we
tussendoor naar de Jost Garage. We krijgen er ook waar voor ons geld: de
chauffeur sluit de hele bus hermetisch af, dakvensters inbegrepen, en haalt dan
een soort mobiele carwash uit de garage. Drijfnat rijdt de bus terug naar de
halte Malmedy Gare. Hij is er blijkbaar vrij gerust in dat we de aansluitende
bus halen, want hij vertrekt 3 minuten te laat. Maar beide bussen komen
inderdaad tegelijkertijd aan rijden, en we kunnen opgelucht ademhalen. De
aansluiting bestaat niet alleen in theorie, ze werkt ook in de praktijk. Dat
heb ik trouwens ook gemerkt aan een aantal reizigers dat instapt op weg naar de
overstaphalte. De chauffeur van de firma Gohy & Cie is van het stipte type.
We vertrekken dan wel met 2 minuten vertraging, maar die zijn snel ingelopen,
en dan valt het op hoe de chauffeur bijna op de minuut nauwkeurig volgens de
dienstregeling blijft rijden. De omstandigheden zijn hier dan ook volledig
anders dan op vele Vlaamse (en Waalse) lijnen.
Van Verviers naar Brussel wordt het een van de rustigste
ritten sinds lang: een goed lopende I11 (kan soms wel eens anders zijn) en
alleen rustige medepassagiers, nauwelijks reizigers die het traject al
wandelend willen afleggen. Alleen de S.I.V. heeft kuren. Hij wil ons per se op
de mouw spelden dat we in Brussel-Centraal aankomen, lang voor
Liège-Guillemins. Een TBG probeert het euvel te herstellen, en dat lukt ook
even, net voor Leuven, maar daarna wordt het weer Brussel-Centraal.
Op dit uur rijdt een van beide CR's naar Braine-le-Comte al
niet meer, en dus wordt het een aansluiting van 23 minuten met de CR naar
Geraardsbergen. De trein bestaat uit 4 stellen, die blijkbaar morgenvroeg de
terugweg naar Dendermonde zullen aanvatten. Even lijkt het erop dat we onder de
brug van Lot opnieuw afremmen, maar de TB trekt meteen weer op: misschien is
het sein toch nog net op tijd groen gesprongen. Steven (DH) had me trouwens al
gewezen op de grijze ramen van Block 7 in Halle, en ik begin nu ook te
vermoeden dat die dicht is, en dat de schuld dus niet langer in Halle ligt.
Daar moest ik alleen even naar een sein stappen, om te merken dat Steven gelijk
had: uit de lettertjes en de cijfertjes kun je afleiden dat de seinen nu
bediend worden vanuit Block 1. Zeggen dat 20 jaar geleden het station van Halle
nog 2 seinhuizen had, waarvan Block 8 ongetwijfeld het mooiste was, met zicht
op sporen, bareel en kanaal, en op al de mensen die aan de voet van het
seinhuis stonden te wachten tot de bareel eens openging. Het kan verkeren
Wie houdt van stevige wandelingen, met moeilijk klimwerk, langs smalle, afkalvende paadjes naast vrij steile afgronden, gelardeerd met af en toe een trap van een trede of 20, zit met dit stuk Nadrin - Houffalize geheid. Vooral het deel tot Engreux is niet alleen van een onmiskenbare schoonheid, maar ook erg moeilijk. Voor ons wordt het allemaal nog wat zwaarder, omdat we de tocht relatief snel moeten lopen, want de TEC zorgt hier in de streek voor echte minimumdiensten, zodat we pas na de middag kunnen beginnen. En even na 19:00 valt het openbaar vervoer ook stil in Houffalize. Gelukkig wordt het vanaf Engreux allemaal wat makkelijker, met bredere wegen en minder niveauverschillen, zodat we uiteindelijk zelfs nog ruimschoots op tijd in het stadje aanbelanden om daar de laatste snelle bus richting Liège te nemen. De TWQ van 75 % toont aan dat dit oudje onder de GR's nog altijd niet aan slijtage onderhevig is.
Zoals al gezegd wordt Nadrin niet echt goed bediend: 2 bussen in elke richting is niet veel. Voor ons zit er niets anders op dan pas na de middag te beginnen.
Op de CR naar Leuven (3758) toont een jonge TBG het enthousiasme (en de verstrooidheid) van de neofiet, nog niet gelouterd en/of gefnuikt door de domheid van reizigers, de wijze raad van uitgebluste collega's en de grillen van een niet altijd doorzichtige reglementering. Maar we komen wel op tijd in Brussel aan. Alleen speelt hij ons de informatie door, die een reiziger aan de overkant gevraagd had. Maar ons krijgt hij toch niet op de trein naar Blankenberge. De IC naar Luxemburg komt deze keer zonder vertraging in Ottignies aan; de ochtendspits ligt al een tijdje achter de rug, zoveel is duidelijk. Toch vertrekken we met een minuutje vertraging, omdat de L 6459 uit Leuven met wat vertraging rijdt. De aansluiting wordt gerealiseerd, zonder veel problemen. In Gembloux schieten de werken goed op. Ze zijn nog niet in dienst, maar sinds de laatste keer is er een overdekte loopbrug over de sporen aangelegd, annex rol- en andere trappen. In Namur vertrekken we met 3 minuten vertraging. Net buiten het station komt daar nog wat vertraging bij, omdat we eerst de 4631 uit Luxemburg moeten doorlaten. Er wordt gewerkt tussen Namur en Naninne, en daardoor is er dienst op enkelspoor. In Ciney blijkt de vertraging 5 minuten te bedragen. We komen in Marloie aan met 4 minuten vertraging.
De bussen vertrekken er mooi in aansluiting met de IC uit Brussel. Zo ook die van lijn 15 die ons naar La Roche zal brengen. Ik weet van vroeger dat de aansluitende bus naar Houffalize (lijn 15/2) vaak gewoon de 15 is die doorrijdt, en dat is ook nu nog het geval. We mogen van de chauffeur blijven zitten. De rit verloopt rustig, met een kleine vertraging. Onderweg kruisen we twee vrachtwagens op de kronkelige, slecht onderhouden weg tegen een ongelooflijke snelheid: voetgangers en fietsers kunnen in dit geval maar een ding doen: wegspringen. Moordenaars op de weg, dat zijn ze, al ken ik er ook veel anderen.
Omdat het woensdag is vertrekt lijn 15/2 aan het Atheneum. We doen rondjes door en rond La Roche, het gevolg van een verkeersplan in dit kleine stadje, dat het voor de TEC niet meteen gemakkelijk maakt om een coherente dienst aan te bieden. Ik moet wel toegeven dat het allemaal minder zou opvallen, mochten we gewoon overgestapt zijn aan de Quai du Gravier. We vertrekken natuurlijk met vertraging, maar in Nadrin bedraagt die toch niet meer dan 3 minuten. Vroeger reden sommige bussen hier tot aan de Hérourots, maar die uitbreiding is al vele jaren geleden gesneuveld. Niet zo de haltepaaltjes... Ondanks de woensdagmiddag zien we op deze bus geen taferelen zoals we die op dat moment aan het thuisfront zouden meemaken: de bus vervoert een 25-tal leerlingen. Die tonen allemaal gedisciplineerd hun abonnement , of betalen een biljet, en ze houden het rustig. Wat dat betreft hebben we in het Halse trouwens ook zelden problemen.
Na een stevige tocht bereiken we Houffalize goed op tijd om er de laatste 1011 richting Liège te nemen. (We hadden nog 2 alternatieven: 1 met overstap in Bastogne en Libramont, een laatste met een eindeloze omweg via Arlon - we zouden telkens 1 uur later thuiskomen, dus in het tweede geval al 2 uur later, en dat wilden we toch wel vermijden). De bus is een gewone bus, geen autocarachtige, en de chauffeur volgt erg gedisciplineerd zijn dienstregeling. Hij vertraagt ook aan de (weliswaar schaarse) halten als daar niet meteen reizigers te zien zijn. In Houffalize wordt de halte trouwens aan het oog onttrokken door een aantal keten van een bouwwerf ter hoogte van de bushalte. De haltepaal staat goed verborgen binnen de omheining van de bouwwerf. Niet meteen een duidelijke of attractieve toestand. Vanaf Werbomont gaat de bus nu over de autoweg; we komen in Liège aan, vier minuten voor het voorziene uur, maar op het laatste deel van het traject is instappen toch verboden, dus dat maakt niets uit. Tenzij voor ons dan, die nu relaxt naar onze trein kunnen stappen. Volgens de aankondiger zijn de twee eerste rijtuigen niet toegankelijk, maar daar is niets van te merken. De rit verloopt voorspoedig, zo voorspoedig, dat we 5 minuten vroeger dan voorzien in Leuven aankomen. Toch vertrekken we er met 6 minuten vertraging. De TBG heeft zich na controle in eerste klasse gezet, en vraagt nu met zijn gsm het nummer waarop hij de treinbestuurder kan bereiken. Dat is even later gebeurd. Wat de reden voor het niet vertrekken was, is me niet meteen duidelijk, maar de TBG lacht groen, en dus is het op zijn minst iets eigenaardigs. Maar de rit verloopt verder opnieuw vlot; we komen in Brussel-Noord aan met 5 minuten vertraging.
De CR bestaat uit ms 212, dat ik enkele dagen geleden nog "had" tussen Brugge en Zeebrugge. De TB rijdt veel te ver door, alsof er wel 4 motorstellen in deze trein zitten. In Brussel-Centraal en Brussel-Zuid doet hij precies hetzelfde. Als dat een keer gebeurt, denk je aan verstrooidheid, maar dit lijkt al op reizigers pesten. Bovendien is het niet echt van aard om de kleine vertraging in te lopen, want zo'n reizigersbeweging vraagt tijd. Met 3 minuten vertraging arriveren we in Halle. Mijn eerste wandeling sinds mijn TBS zit erop; het was een meevaller over de hele lijn. Hopelijk een trend die zich doorzet, zullen we maar zeggen...
"D'une gare à l'autre" heet het boekje, dat in 1993 verscheen, en dat 1300 km wandeltrajecten beschrijft van station tot station. Vandaag stappen we van Libramont naar Bertrix, 8 minuten treinen, maar toch meer dan 21 km stappen, voornamelijk door machtige bossen, behalve dan bij het begin en het einde, en in het rustige dorpje Grandvoir. En daar ligt meteen ook het enige zwakke punt van deze tocht, een lange aanloop en een wat overtollig einde over beton en door bebouwing. Maar dat heb je nu eenmaal als je jezelf als doel stelt om van station naar station te stappen. De NMBS had het 9 jaar vroeger onmogelijk gemaakt om te stappen van Recogne naar Orgéo, en dus werd het maar Libramont - Bertrix, vermoed ik. Overigens zijn bepaalde halten die nog in het boekje zijn opgenomen achteraf gesneuveld. De TWQ van 59 % bewijst trouwens dat het met de verharding (of het gebrek eraan) nog best meevalt. De lange stukken bos zijn daar niet vreemd aan. Van de bewegwijzering met witte driehoekjes is te weinig overgebleven om nog bruikbaar te zijn. Gelukkig is er de vrij degelijke beschrijving van het traject en zo maakten we de tocht toch zonder problemen.
Het is maandag, en dus is P7574 Geraardsbergen - Antwerpen-Centraal afgeschaft, wegens een defect aan de locomotief. Vermoedelijk zal het wel opnieuw aan de omvormer van het M5-stel liggen. Gelukkig hebben we wat reserve ingebouwd, en het wordt de CR naar Leuven van 7:58. Die rijdt ook met 6 minuten vertraging, maar onderweg gaat het vrij vlot. (Een leeg M6-stel is hem voorafgegaan: ook die vallen regelmatig uit, en zitten dan in de weg van de treinen die wel rijden.) De vlotheid en een ruime dienstregeling maken dat de vertraging in Brussel-Zuid tot 5 minuten geslonken is. Het treintje zit trouwens behoorlijk vol, met zijn 3 stellen, maar ik kan met het blote oog toch nog wel een tiental vrije zitplaatsen in het voorste tweedeklascoupé ontdekken. Niet zo de 2 dames die de afschaffing van de P-trein als excuus gebruiken om zonder bijbetalen in eerste te komen zitten. Alle excuses zijn goed. Ik bewaar het stuk tong dat ik eraf gebeten heb als herinnering aan dit moment.
De IC naar Luxemburg heeft vandaag 2 eersteklasserijtuigen. Dat is natuurlijk nergens goed voor, maar ik denk niet eens dat een van de rijtuigen gedeklasseerd is. Dat zou in zo'n geval toch best gebeuren, want je moet ook de tweedeklasreizigers geven waar ze recht op hebben. Wij gaan in het laatste rijtuig zitten, want dat is traditioneel de positie van eerste klasse in deze trein. Vandaag beginnen we al te vertragen vanaf Groenendaal! In Ottignies hebben we dan ook 7 minuten vertraging. Die wordt geleidelijk ingelopen, en in Jemelle vertrekken we al opnieuw stipt. Toch komen we nog met 2 minuten vertraging aan in Libramont, want tussen Mirwart en Hatrival wordt over tegenspoor gereden wegens werken. Maar we kunnen vandaag gerust zijn: Libramont is onze eindbestemming, en dan komt het niet op een minuutje aan.
Aan het station van Bertrix is de informatie aan de haltepalen al aangepast aan de reorganisatie die hier morgen doorgevoerd wordt. Een aantal lijnen bedient het station niet meer, en dus heeft men die nummers overkleefd. Wij nemen een van de P-treinen die hier tijdens de spits de basisdienst aanvullen: die maakt meteen ook een goede aansluiting mogelijk met de Vauban, die ons snel en comfortabel naar Brussel moet brengen. Althans, dat hopen we: de elektronische planner van de NMBS rept met geen woord meer over deze trein. Maar andere planners (CFL, DB, NS) doen dat wel, en ook op de gele affiches is geen beperking op de inzet van deze trein te vinden. Dus wagen we het erop. DE EC 90 komt zelfs enkele minuten te vroeg aangereden. De rit verloopt vlot en stipt, tot Rhisnes: sein B539 staat dicht, en we moeten tergend traag voorbij 2 overwegen. Een seinstoring, dat was al een tijdje geleden. De vertraging blijft beperkt tot 4 minuten in Brussel-Noord. Nog even de IR naar Quévy dus, die er toch weer in slaagt om vanaf Lot nog een 2-tal minuten vertraging bij elkaar te rijden. Het lijkt wel alsof de duivel ermee gemoeid is.
Nog niet zo lang geleden arriveerden we over GR 5A in Westouter, en vandaag willen we het vervolg van het pad stappen, echt de West-Vlaamse heuvels in, dus. En inderdaad, er moet nu wat meer geklommen worden dan in het vorige stuk, want de heuvels liggen nu niet langer ver aan de einder. Rodeberg en Kemmelberg staan centraal, en de ontwerpers zijn er in geslaagd een aangenaam parcours uit te stippelen, vaak over niet-verharde wegen en wegjes, wat resulteert in een TWQ van 54 %. Dat is misschien niet uitgesproken hoog, maar het landschap maakt veel goed. Overigens zijn de meeste andere wegen van het rustige type. Onze tocht is iets langer dan 16 kilometer.
De commentaar: Ik had wel al ergens gelezen dat men van plan was de TD-stellen die in de week van Liège naar Quiévrain rijden op zondag in te zetten voor de IR Quiévrain - Leuven, maar toch is het nog een verrassing als ik zo'n stel uit de Tunnel van Halle zie komen. Ook de trein die ons onderweg in de tegenrichting kruist bestaat trouwens uit M4. Mooi, zeker op een milde zomerdag is het aangenaam rijden. De aansluitingstijd in Brussel-Zuid is sinds de vorige keer zo ongeveer gehalveerd, maar toch hebben we nog altijd 32 minuten, wat meer dan voldoende is, natuurlijk. We rijden met 1 break tot Ieper, dat we stipt bereiken, ondanks de opnieuw opgelegde vertragingszone tussen Komen en Ieper. Het is een rit zonder geschiedenis, een ander echtpaar deelt ons coupé van Brussel tot Ieper.
Met belbus 79 hebben we een afspraak aan het Ieperse station om 10:30. We hebben ook nu weer medereizigers, van wie een man met een 5-tal kinderen opvalt. Zij gaan stappen in Kemmel. Het duurt even voor hij voor iedereen biljetten heeft gekocht: het wordt een combinatie van Buzzypass, dagkaart voor kinderen en een gewone Lijnkaart, dat alles betaald met een stevige lap van 50 EURO. De chauffeur mort er niet eens over, maar we vertrekken wel 9 minuten later dan voorzien uit Ieper. We hebben geluk en de chauffeur koerst eerst naar Westouter, waar we als eerste het schip mogen verlaten.
In de namiddag hebben we een afspraak in Wulvergem, aan de Kerk, om 16:37. De belbus heeft eerst al iemand opgepikt en zal na ons nog reizigers meenemen in Nieuwkerke en Dranouter. Deze belbussen hebben onmiskenbaar succes in een streek die het anders ongetwijfeld met weinig openbaar vervoer zou moeten doen. Bus van dienst is ab5077, een stuk jonger dan die van vanochtend, maar de airco weigert dienst, al is de bus de dag voordien voor controle weg geweest, dicit de behulpzame chauffeur. Maar met een geopend dakraam is er niet echt een probleem. We rijden dus ook langs Nieuwkerke, waar het oude trambruggetje het blijkbaar nog altijd uithoudt. Het moet zo'n 30 jaar geleden zijn dat ik er onverwacht tijdens een wandeling op uitkwam. Het lag destijds in de tramlijn Ieper - Nieuwkerke (De Seule), waarvan we het tracé vandaag ook al kruisten (en zelfs volgden) voorbij Kemmel. Omdat de tram daar gewoon de hoofdweg volgde is er geen spoor meer van terug te vinden.
De terugrit per trein verloopt even rustig als de heenrit. In Kortrijk moeten we wel even wachten op de aansluiting van de IC uit Oostende, maar dat levert nauwelijks een minuut vertraging op. Die is in Brussel-Zuid al lang ingelopen, en dus wordt het opnieuw 32 minuten wachten. De IR die ons naar Halle brengt, bestaat uit hetzelfde stel als vanmorgen. Alleen nog even vermelden dat we vanaf de brug van Lot afremmen, zodat we toch nog 2 minuten vertraging hebben bij aankomst in Halle. Er moet toch iets mis zijn met dat sein, denk ik, of met de communicatie tussen Brussel en Halle...
GR 576 is de Tour du Condroz Liégeois. We stappen vandaag iets meer dan 17 km over het meest oostelijke deel van de lusvormige GR, tussen Remouchamps en Florzé, van N30 naar N30. Het wordt een zware tocht, met klimwerk dat ofwel kort en krachtig, ofwel langdurig maar gestaag is, vaak over met stenen bezaaide paden. De TWQ bedraagt 86 %, en dat is veel, zelfs bezuiden Samber en Maas. Het is een schitterend tracé, deels langs de oude GR OA, die bij een reorganisatie van het GR-net gered werd door ze op te nemen in deze GR 576. Verwacht veel bossen, en later ook weiden, met Deigné halfweg als een aangenaam rustpunt: het is niet voor niets een van de mooiste Waalse dorpen, al is ravitaillering of een lekkere pint op een terras hier een vrome wensdroom. Wie de wandeling wil doen, moet er wel rekening mee houden dat het tracé verkeerd is ingekleurd in de topogids van 1997, en dat tussen het Bois de Warnoumont en Florzé. In afstand zal het wel niet zoveel verschil maken, maar het traject loopt noordelijker dan in de topogids uitgetekend werd.
Zoals meestal kunnen we ook vandaag in Halle een vroegere trein nemen dan de geplande. Het valt op dat de coupés stilaan weer beter gevuld raken tegen het einde van deze zomervakantie aan. IR 3106 bereikt Brussel-Zuid zonder vertraging, en in een oogopslag is het duidelijk dat de spits vrij regelmatig verloopt. Wel hebben de Thalyssen naar Duitsland en Nederland vertraging, en de eerste kan ook voor ons voor problemen zorgen. Profetische gedachten, zoals achteraf zal blijken.
IC 506 sleept zich door de NZV, zoals we stilaan gewend zijn. Hij vertrekt met 1 minuut vertraging in Brussel-Zuid, dat zijn er 4 in Brussel-Centraal en ook Brussel-Noord rijden we uit met 4 minuten vertraging. Dat zou normaal gezien geen probleem mogen zijn, maar toch is de vertraging bij aankomst in Leuven al gegroeid tot 6 minuten, o.a. omdat we moeten uitwijken om de snellere Thalys door te laten. Het vertrek in Leuven gebeurt dan ook al 7 minuten later dan voorzien. Ergens in de buurt van Hoegaarden wordt er plots vrij bruusk geremd. Even later krijgen we te horen dat de Thalys die ons in Leuven voorbijgereden is, problemen heeft, en dat we zelf enige tijd geïmmobilisserd zullen blijven. De aankondiging gebeurt in het Nederlands, zoals de wet het voorschrijft, maar even later passeert de TBG in de hele trein om ook de Franstaligen op de hoogte te stellen, mocht dat nodig zijn. Meteen krijgt hij ook een beeld van de aansluitingen in Liège. Na een tijdje krijgen we te horen dat de problemen met de Thalys opgelost lijken, en dat de TBG informeert naar de aansluitingen in Liège. Als de IC uit Liège naar Oostende ons kruist om 9:09, bereken ik dat onze vertraging op dat moment ongeveer 18 minuten bedraagt; ook de TBG heeft zijn sommetje gemaakt, en komt tot hetzelfde besluit. Wat later krijgen we in het Frans te horen, dat de aansluitingen naar Luxemburg en Maastricht zullen wachten, en dat die naar Aachen in Verviers verzekerd zal worden. De afdaling naar de Vurige Stede verloopt ook nog moeizaam, zodat we ten slotte met 23 minuten vertraging in Liège-Guillemins aankomen.
Met de aansluiting naar Maastricht zal het wel snor zitten, want die trein volgt op korte afstand de onze, en heeft zelf al wat vertraging (7 minuten). Ook de IR naar Luxemburg staat keurig te wachten, maar tijd om het nummer van de locomotief te noteren heb ik niet. Uiteindelijk vertrekt de trein met 9 minuten vertraging. We zitten opnieuw in een rijtuig van de vroegere Memling, en het is echt wel aan wat vernieuwing toe. Tussen Tilff en Esneux wordt gewerkt, en de vertraging groeit nog wat. Aywaille bereiken we met 11 minuten vertraging.
Hier hangen wel Aribusborden, maar de bus van lijn 42a is - getuige een dame die met de 65 naar Liège moet - net vertrokken. Vermoedelijk was de vertraging te groot om een bus die bijna volgens uurdienst rijdt, te laten wachten. Voor ons wordt het dus lijn 64, die ons 24 minuten later dan gepland in Remouchamps afzet.
Voor de terugrit zijn we aangewezen op lijn 65. We stappen in bij de halte Florzé Étoile. Florzé - heb ik thuis gemerkt - komt niet voor in de gemeentelijst van infotec, maar een echt probleem vormde het niet. We hebben maar 7 minuten aansluitingstijd in Liège, en de bus pikt ons op met meteen al 2 minuten vertraging. Dat zullen er uiteindelijk 4 zijn bij aankomst in Liège. De bus heeft dan ook aan bijna elke halte reizigers meegenomen, en de chauffeur moet ons blijkbaar ook tellen, op een niet bepaald handig papiertje. Drie minuten is niet veel, en er loopt veel volk in de weg. De deuren gaan net dicht op het ogenblik dat we de trap afdalen. De IC naar Quiévrain van 17:08 staat al klaar, en ik wil wel eens weten of we daarmee sneller in Brussel zijn dan met die van 17:41. Even denken we eraan de Thalys te nemen, "maar we zijn er niet echt op gekleed..." Ik raadpleeg dus de gele affiches, en merk dan dat de IC van 17:00 nog altijd niet vertrokken is. De deuren zijn zelfs opnieuw ontgrendeld; achteraan komt een 13 tegen de trein aan. Wat een buitenkansje: zo halen we toch nog onze aansluiting. De reden voor het oponthoud wordt even later meegedeeld: achteraan wordt een locomotief toegevoegd (die 13 dus) en een nieuwe remproef is vereist. De TBG, van het optimistische type, weet ook nog te vertellen dat we daardoor met 5 à 10 minuten vertraging zullen vertrekken, maar dat die vertraging grotendeels zal ingelopen worden op het traject naar Brussel. Maar Murphy is vandaag alom aanwezig: het worden 15 minuten bij vertrek in Liège, en in Ans lijkt het even alsof we over lijn 36 zullen gaan, maar we moeten "alleen maar" opzij voor de Thalys die achterop komt. Resultaat: 27 minuten (bij aankomst) en 28 (bij vertrek) in Leuven. In Brussel-Noord zijn dat er zelfs al 32. We zien de IC naar Quiévrain, onze tweede optie, gelijk met ons in Brussel-Noord binnenrijden, en ook de IC van 17:41 in Liège (onze derde optie) staat al ongeduldig te wachten tot onze IC het spoor vrij maakt. Onze oorspronkelijke aansluiting is natuurlijk al lang vertrokken. Het wordt nu de IR naar Binche, die stipt vertrekt in Brussel-Noord maar in de NZV toch weer 3 minuten vertraging oploopt. Onder de viaduct van Lot begint de trein af te remmen. Ik vraag me af waarom men dit sein niet gewoon vast op dubbel geel zet. Het aantal keren dat een trein hier NIET afremt, is gewoon te verwaarlozen. De stremming duurt wel niet lang, zodat we uiteindelijk met de aanvankelijke 3 minuten vertraging in Halle aankomen, in feite 25 minuten dan voorzien.
Ik weet het, onze uitstap is normaal verlopen: de wandeling, waar het allemaal om begon, is meegevallen, en we hebben ons niet eens moeten haasten. Toch zit ik met een wrang gevoel, want het spoorwegsysteem, dat ik toch wel een warm hart toedraag, hapert dezer dagen langs alle kanten, en dat niet eens zo een klein beetje. Ik noteer vertragingen sinds 1976 en het is nog nooit zo slecht geweest als in 2009; en dit is geen boutade of hyperbool, al besef ik dat mijn cijfers niet echt statistisch bruikbaar zijn. Maar bruikbaar of niet, 81.8 % rijdt nog op tijd, en 6.8 % rijdt met meer dan 10 minuten vertraging. En dat is mijn realiteit als treingebruiker. Zelfs in de glorietijd van Loco haalden we dergelijke zwakke cijfers niet.
Met een Hacowa-uitstap (nummer 97!) in het verschiet op woensdag (alweer aangekondigd als de warmste dag van het jaar, de derde al, als ik me niet vergis, terwijl donderdag ook al staat te dringen om de warmste te worden), doen we het vandaag rustig aan: we volgen wandeling 27 in Laforêt, en die is echt wel erg kort. Maar we moeten uit Vresse-sur-Semois vertrekken gezien de schaarste aan bussen in Laforêt, en dat maakt dat we toch nog bijna 7 km stappen. Het is een korte, mooie, krachtige wandeling, die bijna uitsluitend onder het groene lover van de bossen langs de Semois loopt. Een klim, een afdaling en wat kuieren langs de Semois, dat is ze in wezen. Echt moe worden we er niet van. De wandeling heeft een TWQ van 84 %, wat toch wel meer dan behoorlijk is. De aanlooproute uit Vresse buiten beschouwing gelaten, want dat is wel asfalt.
Eigenlijk zou de meest logische verbinding via Beauraing (of Gedinne) lopen, waar we even na 9:00 kunnen overstappen op een bus van lijn 9 naar Alle. Spijtig genoeg denkt men daar bij de TEC-Luxembourg anders over. De trein komt in Beauraing aan om 9:15, de bus vertrekt om 9:16. Het zit iets ruimer in Gedinne (9:33 - 9:38) maar ook daar is er geen garantie dat we de overstap halen. En met de volgende bus om 17:25 kun je niet veel risico nemen. In Gedinne is het volgende scenario trouwens niet denkbeeldig: je komt aan met enkele minuten vertraging, je moet aan de overweg wachten tot je trein erover is, en je ziet de bus zwierig de afdaling naar Gedinne-Centrum aanvatten. Ik heb het probleem van de onmogelijke aansluiting enkele jaren geleden gesignaleerd, maar er is nog altijd niets veranderd. Het herzien van de aansluitingen bleek trouwens een loze belofte, want vanaf 1 september wordt de hele regio Alle - Bouillon gereorganiseerd, omdat een nieuwe stelplaats in Menuchenet opengaat, maar aan lijn 9 verandert niets. Opvallend trouwens dat op de website van de TEC nog geen dienstregelingen geraadpleegd kunnen worden, tenzij van de ongewijzigde lijn 9 dan. Soms lijkt het meer een daad van moed en zelfopoffering dan op bewust gebruik van OV als je in Luxemburg de bus neemt. Maar we kiezen dus een andere reisweg, die meteen maakt dat we wat minder lang aan de Semois kunnen vertoeven, en dat is toch wel wat spijtig. P-trein 7512 vertrekt met 4 minuten vertraging in Halle, maar de rit verloopt tamelijk vlot: 5 minuten vertraging in Brussel-Zuid is het resultaat. Het blijft me een raadsel waarom treinen 's morgens al met vertraging rijden nog voor ze de echte hindernissen moeten nemen, maar het is een eeuwenoud lied. Niet dat ik zwaar til aan deze 5 minuten vertraging, maar vaak is dat het begin van meer vertragingen aan andere treinen in de NZV. Het voordeel van onze alternatieve reisweg is wel dat we nu opnieuw met de Vauban mogen reizen. Er is duidelijk wat meer beweging dan enkele dagen geleden, en blijkbaar heeft men ook alle stagiairs TBG die op dit ogenblik in opleiding zijn op deze trein losgelaten. Het is prettig om te zien hoe onze railpassen grondig bestudeerd en gelezen worden, en bovendien voel je ook nog het enthousiasme van deze veelal erg jonge mensen, enthousiasme, dat ze hopelijk nog lang mogen koesteren. De hele rit verloopt zo goed als stipt, en het is dus zalig reizen, met een kop koffie in Libramont in het vooruitzicht, want daar is het lang wachten. De bus van lijn 45/2 vertrekt namelijk 41 minuten na aankomst van de trein, en geeft met geen enkele trein (en vermoedelijk ook met geen enkele bus) aansluiting. Drie reizigers is het resultaat van onbestaande marketing in het zuiden des lands. Twee toevallige toeristen (wij dus) en een senior, die blijkbaar vaste klant is. De gedetailleerde dienstregeling van deze bus volgen is een min of meer hallucinante bezigheid: ik vermoed dat men destijds van plan was om de schaarse klanten met snelle luxewagens te vervoeren, en dat dit de vooropgestelde dienstregeling was, maar met een bus, zelfs met een splinternieuwe bus, is ze niet te realiseren. Aan het station van Bertrix hebben we al 7 minuten vertraging. Het marktplein van Bertrix wordt wegens werken niet bediend, en na een verlengde stop aan het Atheneum, waar een collega-chauffeur een map meegeeft met onze bus, is de vertraging al opgelopen tot 8 minuten. En het ergste moet nog komen: ook wegens werken rijdt onze bus over een lange omweg via Menuchenet i.p.v. Carlsbourg, dat het in deze tijden blijkbaar zonder openbaar busvervoer moet doen. Van deze lange omleiding is trouwens geen spoor te vinden op de website van de TEC. Onder de rubriek "Perturbations" staat Carlsbourg 2 keer vermeld, maar het lijkt om niet meer dan wat verplaatste halten te gaan. In werkelijkheid wordt het dorp in het geheel niet bediend! Het mag een wonder heten dat we uiteindelijk niet nog meer vertraging hebben bij aankomst in Chairière, waar de locale bus van Vresse ons staat op te wachten. Zelfs de habitué maakt zich zorgen over deze aansluiting, maar het busje, waarvan ik verdorie het nummer vergeet te noteren, staat keurig te wachten. Uiteindelijk zullen we maar met 5 minuten vertraging in Vresse aankomen.
Een ding staat vast: als we de terugrit met dezelfde, wat lijzige vrouwelijke chauffeur moeten doen, dan kunnen we onze aansluiting in Bertrix (6 minuten) of Libramont (5 minuten) vergeten. Met ons Plan-B zullen we dan in Paliseul overstappen, in een poging om de reistijd toch zo kort mogelijk te houden. De dienstregeling van deze lijn 45/2 Alle - Libramont is halfweg de namiddag echt de moeite. Het is meteen de laatste bus van de dag, en blijkbaar wil men iedereen echt de kans geven om die nog te nemen. Dat betekent een vertrek in Alle om 13:39, een bediening van de dorpen Vresse, Membre en Bohan, terugrit naar Vresse, bediening van Laforêt en dan terug naar Chairière, waar de bus dus om 13:44 en 14:15 doorkomt. Wie toevallig uit Alle vertrekt, heeft er dus al meer dan een half uur sightseeing op zitten, voor de terugrit echt aangevat wordt. Het is inderdaad dezelfde chauffeur en bij vertrek in Vresse heeft ze al 6 minuten vertraging. Dat zijn er al meer dan 10 in Chairière (bis) waar de bus van lijn 9 naar Beauraing op aansluiting staat te wachten; dat komt o.m. ook omdat alweer wat documenten uitgewisseld worden. Opnieuw rijden we rond langs Menuchenet, en als het station van Paliseul in het gezicht komt, hebben we al een vol kwartier vertraging. Doorrijden naar Bertrix of Libramont is dus zinloos. Nu leest u misschien tussen de regels dat ik de schuld in de schoenen van de chauffeur probeer te schuiven, maar dat is niet het geval. Ik heb dezelfde ervaringen gehad met andere chauffeurs: deze dienstregelingen lijken gewoon nergens op. Ik ben echt eens benieuwd wat het wordt vanaf 1 september, want dit is natuurlijk wel de beste manier om ook de laatste reizigers te verjagen. Plaatselijk verkeer is er nauwelijks, en als je dan ook de aansluitingen in de stations nog verwaarloost, kun je het wel helemaal vergeten.
Wat deze reisweg vandaag zeker minder aantrekkelijk maakt is de IC Dinant - Brussel waar we het zonder airco moeten doen. We kunnen wel bijna een uur op adem komen op de L-trein naar Dinant, maar de overstap in een zeer warme break wordt er niet aantrekkelijker door. In Namur horen we ook nog dat er geen deel uit Liège meer zal worden toegevoegd. Gelukkig vertrekken er op dit uur 2 breaks uit Dinant, zodat de capaciteit tussen Namur en Brussel voldoende blijkt. ['s Anderendaags, 19 augustus, wordt nog een ander scenario uitgeprobeerd: de P-trein 8681 Bertrix - Dinant, die wij in Houyet nemen met een groep van 25 - met reservaties - rijdt door naar Namur. We worden daarvan al in Houyet op de hoogte gesteld door de TBG. Op zich is dat natuurlijk goed nieuws op deze hittedag, en het is dan ook een zeldzaam voordeel van de mw 41, maar ik vraag me af wat ons in Namur te wachten staat. De break die niet in Dinant geraakt is, staat gewoon te wachten, en even later is de koppeling met het deel uit Liers een feit. Van gereserveerde plaatsen kan geen sprake meer zijn, want dat had in Dinant moeten gebeuren, maar we vinden allemaal gemakkelijk een zitje, zelfs bij elkaar, in het tweede stel. Twee dagen na elkaar loopt het mis met de IC's van de verbinding Brussel - Liers/Dinant. Op railtime staan vertragingen van de voorgaande trein die wisselen tussen 1u30 en 2u30. Men wist het dus zelf niet meer.] Maar ondanks een vertraging van een 8-tal minuten bij vertrek, bereiken we Brussel-Noord met slechts 2 minuten. En doordat onze aansluitende trein naar Quévy ook 5 minuten vertraging heeft, is de aansluiting een feit. We komen in Halle aan om 18:17, want de IR naar Quévy maakt nog 4 minuten vertraging. Dat is 32 minuten later dan voorzien, en dat allemaal omdat ze bij de TEC-Luxembourg geen dienstregelingen kunnen opstellen...
De rondwandeling "Gaume Buissonnière" hebben we eigenlijk bij toeval ontdekt. De oranje-witte driehoekjes hadden we wel al opgemerkt, maar waar ze precies voor stonden was ons niet meteen duidelijk. Tot we enkele jaren geleden in de Gaume aan het stappen waren, en zoals daar de regel lijkt, aangesproken werden door een autochtoon. Die wist ons te vertellen dat hij regelmatig stukken liep van de GB als voorbereiding op marathons, en meteen waren we verkocht. Ik bestelde het boekje, en vandaag gaan we daar de eerste keer mee op pad. Het boekje bevat een wat rudimentaire tekst, het kaartje achteraan is onbruikbaar, want veel te klein, maar gelukkig is de bewegwijzering vrij goed aangebracht en zo goed als intact. Ondertussen zijn het wel blauw-witte bordjes geworden. De rondwandeling begint en eindigt in Aubange, en daar beginnen ook wij onze mars van vandaag. Einddoel is Grandcourt, dat zo'n 27 km verder ligt. Het is een stevig stukje stappen door veel prachtige bossen, met enkele klimmen tegen de cuesta's op, en geloof me, dat kruipt in de kleren. De Gaumedorpen schurken zich tegen de hellingen aan en zorgen voor wat afwisseling. Zo wordt het een onvervalste daguitstap om u tegen te zeggen.
De verplaatsing: Halle - Brussel-Zuid 3905 6:09 6:19 stipt (816) Brussel-Zuid - Arlon 2106 6:33 9:14 stipt (521) Arlon - Aubange bus 167a 9:27 10:08 +5 (ab 5632-54)
Je kunt tegenwoordig sneller naar Parijs en zelfs Londen dan naar het zuiden des lands en dat maakt dat we er vandaag vroeg bij moeten zijn. Op zich is de verbinding niet moeilijk, maar het duurt wel bijzonder lang voor we in de prachtige Gaume aankomen. De rit naar Brussel-Zuid is er een zonder geschiedenis. En ook die naar Arlon lijkt een probleemloze rit te zullen worden. We vertrekken wel met 4 minuutjes vertraging, maar vanaf Ottignies rijdt de trein op tijd, en dat zal zo blijven tot Arlon. Helemaal achteraan is het erg rustig, en we genieten van de rit. In Libramont wordt omgeroepen dat de trein in Arlon gesplitst wordt. Het gebeurt wel meer dat een stel ontkoppeld wordt in Arlon, maar wat ik hoor verrast me wel: de eerste zes rijtuigen rijden door naar Luxemburg, de laatste drie zijn beperkt tot Arlon. Toen we in Brussel-Zuid instapten met onze koffie uit Sam's Café stonden er maar 2 stellen, daar ben ik zeker van, en dat is ook de normale samenstelling. Meteen weet ik waar die drie minuten vertraging vandaan komen: terwijl wij al in de trein zaten is er een 3de stel tegen gekomen, zonder dat we daar iets van merkten. In Arlon horen we meteen dat een bovenleiding op het Luxemburgse net het begeven heeft en dat IC 4631 naar Brussel-Zuid is afgeschaft. Maar enkele minuten later blijkt deze trein toch te zullen rijden. Het afgekoppelde stel van IC 2106 zal naar Brussel-Zuid rijden als IC 4631: zo wordt de schade van de bovenleidingsbreuk voor de reizigers enigszins beperkt. Van Arlon naar Aubange gaat het met een nette en aangename Mercedes Citaro LE van de firma Penning. Kenners vragen zich natuurlijk af waarom we deze rit niet gewoon per trein afleggen, nu deze halte opnieuw bediend wordt, maar de bus zal ons in de buurt van ons vertrekpunt deponeren (de treinhalte ligt een kwartier verder) en gezien de te stappen afstand is dit kostbare tijd gewonnen.
Voor de terugkeer maken we gebruik van een variante van lijn 167a die de dorpen Grandcourt en Saint-Rémy bedient. Het is hetzelfde type bus als vanmorgen, en deze keer maken we de volledige lus van Athus: 2 keer passeren we het station van Athus, we rijden ook een stukje in het Groorhertogdom, kortom, de bediening van Athus kost ons een kwartier extra. In Athus staat een Luxemburgse dubbeldekker op het vertreksein te wachten. Verder verloopt de busrit normaal, al moet de chauffeur zich enkele keren - zoals eerder bij ons - verontschuldigen omdat hij zijn bestemmingsfilm niet aan de praat gekregen heeft. De terugrit per trein verloopt schitterend: we zien de nacht geleidelijk vallen, maar eerst maken we het mooie "Golden Hour" mee, prachtige en afwisselende landschappen in de ondergaande zon. In Brussel-Noord halen we probleemloos een aansluiting van 4 minuten met de IR naar Ath - Geraardsbergen. In de vlucht merk ik dat de CR naar Geraardsbergen 5 minuten vertraging heeft, en dus weet ik dat ook wij met vertraging in Halle zullen aankomen. Een multicultureel koppel verdwijnt een tijdje in het toilet - wat moet de nood hoog geweest zijn - maar om verdere verzuring tegen te gaan probeer ik het gebeuren te negeren. Dat ik er nu over schrijf, bewijst dat ik daar niet echt goed in geslaagd ben. Zoals verwacht remt de trein af vanaf Lot (altijd net voor de brug begint dat) en we komen 4 minuten later dan voorzien in Halle aan. Moe maar tevreden, terwijl in Bornem de Dodentocht gelopen wordt...
Het lijkt erop dat we halfweg deze week te maken krijgen met staponvriendelijk weer, en dus knijpen we er nog net deze dinsdag af voor een niet zo lange wandeling (9 km) in het mooie Erezée. Het weer is inderdaad schitterend: helder en aangenaam warm. En Erezée, dat laat ongetwijfeld bij veel mensen wat tramgerinkel horen, maar wij volgen vandaag wandeling 5 (Sous-le-Bois - rode ruit) en die komt niet in de buurt van de TTA. Spijtig, maar daar trekken we wel eens een andere dag voor uit. De wandeling is te vinden op een kaart van het Maison du Tourisme (de beide S.I. van Manhay en Erezée) in samenwerking met het NGI. Ze kreeg het nummer 5 mee, en de veelbelovende naam Sous-le-Bois, al zijn er wel meer toponiemen die naar een bos verwijzen, zonder dat je daar nog een boom kunt vinden. Maar deze komt haar belofte na: het is een authentieke boswandeling. Lang geleden kwamen we hier trouwens in een battue terecht, na een vergetelheidje van de boswachter die de weg waarover nota bene de GR liep, niet afgesloten had. We kregen toen de tijd om voorbij die lamlendige rij jagers te stappen, om het bos te verlaten. Nu is het er een heel stuk rustiger. We volgen zowat de Aisne, en die zorgt voor een schitterende picknickplaats ter hoogte van de vroegere watermolen van Eveux. Wissel die bostrajecten af met enkele mooie vergezichten, en je hebt meteen een wandeling om van te snoepen. Met een TWQ van 84 % scoort de wandeling bovendien bijzonder hoog voor de liefhebbers van trage, onverharde wegen.
Omdat het aantal bussen naar Erezée erg beperkt is (10:51 en 17:01) willen we liever niet te veel risico nemen, en we vertrekken dus vrij vroeg uit Halle met P7574, een stel M5-rijtuigen, dat doorrijdt naar Antwerpen-Centraal. De rit naar Brussel-Zuid verloopt vrijwel zonder hapering, en de vertraging is dan ook miniem. Ook de IC naar Luxemburg lijkt het goed te zullen doen. Helemaal achteraan hangt het eersteklasserijtuig met een tiental reizigers op de bovenverdieping, en het wordt een erg rustige reis. De trein vertrekt stipt uit Brussel-Luxemburg, maar vanaf La Hulpe begint het stilaan traditionele spelletje van vertragen en optrekken. De 3907 uit Binche zal wel opnieuw de trein zijn die roet in het eten strooit. Resultaat: 5 minuten vertraging bij aankomst in Ottignies. In Ottignies wordt wat met de sporen gestoeid: dat levert het volgende niet alledaagse resultaat op: IC2108 op spoor 2, IC2529 op spoor 3, IC4629 in doorrit op spoor 1. Interessant, maar vermoedelijk ook de reden waarom onze vertraging groeit tot 8 minuten. Ik heb geen echt duidelijk beeld van het sporenplan in Ottignies, maar ik vermoed dat CR 6580 na de doortocht van IC4629, eerst binnen moest op perron 1, voor wij van spoor 2 konden vertrekken. Echt smelten zoals dat wel eens gebeurt, zal deze vertraging niet meer doen: er gaat nog een minuutje af tussen Namur en Ciney, en ook nog eentje tussen Ciney en Marloie, maar daar blijft het bij. Gelukkig is er niets meer te merken van de problemen die railtime vanochtend gesignaleerd had, nadat een schok gevoeld was tussen Assesse en Naninne. Sinds enige tijd blijven de L-treinen Jemelle - Herstal na een ritje van nauwelijks 8 minuten (wat ook ruim bemeten is) 18 minuten stilstaan in Marloie. Dat heeft het voordeel dat je meteen kunt instappen als je uit Brussel komt, maar wie van Jemelle naar lijn 43 moet, is toch maar mooi de klos. Het is het bordeaux stel 269 dat staat te wachten. Even horen we nog dat de L-trein die na onze IC spoorde 5 à 10 minuten vertraging had (logisch), maar er wordt niet op aansluiting gewacht; 2 minuten overstaptijd wordt dan ook niet als aansluiting beschouwd, maar wie erop rekent, is eraan voor de moeite. Wij vertrekken dus stipt, en ondanks een vertragingszone tussen Marche en Melreux blijven we stipt. Die vertragingszone is er omdat men een brug aan het bouwen is, waarmee men eindelijk de akelige OW 46 in de N86 zal kunnen afschaffen. Hoe sneller, hoe liever. In Melreux staat een recente Jonckheere in de schaduw op het vertrek te wachten. Er is nu echt busstation gebouwd, met 3 perronnetjes. Spijtig dat er nog altijd geen Aribus is in Melreux, waar je toch handig kunt overstappen op buslijn 13 naar La Roche. Maar Melreux is ook een overstapstation voor de bussen: lijn 11 wacht op lijn 11/2 uit Marloie (in vertraging door IC 2108) en we vertrekken met een 3-tal minuten. Niet erg, nu kan er niet zo veel meer misgaan. In Erezée maakt deze bus een lus om het hoger gelegen centrum te bedienen. Ik vraag toch maar eens waar we straks de bus terug moeten nemen; de chauffeur zegt dat ze de lus altijd in dezelfde richting maken, en dat we dus moeten instappen waar we nu uitstappen. Eigenaardig genoeg staat de voorhistorische haltepaal (met rood bordje en onleesbaar geworden zonenummer) aan de andere kant van de weg.
Maar kom, om 14:47 komt de bus inderdaad aangereden zoals voorspeld. Net als bij de heenreis is er nog één reiziger buiten ons tweeën; met 2 bussen per dag in elke richting is dat niet echt verbazingwekkend. Natuurlijk is de reactie: ja, waarom meer bussen laten rijden, er is toch geen publiek voor, maar anderzijds krijgt het potentiële publiek natuurlijk ook nooit de kans om de bus te nemen. Die van 14:47 is bijvoorbeeld de laatste van de dag in die richting, en dat is toch wel erg vroeg. Gelukkig geeft hij wel een vrij goede aansluiting in Melreux-Hotton met de L-trein naar Jemelle. Toch hebben we tijd genoeg om wat rond te kijken; ook hier zijn wachtzaal en loketten bijna een maand lang in de namiddag gesloten, zogezegd door gebrek aan personeel. Zou het niet eerder komen doordat iedereen hier op hetzelfde moment vakantie wil? We krijgen zelfs nog wat extra tijd om rond te kijken, want de L-trein heeft vertraging. Een aankondiging komt er niet. Uiteindelijk blijkt de trein met 7 minuten vertraging te rijden, en daar komen er deze keer wel 2 bij. De aansluiting in Marloie komt echter niet in het gedrang: IC 2137 rijdt zowaar zo goed als stipt, en bestaat uit 3 ms 96. Het is een van de weinige treinen op deze verbinding met ms 96 die 3 stellen aangemeten krijgt. Ook dit lijkt een rustige rit te zullen worden, tot Namur waar een jongeman instapt die zijn IQ waarschijnlijk meet met dB. Hij wordt door een andere reizigster vriendelijk verzocht om uit haar buurt op te kramen, maar je raadt het al, zo komt hij vlak bij ons zitten. Tot Brussel-Noord zullen we eraan herinnerd worden dat een deel van onze sociale bijdragen weldra opgesoupeerd zal worden in een poging om het gehoor van dit kereltje te herstellen. In Brussel-Noord lijkt de IR naar Tournai/Geraardsbergen nog niet aangekomen te zijn: hij staat met 8 minuten vertraging aangekondigd, en dat is dus nog net iets voor de IR naar Binche. Dat blijkt een zware misrekening te zijn, want uiteindelijk zullen de 8 minuten er 11 worden bij vertrek in Brussel-Noord en 17 bij aankomst in Halle. Er is blijkbaar vanalles verkeerd gelopen met deze trein, die uit 2 ms 80 bestaat, waar dit er anders 3 zijn. De trein zal ook in zijn geheel doorrijden naar Geraardsbergen; in Ath wacht een aansluiting naar Tournai op spoor 3. (Dat laatste omgeroepen in de trein: en dan maar klagen over een gebrek aan informatie...) Van de IR naar Binche is al lang geen sprake meer als we in Halle aankomen. We hebben vandaag 6 treinen genomen: daarvan reden er 3 met meer dan 5 minuten vertraging en 1 met meer dan 10 minuten. Gelukkig was het lot ons gunstig gezind, en reden de juiste treinen op tijd, zodat onze planning niet in het water viel. Maar als je weet dat dit voor de NMBS de rustigste periode van het jaar is, en dat nogal wat treinen in deze vakantieperiode niet rijden, dan vraag je je toch af wat er zo telkens opnieuw fout kan lopen.
We stappen ondertussen voor de derde keer GR 571 (vroeger ook GRA genoemd, waarbij de A stond voor Amblève), en echt: er komt geen sleet op deze route. Vandaag stappen we van Aywaille naar Stoumont, zowat 22 kilometer, en kort samen te vatten: 3 beklimmingen, en je bent er. Eerst moet je uit Aywaille weg, dan uit Remouchamps en ten slotte volgt ook nog een klim van de Amblève weg naar Ville-au-Bois, een wat onwezenlijk groepje huizen, dat je bereikt na een lange klim langs de Chefna, een beek die qua naambekendheid onderdoet voor de Ninglinspo, maar zich net zo aanlokkelijk naar de vallei van de Amblève stort. Het is een zwaar traject, elke klim is alweer wat steiler en langer dan de vorige, maar je wordt ruimschoots beloond voor de moeite. Les Fonds de Quarreux liggen halfweg en hier vind je de Amblève echt wel op zijn mooist, ondanks de lage waterstand in deze niet zo natte zomer. De lange bostrajecten, het eindje langs de Amblève en de klim langs de Ruisseau de Chefna staan borg voor een TWQ van 58 %. Intuïtief zou ik voor meer gegaan zijn, en dat bewijst vooral dat ook de verharde wegen er over het algemeen mogen zijn, ook al volg je een tijdje de N633, vandaag gelukkig niet al te druk.
Stoumont - Trois-Ponts bus 42a 18:22 18:38 -6 (ab 7601-24) Trois-Ponts - Liège-Guillemins 118 18:49 19:42 +2 (3004 en 11619) Liège-Guillemins - Brussel-Noord 542 20:00 20:54 stipt (1330 en 11818) Brussel-Noord - Halle 1592 21:17 21:36 +3 (ms 617)
Eigenlijk waren we voor de CR van 7:23 gegaan, maar er is vertraging op lijn 94, en dus kunnen we nog makkelijk met IR 3106 mee. Ondanks een vrij vlotte rit tussen Halle en Brussel maken we nog een minuut vertraging bij, zodat we uiteindelijk 7 minuten later dan voorzien in Brussel-Zuid aankomen. Ik weet niet of een actie van de federale politie tegen "krakers" (eigenlijk zijn het sans papiers) er voor iets tussen zit, maar ik heb toch wel mijn twijfels daarover. 's Avonds zullen we merken dat het gebouw dat bezet was, pal langs de NZV ligt en misschien was het wel verantwoord om het treinverkeer in de koker 5/6 stil te leggen. Het gebouw ziet er vakkundig gesloopt uit. Zo'n 30 jaar geleden maakten we er hier altijd een spelletje van welke thermoskannen op de vensterbank zouden staan. Wie kon raden hoeveel zwarte en hoeveel witte er stonden, won. Vandaag wordt er geen koffie meer geschonken, en al zeker geen klare meer. Ook met IC 506 gaat het niet zo vlot: spoor 14 wordt te lang bezet door een P-trein; een TBG sluit alle deuren van het lange M4-stel manueel; ik vraag me af waarom dat zo nodig moet. Zo komt de IC naar Eupen al te laat aan het perron. We vertrekken met 6 minuten vertraging uit Brussel-Zuid, maar de NZV bewijst eens te meer dat ze wel altijd een flessenhals zal blijven: in Brussel-Noord is de vertraging al opgelopen tot 13 minuten. In Leuven zijn het er nog 10, en Liège-Guillemins rijden we binnen met 6 minuten vertraging. Mijn vertragingsstatistieken krijgen opnieuw een klap. Bij vertrek heeft de 506 nog 3 minuten, maar ik zal 's avonds via railtime zien dat de vertraging tussen Liège en Verviers uitloopt tot meer dan 10 minuten. Met IR 113 gaat het dan naar Aywaille, en dat is voor het eerst vandaag wel een vlotte, stipte rit. In een van de coupés is het ijskoud: de Eurofima's hebben volgens mij altijd nukken gehad op dat vlak. Gelukkig is het coupé ernaast vrij en daar is het een heel stuk behaaglijker. In Aywaille is ondertussen een doorgang onder de sporen gemaakt: handig en veilig voor wie er gebruik wil van maken. Waar is de tijd dat je hier in de wachtzaal opgesloten bleef, tot een zaalwachter je kwam bevrijden en je veilig naar de overkant loodste?
Voor de terugrit hebben we niet gemikt op een bus naar Aywaille, want daar is geen aansluiting met de treinen naar Liège op dit uur van de dag. (Wel met de bus trouwens, vanuit Comblain-au-Pont). Maar we maken het ons makkelijk en kiezen voor een bus naar Trois-Ponts. Die is al 2 minuten te vroeg in Stoumont, maar in Trois-Ponts is de voorsprong al opgelopen tot 6 minuten. We zijn dan ook de enige reizigers op dit mooie traject dat ook langs Coo komt, en onder een imposante viaduct van lijn 42 door gaat.
In Trois-Ponts is het op dit uur al akelig rustig. Zonder de toeristen zou dat nog erger zijn; we hebben hier een taak in het bereikbaar houden van deze mooie regio! Rijtuig 11619 rijdt nog altijd rond in zijn Memlinguitvoering en is wat aftands. Maar nostalgici denken wellicht met veel plezier terug aan deze treinen, en ruilen ze met even veel plezier voor een heel stel M6. De rit verloopt rustig en we lopen ook nog 2 minuten vertraging in. Toch opvallend dat we geen controle krijgen op een traject van 53 minuten. De rit van Liège naar Brussel verloopt vlot en stipt. Het is genieten van de mooie wolkenhemel, de restjes van een aangename zomerdag. En van Brussel naar Halle gaat het op dit moment van de dag met één klassiek motorstel. Enkele zitjes van de vaal geworden purperen zetels zijn vervangen, wat nog meer accentueert hoe snel deze stof veroudert. In Halle vraagt de TBG nog hoe het geweest is, en krijgen zowaar te horen dat zijn ouders in Poulseur wonen, en dat hij er nog die avond naartoe rijdt: serendipiteit in een milde vorm... Maar ik zou pas de dag daarna vertrekken, en met de trein...
Frank had geleidelijk beter weer uit het westen voorspeld, en dus besloten we vandaag om de opklaringen een eindje tegemoet te gaan: Steenhuize-Wijnhuize, een van die tot de verbeelding sprekende plaatsnamen, zoals we er wel meer hebben in Vlaanderen. In de Wandelvogel van maart-april 1993 vond ik "Wandelen te Steenhuize, Sint-Lievens-Esse, Sint-Antelinks". En dat schetst meteen het hele opzet van de ontwerper: 3 dorpen met elkaar verbinden in een mooie lus van zo'n 14 km. Zo krijg je natuurlijk bijna automatisch veel bebouwing te slikken, maar het uitgestippelde parcours in zijn geheel verketteren, willen we zeker niet doen. Steenhuize en Sint-Lievens-Esse zijn rustige dorpen, en sommige van de gevolgde wegen mogen er echt zijn. Toch ligt de TWQ niet hoger dan 15 %, maar daarbij mogen we niet vergeten dat de wandeling werd ontworpen in een periode dat trage wegen vooral snelle verdwijners waren. Vandaag is de kentering ook in deze regio duidelijk, o.a. onder impuls van Natuurreservaten dat hier met het Duivenbos een interessant gebied heeft ontsloten.
Op weekdagen is deze verbinding dus eenvoudig, al is de dienstregeling van lijn 49 tussen Geraardsbergen en Herzele eerder pover. Tussen Herzele en Gent is er wel een uurdienst. Destijds reed hier een trammetje, waarvan in de omgeving nog duidelijke resten terug te vinden zijn; op ons parcours was het wat minder: een voetweg, een bomenrij die vroeger de tramlijn flankeerde, wat tot veldweg verworden bedding, meer is het niet.
De CR naar Geraardsbergen (1582) bestaat uit 3 klassieke stellen, waarvan 2 bordeaux: dat is een meevaller, al is de binnendeur van stel 270 wat nukkig, zoals alle oudjes dat af en toe wel eens zijn. In de trein zijn 83 plaatsen gereserveerd (en bezet) door een groep jongeren uit Gesves. Ongetwijfeld hebben die onderweg groepen Vlaamse jongeren gekruist op weg naar de Condroz. Het gras is altijd groener... Ze zijn op weg naar Lessen, en hebben van de Cel Groepsreizen dus een extra overstap in Geraardsbergen aangesmeerd gekregen. Het gaat inderdaad een tiental minuten sneller via Geraardsbergen, maar met zo'n omvangrijke groep kun je het aantal overstappen maar beter tot een minimum beperken.
De aansluiting met de bus is niet optimaal, maar dat geeft ons de kans om rustig onze boterhammetjes te verorberen, en te genieten van de relatieve drukte in en om het station.
Bus 4231 zal ons naar Steenhuize brengen. Het is een Van Hool A330K. De ontwerper van deze bussen heeft een bijzonder fantasierijke dag gehad. Het resultaat is dat er nauwelijks zitjes zijn waarvan je zegt: hier is het fijn zitten: in tegenrichting, te hoog, te laag, te smal... Jongens toch. Wel is er veel ruimte voor een rolstoel: die plegen dan ook massaal het OV te nemen. Ik weet dat het politiek niet correct is, en ook TreinTramBus en ongetwijfeld alle gehandicaptenverenigingen zijn tegen, maar ik blijf me afvragen of we niet beter speciale voorzieningen treffen voor andersvaliden die zich met het OV willen verplaatsen in de vorm van voortdurend beschikbaar alternatief vervoer. Een service die echt op maat is voor die mensen, zonder dat we daarvoor enkele duizenden bussen en trams moeten aanpassen en vaak tot voor iedereen onhandige dingen moeten ombouwen.
Voor de terugrit hebben we ab4239, precies hetzelfde type. In beide bussen vinden we plannetjes met de perronindeling van het Aalsterse busstation. De bussen hebben hier duidelijk een brede actieradius. Ook deze bus rijdt stipt, nauwelijks 3 minuten sneller dan de autorail in de jaren 1930.
CR1567 bestaat uit 4 klassieke stellen. Ook nu hangt er nog een wijnrode tussen: 183, en het spreekt vanzelf dat we hier voor kiezen. Of de biljetten die ik vanmorgen gekocht heb echt op mijn elektronische identiteitskaart staan, zullen we nooit weten. Vanmorgen noch vanavond is er controle geweest; het is brugdag voor iedereen...
De boog moet niet altijd gespannen staan, en dus wordt het vandaag een rustig tussendoortje, waarbij de nadruk eerder op de verre treinreis ligt dan op de wandeling zelf. Die laatste heb ik gevonden in een brochure "Lopen, rijden, fietsen, draven, wandelen in het hartje van het Gaumeland". Het zou wandeling 22 in Meix-le-Tige moeten worden, maar de folder is ondertussen al iets te oud, en de nummers van de wandelingen zijn wel gebleven, maar de trajecten zijn veranderd. Onze tocht heette oorspronkelijk "La Glissade", was 5 km lang, maar heet ondertussen "La Sportive" en is nu 8 km lang. We opteren voor de oude wandeling, om niet voor verrassingen te komen staan in deze OV-arme streek. Het moet gezegd, zoals vaak is deze korte wandeling echt wel de moeite waard: een ongelooflijk rustig dorp (mét café!), mooie veldwegen, ruige bostrajecten, je krijgt het allemaal binnen het korte bestek van La Glissade, die trouwens helemaal niet zo glad is als de naam laat vermoeden. De TWQ bedraagt 62 %.
Dat we de CR nemen van 8:58 en niet de IR van 9:09 is een soort voorzorg. Dat is nodig, want Meix-le-Tige is nu niet bepaald goed voorzien van openbaar vervoer. Vooraan hangt oude kraker 213, uit de tijd toen onze treinstellen nog charmant waren. In ons coupé zit een stel zwarten een volledige kip te verorberen. Zo kun je het ook zien: ik neem eerste klasse om rustig te kunnen ontbijten. Spijtig genoeg worden ze in Buizingen naar 2de gestuurd, met kip en al. De hele weg moet deze CR het traagjes doen, om niet te vroeg te rijden, en dat lukt wonderwel, maar voor Brussel-Zuid loopt het mis, en zo wordt toch nog een minuutje vertraging opgetekend.
Voor IC 2109 heeft de NMBS zoals altijd 2 ms 96 voorzien. Wij zitten helemaal achteraan in ms 507. Wie denkt dat alle jongeren dezer dagen in Dour zitten, heeft het verkeerd voor. Ze zijn allemaal op weg naar de Ardennen. Eén groep heeft een reservering voor Brussel-Schuman - Libramont, maar in de NZV stappen groepen in zonder reservering, en voeg daar dan nog een flink pak Walibisten aan toe, en je weet meteen hoe het eraantoe gaat in deze trein. Van de gereserveerde plaatsen is uiteraard geen sprake meer, en de eerste klasse loopt geleidelijk aan vol. De TBG's proberen er nog iets van te maken, maar het is een waar gevecht tegen de bierkaai: meer dan er de leiders op wijzen dat ze nooit zomaar in eerste mogen komen zitten, zit er niet op. Een alleen reizende juffrouw, die al in Brussel-Zuid in eerste verzeild is geraakt, krijgt eerst te horen dat ze na Ottignies moet verhuizen. Dan wordt het Namur. Het zal uiteindelijk Libramont worden. De dame die in Namur instapt, is er ook aan voor de moeite: van werken zal er niet veel in huis komen. Het is ongetwijfeld een van de rotste treinen op het net. Vele vakanties al proberen we hem te vermijden, omdat dit zeker geen alleenstaand gebeuren is, maar soms kan het gewoon niet anders. De 2108 was in hetzelfde bedje ziek, maar de M6'en die daar nu voor ingezet worden, maken het probleem wat minder pertinent. Vlot loopt de rit trouwens evenmin. Tot Libramont zal de vertraging schommelen tussen 4 en 6 minuten, wat meteen bewijst dat de (volgens sommige te) ruime dienstregeling van deze IC niet altijd onverantwoord is. We gaan trouwens ook nog 2 keer op tegenspoor: 1 keer tussen Grupont en Mirwart, zonder extra vertraging, een tweede keer tussen Lavaux en Marbehan. In normale omstandigheden zouden de beide IC's elkaar probleemloos kunnen kruisen in Marbehan, maar onze IC in vertraging wordt nu opgehouden in Lavaux. Dat levert meteen 15 minuten vertraging op, en dat zal tot Arlon zo blijven. In Railtime meldt men dezelfde vertraging, als gevolg van infrastructuurwerken. Dat klopt natuurlijk maar half en half, want in feite is het de in Brussel opgelopen vertraging van de 2109 die maakt dat de vertraging nu zo groot geworden is.
Gelukkig is de aansluiting in Arlon erg ruim: met 27 minuten hebben we nog ruimschoots tijd genoeg. Ik vermoed dat Arlon vandaag markt houdt, want het is ongekend druk aan het busstation. De radijsjes, kroppen sla en tros- en andere tomaten bevestigen dat vermoeden. Ook lijn 20 heeft vandaag veel succes: 25 à 30 reizigers. Waarschijnlijk rijdt de bus er op een niet-marktdag zo goed als leeg. Lijn 20 is dan ook speciaal: ze loopt van Arlon naar Châtillon, maar langs een snoer van Gaumedorpen, als alternatief voor lijn 19 die de hoofdweg volgt. De bus loopt dan ook geleidelijk leeg. In Meix-le-Tige (op een boogscheut van zijn eindpunt) stappen we inderdaad als laatsten uit. Het is een recente Jonckheere. De dienstregeling lijkt het resultaat van het betere gooien met de pet. We rijden Arlon buiten met 6 minuten vertraging; op een bepaald moment is die volledig weggewerkt, maar even later is ze er opnieuw. De halteborden zijn trouwens van het non-informatieve type, waarvoor de TEC-Luxembourg destijds spijtig genoeg gekozen heeft, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik met de gedetailleerde dienstregeling in de hand niet voortdurend heel precies wist, welke halte we voorbijreden. Maar kom, we hebben meer dan tijd genoeg, en het komt heus niet aan op deze 6 minuutjes.
Voor de terugrit hebben we twee opties: opnieuw lijn 20 nemen, maar dan naar Châtillon, en daar overstappen op lijn 19, ofwel tot de halte Châtillon La Croix stappen en daar meteen op lijn 19 stappen. We kiezen voor de laatste oplossing: Meix-le-Tige ligt nauwelijks 2 km van La Croix, en die afstand kan er vandaag moeiteloos bij. We lopen trouwens de hele weg door de Rue du Tram. Vele jaren geleden volgden de inwoners van Meix ongetwijfeld dezelfde weg naar de tram van de lijn Arlon - Èthe. De tramlijn kwam hier bij de halte La Croix (er staat inderdaad een mooie Kruis-Lieven-Heer) heel dicht bij de N82, alvorens ze daar opnieuw van afweek om de steilste hellingen te vermijden. Vandaag is de tramlijn een gezellig fietspad geworden.
Krek op tijd komt ab 4472 aangereden, en we komen een tweetal minuutjes te vroeg in Arlon aan. De vorige keer reden hier nog wat aftandse Van Hool-busjes, die nog geërfd waren van de NMVB, nu is het een recente Jonckheere. De bezetting van deze bus is aardig; lijn 19 is inderdaad wel een van de betere lijnen in deze regio.
En dan komt het moment suprême van de dag. De terugrit van Arlon naar Brussel met EC 90 (de Vauban). Op het perron hangt de samenstelling van deze klassieke, internationale trein, al geraak ik er niet echt wijs uit. Vooraan hangen 2 rijtuigen met bestemming Luxemburg. Die zouden er dan toch al af moeten zijn? Maar mijn vermoeden blijkt te koppen: ze hangen er nog altijd aan; vermoedelijk is Luxemburg dus hun oorsprong , en niet hun bestemming. Achteraan hangen trouwens nog 3 extra rijtuigen, wat betekent dat de 2004 11 rijtuigen over de Ardense hellingen zal moeten slepen. (Vooraan rijtuigen 12747 en 12770, achteraan 12658, 12773 en 11620 - tussenin Zwitserse rijtuigen.) De 2004 doet dit met zwier: van de 5 minuten vertraging in Arlon, blijft in Libramont nog nauwelijks iets over, en Brussel-Noord wordt stipt bereikt. Zo zenuwslopend als de ochtendrit was, zo rustig is deze rit, aan boord van een van de laatste treinen op het Belgische net, waar ik nog echt warm voor kan lopen. Nochtans wordt hier duchtig gewerkt, en het Windows-tunetje is niet uit de lucht bij het naderen van Brussel.
Nog even naar Halle dus, aan boord van een M6-stel. Veel valt daar niet over te vertellen, behalve dat een stel vakantiegangers maar net op tijd merkt dat ze in eerste klasse zitten. Ik moet toegeven: het verschil met tweede zou iets groter mogen zijn. Zelfs een andere kleur van de zetels zou al wonderen kunnen doen, al zou een andere, comfortabelere individuele zit nog veel beter zijn. Maar die noodkreet is al zo vaak geuit, dat ze nog nauwelijks indruk maakt bij de NMBS-mensen die moeten bepalen hoe eerste klasse er moet uitzien...