Terwijl Pedro herstellende is van een serieuze virusaanval, neen het was niet zijn PC maar himself die geveld werd door een virusinfectie, ben ik verder op zoek gegaan naar de 'Jacobussen' onder ons. In Antwerpen moest ik niet lang zoeken en kwam er zowaar nog pelgrims tegen…
Zoals zo vele andere Europese steden ontbreekt het Antwerpen niet aan een Sint-Jacobsheiligdom. Anno 1431 stond hier buiten de toenmalige stadswallen een gasthuis ten behoeve van pelgrims uit Noord-Europa op weg naar het graf van de apostel Jacobus in Santiago de Compostela. Op het einde van de 15de eeuw kwam de bescheiden kapel van de grond: eerst doordat ze tot parochiekerk verheven werd, 15 jaar later toen ze vervangen werd door de huidige kerk in Brabants-gotische stijl. Bouwmeesters waren vader en zonen de Waghemakere en Rombout Keldermans. De universele geldingsdrang naar groter en hoger, stimuleerde de bouwers tot (slechts) één toren die (dan wel) de toren van de O.-L.-Vrouwekerk moest overschaduwen. Uiteindelijk wordt van die ongeveer 165 m-hoge droom amper een derde gerealiseerd; hetgeen de kleine huisjes rondom daarom nog niet minder ‘minuscuul’ maakt.
In de tweede helft van de 16de eeuw loopt alles volgens het normale schema: beeldenstorm; een kortstondige ‘cohabitation’ van katholieken en protestanten; calvinistische overheersing en vervolgens in 1585 de teruggave aan de katholieke eredienst. De eerste helft van de 17de eeuw (in volle barok !) ging men in gotische stijl verder met de uitbouw van het oostelijke gedeelte. Ook de grafkapel van Antwerpens barok-grootmeester P.P. Rubens (+ 1640) is gotisch. Er werd een kapittel gesticht, een (collegiale ?) groep van kanunniken; vandaar de bijnaam van collegiale kerk. Zij verbinden er zich toe om de getijdengebeden dagelijks gemeenschappelijk (in koor) te zingen (in het koor). Vele ambachten en welgestelde notabelen zorgden voor een bijzondere rijkdom aan meubilair (tal van altaren, zoals dat van de juristen, aan sieraad (vooral epitafen), alsook aan materialen (een uitzonderlijke overvloed aan marmersoorten). Dit kwam blijkbaar Paus Clemens XI ter ore die St.-Jakob bedacht met de eretitel van ‘vermaarde’ kerk; een titel die men hier niet zo graag achterwege laat...
De roem van deze kerk die al gauw tot ver over de grenzen reikt, wordt bevestigd door paus Clemens XI die haar in 1705 bedacht met de eretitel ‘vermaarde kerk’. Een titel waar men hier - begrijpelijker wijze - nog steeds prat op gaat. Onder de indruk van al deze pracht en praal deed een Duits bezoeker einde 19de eeuw de uitspraak dat de Sint-Jakobskerk “als rijkste kerk van de Germaanse landen... het wel verdient om in Venetië te staan”. Hoezeer de chauvinistische Antwerpenaren daar ook gevoelig voor zijn, zij houden hun ‘Sint-Jacob’ toch liever bij zich.
Wanneer de Fransen de plak zwaaien, gaat het gebruikelijke scenario van sluiting en verkoop aan haar voorbij dankzij een beëdigd priester die aan de Republiek trouw gezworen had. In feite is het dus aan deze vorm van collaboratie dat de Sint-Jakob het behoud van haar ongelofelijk rijk patrimonium dankt...
Info: topa.be
Foto: website toerisme; voor meer, klik op de foto bovenaan.
Hoe ver zitten Luus en Martien op hun weg naar Compostela?...KLIK HIER