pasen

Jan Allemachtig.
Een graafmachine.
Bij hem is het Pasen en Pinksteren.
Hij heeft goed verdiend.
Hij is de sigaar.
Hij is degene die gepakt wordt.
Hij heeft de jaren des onderscheids bereikt.
Hij heeft een leeftijd bereikt waarop hij zaken kan beoordelen.
Het is schuim van volk.
Het is tuig.






















