Zesenzestig
Zesenzestig
Soms
droomt de dood
in mijik voel
hoe zij
mijn knoken telten de jaren
nog te gaan
tot aan haar beltik maak haar wakker
voor ze met mij op een merrie
de nacht in snelt
Pp
Ik kan niet schrijven zoals jij leest ...
Zesenzestig
Zesenzestig
Soms
droomt de dood
in mijik voel
hoe zij
mijn knoken telten de jaren
nog te gaan
tot aan haar beltik maak haar wakker
voor ze met mij op een merrie
de nacht in snelt
Pp
Blauwzieke morgen
Blauwzieke morgen
Hoe kan een ochtend ontwaken
zonder de glimlach van een gedicht.
Ik houd een schrijver onder 't licht,
hij ligt blauwziek in m'n iele handen.
Te verdampen. Als de regen op een hete zomerdag.
Zijn zinnen nevelen in m'n ogen,
krinkelen als een druivelaar naar boven.
In mijn hoofd hangen ze de vlag
boven de kantelen van de bellettrie.
En zie, de woorden wapperen aan de waslijn,
witter dan de lentebloesem in een aanbeden schrijn.
Ik klap de ochtend dicht. Als een heilig relikwie.
Uvi
Onder de rekening
Onder de rekening
Alsof het exacte wetenschap was
dissecteer ik haar gebroken lach
de spiegel van haar stem
de barst in een craquelé verdriet.Zij vlucht proefondervindelijk gesloten
de huig van haar geheugen dichtgeklapt
in het huis van haar getraande ogen
bogen gespannen over onvervulde dromen.En op de tafel van ons leven
legt zij de boeken neer
de kinderen die wij samen
niet kregen, trokken een streep
Pp
In V-vlucht
In V-vlucht
En in haar hoofd ligt de ochtend nog te slapen.
Achter de horizon van blauw geloken ogen.
Verteerd verlangen.Ik schrijf lente over wit. Bloesem woorden open.
Draag haar adem op mijn ontsloten handen.
Vederlicht vermoeden.Tot aan de dageraad. Beklim ik de kim van haar bestaan.
Zij licht haar anker. Vaart verrukt mijn haven in.
Vermetel vertrouwen.
Pp
Ni dieu, ni maître
Ni dieu, ni maître
Met snijdende accuratesse
pelt hij de rokken van een ui,
kweekt hij, bijna achteloos, een adder
onder het nobele gras.Enkel voor wie de semantiek ontsluiert,
de AI van zijn geproclameerde eruditie,
summa cum laude boven de kast,
dr. Etalagist, in de vitrine van de wetenschap.En op de straat paradeert de parodie,
de heraldiek van de kritiek, het carnaval
van dure zinnen, hermetisch, bijna krenterig,
gesloten voor het poëtisch proletariaat.Met het dedain van een varkenshoeder strooit hij
nooit parlemoeren verzen voor de luie lezer,
slechts een bekroond boeketje voor de fine fleur.
Ni dieu, ni maître, maar wel Narcissus zet zich op de troon.
Pp
Marie, pleine de grâce,
Marie, pleine de grâce,
Mijn cursor rijdt over haar verzen
zonder m'n ziel open te rijten,
ik ben een snelheidsovertreder,
scheur over de zinnen van haar hart.Hoe weerloos worden haar woorden
over het virtuele vel getrokken,
zonder de witte warmte van papier, zonder
de omgeslagen traagheid van blad na blad.Deze lezer is een seniele sniper,
een seriewoordenaar, hij schiet kritiek,
hij mist, goddank, hij mist ook de geschiedenis,
gedachten en gevoelens van een schrijver.
Pp
Poète perdu
Poète perdu
Terwijl ik mij verberg
achter de droefheid van een horizon
snijd jij de huid
van m'n gevluchte woorden openonbarmhartig scherp schraap jij
de zinloosheid van al m'n tere dromen
jij laat geen letter heel
keert het alfabet onderstebovenen wijl ik nog een alpha
was schreef jij reeds omega
vooraan in het bleke blauw
van dauwvers ochtendglorenjij liet geen spaander rouw
ik koos die dood
jij koos voor leven
Pp