
Lambertina Florentina van Lawick van Pabst, geboren Persijn
Lambertina Florentina Persijn werd op 19 februari 1795 geboren te Rembang [bron: De Indische Navorscher 1934-1938, 1989-1996].
Rembang, waarover ik ook al iets schreef in het artikel “Rembang” op deze weblog, is een plaats aan de noordkust van Midden-Java, ongeveer 160 km. ten noordwesten van Soerabaja / Surabaya.
Rembang, heeft een haven aan de Java Zee en is over de weg en per spoor verbonden met o.a.Koedoes (nu: Kudus) en Semarang, Tjepoe (nu: Cepu) en Soerabaja (nu: Surabaya).
Lambertina Florentina was een dochter van Claas Persijn (de “Hollandse stamvader”, zie ook het gelijknamige artikel op deze weblog) en Maria Magdalena Salomons.
Toen Lambertina Florentina 16 jaar oud was (1811) trouwde zij in Rembang met Pieter Herbertus baron van Lawick van Pabst, die toen 31 jaar was [bron: Nederlandse Adelsboek 1915]. Deze had, toen hij met Lambertina Florentia in het huwelijk trad al 2 relaties achter de rug. Een relatie met een zekere Olinda (haar nationaliteit is me niet bekend), bij wie hij 2 kinderen had (Jan Casimier en Sophia Petronella Elisabeth) en daarna nog een relatie met de Javaanse vrouw Saera, die hem 3 kinderen schonk
(Nicolaas Carel, Johan Frederik en Jan Willem Ferdinand).
De volgende (beroeps)gegevens over Pieter Herbertus baron van Lawick van Pabst werden vermeld in o.a.:
1. De Indische Navorscher, jaargang 4 nr. 1, januari 1938
2. De Indische Navorscher, jaargang 4 nr. 7, juli 1938
3. Nieuw Nederlandsch Biografisch woordenboek, deel 8, 1938
Pieter Herbertus (Baron) van Lawick van Pabst werd geboren op 5 november 1780 in Geldermalsen als zoon van Nicolaas Carel baron van Lawick van Pabst en Maria barones van Reede van Oudtshoorn.
Hij kwam in november 1792 met het schip van oorlog "De Amazone" als volontair op Java, maar trad bij aankomst onmiddellijk in dienst van de Oost-Indische Compagnie en wel als cadet bij de Cavalerie.
Van 1794 tot 1796 was hij cornet cavalerie. Daarna ging hij over in civiele dienst .
Van november 1801 tot februari 1804 was hij onderkoopman bij de “gecommitteerden tot en over de zaken van den Inlander”.
Van februari 1804 tot december 1804 adjunct gecommitteerde, van januari 1805 tot augustus 1806 gecommitteerde met een salaris van 2000 Rijksdaalders.
Van augustus 1800 tot ultimo december 1807 was hij “commissaris tot demping van de Cheribonsche Onlusten”.
In 1807 werd hem wegens zijn "buitengewone werkzaamheid en geschiktheid"een douceur geschonken van 7000 Rijksdaalders.
Van januari tot oktober 1808 was hij Resident van Cheribon en daarna tot juni 1810 Landdrost van de Cheribonse en Preangerlanden, van juni 1810 tot september a811 Landdrost van Rembang en lid van de Houtadministratie, van september 1811 tot ultimo december 1815 Resident van Rembang en als zodanig tevens benoemd tot commissaris ter onderzoek van zaken op Java, agent van het Zoutdepartement en commissaris ter invoering van het Landelijk stelsel.
Van begin januari tot augustus 1816 was hij agent van het Zoutdepartement in de Semarangse afdeeling, Collecteur der Landelijke Inkomsten, assistent resident en waarnemend resident te Semarang.
Van augustus 1816 tot november 1817 resident van Soerabaja en van november 1817 tot december 1818 Inspecteur-generaal van de landelijke Inkomsten.
Van januari 1819 tot september 1820 was hij resident van Batavia, in oktober 1820 “directeur der Houtbosschen” en van 1823 tot ultimo december 1826 tevens resident van Rembang.
Van januari tot augustus 1827 was Pieter Herbertus resident van Djokjakarta an vanaf augustus 1827 tot juni 1828 resident van Semarang.
Van juli tot oktober 1828 was hij ‘ambtenaar op wachtgeld’en van november 1828 tot maart 1829 gezaghebber in Bagelen.
Van april 1829 tot juli 1829 resident van Besoeki en Banjoewangi en van juli 1829 tot mei 1830 opnieuw ‘ambtenaar op wachtgeld’.
Van juni 1830 tot augustus werd hij toegevoegd aan den commissaris ter regeling der Vorstenlanden.
Van augustus 1830 tot ultimo juni 1932 commissaris voor de overgenomen Vorstenlanden en op 23 Augustus 1832 (resolutie no. I) benoemd tot commissaris inspecteur over de overgenomen Vorstenlanden.
Bij GB (gouvernementsbesluit) van 23 januari 1834 no. 3 werd Pieter Hubertus gepensioneerd met een pensioen van f 6000.-per jaar in Indië of f 3000.- in Nederland.
Pieter Herbertus baron van Lawick van Pabst en Lambertina Florentina Persijn
kregen de volgende kinderen:
1 Carel Nicolaas Herbertus van Lawick, geboren in 1814. Carel Nicolaas Herbertus is overleden op 31 december 1878 in Djokjakarta, 64 jaar oud [bron: Almanak van Ned. Indie 1815-1942]. Hij trouwde op 23-jarige leeftijd op 1 november 1837 in Semarang [bron: De Indische Navorscher jrg. 4 nr 7, juli 1938] met Antoinette Josephine de Lange, 16 jaar oud. Antoinette Josephine is geboren in 1821 in ´s Gravenhage, dochter van George de Lange en Christina Manni.
Antoinette Josephine is overleden op 13 januari 1850 in Haarlem, 29 jaar oud.
Carel Nicolaas Herbertus hertrouwde, 45 jaar oud, op 23 maart 1859 in Pasoeroean [bron: De Indische Navorscher jrg. 4 nr 7, juli 1938] met Wilhelmina Frederika Kien, 32 jaar oud. Wilhelmina Frederika werd geboren in 1827.
Wilhelmina Frederika was een Chinese vrouw, die eerst bij de doop de namen Wilhelmina Frederika Kien kreeg.
2 Henry James Willem van Lawick van Pabst, geboren op 15 april 817 in Soerabaja [bron: De Indische Navorscher]. Hij werd gedoopt op 8 juni1817 in de Hervormde Kerk te Soerabaja, waarbij Mr. Abraham Hendrik Dozy Pzn. en Dorothea Wilhelmina von Netzen als getuigen aanwezig waren. De doop werd verricht door dominee D.L. Lenting.
Henry James Willem overleed op 26 oktober 1873 in Weltevreden (bij Batavia), 56 jaar oud.
Henry James Willem trouwde op 13 augustus 1840 in Semarang met Jacoba Petronella Lambertina Mente, 19 jaar oud.
Jacoba Petronella Lambertina werd geboren op 3 augustus 1821 in Rembang als dochter van Jacobus Mente en Johanna Helena Persijn. Zij is gedoopt op 30 december 1821 in Semarang.
3 Pieter Lambertus van Lawick van Pabst, geboren op 4 juli 1819 in Batavia [bron: De Indische Navorscher]. Pieter Lambertus is overleden op 16 december 1825 op Texel, 6 jaar oud [bron: Familiebronnen]. Hij overleed samen met enkele bedienden ten gevolge van een schipbreuk ( het schip “ Bethsy")
4 Paulina Elisabeth Lamberta van Lawick van Pabst, geboren op 2 februari 1822 in Semarang [bron: De Indische Navorscher]. Paulina Elisabeth Lamberta is overleden op 7 oktober 1853 in Semarang, 31 jaar oud [bron: De Indische Navorscher].
5 Maria Margaretha van Lawick van Pabst, geboren in 1824 in Rembang [bron: De Indische Navorscher]. Maria Margaretha is overleden op 14 september 1870 in Semarang, 46 jaar oud [bron: De Indische Navorscher].
6 Barend Hendrik Nicolaas van Lawick van Pabst, geboren op 9 oktober 1830 in Semarang [bron: De Indische Navorscher]. Barend Hendrik Nicolaas is overleden op 5 juni 1857 in Kasomalang, 26 jaar oud [bron: De Indische Navorscher]. Hij is begraven te Soebang, Pamanoeken/Tjiassemlanden.
Pieter Herbertus baron van Lawick van Pabst overleed in Semarang op 3 maart 1846.
Zijn echtgenote, Lambertina Florentina Persijn, overleed in datzelfde jaar, namelijk op 24 december 1846, eveneens te Semarang.
Zij werd bij haar man begraven op de Algemene Begraafplaats te Semarang in graf A no. 78. Op hun graf werd vermeld:
Hier rust Pieter Herbertus baron van Lawick van Pabst, overleden den 3 Maart 1846 in den ouderdom van 65 jaren en 4 maanden.
Hier rust Vrouwe Douairière Lambertina Florentina van Lawick van Pabst geboren Persijn, overleden op den 24 December 1846 in den ouderdom van 51 jaren en 10 maanden.
[bron: Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java, deel III, De Indische Navorscher 1934-1938, 1989-1996 en ook vermeld in Nederlands Adelboek 1915, bl. 80 sub XIV, 1)
_____________________________________________________________________
In de Residentiele Archieven van Jogjakarta ( in bezit van het Arsip Nasional Indonesia, Jakarta) zijn o.m. de volgende stukken, geschreven door Pieter Herbertus Baron van Lawick van Pabst, bewaard:
P. H. van Lawick van Pabst, "Nota ter betoogen der gelijkmatigheid van den oorlog van den jare 1746 met dien van den tegenwoordigen tijd [Java War]," November 5, 1828.
P. H. van Lawick van Pabst, "Nota betrekkelijk Sultan Sepoeh en de weduwe van zijne zoon Pangerang Moordaningrat," in Miss. Du Bus, December 29, 1827, no. 18.
P. H. van Lawick van Pabst, "Consideration op de Nota van den Heer MacGillavry, Resident te Soerakarta . . . ," August 21, 1826.
P. H. van Lawick van Pabst, "Rapport betreffende den verhuur van landen in de vorstenlanden," November 14, 1827.
______________________________________________________________________