Hij kwam uit ISPAHAAN


Hij kwam uit ISPAHAAN
Toen ik in Jakarta (Djakarta / Batavia) op de H.B.S. zat (zie ook het artikel “De CAS” op deze weblog) las ik een gedicht van P.N. van Eyck met de titel “De tuinman en de dood” (de tekst van dit gedicht heb ik onderaan dit artikel opgenomen).
In dat gedicht kwam ook de naam van een Perzische stad voor, namelijk Ispahaan.
Isphahaan of Isfahaan was een stad in Perzië, het huidige Iran.
De stad ligt ongeveer 340 km ten zuiden van Teheran. In de oudheid werd de stad Aspadana genoemd. Ispahaan ligt in een oase op het Iraans Plateau, aan de noordoever van de rivier de Zayandeh Rud.
Toen ik dat gedicht op school las wist ik nog niet dat er ook een link was tussen deze stad en de Persijn-stamboom. En die link, zo heb ik inmiddels ontdekt, bestaat er wel.
Een dochter van Coenradus Wilhelmus Persijn en Doortje Smith, de op 22 januari 1871 te Soerakarta geboren Henriëtte Josephine Persijn (bron: Regerings Almanak 1873, 240), trouwde namelijk op 25-jarige leeftijd op 14 maart 1896 in Malang met John Martin Sarkies.
John Martin Sarkies was een Armeniër, geboren op 22 november 1872 is Ispahaan (Perzië / Iran). Hij kwam uit een bekende Armeense familie, waarvan 4 broers, te weten Martin, Tigran, Aviet en Arshak Sarkies, diverse grote luxe hotels hadden gebouwd en beheerd.
In chronologische volgorde werden onder andere de volgende hotels door hen gebouwd:
1884: Eastern Hotel in George Town op het eiland Penang (Maleisie)
1885: Oriental Hotel, eveneens in George Town (Penang, Maleisie)
Een jaar later werden beide hotels samengevoegd tot het Eastern & Oriental Hotel.
1887: Raffles Hotel in Singapore.
Hier logeerde in 1921 voor de eerste keer de bekende schrijver W. Somerset
Maughum ( o.a. . “Of Human Bondage”). In 1926 en 1959 kwam hij er weer logeren.
Er wordt verteld, dat hij daar iedere morgen aan zijn manuscripten werkte in de
schaduw van een frangipaniboom (=tempelboom of kambodja).
1891: Katika Wijaja in Batoe (Batu) op Java
1901: The Strand in Rangoon (Yangon) in Birma (Myanmar)
1910: Hotel Majapahit (nu: Mandarin Oriental Majapahit) in Soerabaja (Surabaja) op Java.
Dit hotel werd in aanvankelijk Hotel Oranje genoemd, omdat aan de buitenkant de
kleur oranje overheerste. Kamer nr. 44 heet nu nog de Sarkies-kamer.
De architect van dit gebouw was J Afprey, die het ontwierp in de art nouveau-stijl.
De eerste steen werd gelegd op 1 juni 1910 door Eugène Lucas Sarkies.
John Martin Sarkies staat in de annalen (Almanak van Nederlands-Indie) van 1902 en 1903 vermeld als ‘bibitplanter’ (rijstplanter) te Madioen.
Van 1904 t.e.m. 1907 was hij toko-(=winkel)houder te Pasirian Loemadjang.
Vanaf 1908 t.e.m. 1992 komen we hem tegen als hotelhouder te Soerabaja (Embong Malang, zie foto) en van 1923 tot 1931 als directeur van hotel Sarkies te Soerabaja.
Vanaf 4 juni 1913 vestigt hij zich als directeur van hotel Sarkies in Den Haag, maar op 27 juni van hetzelfde jaar vertrok hij naar Ispahaan, zijn geboorteplaats in Perzië (Iran).
In 1940 overleed hij in Julpa (Iran) in de leeftijd van 68 jaar.
Zijn echtgenote, Henriëtte Josephine Persijn, stierf al eerder, namelijk in 1936 in Batavia. Ze was toen 65 jaar.
Kinderen van John Martin en Henriette Josephine:
1 Marie Sarkies, geboren op 30 december 1896 in Malang [bron: Almanak
van Ned. Indie]. Marie is overleden op 31 december 977 in Amsterdam, 81 jaar oud.
2 Joachim Martin Sarkies, geboren op 26 januari1898 in Malang [bron: Almanak
van Ned. Indie]. Joachim Martin is overleden in 1966 in Teheran, 68 jaar oud.
Hij vertrok met broer Eduard Martin op 20 november 1913 naar Voorschoten.
Zij vestigden zich beiden vanaf 4 november 1919 in den Haag en vertrokken
op 21 mei 1920 weer naar Ned. Oost Indië.
3 Eduard Martin Sarkies, geboren op 3 november 1902 in Madioen
[bron: Almanak van Ned. Indie].Hij was een tweelingbroer van Richard Martin.
Hij overleed in Teheran.
4 Richard Martin Sarkies, geboren op 3 november 1902 in Madioen [bron: Almanak
van Ned. Indie], een tweelingbroer van Eduard Martin.
Richard Martin overleed al na 2 maanden ( 20 januari 1903) te Madioen.
De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -
Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."



















