Als de dagen lengen
langzaam trekt het zwart
zo lang bevlekt geweest
met uitgedroogd vocht
weg uit de verdichte nacht;
woud van een wederkerend
en wezenloos gedrocht
traag slinkt in eigen taal
het vlies dat de dood bedekt
terwijl vanuit de herinnering
schuchter over het licht
van morgen wordt verteld
de geest is wederom
met leegte opgerekt
in deze alom verdeelde schaduw
en als de natuur dat eist
wordt het eigen ademen gekweld

