Kopland
een dichter dichtbij
de ziel
bemiddelde met
vragende poëtische
woorden
ook al had hij weet
van het wiel
't leven vertelde hem
dat een zuiver antwoord
nooit beviel
in de werkelijkheid
die niet aan ons behoord'
Koplandeen dichter dichtbij
de ziel
bemiddelde met
vragende poëtische
woorden
ook al had hij weet
van het wiel
't leven vertelde hem
dat een zuiver antwoord
nooit beviel
in de werkelijkheid
die niet aan ons behoord'
Het was Komrijin de eeuwigheid geplaatst
is de dood van een dichter
de echo die op zijn woorden aast
*
een hart geraakt wel zoveel lichter
immers bij leven taal verbouwen
aan een zware plicht getrouwe
met lippen zo fraai in poëzie gestemd
en gehuld in een bul als levend beeld
*
zo iemand zal blijvend worden gedeeld
Licht en schaduwals verwachting
bij daglicht sterft
kent ademen
nog steeds de plaats
waar een bloeiende bloem
zonlicht verwerft
door bladeren te spreiden,
zich openstellend als van zelve,
keert zij naar het licht
zoals mijn liefde zich
naar herkenning dicht
mijn vriend de schaduw
dekt soms onbewust
doch met hemelse genade
voor even de levenslust
vernieuwd komt vaak later
een fruitige aubade
gelijk druiven telkens weer rijpen
aan ranken in een ballade
Als een windhaansoms spant
de wereld zich
als een kruisboog
zoekend in een cirkel
naar een doel
niet wetend waar het
onbekende verblijft;
laag of hoog
de oceaan is tevens
te groot voor mijn handen;
ongeacht naar waar ik grijp
en hoe diep ik ook
in de diepte kijk
mijn gedachten
zijn als lucht
eer zij kunnen
verzanden
Als de zon ondergaatin helder licht
sieren lijnen
mijn avondbloem
die haar tinten tonen,
soms mijn verbeelding
doen beschijnen
een zachte zucht
geeft vaak aan de
ouderdom wat lucht
die schaduwen
kan verschonen
van een belegen dag
zo’n fluistermoment
maakt gewag
van tederheid
schept vertraging
die tot herkenning leidt
Als schellen vallenin gebroken licht
sieren lijnen
mijn avondbloem
die haar tinten tonen,
verbeelding beschijnen
en zwoele zuchten
nog verder bevruchten
schaduw verschonen
van een belegen dag
zo’n fluistermoment
maakt van tederheid gewag
schept vertraging
die tot verwenning leidt
Waarvan akteik draag voor
in een ‘acte solitaire’
getuig met heel mijn lijf
van groen, van gras
van de lach, ginds ,
zo dromerig ver
in een gastvrij verblijf
mijn uitgestrekte handen
schilderen luchtcirkels vol
zover ik maar kan reiken
sluit velden daarbij in
en bosranden als kantelen
van burchten
opgetrokken in eiken
waarachter mijn geliefden
musiceren, dansen
en spreken van liefde
dan wel met open ogen
mij onbereikbaar doch
zoet beminnen
zo speel ik vurig een rol
opdat de hartstocht
niet mag wijken
in het hart,
zo dichtbij,
van binnen
Vannachtvannacht was ik
niet alleen met haar
droomde van
kapende vagebonden
er werd mij een
engel gestuurd
aangemaand door boven
of wellicht lokaal ingehuurd
zij zong voor mij
het lied van troost
waarin eindeloze liefde
werd aangeprezen
na een wijle
hervatte mijn
neusgeronk
zijn gelijkmatigheid
zodat ik nu echt
in het onbewuste zonk
*
bij het ontwaken
proefde ik aan de dag
en nam nieuwe kansen waar
ok, nog wel in ochtendjas
maar de zon belichtte mij
met een overtuigend gebaar
Het Atriumachter deuren
van huizen
opgestapeld in lagen
van het theater voor
de grijsgerijpte mens
vullen vaak herinneringen
de dagen
of draagt het ademen nog een
een lange levenswens
waar de dag van heden nog wordt geëerd
als een kinderstem galmend klinkt,
koffie het oer Brabantse buurten smeert
of getallen op ballen worden afgevinkt
vaak staan naast het beeld van
Onze Zoete Lieve Vrouw
een aantal uitgestalde foto’s
met ingelijste rouw
de ouderdom
is soms geaard in een rotsvast geloof,
berusting of tevredenheid
regelmatig wordt dit echter bedreigd
door het uitvallen van levend loof
Dmitri Shostakovichik hoor hem
ontbloot aan
zijn stem raakt
verjaarde plooien
van mijn huid
lijken zich
te berusten
in klanken
van snaren
gespannen op
nobele pilaren
dan wel gedragen
door levende liefde
hij kijkt mij diep aan
door zijn verre kijkers;
de wijsgeer voor
ongrijpbare zielen
schenkt mij
noten in kracht
en melancholie
op weg naar
onverstaanbare diepte
Gij,
Dmitri Dmitriyevich Shostakovich
Dodenherdenkingik stond er
stram
achter bloemen
op een betonnen graf
dacht aan
vrinden
met doorweekte pijn
zij,
een leven lang zoekend
verlichting te vinden
van een niet uitgesproken straf
ik stond daar even
dacht aan hen,
maar wel
aan de zijlijn
Luchthet is niet zo
dat ik alles
beter weet
wel lijkt het
nu en dan
een rijkdom
als ik mijn
schaduw kant
vergeet
Natuurlijkde boom
vertelde over
zijn geringde
jaren
hij kon
zonder woorden
mijn ongeduld
verklaren
Gewichtloosik zoek mijn plek
op de regenboog
en zie,
ik glij
het ebt
in mijn wintergetij
de hemel lijkt
ook minder hoog
het landen
dwingt de weegschaal
met een scherp oog
tot balanceren;
veel lucht en nog meer aarde
blijken eens temeer
lichtgewichten
de laatste zucht
verliest vele gezichten
de ontstane leegte
kan in eeuwige tijd
het overbodige verteren
Noodlotik schep
deze letters
in de
schaduw
van mijn hand
het blad is
met naakte
maagden gevuld
al maar meer
vervliegend
in droog blauw
een zilte traan
valt te laat
uit aardse dauw


Over weinig en veel - alledaagsik trek vandaag eens
niet de stoute schoenen aan
vervolg mijn weg op sandalen
met geitenwollen sokken
ga ik eens heerlijk
langs de bekende kant staan
ik zie dappere mensen
onderweg naar het succes
van morgen
dames in vroege winkelzucht
kinderen met volle tassen
zonder zorgen
en ik, ik sta te gapen
dat geeft nog eens lucht
een horde senioren
zijn verzameld rond
het heilig hart
een dag in het vooruitzicht
met sterke verhalen
luidruchtig als jonge koeien
op de komende veertig kilometer
recreatief fietsen gericht
onder weg koffie met appeltaart
even weg van thuis
bevrijde grijze duiven
die stiekem een neutje vatten
ons mam zien ze al lang
niet meer wuiven
die jogged in de keuken
op die vermaledijde harde matten
waarachtig de zon komt door
wat een rijkdom in ons dorp
steeds meer volk trekt voorbij
mijn hond doet zijn tweede worp
hij is net als ik met weinig blij
heerlijk mijn nieuwe sandalen
de techniek heeft toegeslagen
klitterband houdt alles bij elkaar
mijn voeten voelen in deze schoenen
de ruimte van vandaag
niets hoeft helemaal klaar
een ochtendstonde
waarin je iedereen wel
zou willen zoenen
helaas ben ik aan
mijn trage opstart gebonden
Uitzicht op inzichtnog steeds
zie ik omhoog,
iedere avond weer
daar
in het oneindige
ligt het antwoord
dat zegt;
alleen ik weet meer
heb mij daar
mee verzoend
het is goed
vaak de vraag te stellen;
wie ben Ik dan
keer op keer
inzicht omvatten
is niet te tellen
zo duidt de atmosfeer
jij bent,
doch als een
voorbijtrekkende
pauwenveer
Verlangenik zou de kleur
van je stem
willen bewaren
zodat jouw ontloken ziel
in mijn hart
een gelijke weerklank
mag ervaren
je ogen vertoeven
in een lied
terwijl lippen
woorden kussen
ik hoor dan intussen
jouw verlangen
dat geen enkel ander ziet
Ziendraag mijn handen
onderweg naar daar
ik zie in de verte,
de liefde ligt klaar
schiet op,
aarzel niet
het is een
hemels gebaar