Donderdag 14 augustus 2008

Knievallig
Toen kwam een
morgen, dat
mijn lakens slechts
bittere ontwaking
schreeuwden;
jij mij
de rug keerde
naar al dat, wat
ooit was; nooit
meer weer zou
komen, voorbij
die dagen,
waar wij geluk
vingen op
naakter huid,
dachten dat
alleen liefde ons
voorbestemd was;
smeekte ik nog
knievallig om
ene laatste keer
"Blijf, bemin dit lichaam"
in jouw armen; of
was ik zo blind, om
te zien, dat ontkenning
zinsbegoocheling
acteerde, nu
heb ik begrepen
dat het slechts
een lustwekkend
spel voor jou
was; vandaag is
mijn zijn niet
meer bewoonbaar,
leeft in oude pijnen
van deze lang
vervlogen illusie.