Morbide canapé, 3.


Morbide canapé
Heil, alweer een avond
op mijn morbide canapé
waar dit bestaan slechts
eenzaamheid gaapt, en
de Martini sterk naar
bitterheid proeft, daar
steek ik mezelf
eentje op, alleengelaten
verlaten; irgendwie
schreit ook mijn string om
jouw handen, wrijft
verlangen in naakte huid, die
zonder jou niet
ademhalen kan, ja
ik vermoord deze hersenen
weer eens vastbesloten;
vannacht, in cirkulatie
der wurgenden gedachten
hier zo, op dit
morbide canapé.
Nee, geen goede dag , om
te verrekken-
morgen beter.





















