Naar de inhoud

't front 1940

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Leieslag deel 10

28mei
Op het hoofdkwartier van Koning Leopold III beseft men al lang dat het voorbij is. Na een uitputtende en moordende veldtocht van 18 dagen is de vlam van het Belgische leger volledig uitgedoofd. Daags voordien had men al contact opgenomen met de Duitsers om over de voor­waarden van een staakt-het vuren te praten. De Duitsers eisen een” onvoorwaardelijke overgave!”.

Om 05u.00 van 28 mei is het over voor het Belgische leger.België heeft de wapens neergelegd. De Wehrmacht zit verveeld met het grote aantal krijgsgevangenen.

Maar ondertussen woedt de strijd boven de rest van Frankrijk voort. Diezelfde dag nog  tracht de Franse Generaal De Gaulle om met zijn tanks, tijdens een tegenaanval bij Abbeville, de Duitse opmars te breken. Maar de Luftwaffe heeft nog een enorm potentieel aan Kampfgeschwadern (KG) om Goerings voornemen uit te voeren!

 

Op dat ogenblik houden vijf Britse divisies de Leie bezet tussen Komen en Armentiers (42nd en 4th) en de lijn Komen – leper-Noordschote (5th, 50th en 3rd).

Langs de IJzer bevinden zich alleen Belgische troepen die uiteraard ook in de capitulatie betrokken worden.

De verdedigingslijn van het bruggenhoofd van Duin­kerke op de vaart van Nieuwpoort naar Veurne en van Veurne naar St. Winoksbergen zit nog stevig in Britse handen terwijl de Britse 44Th, 46Th, 48Th en 2nd Divisions zich op Duinkerke terugtrekken.

Het Britse front aan het Komen - leper kanaal houdt nog de hele dag van stand. In de daaropvolgende nacht worden die eenheden naar de IJzer teruggetrokken onder de bescherming van de Britse 3Th en 50Th Division die zich pas 24 uur later zullen terugtrekken

Protocol van de  Bedingungslose Waffenstreckung

 

Tekst van de overeenkomst,( opmerking volgens de tekst is het een overeenkomst tussen twee staatshoofden en niet tussen tweelegerleiders)

Tussen de opperbevelhebber van het leger, kolonelgeneraal Von Reichenau, in zijn hoedanigheid van afgevaardigde van de Führer en opperbevelhebber van het Duitse leger, en generaal-majoor Derousseaux, in zijn hoedanigheid van afge­vaardigde van de koning der Belgen, is overeen -gekomen als volgt:

1. De geloofsbrieven van de afgevaardigde van de koning der Belgen zijn nagezien en in orde bevonden.

2. Het Belgische leger in zijn geheel legt onmiddellijk en on­voorwaardelijk de wapens neer en is als krijgsgevangen te beschouwen. Ten gevolge waarvan, en op verzoek van de bevelhebber van het Belgische leger, de wapenstilstand tussen de Duitse en Belgische troepen van kracht geworden is, op 28 mei 1940 te 05 uur (Duitse tijd) en te 04 uur (Belgische tijd). Dit behelst niet de Duitse operaties tegen de Franse en Engel­se legers die de strijd voortzetten.Om vergissingen te voorkomen, zullen de Belgische troepen zich kenbaar maken door middel van witte vlaggen. Zij staken  onmiddellijk elke verplaatsing, en zullen, langs de kant van de wegen, op latere richtlijnen wachten.

3. De staf van het Belgische leger gaat de verbintenis aan zonder verwijl aan het Duitse oppercommando de gebieden bekend te maken, waar zich Belgische troepen bevinden. In deze gebieden, en op sommige verzamelpunten, zal het Belgische leger zijn wapens neerleggen, zonder ze te bescha­digen, en zal ze bewaken tot ze aan de Duitse troepen over­gemaakt kunnen worden.Het vertrek van de Belgen zal door het Duitse opperbevel geregeld worden.           De Belgische staf betuigt haar instemming met de onmiddellijke bezetting door het Duitse leger van het gebied onder Belgische soevereiniteit tot en met de kust. Zij zal met eigen militaire middelen waken over de goede staat van de sluizen. Deze zullen ongedeerd en gesloten blijven tot de aankomst van eenheden Duitse pioniers. De kustversterkingen zullen ongedeerd worden overgeleverd.

Teneinde de bovengenoemde voorwaarden van de capitulatie te authentifiëren, werden de twee exemplaren van het proto­col, in de Duitse taal gesteld, na ondertekening, uitgewisseld tussen de afgevaardigde van de Führer en opperbevelhebber van het Duitse leger en de afgevaardigde van de Koning der Belgen".


Geschreven door DP om 16:32

Leieslag deel 11

Sector 2

24 mei

Nadat ze het Gentse Bruggenhoofd hebben ontruimd betrekken de 2de, 5de en de 4de I.D. stellingen achter het Afleidingskanaal van Merendree tot Deinze. De motivatie is hier, bij sommige eenheden althans, ver te zoeken!  De 4e Belgische infanteriedivisie stelt haar drie linieregimenten op tussen Deinze en het noordwaarts gelegen Nevele, ten westen van het Schipdonkkanaal. Deze divisie heeft een rampzalige terugtocht van aan het Albertkanaal achter de rug. De divisie beschikt nog over 5.300 infanteristen in plaats van de  normale 11.100, over 110 lichte mitrailleurs in plaats van 324, heeft nog slechts 20  zware mitrailleurs in plaats van 144, telt nog 24 kanonnen 4.7 cm in plaats van 60 en beschikt over geen enkele mortier van 76 mm meer waar er normaal 36 moeten zijn.

 Vanuit Gent rukt het Duitse IXe korps onder generaal Geyr op in de richting van Deinze, het 192ste  infanterie maakt vorde­ringen ten noorden van die stad en het 171ste  infanterie ten zuiden.

 
Bij de 2de Divisie Ardense Jagers, van generaal Ley, vallen de Duitsers, profiterende van de beschutting die Machelen hen biedt, het vooruitgeschoven peloton van de 6de Ardense Jagers aan. Deze zijn in stelling in de Leiebocht  van Gottem. De aanvallers zijn de Duitse 216de  en een deel van de 56ste divisie.

Tegen 11u15 zijn drie van de vier mitrailleurs buiten gebruik.Na een gevecht met handgranaten word het peloton tot de overgave gedwongen.Van af dat moment steekt een heel  Duits bataljon de Leie over! Dit vijandelijk dat bataljon versterkt is met zware wapens valt tevergeefs gedurende zes uur de verdedigers, geposteerde op de lijn van de Leiebocht, aan.De Duitsers lijden hier zware verliezen door het accurate Belgische artillerievuur.

Om 17 uur trekken de Duitsers zich terug. Ze instaleren wel wacht- en observatieposten in de boerderijen gelegen tegen de Leiebocht op de linkeroever. Ook aan de Ponthoek (Olsene) in een ondersector van het 4de Ardense Jagers steken de Duitsers de Leie over.

Maar dankzij tegenaanvallen  van de Ardense Jagers is tegen 21 uur de situatie praktisch hersteld.

Bij de 12de I.D.heerst er chaos deze  is te wijten aan de elkaar opvolgende aangebrachte wijziging van de bezetten sectoren en ondersectoren.
De troepen van de divisie hebben verschillende bewegingen moeten maken,dit heeft als gevolg dat ze pas tegen de middag hun definitieve plaatsen innemen.

Het 23ste Linie word langs de kanaaloever opgestelde, het 2de Linie bezet de eerste lijn te Oostwinkel. Aan de Linkerzijde neemt het 1ste carabiniers stelling.
Ze stellen hun wapens op achter een versperring die in feite niet veel meer is dan een brede sloot.Bospartijen, bomen en struiken belemmeren hun uitzicht op de overkant.

Zelfs artilleriewaarnemers, die zich op hun hoger gelegen observatieposten bevinden, bespeuren vaak maar op het laatste nippertje de vijand.  In de sector van de 12de I.D. worden de bruggen in de vroege middag opgeblazen.

Bij kilometerpaal 19,6, waar de Ronselestraat op het kanaal doodloopt, ligt er nog een loopbrug op het water. Deze passerelle is de verbindingsweg met de voorpost, die 250meter in oostelijke richting de wacht houdt bij en brugje over de Lieve. Als de viand nadert moeten de mannen van de voorpost alarm slaan en dan via de Loopbrug terugkeren naar de eigen linies. Bij de passerelle staan mannen van de genie klaar om deze op te blazen nadat de voorpost gepasseerd is. Omstreeks 18 uur en 18u30 krijgt men het bericht binnen dat de Duitsers er in geslaagd zijn om het afleidingskanaal over te steken. Dit gebeuren vind plaats in de ondersector van  het Gentse 2de  Linie Regiment (zuidelijk) en in het zuidelijk gedeelte van de ondersector van het 23ste Linie.

Dat de Duitsers hier kunnen overkomen is het gevolg van het feit dat de verwittigingposten, ten oosten van het kanaal gelegen op enkele honderden meters, hun taak niet hebben volbracht! Twee pelotons zijn verdwenen! De Duitse militairen stappen simpelweg het kanaal over op de passerelles die voorzien zijn voor de terugtocht van de mannen van de uitkijkposten! Na bij de vernietigde brug van Stoktevijver zit reserve-wachtmeester Dubrulle, hij is waarnemer voor d 2de groep van het 7de Artillerie.

Vanuit zijn observatieplaats aanschouwt hij het trieste gebeuren. Rond 18 uur ziet hij Duitsers  nabij de loopbrug, hij meld dit onmiddellijk! De wachtmeester hoort ook, dat de Duitsers met behulp van luidsprekers, de piotten in het Vlaams aanmoedigen om over te lopen en zich over te geven. En inderdaad door zijn verrekijker ziet Dubrulle een aantal Belgische infanteristen, zonder wapens, over de brug rennen!  Gelukkig neemt men vlug de nodige beslissingen!
De bevelhebber van het 2de Linie vraagt de artillerie om te vuren op Stoktevijver.

Enige minuten later schuifelen de eerste
artilleriegranaten al naar hun doel..
De loopbrug wordt vernielt. Te laat! Gedurende verwarring zijn al heel wat Duitsers over de passerelle gelopen en hebben zich ten westen van het Afleidingskanaal verspreidt. De Belgische artillerie beschiet nu met volle kracht de kanaaloever.
De bres kan door de troepen in de sector versterkt met het eskadron wielrijders van de divisie, worden gedicht.
 
De 12de I.D. plant een tegenaanval.Deze aanval is gepland voor morgenvroeg, bij dageraad.Hij zal uitgevoerd worden door het Eerste Bataljon (I Bat) van het 22ste Linie.

Het bataljon moet zich tegen 02uur opstellen ten westen van de kasseibaan Ronsele – Oostwinkel.
In de zone van het V Legerkorps heeft de vijand contact nabij Balgerhoek (6de  I.D.).

In de zone van het Cavaleriekorps zij er contacten met de Duitsers op de overgangspunten van het Leopoldkanaal, tussen de Braekman en Strooibrug( ten noorden van Maldegem) De Duitsers dringen er niet aan.

Geschreven door DP om 16:52

Leieslag deel 12

25 mei

De twaalfde infanteriedivisie bezet het afleidingskanaal van de Leie tussen Ronsele en het kanaal Brugge-Gent. Twee regimenten ervan, het 23ste en 2de  Linie, liggen langs het afleidingskanaal, het 22ste Linieregiment bevindt zich in tweede lijn.
De vorige avond is een sterk detachement van de 208ste Duitse infanteriedivisie erin geslaagd de waterlijn over te steken langs een niet vernielde loopbrug en zijn zo in de ondersector van het 23ste Linie  geraakt en hebben er een bruggenhoofd van zeshonderd meter breed gevormd.


Bijgestaan door een eskadron van de wielrijders van de divisie en ondersteund door de kanonnen van het 7de Artillerieregiment, is het Eerste bataljon van het 22ste Linie gelast de oever langs  Belgisch zijde te zuiveren.De mannen van het 22ste staan klaar voor de aanval.


Om 4u 10 's morgens barsten de kanonnen los! Twintig minuten later wordt  aanval ingezet.De piotten rukken op in de richting van het kanaal. Majoor Feyerick, een ancien van 14-18,stapt kalm maar vastberaden mee met zijn mannen. De weerstand is hardnekkig. De twee linkercompagnies worden tot staan gebracht, terwijl die van rechts en de Wielrijders vooruitgaan. Rond 09 uur komt men op honderd meter van het kanaal, dit dankzij de   de steun van de T13 tank van de Wielrijders. Hij heeft al meerdere vijandelijke machinegeweren het zwijgen opgelegd. Maar de T 13 wordt geraakt en de drie bedieners ervan zijn gewond . De tank moet zich terugtrekken. De Duitse belager  stelt zich opnieuw agressief op, maar gelukkig komt de kleine gevechtswagen terug! De bemanning  bestaat uit de chauffeur en Luitenant Osselaer, die als kanonnier dienst doet. Hij schiet vlug en richt uitstekend! Zelfs zo goed dat zes zware machinegeweren, het ene na het andere, buiten gevecht worden gesteld.

De twee andere compagnies rukken opnieuw op. Ondertussen valt, langsheen de oever, het Eerste bataljon van het 2de  Linie, onder het bevel van Majoor Lardinois, op zijn beurt naar het noorden toe aan. Het 4.7mm antitankkanon  van de T 13 vernielt van zijn kant de loopbrug, wat de aanbreng van vijandelijke versterking belet. Weldra steken de Duitsers van het bruggenhoofd ( mannen van het I.R.309) de armen in de lucht, zodat 235 man, onder wie vijf officieren, in Belgische handen vallen.

Deze schitterende actie kost het leven aan achtenveertig Belgische militairen, waarvan vijf officieren. Een van hen is de bevelhebber van het overwinnende bataljon, namelijk Majoor Feyerick hij is dodelijk getroffen  door een granaatscherf.

Getuigenis:

 

 

Vehaal van Wielsbekenaar Robert Vandenberghe van de 2e Compagnie van het 22ste Linie regiment: Robert is van de klas 1931 en word terug opgeroepen wanneer de oorlog dichtbij is. Hij ondervindt de gevechten van mei ‘40 aan de lijve.In het Oost-Vlaamse Ronsele, bij Zomergem gelegen, maakt hij in de voorste gelederen „De Slag van Ronsele" mee. De grote slag die aan het Schipdonkkanaal, een afleidingskanaal van de Leie, uitgevochten word situeert zich in de driehoek, Leischoot-Stoktevijver-Rijvers.

 

Op 25 mei komt het er tot een bloedige en driftige strijd, het dodencijfer is niet gering.

“We zijn aanvankelijk met vijftien officieren die het bevel voeren over de manschap­pen van het bataljon. Vijf ervan worden gedood, vijf anderen worden gekwetst en de overige vijf officieren komen heelhuids en zonder kwetsuren uit de slag".Luitenant Robert Vandenberghe links en luitenant Bauwens rechts, ieder met hun peloton in eerste lijn, rukken op. “Vooruit!”roepen de officieren. Kogels fluiten hen om de oren. De soldaten volgen aarze­lend de bevelen op. De officieren geven richtlijnen.Vingers omklemmen krampachtig het koude metaal van de geweren. “Vooruit!” roepen de officieren hun mannen toe.

Tussen twee korenvelden in moet een landweg overgestoken worden. Aan de overzijde ligt een diepe sloot, die hen nieuwe beschutting zal bieden. Zachtjes wordt overeengekomen om de veldweg over te steken.Luitenant Bruynseraede wordt geraakt, twee soldaten brengen hem weg uit de vuurlijn. Luitenant Vandenberghe denkt dat hij de mitrailleursnesten gelokaliseerd heeft, want na iedere mitrailleuruitbarsting heeft hij het terrein nauwkeurig in het oog gehouden. “Oprukken!" brult hij. Hij gaat op kop, de mannen volgen. Een schot, een man is geraakt en valt. De aanval valt stil. Enkele mannen roepen;”Luitenant! We hebben geen patronen meer! "

Lt. Vandenberghe merkt de manschappen, die onder het bevel van Luitenant Bauwens aan de aanval hebben deelnamen, op. Ze zijn totaal in de war want hun luitenant is gesneuveld.

Lt. Vandenberghe voegt de ontredderde mannen aan zijn eigen peloton toe. Het is 11 uur wanneer ze het kanaal bereiken.Twee gevechtsgroepen is alles wat rest van het peloton van luitenant Vandenberghe, plus nog enkele mannen van het peloton van luitenant Bauwens.

Bezorgd kijkt de luitenant om zich heen, hij ziet zijn gedecimeerde rangen. Hij tuurt naar de nog overblijvende,uiterst ver- moeide en uitgehongerde manschappen.

Al sinds zes uren vechten ze . Hij wacht op de aflossing die maar niet komt op­dagen.

Luitenant Vandenberghe spreekt van, als de schemering   intreedt" en noemt 18.00 uur als aflossingstijd door eenhe­den van het 2e Linie  maar in feite weet hij het zelf niet. Daags voor de capitulatie vallen zijn soldaten in Duitse handen. Hij word als krijgsgevangene naar Duitsland gedeporteerd en komt vrij in september 1940, samen met andere Vlaamse reserve-officieren.

 


Bij de 4de  I.D. slaagt het Duitse 192ste IR (onder bevel van Oberst Wolf) erin het Schipdonkkanaal in de buurt (ten zuiden) van Meigem over te steken.
Dit gebeurt in de ondersector van het 15de Linie. Hier ondervinden de Duitsers beschamend weinig tegenstand!
Het 15de Linie stort in elkaar, velen geven zisch over of vluchten weg.
Oudere officieren, anciens van die andere oorlog, zien machteloos toe hoe hun bataljons uit elkaar vallen.

Kapitein Commandant Locks wil met zijn 7de compagnie nog de tegenaanval inzetten, maar hij wordt samen met luitenant Mutsaers in verdachte omstandigheden neergeschoten.
 

De Duitsers vorderen vlug, het Belgische artillerie vuur komt hier nogal laat opgang.
Ze vormen  een stevig bruggenhoofd en  vallen noordwaarts het 7e Belgische Linieregiment en zuidwaarts het 11e  Linieregiment in de rug aan.In de eerste lijn van het 7e linie worden het 1ste en 2e batal­jon letterlijk weggevaagd maar nog voor de tweede lijn worden de Duitsers door de 10e en 11e compagnie teruggeslagen.


Bij het 11e linieregiment wordt het 3e bataljon(III Bat), dat zich in de in eerste lijn bevindt, omsingeld Het II Bat. Loopt al vlug met de armen omhoog  de Duitsers bataljon tegemoet! Wanneer het 1ste  bataljon (I Bat) tot de aanval overgaat om het 3e (III Bat) te ontzetten, plaatsten de Duitsers een aantal krijgsge­vangenen voor hun eigen troepen zodat de Belgische aanval mislukt. Om 10 u.35 is bet derde bataljon van het Duitse 192ste IR nog amper één kilometer van Vinkt verwij­derd. Omstreeks 14u.45 voeren Duitse vrachtwagens verster­kingen aan. Twee compagnies gaan zich in de korenvelden verschuilen om zo het moordende vuur van ons 1ste Ardense Ja­gers (3e bataljon) te ontvluchten. De Belgische artil­lerie, die al de hele campagne door voorbeeldig heeft gestreden en bewijs heeft geleverd van hoge nauwkeurigheid in het schieten, schiet een aantal Duitse vrachtwagens kapot zodat de rest zich ijlings terugtrekt.

De Duitse infanteristen sluipen ondertussen naar het dorp Vinkt toe en om 19 u.40 rukken ze het dorp binnen maar bijna ogenblikkelijk worden ze er terug uitgekegeld.

In de loop van de gevechten herhaalden de Duitsers hun snode daad van in de voormiddag. De geneeskundige compagnie van het 15e linie is in handen van de Duitsers gevallen en deze 25 man worden gedwongen om met oomhooggeheven handen voorop te marcheren tot dekking van het Duitse offen­sief. De Belgische artillerie blijft echter onverminderd vuren, een Belgische apotheker en sergeant worden gedood. Gebruik­makend van de paniek slagen de overige Belgische krijgsgevan­genen er in om te ontkomen.

Enkele uren later herhalen de Duitsers nogmaals deze criminele daad nu op de baan naar Nevele toe.

Een peloton krijgsgevangen van het 11e linie dient hier als levend schild. Sergeant Put uit Hasselt (het 11e  linie is een bijna volledig Limburgs regiment) moet te samen met veertien mannen een Duitse aanval tegen de Belgische stellingen dekken. Achter iedere Belg stapt een Wehrmacht-soldaat met het geweer in de aanslag. Een van de Belgen zwaait met een witte vlag en moet luidkeels roepen: “Niet schie­ten! We zijn Belgen". De commandant van het 3e bataljon van het 1ste Ardense Jagers, Raymond Dhuren, (hij zal later sneuvelen) neemt geen risico's. Hij laat de Duitsers met hun levend schild naderen tot op een 40-tal meters om dan des te dodelijker te kunnen vuren. De tragedie die zich daar afspeelt laat zich blindelings raden. Negen Limburgse militairen zijn dood en een blijft zwaar gewond ter plaatse liggen. Sergeant Put en vier van zijn lotgenoten geraken heelhuids uit deze vuurzee.Ondertussen dwingt het  krachtig Belgische artillerievuur de Duitsers tot de aftocht. 

Te Nevele moedige de Jagers te Voet de burger aan om het dorp, dat nu middenin de gevarenzone ligt,  te verlaten. Een Belgische tegenaanval  kan hier een aantal krijgsgevangenen bevrijden.


In de loop van de dag neemt de Duitse 56ste Infanterie Divisie meer dan 5000 gevangenen.Het zijn vooral mannen van het 7de ,11de en 15de Linie en het 8ste Artillerieregiment. De 4de I.D. is van de kaart geveegd, dit ondanks het feit dat ze weinig of niet gevochten heeft.

Luitenant Buron

Dat de Ardense jagers keihard   weerstand bieden op 25 mei is een feit, uiteraard kost dit hardnekkige verzet mensenlevens.

Een van hen die zijn opdracht tot het bittere einde vervult is  reserve - luitenant Buron van de 7de Cie van het 1ste Ardense Jagers.

Nadat de bevelhebber van de Cie, kapitein-commandant Dhuren, dodelijk gewond is afgevoerd neemt Lt.  André Buron het commando van de compagnie over.

Kort nadat hij het bevel heeft overgenomen, omstreeks 18 uur, beschiet de Duitse artillerie opnieuw de posities van de 7de Cie. Op dat ogenblik bevindt de compagnie zich ten oosten van Vinkt.

Op dat tijdstip bevindt de luitenant zich bij   een C 4.7 /T 13 die zijn Cie moet ondersteunen. Terwijl Buron de nodige bevelen heeft aan de onderofficier van de tank, ontploft er nabij hem een Duitse artilleriegranaat, de explosie en de rondvliegende hete en alle doorborende  granaatscherven van het vijandelijk projectiel worden hem fataal.




573009-4962c05b99e8520a079d9850442ffd77.jpg

573009-a3943eb88c0dab50eec443cc540cbec5.jpg

573009-eb6f6c53442b273444f8bd7aaa08800d.jpg

573009-6c5e36326b9761f1b0b797c4ce522d54.jpg

573009-46acf628a734a8ed9de1fcbac0c59142.jpg

573009-1ef68ffd27933e8ec8b8015171fbe691.jpg

573009-3fed85ee678c29a5177ebb2bf71f8728.jpg

573009-c5f30c8bc847ba0d892a5884fab01bbe.jpg
Geschreven door DP om 17:14

18e Linie Regiment 1

18° Linie Regiment


 

Historisch verslag – van 1939 tot 1941



Tweede Wereldoorlog


 

Opgedragen ter nagedachtenis van alle gesneuvelden van het 18° Linie Regiment,

Aan de oud-strijders en oudgedienden van dat regiment,

Aan hun bevelhebber Kolonel Stafbrevethouder DUEZ

En als blijvende herinnering aan mijn vader, Albert Van Holderbeke, oud-strijder van het 18° Linie Regiment

 

 

Met dank aan iedereen die mij enige informatie en inlichting dien aangaande overgemaakt heeft.

 

 

 

Parijs / Gent , 9 maart 2004 Roland Van Holderbeke

 Adjudant-majoor b.d.

 

Geschreven door DP om 00:00

18e Linie Regiment 2

INHOUDSOPGAVE 

 

1.        Inleiding

 

2.        Op de stelling – de aflossing

 

3.        10 en 11 mei 1940 aan het Albertkanaal

·          Bijlage : Vroenhoven, uittreksel geografische kaart IGN/NGI

·          Bijlage : Vroenhoven, de brug en de schuilplaats M

 

4.        10 mei 1940 – De slag

·          Bijlage : Verdedigingsplan 18° Linie Regiment

 

5.        De Slag – vervolg

 

6.        2° Echelon

 

7.        Op de CP

 

8.        De verliezen

 

9.        Slotbeschouwingen

 

10.     De hergroepering in België

·          Bijlage : Uittreksel geografische kaart IGN/NGI - Poperinge - Hazebrouck

 

11.     Naar Frankrijk

 

12.     Bretagne – Morbihan

 

13.     Tot in het departement van de Gers

 

14.     De repatriëring

 

15.     Ervaringen – enkele ooggetuigenverslagen

 

16.     Gesneuveld voor België

 

17.     Een man van het 18° - Roland Ansquer

 

18.     Capitaine Aviateur Glorie (in Nederlands en Frans)

 

19.     Adjudant Depotter

 

20.     WO II – Chronologie der gebeurtenissen van 10 mei tot 30 juni 1940 (uit Engelse encyclopedie, in Engels)

 

21.     De Duitse Aanval in het Westen

 

22.     Het Duitse leger in 1940 (Naar het Westen, algemeenheden, deels in het Duits)

 

23.     De Duitse stormdivisies voor Vroenhoven-Veldwezelt : 4 Pz Div en 3 Pz Div (grotendeels in het Duits)

 

24.     Fotogalerij

 

25.     Index plaatsnamen

 

26.     Over mijzelf, mij contacteren

 

27.     Bronvermelding, verwijzingen naar Websteks (Links)

 

Geschreven door DP om 00:00

18e Linie Regiment 3

I - WO II – 18° Linie Regiment

 

Meidagen 1940 – Albertkanaal

 

Meidagen 1940 : De belevenissen van mijn vader, Albert Van Holderbeke tijdens de eerste twee dagen van de Tweede Wereldoorlog, frontsoldaat aan het Albertkanaal te Vroenhoven.

 

Tijdens meerdere gesprekken met mijn vader heb ik zijn getuigenis en zicht op de gebeurtenissen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog genoteerd, tevens aangevuld natuurlijk met zijn eigen belevenissen in die bewuste meidagen. Mijn vader is slechts over de meeste belevenissen beginnen praten na 1970, dus vijfentwintig jaar na het einde van de oorlog.

Over zijn krijgsgevangenschap, zijn latere vlucht naar Frankrijk en zijn gevangen name daar en deportatie naar Duitsland hebben we in onze jeugd bijna nooit iets gehoord, alleen enkele brokstukken. Was de wonde nog te diep ? Hij is slechts veel later en dat beetje bij beetje losgekomen hierover. Dat vormde een apart deel van zijn leven en het is slechts rond de jaren 1985 dat wij, zijn kinderen, zo langzaam een volledig inzicht kregen van zijn beproevingen en belevenissen van 1940 tot 1945, maar dat is een gans ander verhaal.

 Onmiddellijk na de oorlog is mijn vader toegetreden tot de Oud-strijders en is jarenlang (tientallen jaren) secretaris geweest van de lokale afdeling NSB te Waarschoot (tot aan zijn dood op 87 jarige leeftijd in maart 2002). Hij was een zeer gekend en geliefd man in die middens en erbuiten ook ver buiten de gemeentegrenzen. Jaarlijks bezocht hij nog de herdenkingsplechtigheden en nam er aan deel te Vroenhoven, Kortrijk, Nieuwpoort, Gent, aan de Leie, Ronsele, Zelzate enz. om er maar enkele te noemen. Hij was actief lid van de verbroedering van het 18° Linie Regiment, zijn laatste eenheid tot aan zijn overlijden.

 

Eventjes teruggaan in de tijd.

 

Albert Van Holderbeke was milicien geweest van de klasse ’35, hij had zijn opleiding en militaire dienst gedaan bij het 9° Linie Regiment, dat gekazerneerd was in het Klein Kasteeltje te Brussel. Als hoofddienst van die eenheid stonden de wachten aan de koninklijke paleizen op het programma, afgewisseld met infanterie en schietoefeningen oefeningen en kampperiodes, deze meestal in Leopoldsburg.

 

Alvorens tot de reconstructie van de Meidagen 1940 over te gaan, eerst enkele algemene inlichtingen

over de toestand van bepaalde eenheden van het Belgisch Leger in die periode.

 

Enkele inlichtingen en bedenkingen genoteerd door Kolonel Stafbrevethouder DUEZ,

Commandant van het 18° Linie Regiment over de mobilisatie en het uitbreken van de oorlog.

 

Uit de persoonlijke archieven van mijn vader. De teksten die volgen stammen van juni 1946 tot juli 1947 en zijn bijna integraal overgenomen, enkel aangepast aan de nieuwe spelling, hier en daar echter in de oorspronkelijke staat gelaten om de sfeer van die tijd te kunnen behouden.

Cursief gedrukte teksten zijn bijkomende persoonlijke opmerkingen. .../... betekent een sprong in de tekst.

 

De mobilisatie

 

Bij de mobilisatie moest het 9° Linie Regiment de volgende eenheden vormen : Het 9°, het 18°, 39° en 59°.

Zegge en schrijve 13 bataljons, waarvan twee klein-geschutsbataljons, bovendien twee divisiepelotons kanonnen van 47en, ten slotte nog speciale vestingseenheden (de zogenaamde mitrailleurscompagnies).

De ervaring van 1914 had aangetoond dat de ontdubbeling van een actieve eenheid naar twee gelijkwaardige eenheden veel moeilijkheden meebracht.

In 1939 werd besloten dat er uit ieder actief regiment vier gelijkvormige regimenten moest spruiten, aangevuld met nog een reeks speciale eenheden. Dit kon slechts gepaard gaan met een zeer lange voorbereidingsperiode om enig nut te hebben.

Het 9° Linie dat onder andere het 18° Linie moest vormen, moest dit doen met de lichtingen van de Klassen 1935, 34, 33 en 32 (mobiliteitsreserve). Het kader zou voor de helft uit officieren en onderofficieren van het actieve kader bestaan.

Op 25.08.1939 werd fase A (mobilisatie van de reserve van het 9° Linie) bevolen tegen de 26° en al op 31 augustus de fase B (mobilisatie van het 18° Linie) tegen 1 september.

Het centrum van de mobilisatie-kantonnementen van het 18° Linie lag te Ganshoren, al het toebehorende tuig (boedels, kleren, uitrusting, wapens, gerij) was te Zellik “gestald en geborgen”.

De mobilisatietermijnen omvatten slechts DRIE dagen, t.t.z. dat de 17 compagnies van het 18° Linie Regiment in die zeer korte tijdspanne dienden bijeengebracht, uitgerust en van kaders voorzien te worden.

Geschreven door DP om 00:00

18e Linie Regiment 4

Afgezien van het te Zellik opgeslagen materieel moest de eenheid nog paarden, auto’s, vrachtwagens, moto’s en rijwielen ter aanvulling ontvangen.

De paarden en de vrachtwagens door de commissies geleverd voldeden op verre na niet aan de gestelde vereisten :

-          onder de paarden waren er ultra lichte akkerpaarden

-          onder de vrachtwagens waren er waarlijk al te ouderwetse : meer dan de helft ervan dagtekenden uit de jaren 1925 tot 1933. Dat was geen tuig om te velde te trekken.

Dank zij de bedrijvigheid en de toewijding van het personeel, evenals trouwens de lange zonnige dagen, was het regiment vanaf ‘s middags 3 september paraat.

Het bestond uit :

-          Ongeveer 3500 man (kader en troep samen)

 

De bewapening begreep onder meer :

-          48 zware Maxim-mitrailleuses

-          108 mitrailleurgeweren

-          81 granaatwerpers

-          12 kanonnen 47

-          8 mortieren

 

De paardenvoertuigen :

-          90 wagens en 176 paarden

 

De motorvoertuigen :

-          46 vrachtauto’s

-          2 personenauto’s

 

Bovendien waren er 300 rijwielen, 7 sidecars en 21 motorwielen.

 

Kol SBH DUEZ schrijft verder : “onze inrichting en de voorbereiding waren tot het uiterste gedreven” wie zou het hen nu nog kunnen nadoen of wagen het te doen, in amper DRIE dagen ?

Verder schrijft hij (uittreksels) :

“Ons leger was beter uitgerust dan in 1914, maar behoudens het kanon 47 was de bewapening en de uitrusting onzer infanterie verouderd; onze vliegtuigmiddelen waren niet aangepast. We hadden geen modern wapen tegen vliegtuigen. Ons doelmatigst wapen was de Duitse mitrailleuse Maxim, oorlogsbuit uit 1914-1918.”

“Al onze gevechtswagens waren nog paardengerij.”

“De mobiliteit van de infanterie was nog altijd die van 1918.”

“Massieve getalsterkte in de compagnies”

“Onveranderde uitrusting van de onveranderde infanterist, en de last die hij draagt, weegt steeds circa 34 kg, hoewel er in de gelederen een aanzienlijk gedeelte manschappen van kleine gestalte te vinden is”

 

De kolonel vervolgt :

Het hoeft geen betoog dat alles niet kon worden gedaan tot in de puntjes op drie dagen, duur van de mobilisatietermijn. Ook werden de volgende dagen benut om de inrichting van de eenheden volledig bij te werken.

De commandant van de Divisie was haastig zijn grote eenheid marsvaardig te zien.  Enkele dagen later, op een prachtige dag legt het regiment met de overige regimenten van de divisie zijn eerste mars af, langs de Willebroekse vaart tot aan de toegangen van Vilvoorde.

De volgende zondag geeft het regiment te Ganshoren zijn eerste feest.

Op 11 september echter verlaat het regiment zijn mobilisatiekantonnement met bestemming Brussel, waar het de infanteriekazerne betrekt. De eenheden houden oefeningen, sommigen gaan naar de schietbaan.

Deze wederaanpassingsperiode is van korte duur: vanaf 18 september wordt het regiment op de stelling Koningshooikt – Waver ingezet.

Het is het begin van de “mars naar het Oosten”. Het moreel is zeer goed.

 

Geschreven door DP om 00:00

18e Linie Regiment 5

Op de stelling Koningshooikt – Waver

 

Terwijl het regiment te Brussel legerde, hadden de bataljons- en regimentsstaven opdracht ontvangen binnen de stelling K – W over te gaan tot verkenningen van de ondersector Leuven. De buitenrand van de stelling was afgebakend door de spoorweg en liep van het rangeerstation in het Noorden, tot het kasteel van Heverlee, ten Zuiden. Het 1° en het 3° bataljon lagen in eerste lijn, terwijl het 2° bataljon den tweeden echelon ten Oosten van Leuven moest bezetten.

.../...

Het regiment vatte dus vastberaden de arbeid aan ten einde zo spoedig mogelijk gereed te zijn. .../...

De aangewende inspanningen werden van hogerhand naar waarde geschat. De werken vorderden. Weldra werd de leiding ervan opgenomen door de commandant van de infanterie der divisie, en de korpscommandanten van het 2° karabiniersregiment en het 18° Linieregiment werden gelast de bezettingen te verkennen, vervolgens de werken op de stelling Koningshooikt en Tildonk in te richten.

Zeer belangrijke werken waren ondernomen in die stelling, ondermeer een tankafweerdijk vlak tegenover Haacht. Van Keerbergen tot Tildonk waren talrijke schuilplaatsen in opbouw. Een hulptroepenregiment, een compagnie der Genie, opgeëiste burgerarbeidskrachten waren aan het werk. Het is een laag land. De aarde is met water verzadigd en leent zich geenszins tot bewerking. De streek is feitelijk zeer weinig geschikt voor militaire operaties. Ze dekt echter tegelijkertijd Leuven en Mechelen en de aanzienlijke moeite die eraan werd besteed, bewijst hoe groot belang het commando aan de lijn K – W hechtte.

Het welslagen van de Duitse aanval op Polen bleek dag tot dag stelliger : meteen nam het gevaar voor ons in gelijke mate toe. Ook baarde het geen grote verrassing toen wij vernamen dat de divisie weldra meer oostwaarts zou worden gebracht. Na onverdroten gewerkt te hebben aan het weerbaar maken van een stelling tot verdediging waarvan men zich geroepen meent, is het teleurstellend de positie te verlaten om elders te gaan. Toch trekken we oostwaarts. Allen voelen het aan dat het beter is de strijd aan te binden op de grenzen dan wel binnen in het land.

In twee nachtelijke etappen verplaatst de divisie zich van Leuven naar het Albertkanaal. Het regiment kantonneert te Scherpenheuvel en ’s anderendaags vertoeft het in de omgeving van Tessenderloo.

Bij goed weer afgelegde marsen, doch niettemin afmattend wegens de slechte toestand van de steenwegvlakken op ’t einde der etappen.

 

Vergeten we hier vooral niet dat onze Infanterie toen nog Infanterie te voet was!

 

Aan het Albertkanaal te Kwaadmechelen

 

Kolonel SBH DUEZ vervolgt :

De aankomst aan het Albertkanaal was een gebeurtenis : allen waren nieuwsgierig die veelbesproken vaart te zien, welke als hindernis tegen een eventuele aanval moest dienen.

 

Tot hier het eerste deel.

Geschreven door DP om 00:00

Meer van 't front 1940

↑ Terug naar de berichten