Archief
zonverwachting
Zonverwachting
Als ik bij mijn pakken
ga neerzitten
en mezelf niet meer oppomp
om een voet te verzetten,
dan….
niets!
Sinds maanden
wijd ik alle dagen
een uur aan de studie
van het leven,
bio logie op zoek naar
bio sofie.
Maar het maakt niets uit!
Om relaties open te houden
vecht ik met vriendschap, woorden, daden,
maar als ik geen voordeel oplever
slibben ze dicht,
een voor een.
Dan maar ongevraagd sociaal inzetten.
Wie is daar beter van
als je mensen wekt
uit hun lethargische droomslaap,
waardoor ze opnieuw
de droom moeten zoeken?
Lezen…
daardoor blijft je geest open
om te beseffen
dat het altijd zo geweest is.
Klinkt dat negatief?
Het voelt gewoon neutraal,
boeddhistisch,
bij de pakken zitten
en de wereld laten gebeuren.
Traumadour 15/01/2011
Wachten
Ik zoek illusies, maar ze lossen op in het detergent van het dagelijks leven in mijn ogen.
Een rusthuis is bekleed met de illusie van een zorgeloze oude dag, maar als je erdoor kijkt:
Wachten
Wachten meneer,
wachten op een dagje meer,
dat is onze voornaamste bezigheid,
daaraan besteden wij onze tijd.
Ja zeker, alle tijd die ons nog rest.
Daarom doen we zo ons best
om geen tijd te verspillen
aan wat anderen voor ons zouden willen.
Die ‘spelletjes’ trekken onze aandacht weg
van wat echt belangrijk is, zeg!
Daarom lijken wij zo afwezig,
zo helemaal in onszelf bezig.
Laatst werd er een film gegeven
en ze verwachten dat wij zouden mede leven!
Maar al die verloren tijd,
daarvan hebben wij telkens zo’n spijt!
Toen we hier pas aankwamen
uit het leven van elke dag,
en we van de ‘kenners’ vernamen
dat er nog zoveel voor ons open lag,
toen waren we echt bedrogen
over hoe ‘tof’ het hier zou zijn.
Men had ons voorgelogen
en dat deed ons echt pijn.
Je moet alles verlaten.
Je huis, je tuin, je straat.
En je gaat het nieuwe haten
omdat terugkeren niet meer gaat.
Dan komt de schrik om je weer te binden
aan zaken waar je soms op hoopt.
Want gaan we diezelfde pijn weer vinden
als ook dat ten einde loopt?
Zo beschermen wij ons leven
voor de bedreiging van ons gevoel,
maar met een nieuw gegeven.
De verveling staat naast onze stoel.
Maar daar hebben we een oplossing voor,
dat hebben we nu wel door.
Wachten, alleen wachten
dat kan de verveling echt verzachten!
Meneer.
Traumadour 3/12/2009
Parthenogenesis : overlevingsstrategie.
Hoewel Bodifee de mens ziet als een reactie tegen de natuur om de noodzaak aan ‘struggle for life’ te overwinnen, blijven de feiten toch dreigend overeind; overbevolking, milieubelasting, sociale problemen…
‘We zullen wel een oplossing vinden!’ zegt hij en als je het omrekent hebben we daar misschien nog 20-30 jaar de tijd voor.
Maar is het niet wijzer om in de natuur naar voorbeelden te zoeken, om na te volgen?
Bij de Rotifera (raderdiertjes) zijn de levensomstandigheden soms ideaal, soms onmogelijk (hun waterige omgeving droogt gewoon uit) En ze hebben er een oplossing voor. Bij gunstige voorzieningen hebben ze de mannetjes uitgeschakeld en wordt gezorgd voor zo’n groot mogelijk aantal nakomelingen (dochters) door parthenogenese. Als de populatie een piek bereikt, verschijnen de mannetjes en dan worden slapende eieren geproduceerd die de komende droogte kunnen overleven.
Misschien is onze piek nu groot genoeg om ook te zoeken naar een soort slapend nageslacht dat binnen 1000 jaar in een hersteld milieu veel uitbundiger zou kunnen genieten dan momenteel mogelijk zou zijn?
Traumadour 13/01/2011
Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.
De Turbellaria zijn een klasse kleine diertjes die we in het Nederlands nogal platvloers, platwormen noemen. We vinden ze bij ons in niet al te vervuilde watertjes (hoewel, waar vind je die nog?) Echt kijken kunnen ze niet, ze onderscheiden alleen licht en donker, voor hen goed en slecht, maar dan omgekeerd. Ze schuwen een beetje het licht. Horen, ruiken en de wereld waarnemen, daar zijn ze te primitief voor. Met hun enkel centimeters lichaamsstrip (of streepje) glijden ze over bodem en waterplanten op zoek naar voedsel, naar een slachtoffer mogen we zeggen. Met slechts enkele zenuwstrengen aan de zijkant reageren ze op aanraking met kronkelbewegingen, de enige overlevingsstrategie.
Mooi om te zien, mooi om weten dat ze al miljoenen jaren op dezelfde manier leven. Maar er is toch iets waar ik versteld van sta. Ze zijn allemaal man én vrouw! Ze hebben allemaal een penis en bij contact met een soortgenoot moeten ze met hun enkele hersencellen (als we zo’n ganglion wel hersenen kunnen noemen?) beseffen dat ‘het moment’ er aan komt! Want ze gaan de geschikte opening zoeken en vinden waar hun penis in past, wederzijds!!
En ik loop over van vragen. Hoe weten ze dat het een soortgenoot is? (Er zijn 3000 soorten bekend.) En geen voedsel? Hoe kunnen enkele zenuwcellen dat allemaal coördineren? Zou daar genot bij zijn?
In ieder geval, bedenk ik, los van ‘deze’ platwormen, zijn er heel weinig hersens nodig voor seksualiteit!!!
Traumadour 12/01/2011
11/1/11
elfeenelf
Moesten we vroeger vechten
voor onze eigen rechten,
nu gaat het meer om het behouden
van onze wereld zoals we die opbouwden.
We zijn bang om te verliezen
bang dat we zouden moeten kiezen
dat we de luxe moeten loslaten
of verdelen met emigrerende fanaten.
We zijn bang om ernaar te kijken
hoe de wereld dreigt te bezwijken
onder die woekerende massa mensen
met hun niet zo natuurlijke wensen.
Als we dagelijks door het autorijden
teveel broeikasgassen verspreiden
zoeken we naar een alternatief
en vergeten ons mooie benengerief.
Maar ’t is het quorum dat telt
dat onze vermeende vrijheid nu velt
en ons er met de neus op drukt
dat het zo niet veel langer lukt.
Ongeveer de dag van vandaag
telt deze dus onze mensenplaag
zeven miljard zielen
die hun eigen nest vernielen.
OK. Wat gaan we eraan doen?
Waar klemt die ecologische schoen?
Het zit hem in één enkele letterkeuze,
de ecoNomische wordt dan een ecoLogische leuze,
met opoffering van vermeend genot,
persoonlijke wensen worden misschien beknot.
In ieder geval moet ons aantal naar beneden
en moeten extreme verbruiken worden vermeden.
Maar daar wringt weer elke schoen.
Wie zal het uiteindelijk doen
om beperkende wetten op te leggen
en dat aan iedereen te kunnen of mogen zeggen?
Troubadour 11/1/2011
Natuurvergissing.
Vlieg
Ik denk dat hij zo’n tien milligram weegt,
dat vliegje dat over mijn tafel beweegt.
Aan zijn lijf zitten zes poten
die de kleinheid nog vergroten.
Op die randjes van het zichtbare
zitten microscopisch harde haren
die hem wel helpen bij het gevoel
maar misschien ook hinderen voor zijn doel
om te vliegen naar het licht
zoals die lamp, die schijnt in zijn gezicht.
Maar verblind worden die kleine oogjes
en verschroeid valt hij in boogjes
op het blad van mijn tafel neer
en sleept zich driepotig heen en weer.
Nu wekken acht milligram leven
een drang om hulp te geven.
Maar hoe kan ik anders helpen
dan die pijn gewoon te stelpen?
En mijn vinger wordt een natuurramp
die hem doet sterven in een laatste kramp.
Voor ’t beestje ben ik god geweest.
Toch was het niet bevreesd
en liet het zich door instinct bedriegen
om naar het valse licht te vliegen.
Traumadour 9/3/2010
Over mezelf (weeral).
Waarom weer over mezelf ?
Omdat ik meen iets belangrijks ontdekt te hebben (gisteren) en ik van daaruit beslissingen heb genomen die de inhoud van mijn blog zouden kunnen (waarschijnlijk zullen) bijsturen.
Het gaat hem over de betekenis van ‘zin, ‘zinvol’ en ‘zingeving’.
Tot nu toe dacht ik dat de letters Z I N hierbij hetzelfde voorstelden. Hoe kan iets zinvol zijn als het geen zin heeft, als het geen betekenis heeft, geen doel, geen resultaat, geen vooruitgang? Als je van een feit de zin niet ziet, dan kun je dat toch nooit als zinvol ervaren. En vermits men tegenwoordig zoveel aan zingeving doet, zal ons leven wel een gebrek aan zin hebben; je moet er immers altijd zelf toevoegen. Een logische pat stelling.
Stap ik over op ervaring. Een eenvoudig voorbeeld gisteren. Vermits het weer voor het eerst in maanden lenteallures heeft, ga ik een fietstocht maken. Heeft dit zin? Ik rij van A naar A, kom vuil en bezweet thuis. Ik heb nergens iets gebracht en niemand ontmoet. Het bestaan van mijn fietstocht is nu alleen iets in mijn voorlopig geheugen en zal door andere tochten weldra volledig oplossen. Vermits het geen enkel resultaat heeft, noemt mijn logica dit zinloos, zonder zin.
Maar tracht ik mijn emotioneel innerlijk te ervaren, dan heb ik een ‘gevoel’ dat het toch zinvol was. Ik heb mezelf een geschenk gegeven. Ik heb mezelf bewezen dat het nog gaat. Ik kan genieten van dit zinloos gevecht tegen de wind, van de overwinning op een onverschillig stuk weg. En achteraf was er een gevoel (weer een gevoel) van tevredenheid. En hoewel het allemaal geen zin had, was het toch zinvol.
Mijn fout (vroeger) was het woord ‘zinvol’ op ‘zin’ te enten. Maar nu zag ik twee totaal verschillende zaken, het ene een beredeneerde gedachte, het andere een versterkend gevoel. We zouden andere woorden moeten hebben voor die twee, dan was ik misschien niet jaren misleid geweest. Nu weet ik (op gevoel!) dat mijn zinloze tocht toch zinvol was en dat ik aan zingeving ga doen door volgende tochten (onder andere). Dat ik ook aan zingeving ga doen door mijn blog actueel te houden, met een nieuwe gedachte of met een oud zeer. En hoewel het uiteindelijk toch zinloos is, wil ik leven met een gevoel van zinvolheid.
traumadour 9/1/2011
illusionair
illusionair
Hoeveel mensen houden zich vast
aan een illusie die hen past?
De illusie van een veilig thuis
is gewoon afscherming tegen het levensgedruis.
“’t Is altijd zo geweest.”
hoor je dan nog het meest.
“Vroeger ging het toch goed!?”
Maar die van vroeger zijn ook uitgebloed.
Moeder kon bescherming geven
en vader wist alles van het leven.
Maar in de puberteit
werd deze illusie uitgebreid
en naar de leraren over gedragen
of naar het geloof, in betere dagen.
Misschien gaf zelfs wetenschap een gevoel
van vertrouwen ondanks de grote warboel.
Maar voor wie verder blijft zoeken
vallen telkens die illusiedoeken
een verschijnt een realiteit:
elke illusie eindigt in een afscheid.
Traumadour 8/1/2011
schilderijtje
Populieren
Vier populieren op een rij
staan daar ouderwets zij aan zij.
De eerste vangt het meeste wind
waarvan hij ook het nadeel ondervindt.
Hij helt dan ook zwaar naar één kant
en steunt dus op zijn ‘sap’verwant,
die het alleen niet kan dragen
en tegen de derde gaat aanschragen.
De vierde houdt ze allen recht,
en denkt : Last van de wind? Dat is toch niet echt!
Zolang ik hier met mijn stam kan steunen
kunnen de anderen als ’t moet, op mij leunen
Maar… hoe zou het hen zijn vergaan,
hadden ze allen ver uit elkaar gestaan?
De wind had hen reeds lang geknakt
of ze waren helemaal eenzijdig weggezakt.
Dit is de kracht van ‘samenzijn’
verdelen van het werk en ook van de pijn.
Zou voor mensen, laat ik hopen,
mekaar steunen ook zo kunnen verlopen?
Traumadour 20/1/2010

