Taalprogramma Turkse Kleuters
In de troebele beginjaren 90 werd het migrantenonderwijs verwend en in de watten gelegd met peperdure projecten, tussenkomsten van de overheid, gesofisticeerd didactisch materiaal, gloednieuwe klasmeubeltjes, extra dure leerkrachten en logopedisten. Het kon allemaal niet genoeg geld kosten, dat migrantenwereldje in de scholen. Het was de tijd dat men geloofde in sprookjes waarin kleine Turkjes plotsklaps Nederlands konden spreken, lezen en schrijven. Als de betutteling maar duur genoeg was.
Voor mij was die extreme aandacht voor migrantenleerlingen een uitdaging om, in het kader van de migrantenbegeleiding, een alternatief programma uit te werken, zo eentje dat geen geld kostte en succes garandeerde. Een taalprogramma voor Turkse kleuters! Ik verdeelde de oefeningen in drie groepen: taal zien, taal horen, taal verwoorden. Zelfs baas Horbert was geïnteresseerd en steunde mijn werk.
Zowel voor de instructies als de oefeningen zelf, streefde ik naar eenvoud, duidelijkheid en bondigheid. Alles hanteerbaar op kleuterniveau. De toepassing zou dagelijks een half uurtje per kleuter vergen. Met een beetje goede wil van de kleuterjuf en Turkse tolk Gülnür moest die intensieve taaltraining organisatorisch mogelijk zijn. Maar toen begon het schoentje te knellen.
Het taalprogramma werd door Gülnür verworpen en weggewuifd met de woorden: "Daarvoor heb ik geen tijd". Geen tijd dus. En Horbert trapte erin. De ware reden was dat de oefeningen te simpel waren en geen geld gekost hadden. Mijn taalprogramma paste niet in het geheel van de geldverslindende migrantenprojecten.
Migrantenwerkster Martine Moens, kompaan van Gülnür, dacht er ook zo over. En zo stierf het taalprogramma voor Turkse kleuters een langzame dood.















