Een ander mens

Een ander mens
Herman 21 Vader overlijdtOpa, al schrijvend, op zijn favoriete plekje in de keuken.
November 1974 overleed mijn vader. Deze winter zouden we niet naar Arizona gaan omdat we met Kerst nu thuis wilden zijn.
We kregen zaterdags een telefoontje dat vader overleden was en de begrafenis zou pas op donderdag zijn. Ik kon het redden om er toch bij te zijn. Via Minneapolis, Boston en Londen kwam ik … nee niet in Amsterdam, maar in Straatsburg aan. Vanwege de mist op Schiphol kon er geen vliegtuigen landen. Met veel moeite werd er een gepensioneerde buschauffeur gevonden om ons naar Amsterdam te brengen. Ik reisde samen met een Amerikaans echtpaar die die middag al op een legerbasis hadden moeten zijn en het was al 11 uur ’s avonds. Ze voelden zich compleet verloren omdat ze de taal niet spraken. Bij de informatie balie legde ik alles voor ze uit en er bleek een buschauffeur beschikbaar om ze naar die Amerikaase basis te brengen.
Ik had mijn broer Bram al een paar keer gebeld vanaf het vliegveld, maar kreeg geen antwoord, toen ik plotseling een hand op mijn schouder voelde. Het was Bram die al voor de derde keer op Schiphol was. Hij bracht me naar Jo en Hendrik Jan Groot Nuelend. Het was ondertussen half 4 in de morgen. Bram ging terug naar Amsterdam en ik ging nog even wat slaap inhalen.
Die middag werd de afscheidsdienst gehouden in de kerk in Barchem.
Ds Barnard, tevens een goede vriendin van opa, leidde de dienst hoewel hij geen lid meer was van de NH kerk. Hij kon zich daar niet meer in vinden omdat hij vond dat de houding van de kerk tijdens de oorlog niet genoeg anti -Duits was geweest.
Voor de dienst werd gevraagd wie een dankwoord wilde uitspreken na de begrafenis op het kerkhof en een dankgebed voor en na de broodmaaltijd. Iemand deed de suggestie dat de oudste- ik dus- dat het beste kon doen. Ik deed het, maar had er grote moeite mee.
Tijdens de dienst was alleen het hoofd van mijn vader te zien achter glas. Je kon zien dat zijn lichaam niet gebalsemd was.
Ik bleef nog een paar dagen bij de familie en toen ik naar huis ging kreeg ik een tape mee met een interview op tv waarin mijn vader als 95 jarige als een bijzonder mens en schrijver te horen was.
Herman 20 Friesland

We waren nu in Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland het eind van de Dairy Trip, aangekomen waar ons door de Friese Holstein Association een etentje was beloofd. Eenmaal aangekomen in het hotel moest de voorzitter ons vertellen dat het etentje niet door kon gaan, want het hotel zat vol met Spaanse stierenkopers. Die moesten ze zien bezig te houden. Die waren van plan om de volgende dag naar een grote Bull Show te gaan. Wij begrepen hun redenen, maar zij leken erg teleurgesteld dat we geen interesse hadden voor die Bull Show. Wij wilden liever naar een melkveehouderij, maar omdat al die boeren naar de Bull Show zouden gaan ware we wel verplicht om onze laatste dag ook hieraan te besteden.
Die andere dag werden de Spaanse stierenkopers uitgebreid welkom geheten en een paar woordjes werden ook aan ons besteed. Ze vertelden dat het alleen voor fotografen foto’s mochten maken, maar omdat John Kemp dat niet verstaan had en er bijzonder professioneel uitzag met twee toestellen om z’n nek, maakte hij heel wat foto’s. Eén van de bezoekers, een Holstein koeienhouder sprak Engels en toen hij hoorde dat we teleurgesteld waren omdat we vanwege die show geen Holsteiners meer zouden zien, nodigde hij ons uit om na de lunch achter hem aan te rijden naar zijn boerderij. We belden een stel taxi’s en we reden zo achter hem aan. Nadat we zijn kudde bewonderd hadden wilde hij ons zijn voedersilo ook nog laten zien, dus reden we met de taxi’s weer achter hem aan naar zijn boerderij. De taxi’s lieten hun motoren steeds draaien en toen ik de farmer vroeg waarom ze dat deden gaf hij ten antwoord:””Dat is omdat ze betaald worden voor de tijd die ze rijden voor die rijke Amerikanen”. De silo’s waren dezelfde als die wij in Amerika hebben en toen we weer terug waren bij het hotel bleek dit een kostbaar tripje te zijn geweest.
Netty deed opnieuw goed werk toen ze bij het shoppen alles kon vragen voor haar medereizigster
Onze stagiair uit 1955 Talsma was ook op deze laatste avond. De volgende morgen vertrok de groep naar Schiphol en bedankten ons uitgebreid voor onze hulp bij de gesprekken overal onderweg. Netty en ik stapten even later op de trein naar Zutphen waar zwager Gerrit Voortman al op ons stond te wachten. We zouden nog een maand in Holland blijven om familie en vrienden te kunnen bezoeken.
De Wildenborch

Op de website van de Wildenborch -- www.wildenborch.nl --is o.a te lezen dat de eerste bewoner de Roofridder Sweder Rodebaert van Wisch was in 1372. De latere familie Staring werd pas in 1780 eigenaar, de vader van de beroemde dichter Staring.
Ook wordt er genoemd dat grote stukken van het landgoed gekapt, ontgonnen en verkocht zijn aan de pachters in 1907, zoals Herman beschrijft.
Op de 40 jarige bruiloft van oom Martin en tante Catrien Kornegoor, die ook in De Wildenborch wonen zaten we naast een alleraardigst bejaard echtpaar. Ik wist dat meestal de hele buurt bij zo'n gelegenheid uitgenodigd werd en ik vroeg de aardige mevrouw. "Woont u ook in de Wildenborch?" "Wij wonen òp de Wildenborch", antwoordde ze. Even later maakte ze met haar man een dansje op de dansvloer. Zijzelf is een dochter van de laatste baron Staring. Dit kasteel is één van de weinigen die nog particulier bezit zijn
Herman 19
De Groninger Blaarkop.
Herman 18 Jersey en Guernsey

De Jersey koeien.
Deze twee werden als hobby gehouden in de buurt van Harwich bij onze eerste camping wanneer we weer eens de oversteek maakten met de caravan.
De volgende plek die we bezochten was het Britse belastingvrije eiland Jersey, slechts 20 x 25 km groot. Het heeft een prettig klimaat, maar de enige buitenlanders die er mogen blijven zijn de dokters en leraren die door de eilandbewoners gevraagd worden. We bezochten een zuivelfabriek. Kleine trucks op batterijen zorgen voor vervoer van de zuivelproducten. Wanneer ze weer terug komen bij de fabriek worden de batterijen verwisseld. Dit bleek economischer dan dieselmotoren. We bekeken ook een paar kleine melkveebedrijven. De koeien en kalveren staan aan sticks met een touw en worden drie keer per dag opgehaald, twee keer om te melken en om 12 uur om water te geven. Een beetje gezin heb je hiervoor wel nodig. Het is handiger om op dit eiland zelf de zuivel te produceren dan alles per boot aan te moeten voeren.
Tijdens de tweede WO had Hitler een hele verdedigingswal gebouwd aan de wetzijde van het eiland. Hij had verwacht dat de invasie hier zou beginnen zo vlak voor de Franse kust.
Ook zagen we boeren die zeewier van de kust ophaalden, op rekken droogden, maar ik kon niet uitvinden of ze dit voor voedsel of strooisel gingen gebruiken. Ik maakte heel wat foto’s van deze mooie Jerseykoeien, zelfs van een 19 jaar oude Jersey koe die nog steeds melk gaf.
De volgende dag gingen we per boot naar het eiland Guernsey, waar we met een bus naar een Guernsey farm gingen. Onderweg konden we een auto niet passeren op een erg smalle weg. Vier van ons stapten uit en tilden de auto verder aan de kant en we konden door. De Farm werd erg goed onderhouden Ook hier koeien aan sticks, zelfs een stier die niet erg vriendelijk naar ons vreemdelingen keek. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren wanneer ie los kwam. De eigenaar was benieuwd wat wij van zijn koeien vonden vergeleken met de Guernsey koeien die we in de USA hadden. We wilden ze niet onderwaarderen, maar vertelden dat ze net zo waren als de Guernseys 10 jaar geleden bij ons omdat ze nu bij ons veel meer graan gevoerd wordt. Wanneer een boer hier op Guernsey stopte met farming gingen ze op die plek meestal groenten in de volle grond verbouwen voor Engeland omdat het klimaat hiervoor erg geschikt is.
Via Londen, weer met die wilde buschauffeur naar Heathrow, vlogen we nu naar Zwitserland waar we met een tegenovergestelde juist rustige chauffeur naar ons hotel werden gebracht.
Herman vertelt over het mooie landschap, de bergen, het rustiger verkeer vergeleken met Londen, de kuddes schapen op de weg waarvoor ze moesten wachten. Het valt hem op dat de meeste boerderijen van onbehandeld hout zijn gebouwd en laat zich vertellen dat wanneer het geverfd zou zijn dat er dan vocht zich zou ophopen en rotting veroorzaken. Hij ziet hoe er wordt gehooid en ziet alleen gras en klaver maar geen alfalfa, later alleen wat Luzerne klaver.
Ze bewonderen de koeien met de bellen en zien zelfs oudere soldaten op oefening. Alle mannen moeten om het jaar op oefening tot hun 65e, hoewel ze nog nooit in oorlog zijn geweest. In het Simmenthal stopten ze ook bij een boerderij. Deze Simmenthaler koeien zouden meer melk geven dan de bruine Zwitserse koeien, die ze hierna gaan zien.
De dames worden op die boerderij binnen ontvangen terwijl de mannen de kudde gaan bekijken. Omdat Netty Nederlands kan heeft ze heel wat vragen kunnen stellen en begreep ze de meeste antwoorden die in een soort Duits gegeven werden. Hij leek trots op haar te zijn.
Het was alleen zo jammer dat chauffeur niet wilde stoppen wanneer ze onderweg een foto wilden maken, maar ja dat mocht lang niet overal. Wanneer ze ’s avonds laat in hun hotel aankwamen waren de winkels al gesloten. “Dat spaart de mannen hun geld”, vond de gids. Op een keer zagen ze twee roodbonte koeien die een wagen voederbieten trokken met het boerenechtpaar er bovenop.
En al die kastelen die tegen de bergen aan waren gebouwd!


Herman 17 Dairytrip naar Europa

Ayrshire vee in Schotland.
In 1971 zou er een reisje georganiseerd worden langs melkveebedrijven in Europa en ons Holstein Board moedigde ons aan om mee te gaan. Hoewel Netty er eerst niet zo veel voor voelde- misschien dacht ze nog aan die koude natte winter van 1965- haalden we haar toch over. Met een leuke groep dairy people vertrokken we en bij onze eerste stop in Preswick, Schotland, ontmoetten we onze gids Mr David Preese, een Engelsman. Schotland is prachtig en heeft een goed klimaat voor vee, mooie groene weiden, zelfs nu eind september. We bezochten hier een melkveebedrijf met Ayrshire koeien, hier de belangrijkste soort. Verder veel Shorthorn koeien, net zo dik als onze beefkoeien in Iowa en verder schapen… veel schapen
We zagen een geweldige demonstratie van een Schotse collie die het jongvee bij elkaar dreef. Ik merkte de afrasteringen op die uit muurtjes van stenen bestonden. Er werd nu eind september nog steeds gecombined en om de twee mijl kwam je een golfcourse tegen.
Bij het volgende melkveebedrijf haalden ze per 1 oktober hun 70 Ayrshire koeien binnen voor de winter vanwege het lage proteïnegehalte van het gras en voeren ze ’s winters hooi en kuilvoer. De schapenfarmers kunnen dan hun schapen op de weilanden laten grazen. Dan waren ze in het voorjaar meteen van het oude gras af. Even later kregen we nog een demonstratie schapendrijven te zien door een herder met z’n beide honden, bordercollies dit keer.
Per vliegtuig ging het hierna naar Londen waar we naar een zuivelfabriek gingen voor een rondleiding. Hier werd melk gesteriliseerd en in pakken gedaan, die houdbaar zijn zonder koelkast.
Hierna gingen we per bus naar een melkveebedrijf waar verschillende soorten koeien gehouden werden en onderling gekruist om de beste soort te krijgen. Dit bedrijf was van een zoon van een rijk parlementslid die aan het Iowa College had gestudeerd. Er werd tarwe gecombined, dat na die tijd gedroogd moest worden, net als de balen stro die er af kwamen, voor het opgeslagen werd. De gebouwen zagen er niet zo verzorgd uit als in Schotland en ze werkten met veel ingehuurd personeel. Daarom leek het me niet erg winstgevend. We waren niet erg onder de indruk van dit experiment.
Dat verkeer links is ook erg apart net als die dubbeldekkers. We hadden de hele tijd een zéér snelle wilde buschauffeur, zelfs in dat drukke verkeer. Die avond bezochten we een mooie show en de volgende dag gingen we nogmaals Londen in om de straat optredens, de schilderijen en al die mooie gebouwen te zien waaronder de beroemde Big Ben en de West Minster Abbey, de prachtige kerk die ook door Winston Churchill werd bezocht.
googlen op www.teye.nl brengt je op een prachtige reissite van Lies en Teye. Wanneer je nog geen vaste plannen hebt kun je je hier laten inspireren of gewoon in je stoel genieten van prachtige reisfoto's.


Herman 16 Dan bu-j minstens in Rusland
Herman 15 Familiefoto in 1965 bij hun bezoek aan HollandDe familiefoto die steeds boven Hermans bureau heeft gehangen.
Wanneer je goed kijkt zie je dat de eigen kinderen links staan en de aangetrouwde- de kolde kante- rechts. Alleen tante Heintje ontbreekt. Mama neemt de plaats van Hendrik Jan in. Op de voorgrond opa tussen Herman en Netty in.
Van links naar rechts: Dika, Mies, Bram, Hanna, Coba, Jo en Jan, Jantje, Hendrik Jan Gr. Nuelend, Koos Middelkoop, Hendrik Kettelarij, Gijs van Veld huizen, Hein Eggink en Gerrit Voortman
Herman14 Samen naar Holland

Een foto gemaakt voor vertrek vanaf het ouderlijk huis in Barchem naar Schiphol.
Mocht je je afvragen wat opa daar om z'n nek draagt? Dat is een verrekijker!
Eind november was de oogst klaar en wat later bracht Harold Nettie en mij naar het vliegveld. Op Schiphol werden we weer afgehaald door mijn familie. Zij zouden ons naar mijn broer Jan en zijn vrouw Jantje brengen die samen met mijn vader op hun boerderij woonden. Nettie kreeg nu de kans om mijn hele familie te ontmoeten die ze nog nooit gezien had. In de tijd dat we er waren is er een groot familie portret gemaakt met bijna de hele familie. Die foto hangt nog steeds boven mijn bureau.
Mijn moeder was al jaren daarvoor overleden. Jan stelde voor op de fiets langs de familie die dichtbij woonde te gaan, maar daar waagden we Nettie niet aan die nog nooit gefietst had. We gingen lopen en verder met de auto.
Onze zwager Hendrik Jan Groot Nuelend was veekoopman voor de Coöp in Vorden. Hij ging iedere week naar Friesland om Holsteiners te kopen voor de boeren in de Achterhoek. Hij kende veel Friese boeren en daarom hadden ze hem gevraagd voor Friesland.
We hadden in 1954 een stagiair gehad uit Holland, uit de buurt van Leeuwarden, genaamd Talsma, net een maand nadat Harold terug was uit Korea. Die wilden we graag opzoeken. We spraken met hem af op de markt in Leeuwarden. Op die dag nam Hendrik Jan Groot Nuelend ons mee naar die veemarkt. Daar wachtte Talsma ons op. We zaten daar een tijdje in een café waar de koop bezegeld werd. Ook de vader van Talsma was er, een soort bemiddelaar die moest bemiddelen wanneer er problemen bij de verkoop tussen koper en verkoper ontstaan waren. We merkten op dat de lucht van alcohol in zo’n café verschrikkelijk voor ons was omdat we dat niet gewend waren.
In Friesland was het Holstein vee geregistreerd in het Friese Stamboek, en werd nu ook zuidelijker aangekocht. Oorspronkelijk werd er zuidelijker meer het roodbonte vee gefokt omdat die meer vlees zouden hebben. De Holsteiners hebben een hogere melkproductie. Daarom werden die nu ook daar meer gehouden.
Bij Talsma thuis werden we erg gastvrij ontvangen. Ze hadden een baby die in een onverwarmde kamer boven sliep en voor de voeding en verwisselen van de luiers naar beneden gehaald werd. Toe Nettie vroeg waarom de baby in een onverwarmd kamertje lag, antwoordde de moeder dat je daar sterke baby’s van krijgt en dat ze ook wel in de kinderwagen buiten staat, zelfs als het iets sneeuwt.
We reisden ook wel per trein, bezochten Nettie’s familie in Ede. Ik was er in 1929 en 1946 ook geweest, maar ze waren erg blij dat Nettie als eerste van de Amerikaanse tak van hun familie hen opzocht.
Ze maakten op 3 maart ook ons huwelijk mee. We trouwden in het mooie oude stadje Hattem. Samen met opa en Jan en Jantje maakten ze de hele dag mee. Ook overdag waren zo’n beetje alle ooms en tantes aanwezig.
Toen Luella en Harold 10 jaar geleden in Nederland bij Ben en Diny waren, vertelde Luella dat Netty het zo koud had gevonden in de winter in Nederland en dat ze er nooit meer in de winter naar toe zou gaan
Herman en NettieDeze foto vond ik van een nog pril jong echtpaar Herman en Netty met baby Harold
Herman 13 Meetings voor de Creamery, Church en de Holstein Association
Herman bezocht meerdere meetings voor hun Creamery omdat de directeur vliegangst had. Eens vloog hij naar Des Moines waar ze hem aan het eind van de middag weer zouden oppikken om op tijd voor het melken thuis te zijn. Hij had beloofd te zullen melken, want Harold was een 15 mijl verderop aan het mais planten. Vanwege een storm kon er echter niet gevlogen worden. Dit werd hem thuis niet in dank afgenomen! Netty had op en neer moeten rijden om Harold te waarschuwen en hij had het mais planten niet af gekregen.

Oom Herman bracht eens een pakje naainaalden voor ons mee. Het was zo'n relatiegeschenkje van zijn zaadleverancier.Vanwege het vliegtuigje vond ik het hier wel bij passen.
Toch leuk! Ik gebruik ze nog steeds!
Herman 12 Don Gregg
Een Creamery, ..nee niet in Iowa, maar de Union Mills Creamery in Oregon in de eerste helft van de vorige eeuw.
Herman 11 We breiden uit...
Herman 10 Van Barchem naar SibleyTijdens het bezoek van oom Herman werd deze familiefoto gemaakt. Middenachter naast mama staat Herman.
Ik bezocht ook familie van mensen die ik kende, de moeder van Mynard Brouwer, de Bakers in Oost Groningen en de Stellingwerfs in Friesland. Ook zij vertelden over de verschrikkingen van de oorlog toen Hitler hier aan de macht was, de kerkklokken die gestolen werden, het bombarderen van treinen. Ik besefte de tragiek van dit alles en het tekort aan kleding.
Mijn jongste broer had niet willen onderduiken en werd gedwongen in een fabriek te gaan werken in Zuid Duitsland. Die fabriek werd 2 keer gebombardeerd en toen de oorlog afgelopen was had hij alleen de kleren die hij aanhad. Daarom gaf ik hem mijn 15 jaar oude trouwpak.
Ik reisde eens per trein toen iemand mij vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik anders gekleed was. Ik vertelde hem dat ik uit Iowa kwam. Hij kwam uit Winterswijk en ik dacht ineens aan de dominee Strakt van Sanborn, die familie in Winterswijk had. Een andere dominee uit onze buurt die ook eens op doorreis in Winterswijk kwam, had de familie niet kunnen vinden. Deze man zei dat zijn vrouw ook bij de familie Strakt hoorde. Ik gaf hem toen een briefje met het adres van deze dominee Strakt uit Sanborn , die me later toen ik terug was heel dankbaar bleek, want dankzij dit briefje had de Winterswijkse familie contact met hem op genomen.
Ik bezocht er nog meer maar had niet genoeg tijd voor iedereen.
Toen mijn vader me met Jan per taxi naar Schiphol brachten vond ik het zo jammer dat mijn moeder me niet met het vliegtuig kon zien vertrekken.
Toen iedereen zat steeg het vliegtuig op. Een paar meisjes die dichtbij zaten merkten op dat ze hoopten dat deze vlucht beter zou worden dan de heenreis. Ze vertelden dat er toen na New Foundland motorproblemen waren opgetreden en ze terug moesten keren naar New Foundland voor reparatie. Toen ze uiteindelijk op Schiphol wilden landen wilde het landingsgestel niet naar buiten komen en moesten de piloten blijven vliegen tot alle brandstof op was. De landingsbanen werden vrijgemaakt en brandweer en ambulances wachtten tot ze landden in een laag schuim. Het liep allemaal zonder schade of gewonden af.
Toen ik ze vroeg wanneer ze uit New York vertrokken waren bleek dat op 1 juli te zijn. En op de vraag of ze zich het nummer van het vliegtuig konden herinneren bleek dat dezelfde te zijn als die waar ik 4 dagen later zou instappen. Niemand van ons wist waarom er indertijd 2 dagen vertraging was en zouden ze het verteld hebben, dan betwijfel ik of iemand van de 99 passagiers die vlucht genomen had. Deze reis ging voorspoedig en via Shannon, en New Foundland kwamen we in de buurt van Boston. Daar ging de piloot lager vliegen en ik zag auto’s rijden en boeren aan het werk.
Ik had wel zin om de rest van de reis ook per vliegtuig te maken en vroeg om informatie, maar de stewardes die voor me zou informeren kreeg heet water over haar handen en ging met brandwonden als eerste van boord na de landing. Ik kon na de landing geen informatie krijgen en reisde 24 uur per trein naar Sanborn waar Netty met Berdena me van de trein haalde.
Weer thuis
Eenmaal thuis werd me op verschillende samenkomsten gevraagd om over mijn bezoek aan Europa te vertellen. Ook degene wiens familie ik opgezocht had vertelde ik over de armoedige toestand van hun familie en Nederland en het gebrek aan alles. Een aantal ging daarop ook naar Nederland om hun familie te steunen.
We hadden geluk dat een paar dagen nadat ik terug was de varkensprijzen behoorlijk stegen en we konden een heel stel varkens afleveren. De oudere man die op de farm geholpen had de jongens goed geholpen.
Ondertussen ging Harold naar de Highschool. De Highschool in Sibley had hem al geaccepteerd, maar omdat de schoolbus naar Sibley het te ver weg vond probeerden we hem op de school in Melvin te krijgen. Door tijdelijk bij een buurman te wonen en mee te helpen kon hij die school bezoeken, want daarvandaan kon de schoolbus van Melvin hem ophalen. Onze andere kinderen zouden daarom later ook naar Melvin naar school gaan.


De John Deere 4010 kocht Harold en ruilde de oude B John Deere van Herman er voor in, omdat de dealer geen belang had bij zijn Massey Harris.
Herman gebruikte toen verder de Massey Harris met veel plezier, terwijl die oude B John Deere de laatste jaren veel onderhoud nodig had gehad.
Herman 9 Terug in Nederland
Herman 8 .... Dina en Hendrik JanIn deze herfst op 11 november werden we getroffen door een sneeuwstorm. Een dag later zou de winkelier komen om de jonge kippen uit de bomen te pakken. De hanen zou hij krijgen in ruil voor de boodschappen die we nodig zouden hebben. Die nacht waren de meeste uit de bomen geblazen, sommigen dood en anderen half bevroren. Ook was veel vee in de weilanden gedood door deze storm.
Er werd nu ook elektriciteit langs de weg aangelegd, maar onze landlord wilde dit bij ons niet laten aansluiten. Toen werd het tijd om een eigen bedrijf te kopen. Dat lukte met een lening en in 1942 verhuisden we naar de farm bij Sibley.
Daar werd Berdena geboren en kregen we meteen veel bezoek uit de buurt. Die hadden allemaal gewacht met kennismaken tot de baby er was.
De jongens gingen naar een school op 1,5 mijl verderop in Melvin. Harold molk elke morgen eerst 2 koeien en voerde de kalveren. Hierna had ik tijd om ze naar school te brengen. Het bleek ook dat ik veel voordeel had door mijn tractor en had iets uitgevonden dat ik zittend op de zelfbinder de tractor aan en uit kon zetten. Daardoor kon ik in mijn eentje veel meer werk verzetten dan anderen met meer man en hun paarden.
Tijdens de oorlog kregen we geen enkele brief van onze familie uit Nederland.
De eerste brief die we daarna kregen stond dat mijn zuster Dina was verongelukt in een auto en motorongeluk. Het bleek dat mijn broer Hendrik Jan haar naar haar nieuwe baan zou brengen in Hilversum om bij een rijke familie te gaan werken. Ze waren even gestopt om naar de verkeersborden te kijken toen ze geschept werd door een auto met een slingerende trailer er achter.
Hendrik Jan was in 1942 getrouwd en had twee kleine dochtertjes en hij en Coba verwachtten de derde. Hij had een zagerij op het Medler en was daarnaast timmerman en meubelmaker. Ze wilden bij die zagerij gaan wonen, maar woonden vanwege de oorlog nog bij de ouders van Coba in Vorden. Hij gebruikte zijn motor om van huis naar zijn werk te gaan en op een mistige avond terwijl zijn koplamp het niet goed werkte botste hij op een stilstaande legerauto die onverlicht half op en aan de kant van de weg geparkeerd stond met een verpleegster en haar vriend er in.
Hendrik Jan was zwaar gewond en werd naar het ziekenhuis in Zutphen gebracht. Coba bezocht hem dagelijks maar die dag zou Sjoerd Aartsen gaan met wat papieren van de zagerij, want hij begon al wat op te knappen. Toen een verpleegster bij hem kwam vertelde hij dat hij zich niet goed voelde. “Adem maar even diep”, zei ze. Hij deed dat en overleed plotseling. Het moet volgens de dokter een bloedprop geweest zijn die zijn hart blokkeerde.
Hierna besloot ik naar Holland te gaan om mijn familie te bezoeken.
In juni 1946 was ik aan de beurt als ouderling van de kerk in Melvin om naar de jaarlijkse Synode meeting te gaan niet ver van New York. Ik maakte daarom plannen om na die meeting te proberen naar Holland te reizen. Intussen had ik een melkmachine gekocht. Ik zorgde voor een oudere man als hulp bij de boys, vroeg een nieuw paspoort aan en probeerde een plaats op een boot van de Holland-
Amerika lijn te krijgen,maar dat lukte toen niet. Daarom besloot ik om na de meeting maar te proberen een plek op een vrachtschip te krijgen.
De meeting maakte veel indruk op mij. Ik trok veel op met een ouderling uit de West Sioux Classis. We vonden beiden dat het jammer was dat we onze vrouwen niet mee hadden gekund, maar in die tijd werden er nog geen vrouwen als ouderling gekozen.
We werden ook uitgenodigd om een Quaker Service mee te maken. Daar gingen we met een paar heen. Om 9 uur gingen de deuren dicht en werd de Service uitgelegd. Geen zingen of preken, slechts een paar korte gebeden en stukjes schriftlezing. Geen collecte en verder werd er geen woord gesproken. Een vreemde ervaring , ik voelde me wat ongemakkelijk tijdens dit uur stilte en meditatie, maar je moet wel bewondering hebben voor deze anti- militaristische beweging. Ze helpen de armen en mensen in nood.
Herman 7

Een zelfbinder die door 4 paarden aangeduwd wordt, in Brule County--1930
Een foto van Garnard and Zola Ashley of Pukwana, S.D.
Herman vertelt verder over de geboorte van Charlie, over zijn extra werk voor de buren om een extra centje te verdienen, zijn aanstelling als deken en leider van een zondagschoolklas. Dit laatste zou hij 30 jaar volhouden. De farm werd uitgebreid. In 1933 ploegde hij 66 acre met vier paarden en een enkele ploeg. Hij beschreef zijn werk met de paarden en het temmen van een wilde bronco tot hij geschikt was voor alles. Ik ben onder de indruk van zijn kennis van het werken met en zijn liefde voor paarden en dieren in het algemeen.
In 1934 ging het ze zo goed dat ze een radio kochten die op batterijen werkte. Die werden weer opgeladen met windenergie.
De winter van 1936 was zo streng dat Netty en de jongens 6 weken lang niet van huis kwamen. De eieren en room die weggebracht moesten worden gingen via Andy Knocks en ze gebruikten de spoorlijn met een slee met paarden er voor. Ze moesten er eens af omdat er mensen van het spoor hun kant op probeerden te komen. Het was n.l. verboden om de spoorlijn te gebruiken. Herman en Andy probeerden over het veld te gaan, maar de hele boel kapseisde en Andy zat tot z’n nek onder de sneeuw. Ze moesten de paarden aan de achterkant inspannen om de zaak weer los te trekken.
Na deze barre winter besloot ik tot het kopen van een tractor. Ik ruilde 4 paarden en de meeste van de machines in en omdat ik geen schulden bij de bank meer wilde hebben en bood ik ook twee flinke Hereford stieren aan de John Deere dealer. Zo kreeg ik behalve de John Deere tractor ook een 12,5 foot disk, een cultivator en een 12 inch dubbele ploeg en ontdekte dat ik met een kleine tractor meer werk kon doen dan met 4 paarden. Alleen voor het mais planten, hooien, dorsen en mais plukken had ik nog steeds een stel paarden nodig.
Ik hielp een buurman die achterop geraakt was met mais planten en om m’n paarden te sparen mocht ik naar huis zijn Model T coupé gebruiken. Maar onze jongens Harold en Charlie wachtten me vaak op. Onze creamophaler had daarvoor al eens gewaarschuwd dat ze op moesten passen voor vreemden. Toen ik die keer met die Model T coupé aankwam zetten waren ze vreselijk bang. Charlie, 3 jaar oud, ging er zelfs vandoor en ik moest hem vangen. Die middag vertelde ik Netty hoe bang de jongens waren geweest en stelde voor om een ritje met ze te maken, maar geen van beiden wilden mee.
Na die 6 weken dat Netty met de jongens opgesloten zaten door het barre winterweer voelde Netty zich niet goed en de dokter adviseerde een onderzoek in het ziekenhuis. Ze had een probleem met de schildklier, maar de dieper liggende oorzaak was psychisch (Herman noemde het: the nerves) en hij adviseerde dat ze er meer op uit moest. Daarom huurden we een meisje in voor het werk thuis en Netty ging de tuin verzorgen, de kippen en de kuikens en deed ook werk met de tractor.
Na die vreselijk strenge winter volgde een vreselijk droge zomer met weinig oogst. In de herfst liet ik een bron boren voor water en liet er een windmolen opzetten.
Gemiddeld over de jaren hadden we toch een goede oogst en we wilden een grotere farm.
Dat gebeurde in 1938. Er kwamen een paar koeien bij en 20 schapen die ik kocht voor 400 dollar. Er was nl een stuk land bij huis dat steeds vol onkruid zat. Daar wisten die schapen wel raad mee net als met de bloementuin! Ook hier hadden we goede buren en hielpen elkaar waar we konden.
Mijn grote doel was om een echte melkveehouder te worden en kreeg hulp van mr John Struyk die in 1930 één van mijn getuigen is geweest toen ik Amerikaans staatsburger werd. Hij wist dat ik geïnteresseerd was in een goed stel Holsteiners en bood me een paar geregistreerde vaarzen aan tegen een redelijke prijs. Ik kocht ook een stier en die liep wegens gebrek aan een eigen plek gewoon los bij de koeien. Tot hij me op een keer wilde aanvallen toen ik de koeien uit de wei wilde halen. Maar onze trouwe hond was bij me en ik riep hem om de stier aan te vallen en dat deed hij door de stier in de achterpoten te bijten. Daar was de stier bang van en rende naar huis. Na die tijd had ik steeds de hond bij me en de stier had heilig ontzag voor hem en bleef op afstand. Toch vertrouwde ik hem nooit meer en verkocht hem in de herfst samen met de andere jonge stiertjes.
Dit werd een goed jaar voor ons.
Herman 6 Harold geboren èn vader komt....Op 6 december 1931 werd onze eerste zoon Harold geboren èn mijn vader kondigde aan dat hij de volgende zomer een half jaar bij ons zou zijn. Daar was ik erg blij om. Hij zou per boot en trein komen en ik had onze kruidenier van der Woude gevraagd telkens wanneer er een trein uit het oosten zou komen of hij wilde gaan kijken of vader er zou zijn. Maar mijn vader stapte in Hartley uit de trein, ontmoette de post bode die de post op kwam halen en die begreep waar hij naar toe wilde, nam hem mee en belde vanaf een farm naar ons huis. Netty was er echter niet maar mrs Knock had de boodschap gehoord over de gezamenlijke telefoonlijn en zo kon ik samen met buurman Knock mijn vader tegemoet rijden. Terug bij Knock maakten we eerst het castreren van de biggen af en gingen daarna naar onze farm. Deze buren spraken Duits en in deze zomer werden mijn vader en de Knock’s vrienden.
Andy en ik werkten veel samen met planten en oogsten van de mais en vader hielp mee met alles, ploegen met 4 paarden, disken enz. We kregen veel bezoek en gingen zowel in Iowa als South Dakota op bezoek. Gelukkig kon Netty goed Nederlands, want mijn vader sprak noch begreep de Engelse taal. Wanneer we ergens op bezoek gingen vroeg hij steeds:”Spreken ze daar Nederlands?”Was dat niet het geval dan vroeg hij ons hem naar Andy Knock of Jim van Dyke te brengen. De buren van Dyke kwamen uit Groningen.
Vooral was vader geïnteresseerd in de Levenkamp jongens. Ze waren ooit samen naar de zondagschool gegaan. Later zou Toon met mijn vader terug gaan naar Holland op familie bezoek.
Vader ging vaak met ons mee naar de kerk die ’s middags in Melvin gehouden werd omdat de ds ’s morgens in Bigelow preekte. Hij droeg steeds zijn zondagse pak mèt jasje. De meesten van ons deden die wel uit vanwege de hitte, maar hij weigerde in hemdsmouwen in de kerk te zitten. Wanneer het te heet werd bleef hij liever thuis.
Op een zondag, zonder dat wij het wisten, zou er een ds Dijkstra preken, redacteur van de Volksvriend. We wisten dat vader erg onder de indruk was van zijn schrijven en Netty stelde voor hem alsnog op te halen. Hij ging mee en na de kerkdienst hadden ze een heel gesprek en werden vrienden. Later in Holland terug bleven ze corresponderen.
Wanneer ds Dijkstra later naar Melvin kwam om te preken bleef hij vaak bij ons een nacht over. De jongelui die later veel bij ons over de vloer kwamen konden dat nou niet echt waarderen.
Toen we eens een zondagschool picknick hadden- dat vond vader ook helemaal niks- heeft hij de hele middag houtjes staan hakken zodat wij de hele winter de keuken er van warm konden stoken.
Z’n klompen die hij had meegenomen droeg hij steeds en bij het vaststampen in de maissilo waren ze van groot nut. De buren vertelden nog lang dat er nog nooit zo goed platgestampt was als toen vader het deed met zijn wooden shoes.
Mijn vader was ook erg onder de indruk van de cream separator, die de room van de melk scheidde. De kalveren en zeugen konden direct de ontvette melk krijgen. Terug in Holland probeerde hij de boeren te interesseren voor dit fenomeen, maar dat was toen nog niet geaccepteerd.
Toen we eens samen buurman Hoogland bezochten zag ik een koekoeksklok hangen en zei zo dat ik dat een prachtige klok vond, te meer daar wij alleen een wekker hadden die ons vertelde wanneer we moesten opstaan. Vader moet dat hebben gehoord èn onthouden, want toen Toon Levenkamp terug kwam van zijn bezoek aan Holland bracht hij een koekoeksklok mee van mijn ouders en die doet het na 60 jaar nog steeds goed. Elke morgen trek ik de gewichten op en denk met liefde terug aan mijn ouders. Het werd iets heel speciaals voor mij en ik wil dat hij straks naar Charlie gaat als wij er niet meer zijn.
Ook op onze 50-jarige bruiloft in 1980 kregen we een klok van onze familie uit Holland.
Ik had het idee dat vader wel in de USA had willen blijven als de rest van het gezin mee zou willen gaan, maar die hadden geen interesse.
Ik heb nog een foto van vader met Harold, genomen in september.
Herman en nettie 5... Een eigen farm

De jacht op ongedierte, waaronder de skunks
Een hond is je beste vriend. Op onze huwelijksreis stopten we op de terugweg bij de Thed Kaemingk’s in Sioux Centre. Ik was in 1925 met hem mee gereisd.
Ze vroegen of we al een hond hadden, want elke farmer had indertijd een hond. Er was een hond bij hen aan komen lopen, een cockerspaniël die waarschijnlijk bij de jacht was ontsnapt. Hij was bang voor schieten. Het zou hun huwelijkscadeau aan ons worden. Deze hond werd een deel van ons gezin en bleef meer da 12,5 jaar tot ze van ouderdom stierf.
De hond was bang voor onweer. Dan verstopte ze zich onder ons bed. Toch werd het een goede waakhond. Wanneer ik de mest uit het weiland haalde kon ik het hek gerust open laten. Geen koe of varken kwam er uit. Zelfs onder etenstijd kon ik het hek gewoon open laten.
En zo begon ik met het kopen van de belangrijkste zaken voor een farmer, een paar koeien_ Holsteins_50 en 65 doller per stuk, een zelfbinder, een mest verspreider een paar paarden enz. Bovendien wat huisraad.
We hadden daar bij Melvin een geweldige buurman, Andy Knock . We hielpen elkaar zoveel mogelijk.
Wanneer Netty en ik met de auto weggingen ging onze hond gewoon naar de buurman en wanneer hij ons terug zag komen rende hij vlug weer naar huis. Toen Andy dat vertelde raadde ik hem aan om de hond bang te maken wanneer hij nog eens zou komen. Toen de hond weer eens kwam bond Andy’s oudste zoon wat kleine blikken aan haar staart en pa Knock schoot in de lucht met z’n buks. Die ging er toe gauw vandoor richting huis, maar kroop zich onderweg vast in een smalle duiker in de modder vlak bij de spoorlijn. Een andere buurman had dat gezien en reed met ons mee naar de hond. We riepen, maar ze jankte alleen maar terug. De schoolbus stopte en de kinderen vroegen wat er was en wij vertelden dat de hond vast zat en dat wij te dik waren om in die duiker te kruipen. Eén van de jongens van Andy Knock bood ik een kwart dollar als hij die duiker inging om de hond er uit te krijgen. Hij ging zich toen gauw omkleden en kroop in de modder in de duiker, maar kon niet met hond en al terugkruipen. Ik kon net bij zijn voet met m’n hand en zo trok ik hem met hond en al naar buiten. De hond wilde nog geen stap zetten voor alle blikken van haar staart gehaald waren en rende toen in één streep naar huis. Nooit ging ze meer alleen naar buurman Knock. Ze werd een leuke speelkameraad voor de jongens en trok zelfs hun karretje.
Een bijkomend voordeel was dat wanneer er zwervers langs de spoorlijn liepen die niet aan de deur durfden te komen want onze hond hield ze al grommend op afstand.
We begonnen ook kippen en varkens te houden. De kippen brachten we in de herfst naar de winkel. Daar konden dan ook eventuele schulden mee betaald worden.
Van buurvrouw Knock kregen we een paar flinke broedhennen te leen en kochten goede eieren om er onder te laten uitbroeden. Die zomer hadden we verschillende hennen met kuikens.
Op een nacht hoorden we een ongerust gekakel van de hennen en waren bang voor ongedierte. De volgende nacht lieten we onze hond met haar puppy vlakbij de kippen slapen. Die nacht hoorden we een vreselijk gevecht buiten en roken een nog verschrikkelijker stank. De hond had haar pup willen verdedigen en was in gevecht met een skunk en was helemaal onder gesproeid. We konden haar een hele tijd niet binnen hebben, maar hebben nooit geen last van stinkdieren meer gehad.
