Naar de inhoud

Een Achterhoekse in Drente

of... wie lang leeft kan veel verhalen
akke.beakke.be
Memories

Archief

Ik snap niet dat jij het niet snapt...

In de tijd die hij doorbrengtt op de Machinistenschool in Zwolle, begint hij zich wat sterker een mening te vormen. Terwijl vader van der Kolk al doodziek is zitten er jongens bij hem in de klas die geweldige cadeaus krijgen als ze maar overgaan. Eentje wordt er zelfs een zeilboot beloofd. Dat doet iets met hem. Zijn vader overlijdt kort daarop en hij wil al van school af om werk te zoeken, maar gelukkig zijn dokter van Haeringen en consorten er nog en helpen Wims moeder met raad en daad. Nee Wim moet vooral zijn school afmaken. Dan besluit hij om ipv landmachinist te worden te gaan varen om wat meer te kunnen verdienen. Bovendien is er een eter minder aan tafel wanneer hij op zee zit. Er moet wat op het spaarbankboekje komen om als het nodig zou zijn moeder te ondersteunen. Het is nooit zover gekomen. Dat was moeders eer te na.
Wim vindt wiskunde ook een boeiend, maar moeilijk vak. Hij heeft een leraar die al pratend het hele bord vol schrijft. Wanneer iemand dan opmerkt dat hij het er niets van begrijpt, zegt hij :”Ik snap niet dat jij er niets van snapt”. En begint opnieuw te schrijven. Een leraar voor gymnastiek is zo klein dat je hem amper in z’n grote Amerikaanse slee kon zien zitten. Ze plegen nog wel eens binnen zijn gehoorsafstand een opmerking te maken van: “Hebben jullie dat ook gezien? Er kwam hier net een grote slee langs, maar daar zat niemand in”!
Volgens mij heeft hij steeds een goede band met de concierge. Als hij op het laatste moment komt aangesjeesd is het net of die op hem wacht en na hem gaat de deur op slot en moet de rest zich melden als laatkomer. Het blijkt een behoorlijke studie en gelukkig slaagt hij na een schoolexamen en voor het staatsexamen dat verplicht is. Hij heeft zijn VD-voorlopig diploma-.
En dan... is het tijd om te gaan varen.
Als een soort vakantie gaat moeder Siet eens met de jongens op de fiets naar Borculo, naar hun ome Gerard en tante Riek. Broer Gerard was leraar aan de Mulo en heeft hen uitgenodigd. Onderweg maakt moeder Siet een vreselijke val, heeft haar hele gezicht geschaafd en is bont en blauw. Ze hebben er geen prettige herinneringen aan. Oom Gerard heeft een speciale humor. Als ze gaan eten legt hij bv bij de jongens een stokje op het bord met de mededeling dat ze nu op een houtje kunnen bijten. Ze kunnen het niet waarderen.
Als we weer eens in de buurt komen zoeken we het huis nog wel eens op en komt altijd dat houtje weer ter sprake.
Geschreven door Hetty om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dat gekke kwartje....

Over de tijd op die Lts in Elburg heb ik hem weinig horen klagen. Wim was mager in die tijd. Hij at z’n moeder de oren van de kop, nam 12 sneden brood mee naar school en at ’s middags nog de resten op van de andere jongens. Tussen de middag gingen ze een enkele keer ook wel eens een kroketje proberen. Je deed een kwartje in zo’n automaat en trok dan je favoriete vakje open. Op een keer hadden ze een kwartje dat weer terugkwam rollen terwijl het vakje al opengemaakt was. Dat was een meevaller. Die gebruikten ze nu telkens om een extraatje tussen de middag te krijgen… en warempel … telkens kwam dat gekke kwartje weer terug. Een wonder in barre tijden, want het was een koude winter. Dat ging een hele tijd goed totdat het zomer werd en één van hen het kwartje gebruikte om een ijsje van te kopen. Het is lang geleden, maar als die lts tijd ter sprake komt, begint Wim nog steeds over die sukkel van een Jan Pap.
Hij was erg trots op zijn eerste werkstuk (een presentje voor Kerst) een schemerlampje van bewerkt metaal en zo’n perkamenten kapje er op. Hij heeft altijd bij moeder van der Kolk op een mooi plekje gehangen. Toen ze naar Zorgcentrum De Bongerd ging en de restanten verdeeld of opgeruimd moesten worden, zei Wim:”Ik hoef helemaal niks als ik alleen mijn schemerlampje maar terug krijg”.

Geschreven door Hetty om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Charlie Chaplin

Die lagere van Heemstraschool was geen onverdeeld genoegen voor Wim. Je zult het niet geloven, maar hij zat het liefst vooraan. Achteraan kreeg hij allerlei rare ideeën , hij was gauw afgeleid, zat meisjes aan hun vlechten te trekken en carbid in inktpotjes te doen. Op een keer ging meester Aartsen, inderdaad de broer van oom Sjoerd, de klas uit. Die was immers het Hoofd der School en kreeg wel eens telefoon. Het was een statige verschijning die wat uit de hoogte de menigte kon overzien. Hij kon wel prachtig vertellen. Hij droeg meestal een roodbruine jas en een bolhoed met wandelstok. Heel oneerbiedig werd hij wel Aadje Rooiepoep genoemd. Tja... Hattem hè!
Wim heeft het eens gepresteerd om diens bolhoed op te zetten voor de klas, zijn wandelstok te pakken en als een echte Charlie Chaplin dat ding rond te draaien.
Hij heeft zelfs meester van Dalfsen zo het vel onder de nagels vandaan gehaald dat die driftig werd en hem zo’n pak rammel gaf dat ze ome Anton, die conciërge was, riepen met de woorden: “Van der Kolk, kom gauw… ze slaot oew neave hartstikke dood”!
Aan de andere kant was hij zo betrouwbaar dat juist hij enveloppen met geld naar het postkantoor moest brengen. Ze waren er zeker van dat hij zo hard hij kon heen en weer liep.
Na de lagere school werd het de Chr. LTS in Elburg. Die was net nieuw opgericht en vader van der Kolk wilde deze school hierdoor ook steunen. ’s Zomers werd er gefietst… de neus op het stuur. ’s Winters ging Wim met de bus vanaf Hattemerbroek. Eens begon z’n fles karnemelk in het bagagerek van de bus te lekken, drup..drup.. drup.., precies op de pet van een kapitein van het leger die op weg was naar de Willem de Zwijgerkazerne in Wezep. Die brulde een paar keer:”Van wie is die tas”? Maar toen niemand en zeker Wim niet reageerde, greep hij de tas en wilde hem meenemen toen hij uitstapte. Terwijl hij bij het uitstappen zijn eigen tas voor zich hield en Wim’s tas achter zich, kon die nog gauw zijn tas grijpen voor de deur zich
Geschreven door Hetty om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Toen was de beer los....

We hebben al vaak Hattem laten zien aan familie, buren en vrienden. Iedereen is steeds onder de indruk van zo’n mooi gerestaureerd en origineel gebleven Hanzestadje.
De Gasthuissteeg waar de jongens op straat voetbalden is opgeknapt. Zelfs Robin heeft het balkon gezien waar de jongens gevaarlijke capriolen uithaalden.
Vroeger woonde er aan het eind van de steeg de bekende familie Meussie. Eigenlijk heetten ze de Weerd, maar dat zei niemand. Eén van de oudere meisjes heette Ale. Daar hadden de jongens van der Kolk wel ontzag voor. Toen de Meussies eens aan het voetballen waren in de steeg kwam de bal toevallig bij Wim voor z’n voeten. Hij schopte hem expres de verkeerde kant op, maar toen was de beer los of… toen ha’j een schaop an’t drieten. Ale werd woest en kwam regelrecht op Wim af. Die ging er als een haas vandoor en Ale achter hem aan. Ze heeft hem de hele binnenstad laten zien. Uiteindelijk wist hij te ontsnappen, maar wanneer hij aan Ale denkt gaan de rillingen hem nog over de rug!
In 1956 zijn ze verhuisd naar de Dorpsweg, nu net buiten de poort. Vader Gerard heeft dat net niet meer meegemaakt. Wel heeft hij de voorbereidingen getroffen. Moeder van der Kolk wilde dat er een fatsoenlijke scheiding tussen de huizen kwam. Op de bovenverdieping was die er nog niet. Vader Gerard vond dat eigenlijk niet zo nodig. Je moest als Christenmensen toch goed met elkaar onder één dak kunnen leven! ’t Is maar goed dat moeder van der Kolk dat niet zag zitten. Met tante Hennie onder één dak wil nog wel, maar dan wel met een goede scheidingsmuur.

Geschreven door Hetty om 09:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een hecht gezin

Diligence bij de viering van 650 jaar stad Hattem in 1949

Wim’s moeder wilde niet onderhouden worden door de diaconie en pakte alles aan. Ze verzorgde behalve de kerk zelf ook begrafenissen en meerdaagse vergaderingen, met hulp van de jongens. Zelfs Henry en Ben hadden hun aandeel. Henry ging dan bv rond met rollen pepermunt e.d. Dat werkt natuurlijk ook vertederend ...zo'n witkoppie die ook op zijn manier z'n best doet. Hij werd door z'n lichte haar in die tijd Kees genoemd door de jongens van tante Marie.
Wanneer op Koninginnedag de vier muziekcorpsen, zoals de gewoonte nu nog steeds is, door Hattem trokken kwamen ze om de beurt op Dorpsweg 4 een kopje koffie halen. De kopjes werden meteen in een teil heet water omgespoeld en voor de volgende groep gebruikt. Moeder verkocht ook koffie , thee en cacao bij mensen aan huis en bracht in de hele binnenstad van Hattem de Zwolsche Courant rond. De jongens hielpen waar ze konden. Het was al een hecht gezin, maar nu werd het een eenheid.
Ze kreeg kleren van bevriende relaties. Wim droeg de drollenvanger af van huisarts, tevens huisvriend, van Haeringen. Deze had er alles aangedaan om vader Gerard weer op de been te krijgen, maar in die tijd was er geen kruid gewassen tegen niervergiftiging. Hij betaalde uit eigen zak nieuwe dure medicijnen als laatste redmiddel, maar het mocht niet baten. Met sinterklaas kwam er onverwacht een heel pakket met cadeautjes. Toen dokter van Haeringen eens langs kwam waren de jongens natuurlijk enthousiast en lieten hun nieuwe speelgoed zien. De dokter rolde zo het kleed op om samen met ze de autootjes uit te proberen. “Zo’n auto heb ik ook, zie je dat Piet”, zei hij . Zo weten ze wie er achter deze actie zat.
Zelf kreeg ze nog heel mooie jurken van een onderwijzeres die hetzelfde postuur had als moeder van der Kolk. Het stond haar geweldig. Zo kwam ze op een keer koffie verkopen bij een vaste klant die vertelde: “Ie-j hoeft niet weer te kommen. Zo neudig heb ie-j et niet, want ie-j hebt mooiere klere an as ik”.

Geschreven door Hetty om 22:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Kinderen en rouw

Misschien was ik inderdaad aan de jonge kant om te betrekken bij het afscheid nemen van papa Hendrik Jan. Toch vind ik het goed er het tegenwoordig veel opener mee omgegaan wordt. Het is toch prima als een kleinkind een mooie tekening als afscheid mag maken en vooral dat er met hen over gepraat wordt.
Toen bij onze buren vroeger een opa overleed wisten de kinderen niet waar opa gebleven was. Tot één van hen had ontdekt waar hij opgebaard stond op de boerderij en de anderen zijn geheim vertelde:”Ik wette waor opa is… in een grote holten kiste”. Hij had het ontdekt en voelde zich heel gewichtig.
Nu maken we begrafenissen mee waar de kleinkinderen allemaal als ze het willen een rol hebben al is het nog zo klein. Veel beter!
Toen Wim’s vader Gerard erg ziek was en niet weer beter zou worden waren de andere jongens uitbesteed bij familie. Alleen Wim was thuis gebleven en zat vaak bij het bed van z’n vader. Op een gegeven moment stuurden ze hem er op uit. Hij moest ook maar eens even weer naar het bos met z’n vrienden. Zo gebeurde het. Op een gegeven moment, zo vertelde hij zelf, voelde hij dat hij weer naar huis moest en heeft de hele weg rennend afgelegd. Hij kwam de kamer in, z’n vader zuchtte een keer en was overleden. Net of hij op hem gewacht had.
In Hattem was het de gewoonte dat de mannen van de naaste familie achter de begrafeniskoets liepen. Zo liep 16 jarige Wim daar met z’n ome Jan. Het ergste was eigenlijk nog dat de begrafenisondernemer hem toevoegde:”Nu moet jij maar goed voor je moeder zorgen”.

Geschreven door Hetty om 02:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Hattem

De Hattemer koeien op Homoet

Het was feest in Hattem, wanneer in het voorjaar de koeien van de Hattemer boeren naar de Hoenwaard werden gebracht naar de gemeenteweide, in de volksmond Homoet genoemd. Van te voren werd het jongvee dat voor het eerst meeging gebrandmerkt. Daar moesten de kinderen natuurlijk ook bij zijn. De scholen hadden die dag gewoon vrij en de kinderen gingen achter de koeien aan naar de gemeenteweide op de uiterwaarden van de IJssel.
Later gingen de boeren die in het stadje woonden ook naar de Homoet. Hun nieuwe boerderijen werden ook op een verhoging gebouwd voor het geval dat het water toch erg hoog zou worden ’s winters.
Daarvoor woonden de meeste boeren in de smalle steegjes van Hattem. Die waren zo smal dat een hooiwagen er net doorheen kon. De familie van der Kolk woonde in het begin in de Gasthuissteeg. Daar zijn alle vier jongens ook geboren. Wim vertelde dat hun buurman van ’t Land ook zo‘n stadsboer was. Wanneer ze bij hen achter in kwam en op de deel, stond er naast de deur een bezem. Wanneer je er binnenkwam vloog de haan je vanaf de hanenbalken steeds aan. Die bezem moest je dan even omhoog steken zodat de haan daardoor mis vloog en je niet bezeren kon. Ik moet er toch niet aan denken.
Ook bakker de Graaf was een buurman. Er zijn heel wat sokken en broeken gedroogd in de bakkerij als de jongens van der Kolk met hun natte plunje niet thuis durfden komen. Ome Jan van der Kolk en tante Marie woonden met hun vijf jongens ook in de binnenstad boven hun schoenenzaak. Gezamenlijk werd er door de jongens ook heel wat afgestruind buiten Hattem. Als er eens een feestje is wordt het meteen een reünie met sterke verhalen. “Weet ie-j nog wel dat Piet aover de sloot sprong en zei: Vooruit dat kun ie-j ok en dat Gerrit net met de hakken in de sloot zat en Wilhelm natuurlijk met beide peute d'r midden in?”

Geschreven door Hetty om 19:53 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Met vier jongens op een bovenhuis.

Moeder Siet, nu 96 jaar oud.

Vader Gerard was de goedheid zelve, behalve wanneer ze aan z’n zondagse wandelingetje of fietstochtje kwamen. Nu wilde het geval dat moeder van de Kolk ook een mooie stem had en met een groepje onder leiding van meneer Dijkema na de kerkdienst ging zingen bij het orgel. Gerard vond dat alleen goed als dat niet langer dan een half uur duurde. Meestal liep dat wat uit de hand en verscheen er een nijdige Gerard bij het orgel:”Ik kom Siet halen, een half uur is een half uur!” Er werd gezegd dat hij dan zo kwaad was dat hij zijn gebit bijna van nijd uitspugde. En Siet ging mee.
Ze woonden eerst in de Gasthuissteeg achter de kerk in de Achterstraat waar vader Gerard koster van was. Maar met vier jongens -en geen kindernevendienst zoals nu- bleef er altijd een thuis om op te passen en op te ruimen. Vanuit de kerk had je ook nog eens precies zicht op het bovenhuis met balkon van de familie. Zo zag moeder Siet ,en zij niet alleen , een paar van de jongens ondeugd uit halen. En zag het gebeuren dat Wim en Piet eens om de beurt Ben aan z’n handen over het balkon lieten zakken om te kijken wie dat het langste vol kon houden. Ze zat zich al te verbijten en ziet gelukkig Gerard met omgeknoopte theedoek het balkon op komen. Die grijpt de theedoek en slaat de beide ondeugden links en rechts er mee om de oren. "Was ie dan niet bange Ben", vroegen we Ben later toen het spektakel eens ter sprake kwam. "Welnee", zei Ben. "Piet zei gewoon: D'r gebeurt niks met oe, want ik heb oe goed vaste"!
Een favoriet spelletje was ook om over de rand van het balkon te balanceren met een bezem als stok. Ze hadden een paar dagen tevoren een man bewonderd die op deze manier al balancerend over een gespannen draad tegen de kerktoren was opgelopen. Ach... ze hebben het allemaal overleefd. Hun buurman, de dominee, had ook zo'n stel muiters. Die liepen zo over het dak van hun huis. Wanneer die eens gewaarschuwd werd over de capriolen van zijn kroost gaf die alleen als antwoord:"Ja, ja ... het zijn me van zulke dakhazen".
Geschreven door Hetty om 22:32 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

De vernieuwde oude IJsselbrug

In 1940 was het middenstuk van de IJsselbrug bij Zwolle vernield door de Nederlanders zelf om zo de Duitsers tegen te werken. In 1943 was die weer hersteld. Zolang werd er een veerdienst onderhouden.
In 1945 vóór de Bevrijding werd die opnieuw opgeblazen door de Duitsers. De vernieuwde "oude" IJsselbrug was in 1947 weer hersteld.
Nu is er immers alweer een nieuwe, grotere om het verkeer op de autoweg sneller te kunnen verwerken.

Geschreven door Hetty om 22:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Hattem 1940- 45

Moeder van der Kolk geboren en getogen in Wapenveld had een tante, tante Geert. Dat moet een lelijk iemand geweest zijn. Ben was altijd bang voor haar. Ze had steeds zo’n zwarte stola om en een zwarte muts. Ben griezelde er van. Hij vond haar er uit zien als een heks en schreeuwde moord en brand wanneer hij als klein jochie met moeder mee moest naar tante Geert. Moeder was natuurlijk flauw van dat gejammer en had er het volgende op gevonden. Ze zette de fiets met Ben in het zitje tegen het huis van tante Geert, vlakbij het raam. “Als je mooi blijft zitten hoef je niet mee naar tante Geert”, was de afspraak. En Ben koos voor het zitje, maar niet langer dan een kwartier.

De oorlog ging zeker niet onopgemerkt aan Hattem voorbij. In de meidagen aan het begin van de oorlog moesten alle Hattemer gezinnen geëvacueerd worden. Ze woonden immers zo dicht bij de brug over de IJssel en lopend gingen de meeste richting Wezep. Ook Wims moeder met Wim die pas een paar maanden oud was ging op pad met de kinderwagen die onderin volgestouwd was met de noodzakelijke dingen. In Wezep verbleef ze bij een gastgezin tot na de overgave en toen kon ze pas weer terug.
Wims vader bleef achter om hand- en spandiensten te verrichten en om de vliegtuigen in de gaten te houden het zgn. Luchtalarm. Daarvoor moest hij het dak op, een koude klus. Hij had, net als zijn broers aanleg voor jicht en dit heeft hem geen goed gedaan.

Vader van der Kolk hielp ook mee op het distributie kantoor. Hij kon op deze manier gemakkelijker aan extra bonkaarten komen voor onderduikers. Die bracht hij dan op de fiets met Wim voorop weg. Het toen nog schriele kereltje was helemaal ingepakt met bonkaarten. Ook de kan met verf - hij was immers schilder- had een dubbele bodem en werd gebruikt voor dit soort werk.

De IIsselbrug ging er toch aan tegen het eind van de oorlog. De Duitsers lieten die springen.
Ik heb me laten vertellen dat Bé de jongste broer van moeder bij hen was en bij de open deur om de hoek naar buiten keek. Op dat moment was moeder van der Kolk de gang bij de trap aan het dweilen en een ogenblik later zaten links en rechts van haar de granaatsplinters in het hout. Wim was toen ongeveer een jaar of vier en zag het vanaf de trap gebeuren en heeft er lang last van gehad. Om hun gram te halen aan het eind van de oorlog hebben de Duitsers een bus vol gevangenen, mensen uit het verzet, in een bus gezet en overal langs de weg werden er een paar neergeschoten. Er is nog steeds een gedenkplek aan de Gelderse Dijk tussen Hattem en de IJsselbrug.

Geschreven door Hetty om 22:37 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Een Achterhoekse in Drente

↑ Terug naar de berichten