Naar de inhoud

Een Achterhoekse in Drente

of... wie lang leeft kan veel verhalen
akke.beakke.be
Memories

Archief

De Wildenborch

Op de website van de Wildenborch -- www.wildenborch.nl --is o.a te lezen dat de eerste bewoner de Roofridder Sweder Rodebaert van Wisch was in 1372. De latere familie Staring werd pas in 1780 eigenaar, de vader van de beroemde dichter Staring.
Ook wordt er genoemd dat grote stukken van het landgoed gekapt, ontgonnen en verkocht zijn aan de pachters in 1907, zoals Herman beschrijft.
Op de 40 jarige bruiloft van oom Martin en tante Catrien Kornegoor, die ook in De Wildenborch wonen zaten we naast een alleraardigst bejaard echtpaar. Ik wist dat meestal de hele buurt bij zo'n gelegenheid uitgenodigd werd en ik vroeg de aardige mevrouw. "Woont u ook in de Wildenborch?" "Wij wonen òp de Wildenborch", antwoordde ze. Even later maakte ze met haar man een dansje op de dansvloer. Zijzelf is een dochter van de laatste baron Staring. Dit kasteel is één van de weinigen die nog particulier bezit zijn

Geschreven door Hetty om 13:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 19

De Groninger Blaarkop.

Het gebied in Holland waar ik geboren ben ligt dicht bij de Duitse grens . Daar zijn ook 8 kastelen. Tot 1907 woonden onze buren op kleine boerderijen van de kasteeleigenaren, de baronnen. Ze moesten werk voor die baron verrichten tegen weinig loon. In 1907 werd er veel van dat land verkocht aan die kleine boeren. Ook bos en laaggelegen weilanden werden verkocht, behalve het land vlak om het kasteel. Het hout van deze percelen was voor de verkoop al verkocht aan een houtverwerkingsbedrijf.
Mijn ouders woonden net buiten dit gebied en mijn vader had deze bomen gekapt. Hierna werd het land zelf ook verkocht tegen een zacht prijsje, maar de mensen die hier altijd gewoond hadden konden dit extra stuk niet betalen. Mijn vader en een ongetrouwde oom wel en een laaggelegen weiland er bij ook.
Mijn vader begon alle stronken er uit te spitten en te takelen. Daarna vulde hij de gaten met zand. Mijn oom deed toen het meeste werk op de kleine boerderij. Er werd mest op de nieuwe stuk grond gebracht, want kunstmest kenden ze nog niet. Toen de pachtbaas dat in de gaten kreeg vond hij dat niks en verzocht mijn ouders te vertrekken per maart 1908. Hij stuurde dat echter te laat en ze konden nog een jaar blijven. Samen met mijn oom maakten ze dit land klaar voor productie, bouwden een huis en met die laaggelegen wei hadden ze genoeg weiland voor het paard en de koeien.
In deze tijd zijn veel landgoederen verkocht omdat de belastingen niet meer op te brengen zijn.

In Heidelberg maken ze het Wijnfest mee, veel lawaai en de film die ze wilden gaan zien was alleen in het Duits. De boot, waarmee ze de Rijn zouden gaan afzakken kan niet varen vanwege de mist en ze pakken de trein. Eenmaal bij onze bus gaan ze direct door naar Amsterdam, de hoofdstad van Holland net als het Washington DC van de USA. De Kalverstraat, Artis, de Bijenkorf… hier kijken ze hun ogen uit.
Herman vertelt verder over hun bezoek aan een melkveehouderij met Holsteiners, tevens kaasmakerij, in de polder. Een boerderij op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Helemaal goed, bovendien zien ze een bedrijf dat ook suikerbieten verbouwde, die naar een suikerfabriek vervoerd worden. Deze boer heeft rode koeien met een witte kop: de Groninger Blaarkop, deels gebruikt voor de melk en deels voor het vlees. De boer had z’n stier al voorgeleid, maar deze was ook al niet erg gesteld op vreemd volk. Hij keek heel gemeen. Herman stelde de man voor hem gauw weg te brengen voor hun veiligheid.
Geschreven door Hetty om 08:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 18 Jersey en Guernsey

De Jersey koeien.
Deze twee werden als hobby gehouden in de buurt van Harwich bij onze eerste camping wanneer we weer eens de oversteek maakten met de caravan.

De volgende plek die we bezochten was het Britse belastingvrije eiland Jersey, slechts 20 x 25 km groot. Het heeft een prettig klimaat, maar de enige buitenlanders die er mogen blijven zijn de dokters en leraren die door de eilandbewoners gevraagd worden. We bezochten een zuivelfabriek. Kleine trucks op batterijen zorgen voor vervoer van de zuivelproducten. Wanneer ze weer terug komen bij de fabriek worden de batterijen verwisseld. Dit bleek economischer dan dieselmotoren. We bekeken ook een paar kleine melkveebedrijven. De koeien en kalveren staan aan sticks met een touw en worden drie keer per dag opgehaald, twee keer om te melken en om 12 uur om water te geven. Een beetje gezin heb je hiervoor wel nodig. Het is handiger om op dit eiland zelf de zuivel te produceren dan alles per boot aan te moeten voeren.

Tijdens de tweede WO had Hitler een hele verdedigingswal gebouwd aan de wetzijde van het eiland. Hij had verwacht dat de invasie hier zou beginnen zo vlak voor de Franse kust.
Ook zagen we boeren die zeewier van de kust ophaalden, op rekken droogden, maar ik kon niet uitvinden of ze dit voor voedsel of strooisel gingen gebruiken. Ik maakte heel wat foto’s van deze mooie Jerseykoeien, zelfs van een 19 jaar oude Jersey koe die nog steeds melk gaf.
De volgende dag gingen we per boot naar het eiland Guernsey, waar we met een bus naar een Guernsey farm gingen. Onderweg konden we een auto niet passeren op een erg smalle weg. Vier van ons stapten uit en tilden de auto verder aan de kant en we konden door. De Farm werd erg goed onderhouden Ook hier koeien aan sticks, zelfs een stier die niet erg vriendelijk naar ons vreemdelingen keek. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren wanneer ie los kwam. De eigenaar was benieuwd wat wij van zijn koeien vonden vergeleken met de Guernsey koeien die we in de USA hadden. We wilden ze niet onderwaarderen, maar vertelden dat ze net zo waren als de Guernseys 10 jaar geleden bij ons omdat ze nu bij ons veel meer graan gevoerd wordt. Wanneer een boer hier op Guernsey stopte met farming gingen ze op die plek meestal groenten in de volle grond verbouwen voor Engeland omdat het klimaat hiervoor erg geschikt is.

Via Londen, weer met die wilde buschauffeur naar Heathrow, vlogen we nu naar Zwitserland waar we met een tegenovergestelde juist rustige chauffeur naar ons hotel werden gebracht.

Herman vertelt over het mooie landschap, de bergen, het rustiger verkeer vergeleken met Londen, de kuddes schapen op de weg waarvoor ze moesten wachten. Het valt hem op dat de meeste boerderijen van onbehandeld hout zijn gebouwd en laat zich vertellen dat wanneer het geverfd zou zijn dat er dan vocht zich zou ophopen en rotting veroorzaken. Hij ziet hoe er wordt gehooid en ziet alleen gras en klaver maar geen alfalfa, later alleen wat Luzerne klaver.
Ze bewonderen de koeien met de bellen en zien zelfs oudere soldaten op oefening. Alle mannen moeten om het jaar op oefening tot hun 65e, hoewel ze nog nooit in oorlog zijn geweest. In het Simmenthal stopten ze ook bij een boerderij. Deze Simmenthaler koeien zouden meer melk geven dan de bruine Zwitserse koeien, die ze hierna gaan zien.
De dames worden op die boerderij binnen ontvangen terwijl de mannen de kudde gaan bekijken. Omdat Netty Nederlands kan heeft ze heel wat vragen kunnen stellen en begreep ze de meeste antwoorden die in een soort Duits gegeven werden. Hij leek trots op haar te zijn.
Het was alleen zo jammer dat chauffeur niet wilde stoppen wanneer ze onderweg een foto wilden maken, maar ja dat mocht lang niet overal. Wanneer ze ’s avonds laat in hun hotel aankwamen waren de winkels al gesloten. “Dat spaart de mannen hun geld”, vond de gids. Op een keer zagen ze twee roodbonte koeien die een wagen voederbieten trokken met het boerenechtpaar er bovenop.
En al die kastelen die tegen de bergen aan waren gebouwd!



281564-28e3ac31ed1956dbb3a253e6678a34b7.jpg

281564-d2c68d44ed11d6ac7a063af311f7b073.jpg
In de USA zijn ook de Guernsey's favoriet
Geschreven door Hetty om 12:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 17 Dairytrip naar Europa

Ayrshire vee in Schotland.

In 1971 zou er een reisje georganiseerd worden langs melkveebedrijven in Europa en ons Holstein Board moedigde ons aan om mee te gaan. Hoewel Netty er eerst niet zo veel voor voelde- misschien dacht ze nog aan die koude natte winter van 1965- haalden we haar toch over. Met een leuke groep dairy people vertrokken we en bij onze eerste stop in Preswick, Schotland, ontmoetten we onze gids Mr David Preese, een Engelsman. Schotland is prachtig en heeft een goed klimaat voor vee, mooie groene weiden, zelfs nu eind september. We bezochten hier een melkveebedrijf met Ayrshire koeien, hier de belangrijkste soort. Verder veel Shorthorn koeien, net zo dik als onze beefkoeien in Iowa en verder schapen… veel schapen
We zagen een geweldige demonstratie van een Schotse collie die het jongvee bij elkaar dreef. Ik merkte de afrasteringen op die uit muurtjes van stenen bestonden. Er werd nu eind september nog steeds gecombined en om de twee mijl kwam je een golfcourse tegen.
Bij het volgende melkveebedrijf haalden ze per 1 oktober hun 70 Ayrshire koeien binnen voor de winter vanwege het lage proteïnegehalte van het gras en voeren ze ’s winters hooi en kuilvoer. De schapenfarmers kunnen dan hun schapen op de weilanden laten grazen. Dan waren ze in het voorjaar meteen van het oude gras af. Even later kregen we nog een demonstratie schapendrijven te zien door een herder met z’n beide honden, bordercollies dit keer.
Per vliegtuig ging het hierna naar Londen waar we naar een zuivelfabriek gingen voor een rondleiding. Hier werd melk gesteriliseerd en in pakken gedaan, die houdbaar zijn zonder koelkast.
Hierna gingen we per bus naar een melkveebedrijf waar verschillende soorten koeien gehouden werden en onderling gekruist om de beste soort te krijgen. Dit bedrijf was van een zoon van een rijk parlementslid die aan het Iowa College had gestudeerd. Er werd tarwe gecombined, dat na die tijd gedroogd moest worden, net als de balen stro die er af kwamen, voor het opgeslagen werd. De gebouwen zagen er niet zo verzorgd uit als in Schotland en ze werkten met veel ingehuurd personeel. Daarom leek het me niet erg winstgevend. We waren niet erg onder de indruk van dit experiment.

Dat verkeer links is ook erg apart net als die dubbeldekkers. We hadden de hele tijd een zéér snelle wilde buschauffeur, zelfs in dat drukke verkeer. Die avond bezochten we een mooie show en de volgende dag gingen we nogmaals Londen in om de straat optredens, de schilderijen en al die mooie gebouwen te zien waaronder de beroemde Big Ben en de West Minster Abbey, de prachtige kerk die ook door Winston Churchill werd bezocht.


googlen op www.teye.nl brengt je op een prachtige reissite van Lies en Teye. Wanneer je nog geen vaste plannen hebt kun je je hier laten inspireren of gewoon in je stoel genieten van prachtige reisfoto's.

 



279506-72eff48c1e26679804c9b820a6a05cda.jpg

279506-ef565c41fad92c6acaed3c4d069f2111.jpg
Geschreven door Hetty om 12:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 16 Dan bu-j minstens in Rusland

Hank en Irene tijdens hun bezoek aan de Boomgaard.

Na ons bezoek in 1965 aan Holland kwam er meer familie onze kant op. Ook Hein Eggink en Coba kwamen ons bezoeken , samen met Coba’s zuster Hermien en haar man Sjoerd Aartsen die het Engels machtig was. Sjoerd was in Holland een top kleermaker die ook regelmatig naar Engeland ging o.a op zoek naar mooie stoffen. Nadat ze een poosje bij ons geweest waren namen we ze mee naar Berdena en Curtis Ackerman. Daarna gingen we ook naar Volga. Onderweg kwamen we langs een centrum met rijpaarden en Hein en Coba wilden stoppen om een paar foto’s te maken, maar we werden in Volga verwacht en zouden op de terugweg een stop maken. Toen we in Volga aankwamen merkte Coba op:”As wiele bi-j ons zo wied mot riejen dan bu'w minstens in Rusland.”
Op de terugweg stopten we bij de rijpaarden ranch. De eigenaar was leraar. Hij liet ons een paar snelle rijpaarden zien, één paard werd in de herfst gebruikt om buffels bijeen te brengen die verkocht waren. Er was maar één paard in de buurt van Rapid City, Zuid Dakota, dat sneller was dan de buffels. Deze leraar liet ons ook zien hoe je een jong veulen kon leren aan de teugel te lopen door die lijn die hij in z’n hand hield, terwijl hij ook het halter touw vast had, langs het achterste van het veulen te houden. Wanneer het veulen dan niet wilde volgen zou het touw strak trekken en het veulen zou achterover vallen. Wanneer dat een paar keer gebeurd was zou het dan gemakkelijk volgen.

Moet ik eens met Sara proberen… Zou het ook bij Shetlanders werken?
Herman was de jaartallen even kwijt, want hij dacht dat ze in 1969 bij hen waren, maar het was echt 1975 vlak nadat ze 25 jaar getrouwd waren op 10 februari 1975 en net voordat Henk en Anneke zouden trouwen in juni. Oom Sjoerd heeft zich ook verdienstelijk gemaakt door voor Netty een paar mooie rokjes te maken. Het viel ze op dat Herman veel naar de tv keek en dat Netty erg druk was om hen alles naar de zin te maken. Ieder morgen bakte ze bv. brood. Mama was helemaal weg van haar, zo hartelijk als ze was. De heenreis was niet zonder slag of stoot verlopen. Op Schiphol kregen ze voor het opstijgen al een lekke band en moest het opstijgen afgebroken worden. Daardoor misten ze in Chicago de aansluiting op ik meen Sioux Falls, zodat ze een nacht op het vliegveld van Chicago moesten wachten. Ze waren na die tijd zo vol van alles wat ze meegemaakt hadden dat ze er nog lang over vertelden.


In 1971 woonden Hank en Irene in El Paso, Texas, dichtbij de Mexicaanse grens. We zochten hen daar op. Hank liet me een enorm melkveebedrijf zien die de Price Dairy werd genoemd. Ze molken daar 1150 koeien met goedkope mankracht. Eén gekleurde man was de hele dag bezig om balen hooi te voeren en sleepte die met een muildier voor de koeien langs en wanneer de lading op was haalde hij nieuwe. Dit muildier was zo getraind dat hij telkens een stukje verder liep, uit zichzelf stopte en ook weer verder ging. Er werd overal vandaan met grote trucks ook nog kuilvoer gebracht. Veel melkveebedrijven verhuisden in die tijd naar Texas omdat daar wegens een tekort aan melk de melkprijzen zo goed waren en de arbeidskrachten goedkoop. Later zou er een overschot aan melk komen en werd de melk weer naar noordelijker staten vervoerd, zelfs naar Iowa.
We brachten zelfs een bezoekje aan Mexico. Op de terugweg vanuit Mexico werden de auto’s zo grondig geïnspecteerd dat we daar maar een auto huurden. Het vlees was er goedkoper dan in Texas. Er waren veel bedelende kinderen en in de winkels moest je afdingen. We waren nu in Mexico en kochten wat souvenirs.
Geschreven door Hetty om 10:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 15 Familiefoto in 1965 bij hun bezoek aan Holland

De familiefoto die steeds boven Hermans bureau heeft gehangen.
Wanneer je goed kijkt zie je dat de eigen kinderen links staan en de aangetrouwde- de kolde kante- rechts. Alleen tante Heintje ontbreekt. Mama neemt de plaats van Hendrik Jan in. Op de voorgrond opa tussen Herman en Netty in.
Van links naar rechts: Dika, Mies, Bram, Hanna, Coba, Jo en Jan, Jantje, Hendrik Jan Gr. Nuelend, Koos Middelkoop, Hendrik Kettelarij, Gijs van Veld huizen, Hein Eggink en Gerrit Voortman

Geschreven door Hetty om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman14 Samen naar Holland

Een foto gemaakt voor vertrek vanaf het ouderlijk huis in Barchem  naar Schiphol.
Mocht je je afvragen wat opa daar om z'n nek draagt? Dat is een verrekijker!

Eind november was de oogst klaar en wat later bracht Harold Nettie en mij naar het vliegveld. Op Schiphol werden we weer afgehaald door mijn familie. Zij zouden ons naar mijn broer Jan en zijn vrouw Jantje brengen die samen met mijn vader op hun boerderij woonden. Nettie kreeg nu de kans om mijn hele familie te ontmoeten die ze nog nooit gezien had. In de tijd dat we er waren is er een groot familie portret gemaakt met bijna de hele familie. Die foto hangt nog steeds boven mijn bureau.
Mijn moeder was al jaren daarvoor overleden. Jan stelde voor op de fiets langs de familie die dichtbij woonde te gaan, maar daar waagden we Nettie niet aan die nog nooit gefietst had. We gingen lopen en verder met de auto.
Onze zwager Hendrik Jan Groot Nuelend was veekoopman voor de Coöp in Vorden. Hij ging iedere week naar Friesland om Holsteiners te kopen voor de boeren in de Achterhoek. Hij kende veel Friese boeren en daarom hadden ze hem gevraagd voor Friesland.
We hadden in 1954 een stagiair gehad uit Holland, uit de buurt van Leeuwarden, genaamd Talsma, net een maand nadat Harold terug was uit Korea. Die wilden we graag opzoeken. We spraken met hem af op de markt in Leeuwarden. Op die dag nam Hendrik Jan Groot Nuelend ons mee naar die veemarkt. Daar wachtte Talsma ons op. We zaten daar een tijdje in een café waar de koop bezegeld werd. Ook de vader van Talsma was er, een soort bemiddelaar die moest bemiddelen wanneer er problemen bij de verkoop tussen koper en verkoper ontstaan waren. We merkten op dat de lucht van alcohol in zo’n café verschrikkelijk voor ons was omdat we dat niet gewend waren.
In Friesland was het Holstein vee geregistreerd in het Friese Stamboek, en werd nu ook zuidelijker aangekocht. Oorspronkelijk werd er zuidelijker meer het roodbonte vee gefokt omdat die meer vlees zouden hebben. De Holsteiners hebben een hogere melkproductie. Daarom werden die nu ook daar meer gehouden.
Bij Talsma thuis werden we erg gastvrij ontvangen. Ze hadden een baby die in een onverwarmde kamer boven sliep en voor de voeding en verwisselen van de luiers naar beneden gehaald werd. Toe Nettie vroeg waarom de baby in een onverwarmd kamertje lag, antwoordde de moeder dat je daar sterke baby’s van krijgt en dat ze ook wel in de kinderwagen buiten staat, zelfs als het iets sneeuwt.
We reisden ook wel per trein, bezochten Nettie’s familie in Ede. Ik was er in 1929 en 1946 ook geweest, maar ze waren erg blij dat Nettie als eerste van de Amerikaanse tak van hun familie hen opzocht.

Ze maakten op 3 maart ook ons huwelijk mee. We trouwden in het mooie oude stadje Hattem. Samen met opa en Jan en Jantje maakten ze de hele dag mee. Ook overdag waren zo’n beetje alle ooms en tantes aanwezig.

Toen Luella en Harold 10 jaar geleden in Nederland bij Ben en Diny waren, vertelde Luella dat Netty het zo koud had gevonden in de winter in Nederland en dat ze er nooit meer in de winter naar toe zou gaan

Geschreven door Hetty om 14:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 13 Meetings voor de Creamery, Church en de Holstein Association

Herman bezocht meerdere meetings voor hun Creamery omdat de directeur vliegangst had. Eens vloog hij naar Des Moines waar ze hem aan het eind van de middag weer zouden oppikken om op tijd voor het melken thuis te zijn. Hij had beloofd te zullen melken, want Harold was een 15 mijl verderop aan het mais planten. Vanwege een storm kon er echter niet gevlogen worden. Dit werd hem thuis niet in dank afgenomen! Netty had op en neer moeten rijden om Harold te waarschuwen en hij had het mais planten niet af gekregen.
Ze beleefden ook eens een spannend moment toen op weg naar een meeting één van de motoren van het vliegtuig uitviel. Daarop maakten ze na overleg op het vliegveld van Des Moines een extra lange landingsbaan vrij. Na dat gesprek met het vliegveld werd het helemaal stil in het vliegtuig. Dons vrouw vertelde later: "Wanneer één van de kinderen met melk knoeit dan maakte hij er een toestand van-- he almost blows the roof--, maar als het gevaarlijk wordt dan valt hij stil."... Het was verdacht stil geweest.

Een andere meeting werd gehouden in Miami Beach in Florida. Netty had hier ook wel zin in en mocht mee op kosten van de zaak. Eenmaal aangekomen was haar koffer zoek en omdat ze alleen de kleren bij zich had die ze aan had zou er wat nieuws gekocht moeten worden. Dat leek Herman niks. Die was heel erg blij toen ’s avond die koffer nagebracht werd. Die zondag maakten ze een kerkdienst mee aan de kust, gewoon in de buitenlucht. Ze liepen met blote voeten over het strand van de Atlantische Oceaan en Herman maakte zelfs een foto van Netty met de voeten in de golven. Dit was voor beiden een mooi uitje.
Een aantal jaren werd ik gekozen als president van de Iowa State Holstein Association en in die positie moest ik ook vele meetings bezoeken, ook van andere soorten koeien. Drie keer ging ik naar de Nationale Annual Holstein Meeting, de eerste keer in Washington DC. Netty ging hier niet mee naar toe.
Om de aandacht te trekken hadden ze een Holstein koe binnen een afrastering op het gras voor het hotel gezet. Er was één man bij die er voor zorgde en vragen van het publiek beantwoordde. Toen ik er dichtbij stond kwamen er een paar dames langs die vroegen of deze koe ook melk gaf. Het antwoord was:”Yes”. Toen vroegen ze of ze ook melk van deze koe konden kopen. De man vertelde dat de melk eerst naar de Creamery moest voordat het verkocht kon worden. Toen vroegen ze: “Is this cow happy?” De verzorger antwoordde:”I don’t know”. Toen zei de ene dame tegen de ander: ”The cow is switching its tail, so it must be happy for when a dog switches his tail it shows the dog is happy”.
Als ze het mij hadden gevraagd, zou ik gezegd hebben dat die koe alleen de vliegen wegslaat. Hier zag ik pas echt hoe weinig stadsmensen weten over koeien.

1960 De trip naar Californië.

Als ouderling van de Melvin Reformed Church was ik gevraagd om naar de speciale synode van de East Sioux Classis te gaan in Santa Anna in Californië. Samen met Fred van den Oever van de West Sioux Classis en zijn vrouw gingen Netty en ik er heen. De beide vrouwen zouden hun familie bezoeken terwijl wij de meeting van de synode bezochten. We bezochten eerst familie van Fred in het noorden van Californië. Terwijl hij ons aan zijn nicht voorstelde als mr en mrs Herman Eggink, maakte die opmerkingen als “Jij kunt iedereen wel wat wijsmaken”. Het bleek dat dit ook een Egginks familie was. Die avond kwam de hele familie opdraven, want de Egginks familie uit Iowa was er. “Je ziet er net uit als één van ons”, zei haar zuster. Jammer het was toch niet zo, maar we hebben het erg leuk gehad.
Hierna brachten we onze vrouwen naar hun familie en gingen samen naar de synode meeting. Het was niet iets bijzonders dit keer.
Ik hoorde verschillende mensen over Knott’s Berry Farm praten en toen ik weer bij Netty en haar familie was vroeg ik er naar. “Daar wilden we jullie net mee naar toe nemen”, zeiden ze. We gingen uit eten en zo kregen we een mooie avond. We zagen witte paarden een postkoets trekken die overvallen werd door boeven die weer door de politie gepakt werden.
Op de terugweg namen we de zuidelijke route en stopten bij de grote Hoover Dam en later in Las Vegas, Nevada, een grote gokstad. Er was een speciale feestdag en langs die straat waren allemaal gokplekken en er waren heel wat kleine gevangeniscellen opgesteld langs de straat. Toen we door die straat liepen ontdekten we onze dominee in zo’n jail, die verkeerd geparkeerd had gestaan. Gelukkig had ik de auto ergens anders geparkeerd. Ik heb ook maar een munt in zo’n gokapparaat gegooid zodat ik nu kan zeggen dat ik gegokt heb.

De trip naar Seattle

Een jaar later gaan we samen naar Seattle, Washington voor de National Annual Holstein Convention. Naar Washington DC was Netty niet mee geweest, maar nu kon ze mee om haar oom op te zoeken. Mijn oude vriend Bosma had wel zin om mee te gaan om ook familie te bezoeken in die buurt. We bezochten veel vrienden en op Labour Day namen we ze mee naar de beroemde World Tower die net het jaar er voor gebouwd was voor de World Fair. De grote toren was zo hoog dat je over de hele stad Seattle kon kijken en het bewoog zo langzaam in het rond dat je precies in een uur rond was.
Zondags in de kerk wees onze vriend een zoon van Bert Kaemingk aan, met wiens broer Arnold ik in Holland zo goed bevriend was.
Op de terug weg pikten we onze vrienden Mr en mrs Lou Bosma weer op en bezochten samen hun vrienden in Montana. We bleven een weekend en hebben nog sneeuwballen gegooid in het Yellowstone Park. Dit was een bijzonder en mooie trip!

Deze Bosma’s maakten ons ook enthousiast om Nederland weer te gaan bezoeken, maar Netty had nog nooit gevlogen en was daar wat anstig voor. Ik zei dat eens tegen Don Gregg en die stelde voor om met ons vieren naar een zuivelmeeting te gaan in Minneapolis. Zo kon Netty er vast wennen om te vliegen. Hope Gregg kwam Netty in de winkel tegen en haalde haar over. Het werd een prachtige vlucht met mooi weer en nu durfde Netty het aan om mee naar Nederland te gaan.


276810-ca4de401a7ed41d0c725b66752e7f1bb.jpg
Het huis bij de farm van Herman en Nettie in Sibley. Nu woont achterkleindochter Amanda er.

276810-26e6d7655512b6c90f59c9e6d88dd831.jpg

Oom Herman bracht eens een pakje naainaalden voor ons mee. Het was zo'n relatiegeschenkje van zijn zaadleverancier.Vanwege het vliegtuigje vond ik het hier wel bij passen.
Toch leuk! Ik gebruik ze nog steeds!

Geschreven door Hetty om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 12 Don Gregg

Een Creamery, ..nee niet in Iowa, maar de Union Mills Creamery in Oregon in de eerste helft van de vorige eeuw.

Een aantal boeren wisselden van de Creamery (zuivelfabriek) van Sibley naar die van Sanborn, omdat Sanborn werkte met vaste melkboeren, die de melk ophaalden. Daarom werden er in Sanborn nieuwe melkboeren aangenomen.
Eén van hen was Don Gregg, een jonge man die in Sioux City in een fabriek had gewerkt die vaccins tegen cholera, een dodelijke ziekte bij varkens, produceerde.
Maar Donald was net getrouwd en wilde weg uit die bloedbusiness en nam een melktruck over van iemand die er mee wilde stoppen. Later werd hij onze melkboer, omdat de onze een farm begon. De melkboeren moesten de gevulde kannen optillen en in een van de andere melkbussen op de truck schenken. Maar Don Gregg was een kleine magere man en het was moeilijk voor hem om die zware kannen boven op de andere melkbus te tillen. Op een dag toen hij het meeste al opgehaald had stopte hij om onze melk op te halen. Hij was te ziek om die zware kannen op te tillen en vroeg of ik hem wilde helpen. Hij moest nog naar een paar andere boeren en vroeg me om met hem mee te willen gaan. Bij de Creamery zou hij zijn vrouw bellen om hem op te halen.
Ik ging met hem mee en ontdekte dat hij bij één farm die melkkannen zelfs helemaal van de andere kant van de farm moest halen en er het hele erf mee over moest sjouwen. Ik zag dat je voor een melkboer een sterke flinke man nodig had.
In 1955 of 1956 ontdekte ik dat Don Gregg in z’n vrije tijd een markt voor cottage cheese ontwikkeld had tot in Cherokee toe. De zuivelfabriek kocht een nieuwe truck voor hem om de cottage cheese te kunnen afleveren. Ik was best trots op mijn kleine melkboer met zo’n grote ambitie.

De Sanborn Creamery had een vooruitstrevende manager, Mr Alvin Baldwin. Hij kreeg het voor elkaar om veel boeren uit de buurt van Sibley over te halen hun melk aan hen te leveren. Op een jaarlijkse meeting van de Coöperatieve Creamery’s ontdekte ik als secretaris dat onze directeur zich zowel door de Association in Mason City als door onze eigen Creamery liet betalen voor de onkosten. Omdat onze manager vond dat ik het voor me moest houden vertelde ik niets aan de andere bestuursleden. In 1957 zou onze bestuursmeeting in de winter gehouden worden.
Er werd verteld dat onze directeur op een visvakantie in Canada was met andere andere directeuren van de State Brand Creamery’s. We hadden echter een groot probleem met onze melkboeren. Ze staakten voor hoger loon. Eén van hen was op de meeting en vroeg om een redelijke verhoging. We realiseerden ons dat ze er recht op hadden en we boden ze ¾ van wat ze vroegen. Daar gingen ze mee akkoord en ze gingen weer aan het werk.

Op onze volgende meeting was mr. Wheeler, onze directeur, weer aanwezig en leek zeer boos over de salarisverhoging van de melkboeren. Voor de meeting begon schreef hij op een groot schoolbord het bedrag dat we hiermee verkwist hadden. Hij vond dat die salarisverhoging teruggedraaid moest worden anders zou hij aftreden. Daar schrokken een aantal van, maar niemand durfde wat te zeggen. Eindelijk diende ik een motie in dat we zijn aftreden zouden inwilligen en ik kreeg bijval en unaniem stemden we in met het aftreden van deze directeur. Hij ging kwaad weg..
Daarna praatten we als bestuur met de manager. Hij had veel problemen veroorzaakt, maar beloofde beterschap. Toen dat echter uitbleef stelde ik hem onder vier ogen voor zelf te vertrekken en dan zou ik het bestuur voorstellen om 3 maanden salaris door te betalen, maar dat weigerde hij. Hierna diende ik de motie in om hem te ontslaan met doorbetaling van 3 maanden. Er werd gestemd: 4 voor en twee tegen. Die twee tegen beschuldigden me van een groot probleem omdat we zo gauw geen andere gediplomeerd manager zouden kunnen vinden.
Omdat niemand een geschoold manager wist stelde ik voor om onze melkboer Don Gregg te benoemen. Hij had in zijn eentje een grote afzetmarkt van cottage cheese ontwikkeld, waaraan hij werkte nadat hij iedere dag de melk opgehaald had. De Creamery had immers zelfs een nieuwe truck voor hem gekocht om alle producten te kunnen afleveren. Niemand had een beter voorstel en zo werd Don Gregg voor drie maanden benoemd op proef. Voordat de drie maanden om waren was iedereen zo vol lof door alle verbeteringen dat hij net zo lang als manager mocht blijven als hij wilde.
Van 1957 tot 1963 ontwikkelde zich deze Creamery van een noodlijdende fabriek tot de grootste Creamery van Iowa. Het meeste hiervan hadden we aan Don Gregg te danken.
Deze reisde veel om de verkoop te bevorderen en vroeg daarom het bestuur om een nieuw één motorig vliegtuig te kopen om grotere afstanden te kunnen afleggen. Dat werd toegestaan. Een paar jaar later werd deze ingeruild voor een tweemotorig vliegtuig om veiliger te kunnen reizen. Omdat ik als secretaris ook vaak naar meetings moest van zowel de Creamery als ook de American Dairy Association en andere aan de melkveehouderij gerelateerde meetings maakte ik ook vaak gebruik van dit vliegtuig dat door één van onze medewerkers gevlogen werd. Zo kon ik steeds diezelfde dag weer thuis zijn.
Geschreven door Hetty om 10:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Een Achterhoekse in Drente

↑ Terug naar de berichten