Naar de inhoud

Een Achterhoekse in Drente

of... wie lang leeft kan veel verhalen
akke.beakke.be
Memories

Archief

Herman 11 We breiden uit...

Herman met z'n Holstein Champion.

Omdat ik erg geïnteresseerd was in de Coöperatieve samenwerking op het gebied van graan en zuivelproductie werd ik lid van de Allendorf Elevator. Ik wilde ook wel een functie in het bestuur van de Creamery. Dat lukte na een jaar en ik bleef dat doen, meest als secretaris.
Er werd iemand aangesteld als manager die gestudeerd had in zuivelproductie. Iedereen die eerste klas melk wilde leveren om gebotteld te worden moest de melk elektrisch koelen en nieuwe melkkannen aanschaffen. Onze melk werd getest en goed bevonden en ik ging nu elke morgen naar Sibley om onze gekoelde melk weg te brengen.1949-1950. Toen wat later de kartonnen melkpakken in zwang kwamen werd de melk weer gewoon bij de boeren opgehaald.
Onze jongens Harold en Charlie werden ouder en we breidden onze melkveestapel uit. Er werd een nieuwe stal bijgebouwd, maar toen dat door de ingehuurde timmerlui niet goed lukte vroeg ik in wanhoop advies aan Ed Borgman.

Ed Borgman, één van onze buren, was vroeger op school een ondeugende jongen en werd regelmatig gewaarschuwd door de onderwijzers om beter z’n best te doen, vooral met rekenen, maar Ed dacht wanneer ik tegen die tijd nog steeds niet goed rekenen kan… trouw ik gewoon met een schooljuffrouw. Maar hij trouwde een flink boeren meisje . Later zou hij zichzelf aanleren hoe hij z’n plannen moest tekenen. Toen ik hem eens hielp met mest uitrijden bracht zijn vrouw onze lunch buiten, waarschijnlijk om de mestlucht buiten de deur te houden. In die paar minuten lunchpauze pakte Ed een stuk karton en tekende me z’n plan voor het bouwen van een grote schuur om machines in te zetten. Later zou hij die grote schuur precies zo bouwen als hij getekend had. Hij bleek een groot talent hiervoor te hebben. In zijn werkplaats ging hij allerlei werk doen voor zichzelf en anderen.
Later zou hij een splinternieuw huis bouwen in Sibley en verhuurde hij z’n farm aan een jong stel tegen een gedeelte van de opbrengst.
Een tijdje daarna zou hij zijn farm aan een andere jongeman verhuren, maar die bleek alcoholist te zijn . Ed vertelde me dat hij er geen problemen mee had om mee te helpen z’n kruidenier te betalen, maar dat hij niet van plan was voor de whisky en dat hij die boerderij wilde verkopen.
Toen ik dat hoorde vertelde ik dat die farm wel iets voor Harold zou zijn en daar had Ed wel oren naar. Harold ook, maar omdat hij nog niet zoveel geld had om het hele bedrag te kunnen lenen kochten we de boerderij samen. Na zijn huwelijk zou hij er met Luella gaan wonen.

In december 1952 ging Harold in militaire dienst en moest ook naar Korea. Charlie ging ook in dienst, maar na een korte tijd training in Missouri viel hij bij de veldtraining een aantal keren flauw. Hij bracht nogal wat tijd door in ziekenhuizen, maar de doktoren konden geen oorzaak vinden. Hij verliet de militaire dienst zonder enig financiële ondersteuning, hoewel hij van te voren goedgekeurd was. Dit flauwvallen kwam een paar keer terug toen hij overbelast was bij bepaald werk, maar herstelde helemaal.
Eind 1954 kwam Harold uit dienst en huurde land voor zichzelf en hielp mij ook mee.
Na zijn huwelijk met Luella ging hij op die van Ed Borgman gekochte farm wonen en bouwde een groot melkveebedrijf op.
Er werd een grotere tractor gekocht en een mais plukker en sheller, waarmee Harold ook bij andere farmers kon werken. De John Deer tractor was helemaal populair. Voor de Massey Harris die Harold had willen inruilen had de dealer geen enkele belangstelling, maar wel voor de oudere John Deere van mij. Dus ruilde ik die van mij om voor de Massey Harris van Harold. Deze heb ik zonder mankementen gebruikt tot aan mijn pensionering in 1969.

Geschreven door Hetty om 21:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 10 Van Barchem naar Sibley

Tijdens het bezoek van oom Herman werd deze familiefoto gemaakt. Middenachter naast mama staat Herman.

Ik bezocht ook familie van mensen die ik kende, de moeder van Mynard Brouwer, de Bakers in Oost Groningen en de Stellingwerfs in Friesland. Ook zij vertelden over de verschrikkingen van de oorlog toen Hitler hier aan de macht was, de kerkklokken die gestolen werden, het bombarderen van treinen. Ik besefte de tragiek van dit alles en het tekort aan kleding.
Mijn jongste broer had niet willen onderduiken en werd gedwongen in een fabriek te gaan werken in Zuid Duitsland. Die fabriek werd 2 keer gebombardeerd en toen de oorlog afgelopen was had hij alleen de kleren die hij aanhad. Daarom gaf ik hem mijn 15 jaar oude trouwpak.
Ik reisde eens per trein toen iemand mij vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik anders gekleed was. Ik vertelde hem dat ik uit Iowa kwam. Hij kwam uit Winterswijk en ik dacht ineens aan de dominee Strakt van Sanborn, die familie in Winterswijk had. Een andere dominee uit onze buurt die ook eens op doorreis in Winterswijk kwam, had de familie niet kunnen vinden. Deze man zei dat zijn vrouw ook bij de familie Strakt hoorde. Ik gaf hem toen een briefje met het adres van deze dominee Strakt uit Sanborn , die me later toen ik terug was heel dankbaar bleek, want dankzij dit briefje had de Winterswijkse familie contact met hem op genomen.
Ik bezocht er nog meer maar had niet genoeg tijd voor iedereen.
Toen mijn vader me met Jan per taxi naar Schiphol brachten vond ik het zo jammer dat mijn moeder me niet met het vliegtuig kon zien vertrekken.


Toen iedereen zat steeg het vliegtuig op. Een paar meisjes die dichtbij zaten merkten op dat ze hoopten dat deze vlucht beter zou worden dan de heenreis. Ze vertelden dat er toen na New Foundland motorproblemen waren opgetreden en ze terug moesten keren naar New Foundland voor reparatie. Toen ze uiteindelijk op Schiphol wilden landen wilde het landingsgestel niet naar buiten komen en moesten de piloten blijven vliegen tot alle brandstof op was. De landingsbanen werden vrijgemaakt en brandweer en ambulances wachtten tot ze landden in een laag schuim. Het liep allemaal zonder schade of gewonden af.
Toen ik ze vroeg wanneer ze uit New York vertrokken waren bleek dat op 1 juli te zijn. En op de vraag of ze zich het nummer van het vliegtuig konden herinneren bleek dat dezelfde te zijn als die waar ik 4 dagen later zou instappen. Niemand van ons wist waarom er indertijd 2 dagen vertraging was en zouden ze het verteld hebben, dan betwijfel ik of iemand van de 99 passagiers die vlucht genomen had. Deze reis ging voorspoedig en via Shannon, en New Foundland kwamen we in de buurt van Boston. Daar ging de piloot lager vliegen en ik zag auto’s rijden en boeren aan het werk.
Ik had wel zin om de rest van de reis ook per vliegtuig te maken en vroeg om informatie, maar de stewardes die voor me zou informeren kreeg heet water over haar handen en ging met brandwonden als eerste van boord na de landing. Ik kon na de landing geen informatie krijgen en reisde 24 uur per trein naar Sanborn waar Netty met Berdena me van de trein haalde.

Weer thuis
Eenmaal thuis werd me op verschillende samenkomsten gevraagd om over mijn bezoek aan Europa te vertellen. Ook degene wiens familie ik opgezocht had vertelde ik over de armoedige toestand van hun familie en Nederland en het gebrek aan alles. Een aantal ging daarop ook naar Nederland om hun familie te steunen.
We hadden geluk dat een paar dagen nadat ik terug was de varkensprijzen behoorlijk stegen en we konden een heel stel varkens afleveren. De oudere man die op de farm geholpen had de jongens goed geholpen.
Ondertussen ging Harold naar de Highschool. De Highschool in Sibley had hem al geaccepteerd, maar omdat de schoolbus naar Sibley het te ver weg vond probeerden we hem op de school in Melvin te krijgen. Door tijdelijk bij een buurman te wonen en mee te helpen kon hij die school bezoeken, want daarvandaan kon de schoolbus van Melvin hem ophalen. Onze andere kinderen zouden daarom later ook naar Melvin naar school gaan.



273040-78f431dd48a72037c24e666fdfef0b42.JPG

273040-0eb101ce8fcab711fa66d9f0607f33d9.jpg
B John Deere die Herman in 1936 kocht.
Met 4 paarden minder kon hij nu meer werk doen.

273040-5fc71ae2064c08465a616b5a4944b175.jpg

De John Deere 4010 kocht Harold en ruilde de oude B John Deere van Herman er voor in, omdat de dealer geen belang had bij zijn Massey Harris.
Herman gebruikte toen verder de Massey Harris met veel plezier, terwijl die oude B John Deere de laatste jaren veel onderhoud nodig had gehad.

Geschreven door Hetty om 18:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 9 Terug in Nederland

Hendrik Jan en Coba op hun trouwdag in 1942.

Een ouderling uit New York bracht me daarna naar het Zeemanshuis in New York. Daar probeerde ik de verschillende vracht maatschappijen om een plek te vinden op één van hun schepen naar Nederland, maar dit bleek onmogelijk. Daarom reisde ik teleurgesteld in 2 dagen per trein terug naar huis. Wel had ik bij het Rode Kruis aangeklopt om hulp bij mijn reis naar Holland.
Ik was net thuis toen ik via het Rode Kruis vernam dat het inderdaad onmogelijk was per vrachtschip naar Europa te reizen, maar dat ze nog wel één plek in een vliegtuig kon reserveren. En zo gebeurde het.
Opnieuw reisde ik die twee dagen per trein naar New York en ging wat sightseeing doen en ’s avonds naar Broadway. Het vliegtuig had vertraging en opnieuw had ik een dag om New York in te gaan.
Met 99 man werden we bijna met onze bagage het vliegtuig in geduwd. Op New Foundland werd de crew gewisseld en konden we in een café snel ontbijten. De nieuwe bemanning had zo’n haast dat we al weer vertrokken voor iedereen klaar was. Daarna vlogen we naar Shannon, waar opnieuw een nieuwe crew kwam en bijgetankt werd. Opnieuw waren ze erg gehaast. Ze wilden de verloren tijd inhalen, maar niemand legde uit waarom ze zo ’n vertraging hadden opgelopen.
Die nacht boven Engeland kwamen we midden in een vreselijk onweer terecht en degene die wat gedronken hadden moesten overgeven. Gelukkig was het licht uit en zag je het niet. We landden op Schiphol en een busje bracht ons naar het station.

Ik wilde naar Zutphen, maar vlak er voor moesten we stoppen want de IJsselbrug was opgeblazen door de Duitsers. We moesten onze baggage met handkarretjes over de loopbrug duwen.
De bussen waren overvol en konden me niet meenemen. Daarom probeerde ik één van de twee taxi’s die Zutphen toen rijk was, maar omdat die niet op zandwegen wilde rijden vanwege een tekort aan banden, bedacht ik dat hij we wel naar mijn zuster in Eefde kon brengen. Ja, die Gerrit Voortman kende hij wel. Dat was een hele verrassing voor ze, want ze hadden er geen idee van dat ik zou komen.
Ik vernam die dag dat mijn vader me de volgende dag naar Amsterdam wilde gaan om me op te halen. Ik vroeg Hanna waar Gerrit was, want ik dacht dat die me wel naar mijn ouders zou brengen. Hij was een buurman aan het helpen met hooien. Jonge Anton werd naar de buurman gestuurd om Gerrit te waarschuwen. Ik wist dat hij dat paard niet zou kunnen gebruiken, die was immers bij de buurman. Maar ik had een mooi jong paard in de wei ontdekt, pakte die bij de halster en zette hem vast in de paardenstal omdat ik dacht dat deze me wel naar huis zou kunnen brengen. Na een heerlijke maaltijd vroeg ik Gerrit om me naar huis te brengen. Dat werd moeilijk want dit jonge paard was bedoeld om mee naar de keuring te gaan en zou er na dit tochtje niet meer uitzien. Maar toen hij begreep hoe belangrijk het was wilde hij me wel brengen. Hij stapte met Hanna en jonge Anton in de vierwielige sjees. Meteen begon het jonge paard rondjes te lopen op het erf.”Spring er gauw in”, zeiden ze. Maar dat durfde ik eerst niet, omdat ik dacht dat hij op hol zou slaan.
Eindelijk sprong ik er ook in en in gestrekte draf met het schuim op de bek ging het richting Vorden waar ik eerst Coba, de vrouw van mijn pas overleden broer Hendrik Jan bezocht.

Toen ik thuis aankwam vond ik mijn beide ouders op de bank voor het huis. Daarna gebruikte ik de fiets om gedurende de komende twee maanden mijn familie en vrienden op te zoeken, want reizen per trein en bus waren erg beperkt zo vlak na de oorlog.
Maar voor dat eerste ritje moest ik wel mijn broers fiets lenen. Die had echter maar één goede band, maar had al wel een bon om een nieuwe band te kopen. De staat gaf ieder gezin de mogelijkheid één goede fiets te hebben met twee luchtbanden. Dus voor ik aan mijn rondreis begon stopte ik eerst bij Ben Boerle die als immigrant in Minnesota bij een getrouwde zuster gewoond had. Hij had daar gewerkt bij de aanleg van een nieuwe spoorlijn. Zijn vriendin was achtergebleven in Nederland en wilde niet mee. Daarom kwam hij terug en trouwde zijn lief. Voor hij z’n rijwielshop begon had hij in een fietsenfabriek gewerkt. Hij heeft het nooit helemaal naar de zin gehad in dit overvolle Holland. Voor ik naar Amerika vertrok had hij me geadviseerd om niet veel Hollandse kleding mee te nemen omdat de Amerikaanse werkkleding er heel anders uitzag.
Nu haalde hij voor mij op mijn broers bon een nieuwe fietsband en zette die op diens fiets. Zo begon ik aan de fietstocht, eerst naar m’n oudste zuster Hanna en at daar mee. Daarna ging ik naar Zutphen. Daar kon ik met een bus meerijden naar de Steeg, waar mijn zus Heintje woonde die met Koos Middelkoop getrouwd was. De fiets ging er bovenop. We kwamen door een paar dorpjes en plotseling zag ik dat we De Steeg al voorbij waren. Ze vertelden me dat ik aan een koordje had moeten trekken voor een belletje. Maar de chauffeur stopte voor me en hielp de fiets er afhalen.
Daarna moest ik de weg vragen naar de boerderij van Koos. Bij hen bleef ik ’s nachts slapen.
De volgende dag fietste ik naar mijn jongste zus Mies, die met een jachtopziener Gijs van Veldhuizen in de Koninklijke bossen woonde, die voor het jachtgenot van prins Bernard en zijn vrienden moest zorgen. Hij moest zorgen dat er niet stiekem door anderen gejaagd werd en dat de wilde varkens bijgevoerd werden in de winter.
Daar ze op een helling woonden sloeg ik vlakbij hun voordeur over de kop met m’n fiets, maar werd gelukkig niet gewond, maar ik had niet in de gaten dat ik een klein notitieboekje verloor met alle namen en adressen van de mensen die ik wilde bezoeken.
Ik bleef die nacht bij Mies en Gijs slapen en vertrok de volgende dag met de fiets naar Arnhem en vandaar met de trein naar Ede. Daar miste ik dat boekje pas. Daar stond ik dan in een stad met 20000 inwoners. Toevallig kwam er een bakkersjongen aan die ik vroeg naar de fam. Grootenhuis. Hij vroeg of ze ook kinderen met een handicap hadden en ja dat hadden ze. Hij wilde straks de weg wel wijzen. Hij moest alleen eerst zijn brood wegbrengen, maar toen ik hem 2 gulden gaf wilde hij het eerst wel doen.
Ik werd warm ontvangen. Deze Grootenhuis had indertijd mijn schoonvader in 1929 naar mijn ouders gebracht.
De volgende morgen bracht hij me naar de bus omdat Hanna een grote familiebijeenkomst had georganiseerd voor mij om te kunnen vertellen over ons leven in Amerika.
Het bleek dat de bus overvol was èn geen fietsen mee wilde nemen. Grootenhuis vertelde toen dat hij wel eens op de fiets naar de Kranenburg was gefietst. Dat was verder dan Eefde. Ik besloot die 60 km ook te fietsen om in Eefde te komen. Bij Apeldoorn was er maar één brug aan de noordkant waar ik over kon en ging richting Beekbergen, waar een oom van me op een boerderij woonde. Die was erg blij me te zien en maakte een flinke lunch voor me. Het begon al donker te worden toen ik weer verder ging. Het laatste stuk moest ik lopen omdat het licht het niet deed en ik in het pikkedonker niet ergens tegen op wilde rijden. Doodop kwam ik om 9 uur ’s avonds bij de Voortmans aan.
Geschreven door Hetty om 12:15 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 8 .... Dina en Hendrik Jan

In deze herfst op 11 november werden we getroffen door een sneeuwstorm. Een dag later zou de winkelier komen om de jonge kippen uit de bomen te pakken. De hanen zou hij krijgen in ruil voor de boodschappen die we nodig zouden hebben. Die nacht waren de meeste uit de bomen geblazen, sommigen dood en anderen half bevroren. Ook was veel vee in de weilanden gedood door deze storm.
Er werd nu ook elektriciteit langs de weg aangelegd, maar onze landlord wilde dit bij ons niet laten aansluiten. Toen werd het tijd om een eigen bedrijf te kopen. Dat lukte met een lening en in 1942 verhuisden we naar de farm bij Sibley.
Daar werd Berdena geboren en kregen we meteen veel bezoek uit de buurt. Die hadden allemaal gewacht met kennismaken tot de baby er was.
De jongens gingen naar een school op 1,5 mijl verderop in Melvin. Harold molk elke morgen eerst 2 koeien en voerde de kalveren. Hierna had ik tijd om ze naar school te brengen. Het bleek ook dat ik veel voordeel had door mijn tractor en had iets uitgevonden dat ik zittend op de zelfbinder de tractor aan en uit kon zetten. Daardoor kon ik in mijn eentje veel meer werk verzetten dan anderen met meer man en hun paarden.

Tijdens de oorlog kregen we geen enkele brief van onze familie uit Nederland.
De eerste brief die we daarna kregen stond dat mijn zuster Dina was verongelukt in een auto en motorongeluk. Het bleek dat mijn broer Hendrik Jan haar naar haar nieuwe baan zou brengen in Hilversum om bij een rijke familie te gaan werken. Ze waren even gestopt om naar de verkeersborden te kijken toen ze geschept werd door een auto met een slingerende trailer er achter.

Hendrik Jan was in 1942 getrouwd en had twee kleine dochtertjes en hij en Coba verwachtten de derde. Hij had een zagerij op het Medler en was daarnaast timmerman en meubelmaker. Ze wilden bij die zagerij gaan wonen, maar woonden vanwege de oorlog nog bij de ouders van Coba in Vorden. Hij gebruikte zijn motor om van huis naar zijn werk te gaan en op een mistige avond terwijl zijn koplamp het niet goed werkte botste hij op een stilstaande legerauto die onverlicht half op en aan de kant van de weg geparkeerd stond met een verpleegster en haar vriend er in.
Hendrik Jan was zwaar gewond en werd naar het ziekenhuis in Zutphen gebracht. Coba bezocht hem dagelijks maar die dag zou Sjoerd Aartsen gaan met wat papieren van de zagerij, want hij begon al wat op te knappen. Toen een verpleegster bij hem kwam vertelde hij dat hij zich niet goed voelde. “Adem maar even diep”, zei ze. Hij deed dat en overleed plotseling. Het moet volgens de dokter een bloedprop geweest zijn die zijn hart blokkeerde.

Hierna besloot ik naar Holland te gaan om mijn familie te bezoeken.
In juni 1946 was ik aan de beurt als ouderling van de kerk in Melvin om naar de jaarlijkse Synode meeting te gaan niet ver van New York. Ik maakte daarom plannen om na die meeting te proberen naar Holland te reizen. Intussen had ik een melkmachine gekocht. Ik zorgde voor een oudere man als hulp bij de boys, vroeg een nieuw paspoort aan en probeerde een plaats op een boot van de Holland-
Amerika lijn te krijgen,maar dat lukte toen niet. Daarom besloot ik om na de meeting maar te proberen een plek op een vrachtschip te krijgen.

De meeting maakte veel indruk op mij. Ik trok veel op met een ouderling uit de West Sioux Classis. We vonden beiden dat het jammer was dat we onze vrouwen niet mee hadden gekund, maar in die tijd werden er nog geen vrouwen als ouderling gekozen.
We werden ook uitgenodigd om een Quaker Service mee te maken. Daar gingen we met een paar heen. Om 9 uur gingen de deuren dicht en werd de Service uitgelegd. Geen zingen of preken, slechts een paar korte gebeden en stukjes schriftlezing. Geen collecte en verder werd er geen woord gesproken. Een vreemde ervaring , ik voelde me wat ongemakkelijk tijdens dit uur stilte en meditatie, maar je moet wel bewondering hebben voor deze anti- militaristische beweging. Ze helpen de armen en mensen in nood.

Geschreven door Hetty om 13:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 7

Een zelfbinder die door 4 paarden aangeduwd wordt, in Brule County--1930

Een foto van Garnard and Zola Ashley of Pukwana, S.D.


Herman vertelt verder over de geboorte van Charlie, over zijn extra werk voor de buren om een extra centje te verdienen, zijn aanstelling als deken en leider van een zondagschoolklas. Dit laatste zou hij 30 jaar volhouden. De farm werd uitgebreid. In 1933 ploegde hij 66 acre met vier paarden en een enkele ploeg. Hij beschreef zijn werk met de paarden en het temmen van een wilde bronco tot hij geschikt was voor alles. Ik ben onder de indruk van zijn kennis van het werken met en zijn liefde voor paarden en dieren in het algemeen.
In 1934 ging het ze zo goed dat ze een radio kochten die op batterijen werkte. Die werden weer opgeladen met windenergie.
De winter van 1936 was zo streng dat Netty en de jongens 6 weken lang niet van huis kwamen. De eieren en room die weggebracht moesten worden gingen via Andy Knocks en ze gebruikten de spoorlijn met een slee met paarden er voor. Ze moesten er eens af omdat er mensen van het spoor hun kant op probeerden te komen. Het was n.l. verboden om de spoorlijn te gebruiken. Herman en Andy probeerden over het veld te gaan, maar de hele boel kapseisde en Andy zat tot z’n nek onder de sneeuw. Ze moesten de paarden aan de achterkant inspannen om de zaak weer los te trekken.


Na deze barre winter besloot ik tot het kopen van een tractor. Ik ruilde 4 paarden en de meeste van de machines in en omdat ik geen schulden bij de bank meer wilde hebben en bood ik ook twee flinke Hereford stieren aan de John Deere dealer. Zo kreeg ik behalve de John Deere tractor ook een 12,5 foot disk, een cultivator en een 12 inch dubbele ploeg en ontdekte dat ik met een kleine tractor meer werk kon doen dan met 4 paarden. Alleen voor het mais planten, hooien, dorsen en mais plukken had ik nog steeds een stel paarden nodig.
Ik hielp een buurman die achterop geraakt was met mais planten en om m’n paarden te sparen mocht ik naar huis zijn Model T coupé gebruiken. Maar onze jongens Harold en Charlie wachtten me vaak op. Onze creamophaler had daarvoor al eens gewaarschuwd dat ze op moesten passen voor vreemden. Toen ik die keer met die Model T coupé aankwam zetten waren ze vreselijk bang. Charlie, 3 jaar oud, ging er zelfs vandoor en ik moest hem vangen. Die middag vertelde ik Netty hoe bang de jongens waren geweest en stelde voor om een ritje met ze te maken, maar geen van beiden wilden mee.

Na die 6 weken dat Netty met de jongens opgesloten zaten door het barre winterweer voelde Netty zich niet goed en de dokter adviseerde een onderzoek in het ziekenhuis. Ze had een probleem met de schildklier, maar de dieper liggende oorzaak was psychisch (Herman noemde het: the nerves) en hij adviseerde dat ze er meer op uit moest. Daarom huurden we een meisje in voor het werk thuis en Netty ging de tuin verzorgen, de kippen en de kuikens en deed ook werk met de tractor.
Na die vreselijk strenge winter volgde een vreselijk droge zomer met weinig oogst. In de herfst liet ik een bron boren voor water en liet er een windmolen opzetten.
Gemiddeld over de jaren hadden we toch een goede oogst en we wilden een grotere farm.

Dat gebeurde in 1938. Er kwamen een paar koeien bij en 20 schapen die ik kocht voor 400 dollar. Er was nl een stuk land bij huis dat steeds vol onkruid zat. Daar wisten die schapen wel raad mee net als met de bloementuin! Ook hier hadden we goede buren en hielpen elkaar waar we konden.
Mijn grote doel was om een echte melkveehouder te worden en kreeg hulp van mr John Struyk die in 1930 één van mijn getuigen is geweest toen ik Amerikaans staatsburger werd. Hij wist dat ik geïnteresseerd was in een goed stel Holsteiners en bood me een paar geregistreerde vaarzen aan tegen een redelijke prijs. Ik kocht ook een stier en die liep wegens gebrek aan een eigen plek gewoon los bij de koeien. Tot hij me op een keer wilde aanvallen toen ik de koeien uit de wei wilde halen. Maar onze trouwe hond was bij me en ik riep hem om de stier aan te vallen en dat deed hij door de stier in de achterpoten te bijten. Daar was de stier bang van en rende naar huis. Na die tijd had ik steeds de hond bij me en de stier had heilig ontzag voor hem en bleef op afstand. Toch vertrouwde ik hem nooit meer en verkocht hem in de herfst samen met de andere jonge stiertjes.
Dit werd een goed jaar voor ons.

Geschreven door Hetty om 21:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 6 Harold geboren èn vader komt....

Op 6 december 1931 werd onze eerste zoon Harold geboren èn mijn vader kondigde aan dat hij de volgende zomer een half jaar bij ons zou zijn. Daar was ik erg blij om. Hij zou per boot en trein komen en ik had onze kruidenier van der Woude gevraagd telkens wanneer er een trein uit het oosten zou komen of hij wilde gaan kijken of vader er zou zijn. Maar mijn vader stapte in Hartley uit de trein, ontmoette de post bode die de post op kwam halen en die begreep waar hij naar toe wilde, nam hem mee en belde vanaf een farm naar ons huis. Netty was er echter niet maar mrs Knock had de boodschap gehoord over de gezamenlijke telefoonlijn en zo kon ik samen met buurman Knock mijn vader tegemoet rijden. Terug bij Knock maakten we eerst het castreren van de biggen af en gingen daarna naar onze farm. Deze buren spraken Duits en in deze zomer werden mijn vader en de Knock’s vrienden.

Andy en ik werkten veel samen met planten en oogsten van de mais en vader hielp mee met alles, ploegen met 4 paarden, disken enz. We kregen veel bezoek en gingen zowel in Iowa als South Dakota op bezoek. Gelukkig kon Netty goed Nederlands, want mijn vader sprak noch begreep de Engelse taal. Wanneer we ergens op bezoek gingen vroeg hij steeds:”Spreken ze daar Nederlands?”Was dat niet het geval dan vroeg hij ons hem naar Andy Knock of Jim van Dyke te brengen. De buren van Dyke kwamen uit Groningen.
Vooral was vader geïnteresseerd in de Levenkamp jongens. Ze waren ooit samen naar de zondagschool gegaan. Later zou Toon met mijn vader terug gaan naar Holland op familie bezoek.

Vader ging vaak met ons mee naar de kerk die ’s middags in Melvin gehouden werd omdat de ds ’s morgens in Bigelow preekte. Hij droeg steeds zijn zondagse pak mèt jasje. De meesten van ons deden die wel uit vanwege de hitte, maar hij weigerde in hemdsmouwen in de kerk te zitten. Wanneer het te heet werd bleef hij liever thuis.
Op een zondag, zonder dat wij het wisten, zou er een ds Dijkstra preken, redacteur van de Volksvriend. We wisten dat vader erg onder de indruk was van zijn schrijven en Netty stelde voor hem alsnog op te halen. Hij ging mee en na de kerkdienst hadden ze een heel gesprek en werden vrienden. Later in Holland terug bleven ze corresponderen.
Wanneer ds Dijkstra later naar Melvin kwam om te preken bleef hij vaak bij ons een nacht over. De jongelui die later veel bij ons over de vloer kwamen konden dat nou niet echt waarderen.
Toen we eens een zondagschool picknick hadden- dat vond vader ook helemaal niks- heeft hij de hele middag houtjes staan hakken zodat wij de hele winter de keuken er van warm konden stoken.

Z’n klompen die hij had meegenomen droeg hij steeds en bij het vaststampen in de maissilo waren ze van groot nut. De buren vertelden nog lang dat er nog nooit zo goed platgestampt was als toen vader het deed met zijn wooden shoes.
Mijn vader was ook erg onder de indruk van de cream separator, die de room van de melk scheidde. De kalveren en zeugen konden direct de ontvette melk krijgen. Terug in Holland probeerde hij de boeren te interesseren voor dit fenomeen, maar dat was toen nog niet geaccepteerd.

Toen we eens samen buurman Hoogland bezochten zag ik een koekoeksklok hangen en zei zo dat ik dat een prachtige klok vond, te meer daar wij alleen een wekker hadden die ons vertelde wanneer we moesten opstaan. Vader moet dat hebben gehoord èn onthouden, want toen Toon Levenkamp terug kwam van zijn bezoek aan Holland bracht hij een koekoeksklok mee van mijn ouders en die doet het na 60 jaar nog steeds goed. Elke morgen trek ik de gewichten op en denk met liefde terug aan mijn ouders. Het werd iets heel speciaals voor mij en ik wil dat hij straks naar Charlie gaat als wij er niet meer zijn.
Ook op onze 50-jarige bruiloft in 1980 kregen we een klok van onze familie uit Holland.

Ik had het idee dat vader wel in de USA had willen blijven als de rest van het gezin mee zou willen gaan, maar die hadden geen interesse.
Ik heb nog een foto van vader met Harold, genomen in september.

Geschreven door Hetty om 12:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman en nettie 5... Een eigen farm

De jacht op ongedierte, waaronder de skunks

Een hond is je beste vriend. Op onze huwelijksreis stopten we op de terugweg bij de Thed Kaemingk’s in Sioux Centre. Ik was in 1925 met hem mee gereisd.
Ze vroegen of we al een hond hadden, want elke farmer had indertijd een hond. Er was een hond bij hen aan komen lopen, een cockerspaniël die waarschijnlijk bij de jacht was ontsnapt. Hij was bang voor schieten. Het zou hun huwelijkscadeau aan ons worden. Deze hond werd een deel van ons gezin en bleef meer da 12,5 jaar tot ze van ouderdom stierf.
De hond was bang voor onweer. Dan verstopte ze zich onder ons bed. Toch werd het een goede waakhond. Wanneer ik de mest uit het weiland haalde kon ik het hek gerust open laten. Geen koe of varken kwam er uit. Zelfs onder etenstijd kon ik het hek gewoon open laten.

En zo begon ik met het kopen van de belangrijkste zaken voor een farmer, een paar koeien_ Holsteins_50 en 65 doller per stuk, een zelfbinder, een mest verspreider een paar paarden enz. Bovendien wat huisraad.

We hadden daar bij Melvin een geweldige buurman, Andy Knock . We hielpen elkaar zoveel mogelijk.
Wanneer Netty en ik met de auto weggingen ging onze hond gewoon naar de buurman en wanneer hij ons terug zag komen rende hij vlug weer naar huis. Toen Andy dat vertelde raadde ik hem aan om de hond bang te maken wanneer hij nog eens zou komen. Toen de hond weer eens kwam bond Andy’s oudste zoon wat kleine blikken aan haar staart en pa Knock schoot in de lucht met z’n buks. Die ging er toe gauw vandoor richting huis, maar kroop zich onderweg vast in een smalle duiker in de modder vlak bij de spoorlijn. Een andere buurman had dat gezien en reed met ons mee naar de hond. We riepen, maar ze jankte alleen maar terug. De schoolbus stopte en de kinderen vroegen wat er was en wij vertelden dat de hond vast zat en dat wij te dik waren om in die duiker te kruipen. Eén van de jongens van Andy Knock bood ik een kwart dollar als hij die duiker inging om de hond er uit te krijgen. Hij ging zich toen gauw omkleden en kroop in de modder in de duiker, maar kon niet met hond en al terugkruipen. Ik kon net bij zijn voet met m’n hand en zo trok ik hem met hond en al naar buiten. De hond wilde nog geen stap zetten voor alle blikken van haar staart gehaald waren en rende toen in één streep naar huis. Nooit ging ze meer alleen naar buurman Knock. Ze werd een leuke speelkameraad voor de jongens en trok zelfs hun karretje.
Een bijkomend voordeel was dat wanneer er zwervers langs de spoorlijn liepen die niet aan de deur durfden te komen want onze hond hield ze al grommend op afstand.

We begonnen ook kippen en varkens te houden. De kippen brachten we in de herfst naar de winkel. Daar konden dan ook eventuele schulden mee betaald worden.
Van buurvrouw Knock kregen we een paar flinke broedhennen te leen en kochten goede eieren om er onder te laten uitbroeden. Die zomer hadden we verschillende hennen met kuikens.
Op een nacht hoorden we een ongerust gekakel van de hennen en waren bang voor ongedierte. De volgende nacht lieten we onze hond met haar puppy vlakbij de kippen slapen. Die nacht hoorden we een vreselijk gevecht buiten en roken een nog verschrikkelijker stank. De hond had haar pup willen verdedigen en was in gevecht met een skunk en was helemaal onder gesproeid. We konden haar een hele tijd niet binnen hebben, maar hebben nooit geen last van stinkdieren meer gehad.



263326-333e69120eaa9e67b84b4e4fa183ad9b.JPG
De farm in Melvin

263326-12197ed5ebdb1e7cd729b62b054c9baf.jpg
Een buggie waarin in die tijd veel gereisd werd.
Geschreven door Hetty om 22:37 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 4...Bij de Patricks

Een maisplukker uit die tijd. Door die pijp kwam de mais in de wagen terecht.

Eenmaal terug op het station van Sanborn werden we opgehaald door Gilbert, de oudste zoon van Heuvelen. Hoewel hij zo erg vermoeid was en zich al dagenlang niet geschoren had werd hij wel met een kus begroet door zijn vrouw. I shook hands with all, but received no kiss!

Ik ging hierna bij Mr Patrick werken, maar ook hier was het niet alles. Een harde wereld! Een week voor ze verhuisden naar Melvin besloot Patrick een te oud paard te doden. Hij wilde de huid verkopen en liet het vlees bij de varkens liggen zodat die er van konden eten. Die eerste nacht hoorde ik honden blaffen maar kwam er niet toe om te gaan kijken. De volgende morgen gingen we voeren en melken en vonden één dode zeug en één half opgevreten en verschillende varkens met afgebeten oren. ’s Nachts hadden de honden uit de buurt en ook hun eigen hond zich op het paardenvlees gestort en de andere varkens aangevallen die er van wilden eten. Een triest verhaal.

Deze mr Patrick had een paar bokkige paarden die het vertikten om de wagen met corn te trekken en ook niet zonder corn en hoe ze ook met de leidsels sloegen en schreeuwden… er kwam geen beweging in, zelfs niet toen de mais i.p.v op de wagen op hun hoofden terecht kwam. Ik vroeg Patrick of ik dit stel mocht proberen om met de wagen naast de mais kneuzer te rijden. Ik gebruikte alleen mijn stem en zei:”Get up”, meteen begonnen ze naast de maiskneuzer te lopen en het gaf geen enkel probleem meer.
Het bleek dat één van deze bokkige paarden gewend was om het lichte karretje van de dokter te trekken en we leenden hem uit aan de buurman waar hij met 5 andere paarden ingezet werd bij het ploegen met een dubbele ploeg om hem te laten wennen aan zwaarder werk.
Ik zou hier twee jaar blijven, werkte een tijdje zonder betaling omdat Patrick in financiële nood zat, werkte zelfs tijdelijk bij iemand anders. Het belangrijkste vond ik dat ik behandeld werd als een lid van het gezin. Elke morgen werd er een stichtelijk stuk gelezen na het ontbijt en werd dan besloten met een gebed. Deze Patricks waren lid van de Lutherse kerk.
Eens zakte een stel paarden weg in de modder bij het gerst zaaien en moesten we die er met de tractor weer uit trekken. Dat werd geen gerst op die plek, maar wat later wel boekweit dat in 4 maanden rijp is om te oogsten.

Netty en ik hadden trouwplannen. Ik kon een farm huren met 80 acre dichtbij Melvin. Er liep wel een spoorweg door, maar het was dicht bij Patrick. Toen hoorde ik van een farm in de buurt van Volga, die te huur was voor dezelfde prijd- 600 dollar, maar met 160 acre. Toen ik dat aan Netty vertelde dat ik van plan was dat te huren, zei ze: You can go where you want, but I am staying close to my family. Het werd dus Melvin.
Vlak voor we trouwden werd ik ingeschreven als Amerikaans staatsburger. Ik moest een heel boekwerk doornemen en ik moest getuigen meebrengen die me zolang gekend hadden om te kunnen zeggen dat ik nooit de wet overtreden had.
Op het moment surprème vroegen ze net als bij de anderen voor m":"Are you marriëd?". Toen ik ontkennend antwoordde ging Mr Struyk, een van mijn getuigen staan en zei:"This man is getting married next week." Toen ik daarna kon vertellen waar ik het huwelijk had aangevraagd vroegen ze niks meer en daar had ik nu zo hard voor gestudeerd,

We trouwden op 18 december 1930 thuis bij Netty's ouders door ds Fikse. Er werd een groot diner gegeven, ook mr en mrs Patrick waren er. 's Avonds waren de buren uitgenodigd voor de honeymoonparty.
De volgende dag gingen we op een korte huwelijksreis naar vrienden in Volga in Zuid Dakota

Geschreven door Hetty om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 3 Even terug in Holland 1928

Ik had de laatste maanden goed geld verdiend en ik vertelde bij de van Heuvelen dat ik mijn familie wilde gaan bezoeken. Ik kwam nu iedere vrije zondag uit de kerk bij hen en de verkering met Netty was ondertussen aan!
Vader van Heuvelen had er wel oren naar om mee te gaan en zijn vader en familie ook op te kunnen zoeken. Veel geld hadden ze niet op dat moment en ik was in staat hem wat te lenen, wat hij in de zomer terug zou betalen.

De trip naar Holland zou 12 dagen duren. In de trein ontmoetten we een jongeman, Willemsen. Die kwam oorspronkelijk uit Ede net als mijn toekomstige schoonvader.. Diens vader had een grote houthandel, maar zoon Henk raakte aan de drank en mocht niet bij zijn vader in het bedrijf. Die vader hoorde dat het in Iowa verboden was drank te verkopen en vond een sponsor voor hem om hem op een farm daar te laten werken. Deze jongeman ontmoette een meisje , trouwde en huurde zelf een farm. Deze jonge boer was erg muzikaal en kreeg een baantje als organist in de kerk. Toen z’n vader dit goede nieuws hoorde, stuurde hij hem geld om over te komen naar Nederland. Omdat hij ook gek was op accordeon spelen nam hij die accordeon mee op reis naar Holland.
In New York hadden we een beetje tijd voor we de boot op gingen. Hij keek rond en vond dat hij nu wel een glaasje kon kopen.
Eenmaal op de boot kon je ook drank kopen en al gauw was hij zo dronken dat hij spelend op zijn accordeon niet door had wanneer het dinnertime was.

Onderweg naar Holland kwamen we in een storm terecht net onder etenstijd. De meeste borden gleden van tafel en we moesten er weer uit en er werd opnieuw de tafel gedekt, nu met een rail er omheen. Maar er waren zoveel mensen zeeziek dat er niet veel gegeten werd. We mochten op een gegeven moment zelfs niet aan dek, maar Van Heuvelen voelde zich zo beroerd en was zo bang dat hij toch de trap opging en de deur naar het dek opende. Meteen kwam er een golf en spoelde hem de trap weer af. Kletsnat kwam hij weer in de hut. Hij kleedde zich om omdat ik hem dat zei en sliep de hele nacht niet. Ik had ontdekt dat Van Heuvelen geen best reisgezelschap was.

Van Heuvelen werd door zijn familie in de haven van Rotterdam opgehaald en mijn vader haalde mij van de trein in Lochem van af hetzelfde station waar ik in 1925 van vertrokken was.
Het bezoek was niet van erg lange duur, want van Heuvelen kreeg een brief van thuis dat de hele familie de griep had. Dus wilde hij een paar weken eerder naar huis dan gepland en vroeg me met hem mee te gaan. Toen ik thuis vertelde dat ik met hem mee moest gaan omdat hij erg zenuwachtig was op reis, waren mijn ouders heel erg teleurgesteld omdat ik tot dan overal op bezoek en niet zoveel thuis was geweest.

Die Willemsen die op de boot al zo dronken was geweest ging ook eerder dan hij gedacht had weer terug. Zijn drankprobleem was een grote teleurstelling geweest voor zijn vader.
Op de terugweg had hij geen geld meer en vroeg ons op de boot geld te lenen. Dat leek ons geen goed idee, maar iemand uit Minnesota deed het wel en moest later bij Willemsen’s vrouw aankloppen om het terug te krijgen. Willemsen vroeg ons om alsjeblieft niets te zeggen thuis over zijn drankprobleem anders zou hij zijn baantje als kerkorganist zeker kwijt zijn

Geschreven door Hetty om 13:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Herman 2 . De eerste tijd in Zuid Dakota

De broer van mijn vriend Arnold was al geëmigreerd naar Iowa. Deze Thed Kaemingh zou naar Holland op bezoek komen en in januari konden we samen de grote reis naar Amerika maken. Zo gebeurde het. Op 21 januari vertrokken we. Aan boord was nog een jongeman die de stap ging wagen en samen brachten we de tijd door met kaarten. Ik was dat niet gewend en was nog niet handig met het schudden van de kaarten, wat hen de opmerking ontlokte: “An hour is too long to just shuffle cards”.
Ook ontmoette ik een dame met twee dochters die naar Utah gingen en bij de Mormonen hoorde. Daar had ik geen beste dingen over gehoord als zouden de mannen meer dan één vrouw mogen hebben. Toen dan op een gegeven moment één van de meisjes vroeg of ik mee wilde wandelen aan dek en mijn arm pakte, wist ik niet hoe snel ik de andere kant op zou gaan.
Eindelijk zag ik na 10 dagen voor New York het Vrijheidsbeeld waarover ik net als over het Wilde Westen gelezen had.

Via Chicago belandde ik uiteindelijk op het station van Volga in Zuid Dakota met mijn koffer. Daar stond een oude man die me vroeg:”Ben jij Herman Eggink?” Deze bracht me naar de boerderij met paard en buggy, bood me een met bont gevoerde jas aan. Maar die weigerde ik, ik had er nog geen idee van hoe koud het hier kon zijn.
De volgende morgen na een ijskoude nacht in een soort voorraadkamer, ging ik met deze boer naar zijn vee. Er waren een paar kalveren met lang zwart haar met zo te zien slechts een deel van hun oren. Hij had wel geprobeerd om de koeien in het voorjaar te laten afkalven, maar er was een Angus stier uitgebroken en nu had hij de kalveren al in de winter. Later bleek dat hun oren afgevroren waren omdat ze op elkaars oren sabbelden en die natte stukken bevroren met dit barre winterweer.
Alles gebeurde hier met paard en buggy, de kinderen naar school en de boter naar de creamery brengen en de boodschappen doen. Ik kocht meteen maar werkkleding, maar zo’n pet met kleppen over de oren leek me raar en pas later toen ik de noodzaak ervan inzag kocht ik die ook.
Mijn eerste ritje in een auto had ik ook al die eerste dag. Een stel jongelui die ik in de winkel ontmoette waren met een Ford en het bleek dat het onze buren waren en ik mocht met hen mee terug rijden. We kwamen klem te zitten in een nauw straatje en een andere auto moest ons met een ketting los trekken.

Mijn zussen thuis hadden hun eerste autoritje al eens gemaakt met de auto van onze huisarts, toen één van de kinderen thuis ziek was.
Toen m’n jongste broer Bram geboren moest worden ging ik de dokter waarschuwen die toen met een motor kwam en me vroeg bij het laatste stuk op hem te wachten om hem te kunnen helpen wanneer hij vast mocht komen te zitten in de modder, maar de dokter was er nog eerder dan ik.
Veel eerder was ik al eens uit een schommel op een groot stuk hout gevallen zodat ik geen adem meer kon krijgen. Mijn ouders liepen net zo lang met me tot ik weer kon ademen en gingen met me naar de dokter. Het bleek dat een stukje wervel in mijn rug verschoven was, maar het enige wat hij adviseerde was een brede riem te gaan dragen. Dat gaf wel verlichting, maar goed gekomen is het nooit.

Herman vertelt over de zware eerste tijd bij deze arme boer, met z’n oude paarden die door het zware werk dood gingen, over een stier die onthoornd werd en allemaal wormen in de wond kreeg, over het zware werk. De zelfbinder met de paarden die het amper konden trekken en door Herman aan gejaagd werden met een soort vishengel op een zitje voorop die binder. Wanneer ze eens uit gingen op een picknick van de kerk op 4 juli kon hij niet met de jongeren mee doen. Hij kende die balspelen niet . Die dag had farmer Niesink waar Herman voor werkte ook een Ford gekocht die hij naar die picknick reed hoewel hij nog nooit een auto bestuurd had. De familie ging later naar huis met de Ford en hij kon met de paarden en de buggy naar huis.

Eigenlijk heb ik bij deze boer Niesink niets geleerd, vertelt Herman.
Ik ontmoette wel de Levenkampjongens die de vorige eigenaren waren van deze farm en nu in Orange City woonden. En ik had er maar 185 dollar verdiend omdat mijn deel van de oogst door hagel en de arme grond bijna niets opbracht.
De volgende winter kon ik gaan werken bij Mr Hans Jensen op een gehuurde farm met 320 acres voor 40 dollar per maand. De fam van Heuvelen die ik al eens had ontmoet ging nu verhuizen naar Iowa. Bij de verkoop van de boedel was het bijzonder druk. Familie werd uitgenodigd voor het eten en Netty, hun dochter had ik al eens eerder ontmoet bij een bezoek aan hen,—she blinked her eyes at me--, vroeg of ik ook mee aan tafel wilde, maar dat sloeg ik af, maar ik bleef zeker geïnteresseerd in de van Heuvelens familie.
Ik had al gauw door dat deze boer Jensen het heel wat beter deed dan Niesink.
Hoewel ik het hier beter had dan daar voor dacht ik erover om naar Iowa te gaan. Ik was gaan corresponderen met Netty en zij wisten een plek bij een oom voor me om te helpen bij de maisoogst . Maar ik vatte kou, werd erg ziek en kon pas per 1 december naar Iowa. Daar kon ik gaan werken bij een farmer met beefcows.. Dat was er één die nogal opvliegend was. Ik hield me maar in, maar was gewoon bang voor hem en durfde al helemaal niet te zeggen dat ik na mijn reis naar Holland niet terug wilde komen werken. Ik kon dan aan het werk bij een van origine Duitse farmer Bob Petrick, die me dat tijdens het dorsen had gevraagd. Eigenlijk was ik aan het eind van mijn Latijn. Op de boot naar Holland was er zelfs een oudere man die zei:”Jongen je moet meer gaan eten anders kent je moeder je straks niet meer”!

Geschreven door Hetty om 22:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Een Achterhoekse in Drente

↑ Terug naar de berichten