Naar de inhoud

Een Achterhoekse in Drente

of... wie lang leeft kan veel verhalen
akke.beakke.be
Memories

Archief

Opa's reis. Bij Herman, Netty en Harold

Het gezin Eggink. Ik denk ±1924 voordat Herman naar Amerika vertrok. Bovenaan tweede van links staat Herman, Hendrik Jan helemaal rechts.

5 mei- de eerste dag bij Herman
Ik was toch blij dat het leeglopen achter de rug was. Ik heb Herman wat geholpen met het mest rijden om die manurespreader te leren kennen. De laatste twee vrachten bracht ik alleen weg. We hadden er 4 paarden voor. Zodoende konden ze het gemakkelijk trekken.
Vanmiddag heb ik een voor of wat geploegd. Ik merk dat je er toch beter op kunt zitten dan er achter lopen, zoals bij ons. Toen anderhalve koe gemolken en nu is het dan bedtijd. Het is al aardig warm geweest. De zon staat hier ongeveer zo hoog als bij ons op 21 juni.

6 mei- Afgelopen nacht heeft het geonweerd. Vandaag is het zacht, betrokken warm weer tot de avond. Van voormiddag heb ik Herman helpen klungelen aan de fence van zijn varkensyard. Toen zijn we naar Netty haar ouders geweest. Herman heeft Netty’s broer 4 schapen helpen scheren en ik heb kennis gemaakt met Netty haar moeder. Haar vader kende ik dadelijk weer terug. Hij was blij dat ik toch gekomen was. Door de zeereis was er wat vertraging ontstaan doordat de route vanwege de ijsbergen verlegd was.
Netty is een zeer hartelijk mens, geen wonder dat Herman zich tot dit gezin aangetrokken heeft gevoeld.
Nu is het avond, we zitten weer aan tafel en dan maar weer naar bed.
Slaap wel mijn gezin.

7 mei
Van voormiddag heb ik Herman geholpen een waterkarretje te maken, daarna hebben we 10 varkens naar Melvin gebracht met 2 wagens, brief van Hendrik gehad, vandaag heeft het op wat plaatsen 3 cm geregend.
Slaap wel.
9 mei Gisteren is er niets bijzonders gebeurd, een buurman kwam praten, met Herman naar zijn kerk geweest, verscheidene mensen een hand gegeven ter kennismaking, allen gemakkelijke ordinaire mannen.
Van voormiddag als gewoonlijk eerst helpen melken, toen centrifuge draaien, na ’t eten met de beide beste paarden een bunder land 2 x gedisd. Namiddags naar Patrick geweest heen maaidorsen, weer met heel wat mensen kennisgemaakt. Slaap wel.

10 mei Van voormiddag met twee paarden maisland geploegd. Na ’t eten kregen we eerst Nettie haar moeder op visite, heb toen zolang gepraat, daarna heb ik nog wat hout kapot gemaakt, toen nog 1,5 uur met 4 paarden gedisd, toen helpen melken en centrifuge draaien, wat ik geregeld doe en toen was het weer avond. Slaap wel.
In plaats van naar bed te gaan kregen we nog zowaar visite van onze naaste buurman, wondere gewoonte om ’s avonds na 10 uur nog op visite te gaan.

11 mei – Een week in Iowa.
Zowat de hele dag met 4 paarden gedisd, van namiddag nog een uur geëgd met 3 paarden. Ik kan er wel mee omgaan, maar optuigen kan ik nog niet goed. Vandaag is het een heldere warme dag geweest, met het werk zijn we goed opgeschoten. De akkers waar ik op geploegd heb waren ongeveer 700 m. lang Morgen komt hier het corn in.
Hoe zou het met Dika wezen? En zou er nog een koper op hun huisje komen?
Hendrik Jan en Jan zullen het nu wel niet zo druk hebben denk ik. En Jo’tje, wen je al zachtjes op de Bijvanck. Ik hoop het maar. Slaap wel allen.

12 mei- Vandaag voor buurman Knock de hele dag met 4 paarden gedisd, een enorme oppervlakte klaargemaakt. Die akker was een halve mijl lang, dus goed 800 m. denk ik Buurman vertelde me vandaag nog dat de vader van zijn vrouw vroeger uit Duitsland was gekomen. Ze had er nog een oom die in de oorlog( 1e WO) drie zoons had verloren, één overgehouden. Wat een jammer en verdriet. Ik heb gisteren nog een kiekje genomen van Nettie, haar moeder, grootmoeder en de kleine Harold, alzo vier geslachten.
Slaap wel allen.

13 mei
Ik heb mijn voet wat bezeerd in de dish. Daarom heb ik maar opgehouden en wil nu even schrijven. Ik was gisteren heel blij met de brieven van Hendrik en van Hanna. Ja jullie denkt nog wel aan mij, nu, ik ook aan jullie.
Ik mag lijden dat mijn voet weer gauw beteren mag. Ik heb van voormiddag weer met 4 paarden gedisd en van namiddag tot 4 uur, toen was dat af. Nu komt Herman straks ook weer thuis van het werk en dan melken en voeren wij weer en dan is het weer avond. Het was vandaag al aardig warm, ruim 40º. Nog een kiek gemaakt van Harold en mij en nog van een zgn. skraper en een mestwagen.
Slaap wel allen.

14 mei Van voormiddag weer met 4 paarden gewerkt, maar nu geëgd. Ik geloof dat ik iedere keer zowat 7 m. meenam. Van namiddag ook nog een paar uur, en toen nog een paar uur, ook met vier paarden, gedisd. Toen gemolken, centrifuge gedraaid, en mij eens goed gewassen. Je komt vooral achter die dish zo vol stof te zitten en dat laat zich ook niet zo gemakkelijk afspoelen. Warm weer 85-90º ( F denk ik), maar je merkt het niet zoals in Holland. Maar aan mijn polsen kan ik het wel zien. Zover de boezeroen maar reikt is het wit, en wat er onder heen kijkt bruin.
Slaap wel.

Geschreven door Hetty om 20:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's reis 5

Vanaf Quebeck- bij de Q rechts onder in Canada- gaat de reis via Toronto en Chicago naar Melvin- zo ongeveer bij het kruisje- in Iowa.

Namiddag 5 uur
Terwijl ik hier in de smokingroom zit komt daar een man, een vrouw en een jongen bij mij zitten. De man is vol goede moed, de vrouw erg zwaarmoedig en de jongen ziet ook nog wel kans. De man lijkt nogal op van Heuvelen (Netty's vader, die in 1928 met Herman naar Holland kwam om o.a. z'n Friese familie op te zoeken), ook een bril op… alleen een beetje dikker. Er zijn ook nog wel wat loslopende kerels onder de passagiers, maar van de meeste kan ik al wel een huisgezin vormen. Zo te zien zijn ze allen uit de gegoede stand. Heel wat, vooral bij de vrouwen, zie je met een hoop goud in de mond.
Het komt me overigens goed van pas dat ik niet erg op conversatie gesteld ben. Ik laat de Engelsen maar praten, het bevalt me best zo. Misschien dat ik er meer van snap als ik in de herfst terugkom, maar het laat me toch ook koud.

2 mei- Koud weer aan dek; je zou haast denken dat die schuimkoppen van sneeuw zijn.
Het land dat we gisteren zagen, zijn we kwijt. Toch wordt het huiselijker op het water. Je ziet boten en straks zag ik een soort sliet drijven zoals wij midden door de varkenshokken hebben, maar ik geloof toch niet dat het daarvan was.
Ik stond net nog op het dek een Fransman op de kaart aan te wijzen waar we nu waren en waar ik heen ging. Nu, daar had hij respect voor. Ik denk zelf als het met de boot moest gebeuren, dan zou ik nog wel een weekje voor de boeg hebben. Hoewel…. Ik deed dat liever; op zee verveel ik me blijkbaar nooit.

Maandagmorgen 3 mei 7 uur.
Voor ’t laatst nog even aan dek. De manschappen zijn druk met het in orde maken van al die hijskranen, lieren en een hoop touwwerk en schijven als hierbij te pas komen. Bij dit soort werk moet je wel met touwen kunnen omgaan. Het water lijkt hier niet meer groen, maar vuilgeel.
We zijn nu dadelijk in Quebeck. Aan boord heerst weer dezelfde koorts al in het Londen Hotel. Niemand kan meer zitten. Ik ook niet. De boot mindert vaart. Onze koffers zijn al weer op een hoop gesleept net als in Gravesend en in het Cunardhotel om straks zo vlug mogelijk te kunnen vertransporteren.
Quebeck station, visitatie op koffers na.
In de trein. ‘k Zag daarnet tegen een muur nog een hoop sneeuw liggen, nu verlaten we Quebeck.
Montreal 8.15 ’s avonds. Een dorre wereld. Hier moet ik 4 uur wachten tot 10.50 voor ik verder kan richting Chicago
Ik zit in de wachtkamer van het station. Geen dominee die deze ruimte bepreken kan. In Quebeck waren de zalen en ruimten die ik doormoest voor de Amerikaanse visitatie ook gewoon ontzettend. Mijn koffers zijn niet gevisiteerd omdat ik doorging naar de United States, dat komt zeker nog.

4 mei Toronto 8 uur
Vannacht heb ik niet veel geslapen. Ik kan elk uur weten dat ik het zuiden inga. De boeren zijn hoe langer hoe verder met het werk. Een potige wereld hier, allemaal bulten en gaten, maar de boeren nemen het zoals het is.
Sarsina- middag. Eindelijk heb ik de laatste controle achter de rug. Ik was de enigste van de boot die naar de Verenigde Staten wilde en ook de enigste Hollander. Wat zijn die Amerikanen secuur. Nog een uur of 5 ..6 dan ben ik in Chicago
2 uur Flint, 20 min. Voor 4 Lansing. Nog 220 mijl en ik ben in Chicago
8.30 Chicago. Ik wist dat ik hier een speciale omnibus moest nemen van het Ooster- naar het Wester-station. Dat leek me niet zo eenvoudig, maar dat viel ook weer mee. Er kwam een beambte van die busonderneming in de trein vóór Chicago om te zien of er reizigers waren die naar het westen door moesten en zo kwam ik, en allen die door wilden, in goed gezelschap.

En zo zit ik dan weer in zo’n ontzaglijke ruimte die wachtkamer moet heten, net als gisteravond in Montreal. Maar het is hier toch zó mooi. De vloeroppervlakte schat ik op 60 x 40 m. Er is een marmeren vloer waar negers gehoorzaam mee aan het dweilen zijn, en een gewelfd glazen dak Toch moeten nu de 6 glazen lampen voor licht zorgen die ongeveer 30 m boven de begane grond hangen.
Ik vraag een neger of dat de trein naar het westen is die zojuist door een luidspreker wordt afgeroepen. Ja, dat had ik goed; hij wekt mij hem te volgen. Het is buiten niet erg verlicht, maar ik volg dat zwartje maar die de zwaarste koffer ook nog voor me draagt. Eindelijk komen we bij de trein. Hij gooit de deur open en beduidt mij plaats te nemen en stelt zich meteen in de postuur voor een fooi. Ik zoek een halve dollar en daar is die drommel blij mee. Dan in de nacht zijn we weg gestoomd. Ik maak mijn opklapbed in orde- een vernuftige combinatie van twee banken- en probeer te slapen. Dat lukte zo goed dat ik een uur of 4 later door de conducteur wakker werd geschud. Ik moest overstappen en toen ging het de hele nacht het noorden in, steeds langs een rivier. In mijn wagen zat niets dan ik en een jongeman uit Noorwegen. Hij vertelde mij dat hij ’s winters in Chicago werkte en zomers in Marquieto.
We hebben elkaar wat taal geleerd, over en weer, Hollands en Noors. Maar we kwamen niet ver; onverwacht waren we in Marquieto. Daar stapte hij uit en ging mijn trein verder in westelijke richting. Ik kwam daar door een heel schilderachtig landschap. Er kronkelden bergbeekjes met zulk helder water dat ik de kiezelsteentjes op de bodem kon zien. Het leek wel een stukje Zwitserland. Zo kom ik in Spencer. Ik dacht dat ik hier een kaartje kon nemen naar melvin, maar ik kon niet verder gaan dan Hartly, 12 mijl van Melvin. Net toen ik daar op het perron overwoog een auto te proberen zei de hoofdconducteur van de trein die nog niet weg was tegen mij:”Ginds loopt een Hollander, vraag die maar.” Ik zeg tegen die man:”Ik moet op de één of andere manier in Melvin zien te komen. “O”, zegt hij”dat kan best. Ginder staat de auto die de mail voor Melvin ophaalt. Die kan u wel meenemen.” Nu dat ging en, omdat ook die man een Hollander was, kwamen we in gesprek.Hij vroeg me waar ik heen moest. Wel, ik vertel het hem. Dan draait hij ergens bij een farm de yard op en spreekt daar met de vrouw des huizes, blijkbaar over mij. Hij vraagt:”Uw zoon heeft toch zeker wel een fone?” Ik zeg:”Ja, dat heeft hij wel”. Toen foonde die vrouw Herman op dat zijn vader onderweg was. Even later komt ze buiten en zegt:”Ik heb Herman-(spreek uit : Heurmen, net als in freule)- niet gesproken, maar een buurman waar Herman ook was. Ze wilden ons dadelijk tegemoet komen. We hadden niet ver te rijden, toen Herman met buurman z’n auto ons tegenkwam mèt Netty en Harold bij zich en zo gingen we samen gelukkig naar de jongen z’n buurman. Daar stond Herman z’n car en zo waren we spoedig thuis. Het was de 4e mei 1932 om 4 uur.

Geschreven door Hetty om 21:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's reis 4

The Aurania had a tonnage of 7,269 tons gross, 3,468 under deck and 4,030 net. Forecastle 102 tons. She had a single screw and was powered by a compound engine with 3 inverted cylinders, 1 of 68 in. & 2 of 91 in. diameter respectively; stroke 72 inches. The engine delivered 1,500 horsepower, which gave the ship a speed of 16 knots. The engine was built by the same company as the hull. She had 3 masts and was rigged as a bark. This came in handy on her maiden voyage when her engine failed due to overheating. The voyage was completed under sail. The Aurania was known as a badly rolling ship, and was never very popular. Call sign: HRGW. Official registration #: 87839 Owners: Cunard Steam Ships Co. Ltd. Port of registry: Liverpool
[Merchant Fleets in profile by Duncan Haws][Lloyd's registry of shipping, 1887]

Maandagmorgen 26 april
De zeemeeuwen waar ik gisteren over schreef zijn ineens verdwenen. Wat de oorzaak is weet ik niet, maar ik zie wel dat de zee vannacht roeriger is geworden. Nu heb ik wat te doen gekregen en dat is : vechten tegen de zeeziekte.
Ik zag net nog een jongen op een bank zitten met een gezicht als een oorwurm. Even later begon hij te spieën dat het naar was om aan te zien. Als ik merk dat mijn maag geen gemak wil houden, doe ik net als de rest… loop met grote stappen heen en weer op het dek.
Zonet waaide mij de pet af. Bij mijn pogingen om die te grijpen, kraakte de naad van mijn broek. Ik heb nu het andere pak maar aangetrokken. Ik zal eens zien of er ook een dressmaker aan boord is en misschien kan ik het zelf ook wel.

26 april 4 uur
De zon is weg—zo’n egale lucht. ‘k Zou zeggen mist in de lucht. Op ’t water is het nog wel klaar, maar ’t komt mij voor dat het kouder wordt nu we noordelijker komen.
Vanmiddag aan tafel miste ik de moeder met de baby. Die zal haar bekomst zeker al wel hebben. Ik geloof dat vrouwlui het meest van de zeeziekte te verduren hebben. Ik denk dat die beroerdigheid alleen komt van de dalende beweging, niet van de rijzende. En ik denk als we maar wat te doen hadden dat het dan lang zo erg niet was. Ik zie op ’t moment geen enkele passagier op dek. ’t Is hun zeker te koud.

Dinsdagmorgen 27 april
De zee is vannacht lelijk met kuilen en gaten gekomen. Zo hier en daar lijkt het of ik een ijsbeer op een golf zie rijden, maar ’t is niets dan een kop schuim. Dat de boot nu meer beweging maakt kan ik wel zien aan de mensen. Hele ritsen zitten hier en daar op banken te apegaaien en te ruim hebben ze het niet. Ik ben er ook nog niet vanaf. Als ik er weer bovenop ben ben ik zeker in Quebeck. Ik ben voor mijn Bram toch maar blij dat hij niet meegegaan is. Wat zou dat jongetje zich verveeld hebben. Voor kinderen is er trouwens weinig afleiding.

Woensdagmorgen 28 april
’t Is nu echt storm geworden. Ik schrijf liggende. Als ik overeind wil komen begint mijn maag weer en dat zou jammer zijn van dat sneetje krentenbrood. Op dek is alles vastgesjord. ’t Is verbazend zo’n macht als het water heeft op zo’n grote boot. De achtersteven vliegt af en toe meer dan 6 m in de hoogte en dan valt hij weer met een plons omlaag.
De mensen die ik aan tafel zag keken alle even witjes en toen ik een bordje havermout gegeten had moest ik lópen om hun de boel niet te verknoeien. Ik dacht vanmorgen nog over scheren, maar daar was geen denken meer aan, alleen dat ik nog zo beroerd was. Ik moet maar ophouden, je kunt de pen haast niet op het papier houden.

Donderdagmiddag 29 april
Het weer is inmiddels iets beter en ik geloof dat ik er overheen ben. Ik zit op een bank op het dek. Vanmiddag hoorde ik van mijn oppasser dat de boot niet voor zondag aan zal komen. Die jongen spreekt, als hij mij wat zeggen wil, een soort Duits en dan snap ik het nog het beste.
Gisteravond had ik nog een aardig geschiedenisje. Er werd in de smokingroom, om die enkele bleekneuzen wat moed in te spelen, muziek gemaakt door een paar adelborsten of zoiets en een burger. Ze speelden heel goed. Met dat waggelen van het schip was dit een kunststukje op zichzelf. Toen een stuk uit was, maakte ik me sterk. Even prakkezeren wat ik in ’t engels zeggen moet. Ik vraag aan degene die me de baas leek of zij Am schönen blauen Donau ook konden spelen. Hij floot een paar noten, do mi sol sol sol…. “That?” Ja juist, dat bedoelde ik. Hij verwijdert zich even, komt terug met een paar andere muziekboeken en ze speelden voor mijn plezier dat mooie lange stuk. Ik had het nog niet zo mooi op de radio gehoord en ik heb extra in de handen geklapt. Wat later loopt hij me voorbij en glimlacht tegen me alsof hij zeggen wou: Blij dat ik je daarmee een plezier kon doen.
De boot vaart nu weer normaal. Vanmorgen kwam ik aan dek en toen zag ik dat de mannen elkaar iets wezen. Toen ik keek zag ik het ook. Af en toe spoot er een waterstraal omhoog. Ik zeg:”Wat is dat?” Een fish, zegt een Engelsman naast mij. Dus dat was een walvis. Ik had niet gedacht dat er op die breedtegraad al walvissen waren.
Je kunt van de zee maar een betrekkelijk klein stuk zien., misschien een klein uur varen of zo dan heb je de kromming van het water al. Ik zie net een Fransman lopen waarvan men zei dat hij ook Hollands kent. Toen ik hem hiernaar vroeg, zei hij: “Wel Duits, Spanish,Inglies, Norsk en nog meer talen, maar Hollands…nee hoor”.

Vrijdagmorgen 30 april
Op ongeveer 300 m van ons af is een geweldige ijsberg. Dat heeft nu eens de belangstelling van al het zeevolk. De afstand is mis, ’t is achter de horizon, misschien wel een uur afstand. Anderhalf uur later drijft de ene na de andere ijsklomp voorbij. Eén er van, een grappig model op ongeveer 1000 m, heb ik nog gekiekt vanaf een hoger dek, maar de vingers staken me van de kou. Ik hoorde later dat ze radiobericht hadden gekregen dat er een 150 ijsbergen in het noorden op drift waren geraakt en dat ze toen een zuidelijker koers hadden genomen. Dat had ik trouwens al gezien aan de bocht, die in ’t zog achter de boot kwam. Ze zijn ons alle noordelijk gepasseerd. Het was een prachtig gezicht in de zon, maar ik begreep nu ook waarom het zo deksels koud was geworden.

Zaterdag 1 mei—
Het is vanmorgen toch zulk schitterend weer, wel wat fris, maar dat is minder. Je kunt tegen de zon in niet lijden dat je op het water kijkt. Als je dan de andere kant uit kijkt, lijkt de zee donkerblauwgroen en de scheiding tussen lucht en water is zo scherp alsof het een schilderstuk is. Ik zag straks nog zo’n spuit de lucht ingaan, maar het ijsbergengebied zijn we voorbij en zeker dat van de walvissen ook.
Een uur later—Ik zie daar land- New Foundland. Ik zie wel dat daar alles sneeuw is
Twee uur later—Maar dat was alweer mis. Het is een barre, troosteloze heuvelrug vanuit zee gezien. Er moeten verderop ook nog mensen wonen, daar staat nog een vuurtoren en op de kaart staat nog iets als St John. Verder zag ik nog een bergmodel, een langzaam toelopende kegel.
Op de boot is het ook nog koud. Ik weet nu dat ik verder kan gaan. Ik heb alles voor mekaar: een spoorkaart Quebeck- Chicago, een autokaart door die stad en een spoorkaart Chicago- Spencer. Reizen is goed bezien geen kunst. Het is makkelijker te leren dan roggemaaien.
Geschreven door Hetty om 22:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's reis 3 --Op zee

Opa en opoe Eggink,waarschijnlijk eind jaren dertig met Jozien, Coby en Diny uit De Steeg, Jan en Ineke Kettelarij en Anton Voortman, de oudste kleinkinderen.

Een beetje koorts onder de gasten. Een deel zal met de White Star boot gaan. Ik denk: de volgende is voor mij en maak me gereed. Een hoteljongen pakt me bij de mouw en zegt: “Ai tel joe wo joe go”. Goed …ik ga zitten en heb geduld. Dit was het eerste engels dat ik direct begreep. Eindelijk komt mijn beurt: Aurania.
Zondagmiddag 1 uur
Ziezo, de treinreis achter de rug, de controle door en nu zit ik in de hut die een week minstens mijn woning zal worden. Ik heb halverwege Londen- Southampton nog weer een kiek gemaakt, maar de trein reed zo hard! Het zal me benieuwen of ’t wat geworden is.
En nu de indruk van Londen Ik kan het niet best vatten; een beetje boven mijn begrip ging ’t wel. Het Oost station dat ik gezien heb, heeft een overkapping van minstens 2MT.
Vanmorgen 9 uur zijn we uit Londen vertrokken, om 12 uur waren we over en om half twee gingen we in zee. Goed weer. Bij het nazien van mijn papieren ontdek ik dat ik de treinkaart Quebec- Spencer kwijt ben, een geval dat me 46 dollar had kunnen kosten.
Ik in de hut, met het taalboek voor me, schrijf hierover aan de steward. Ik geef de hutjongen mijn brief. Ja… hij kon het wel lezen en wilde zorgen dat de letter bij de steward kwam. Een halve dag later komt de hutjongen me mèt de steward opzoeken: Trevvel tikket lost?” Ik zeg:”Jes mister, in Southampton.” “Next moorning joe get joe tikket.” Een dag later wordt het me op het dek aangereikt. “Nicht meer verlieren.” Ze zagen me misschien voor een Duitser aan.
Ik hoop dat het mijn huisgezin goed mag gaan en ook vooral dat Dika mag blijven beteren.

Zondagmiddag half 3

Helder fris weer. Heb drie kiekjes gemaakt, één aan het einde van de boot waar de schroeven het water zo geweldig laten koken dat het een paar honderd meter terug nog de gewone golfslag niet weer heeft, één terzijde waar ’t water nogal nijdig is door ’t geweld van de boot en één van dek no 2 waar een groepje op een bankje zat met een kinderwagen er voor, waarin een baby lag die goed op Dina leek. Dit dek is er zowat drie meter boven. Een jonge matroos, die zag wat ik wilde, kwam vlug bij me en hield zijn pet boven de camera om de zon te weren. Zo vind je overal mensen waar je in je hart van blijft houden
Er was nog een hoger dekje, maar toen ik daar met een Engelsman op was geklauterd begon onder mij één van de officieren zo te foeteren dat we maar vlug naar beneden haspelden.
Nu zie ik in de verte het laatste restje van Engeland. Het water is niet erg lastig. Van waar ik nu zit, een 40 m van ’t eind van het schip, kan ik het zowat begroten. Het rijzen en dalen maakt misschien een meter verschil. Hoe is dat nu met die golfbeweging? Je kunt een golf nooit lang vasthouden, dan duikelt hij weer onder en op elke golf zijn nog weer kleine golfjes die een apart leventje hebben. Dat leven is dan wel niet zo lang soms, maar dat is tot daar aan toe.
Ik geloof dat een zeereis voor mensen die overspannen of overwerkt zijn de beste medicijn is. Als je rustig zit te kijken naar dat maar nooit rustende water… dan voel je in je hoofd iets als een weldadige ontspanning. Maar nièt uit te maken is of de zee mooi of lelijk is. Als een mens geen bijzondere zorgen heeft dan kan de zee niet anders dan schoon wezen. Maar ’t is onwezenlijk, want het volgende ogenblik als je ergens over piekert of zo, dan is alle mooiigheid er af. Ondertussen is onze aarde toch maar een potsige bol. Dat het een bol is kun je op zee met een half oog wel zien. Ik vraag me alleen af wat we toch met al dat water moeten doen? ’t Is eigenlijk niets dan water met hier en daar een stripje land.
Aan dat niets dan engels horen ben ik al gewend, al kan ik het zelf dan nog niet. Als je een engels woord zegt dan schrik je van je eigen woorden. En wanneer je weer in je eigen land bent, hoorde ik een mevrouw op de Batavier zeggen, dan vind je het weer raar om de Hollandse taal weer te horen. Aan alles went een mens.

9 uur ’s avonds.
Voor ik naar bed ga wil ik iets schrijven over die meeuwen. Ze zijn ons nu al nagevlogen vanaf Southampton. Wondere dieren, want ze moeten wel doorvliegen. Als ze willen rusten op het water, blijven ze achter. Ze hoeven de vleugels haast niet te bewegen, dan kunnen ze al meekomen. Ze vliegen mee, geloof ik, omdat ze weten dat door die geweldige beweging die de schroeven in het water maken de visjes in dat zog naar de oppervlakte komen, misschien ietwat bedwelmd denk ik.
Als ze er één hebben gepikt gaan ze op het water zitten en eten het visje uit hun pootje op. Even later zijn ze er al weer. Ze zijn heel tam. Tot een paar meter boven je hoofd scheren ze rond. Ik geloof dat er wel honderd zijn. De meeste zijn wit met een staalkleur en donkere vleugelpunten, maar enkele zijn ook donkergrijs.
Er zijn maar 60 derde klas passagiers. Hiervoor zijn zes tafels in gebruik met elk een eigen bediende. Overal liggen de spijslijsten op tafel en dan komen ze vragen wat het wezen moet. Steeds drie gerechten, maar als je potatos met meat bestelt krijg je een paar aardappels met veel vlees. Mij dunkt het is niet goed de mensen zo te verwennen.

Geschreven door Hetty om 19:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's reis 2--- Londen

Opa's boekje uit 1932. Voorin staat op de eerste bladzijde:

Dagboekje, behelzende mijn belevenissen van mijn reis náár, mijn verblijf ín, en mijn terugkeer ván america.

Nu in de auto die ons naar het Cunard hotel brengt. Nu hoor je niets meer dan engels. Het is nu bijna half 11 voormiddag. In Rotterdam is het erg met de auto’s, in Amsterdam nog erger, doch hier is het het toppunt.
Maar ik weet niet hoe het komt, het lijkt me hier niet zo gevaarlijk. Ze wijken hier naar links i.p.v. rechts. De grootste heibel op straat vormen de  enkele rijtuigen en karren. Als je paarden ziet kun je gerust rekenen dat er een 20—25 auto’s vlak achter zitten. ’t Schijnt dat ze er in alle straten niet langs mogen. Verder is het er erg rokerig. Alle huizen zijn er van boven gezien zwart van de smook en het dampt er aanhoudend boven de daken. Ik kan dat zien van boven uit mijn kamer, ik geloof de vijfde verdieping.
Jullie zijn nu druk aan ’t werk en ik heb niks te doen. Voor een paar dagen gaat het wel in een hotel, maar ik ben liever op zee. Ik verlang ernaar dat ik op de Auroria kom.
Het is hier mooi zonnig weer. ’t Begon vanmorgen op zee al zo prachtig. Ik heb op de boot het ontbijt nog gekregen en toen ging het verder vlug achter mekaar.
Ik dacht mijn koffers nog uit de hut te moeten halen, maar die rappe jongens waren mij al voor geweest. Ik werd met de anderen de trappen afgeschoven, de boot af, een lange wandelgang in en daar lagen onze koffers al, netjes op een lange rij op lange tafels of banken, ik weet niet wat het waren. De grote koffer moest ik nog openen en wat lostrekken. Over de sigaren moesten ze nog even praten, maar ’t was toch wel goed. Ik heb nog geprobeerd een kiekje te maken in de trein van  Gravesend naar Londen, maar ’t was niet veel zaaks. Het mooiste was net voorbij.

Kwart voor zeven. Het zgn. middageten is aan de kant. Voor een boer kon ’t wel met een beetje minder drukte maar ’t eten was, net als op de Batavier, heel goed.
De taal, vooral als ze je wat vragen, is eerst wel lastig. Maar op zichzelf is dat ook al weer niet erg, ’t komt steeds terecht. Zonet wilde ik in een boekwinkel een map schrijfpapier kopen. Een juffrouw kijkt me vragend aan en dan moet ik het er maar op wagen:”A mep raiting peper?” Ze kijkt me nog steeds vragend aan. Ik denk, heb ik dat dan nog niet mooi genoeg gezegd, nog eens dan:”A mep raiting peper”.  Ik probeer de r niet uit te spreken. Dan klaart haar gezicht wat op, ze neemt een map in de hand en houdt me die voor. “Jes”, zeg ik. Er staat een lange man achter mij. “Ook een Hollander?” Toen wilde ik op het dichtstbijzijnde postkantoor wat buitenlandse postzegels kopen voor briefkaarten. Dat ging ook al niet gesmeerd, omdat ik stamps voor foreign briefkarten vroeg i.p.v. postcards. Er staat een bejaarde dame naast mij:”Joe a e Dutchman? Ik zeg lachend maar weer:”Jes” en dan lacht die goede ziel ook met zoiets beschermends er in, in die glimlach! Wat had ik die oude dame graag nader willen leren kennen. Maar op het postkantoor namen ze geen Amerikaanse munt en Hollands nog minder. Toen zocht ik maar zo’n klein geldwisselkantoor op en daar kreeg ik voor een dollarbriefje Engelse munt en betaal hiermee mijn stamps op het postkantoor.
Wat later dacht ik: Waar blijf ik nu met dat beetje Engels geld. Ik weer naar dat kleingeldkantoor en leg daar voor het foreign loket mijn Engelse geld neer en de paar Hollandse guldens er naast. Maar toen hij dat Hollandse geld zag moest hij eerst nog nazien wat de koers was.
“t Is vreemd, maar ik had een kaart die diende voor de logieskosten hier. Daar staat in zeven talen dezelfde mededeling op, maar niet in het Hollands. Ik geloof dat ik zo bijtijds mijn kamer maar eens opzoek. Van voormiddag kon ik mijn kamer niet eens vinden! Daar zie ik zo’n witschort aan ’t boenen. Ik ga vlak voor haar staan:”Roem twenty sevn?”Ik had gezien dat ik kamer 27 had. Dat begreep ze dadelijk en wenkte me langs een andere trappenrij naar mijn kamer.
Zaterdag 24 april
Ontbijt achter de rug. Een bediende tikte me op de mouw:”Breakfast”. Goed, ik naar de diningroom. Een zusje komt bij mij, zegt een paar onverstaanbare woorden. Ik zeg op de klank af één  van de woorden na en ze gaat weer heen. Ik denk nog: ’t zal me benieuwen wat er nu gaat gebeuren. Er wordt mij een bordje havermout gebracht. Gauw op. Dit wordt weer weggehaald en men brengt mij een gebakken ei met wat gebakken spek. Na een kop koffie ga ik naar de smokingroom en straks zal de auto wel komen die me naar het station brengt. Zou Dika goed geslapen hebben?

Geschreven door Hetty om 10:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Opa's reis naar Amerika in 1932

Opa en opoe Eggink in de jaren 30 op de Dam in Amsterdam

In 1932 gaat opa Eggink op reis. Hij gaat zijn oudste zoon Herman bezoeken die naar Amerika vertrokken is om boer te worden. Zijn bevindingen onderweg en in Amerika heeft hij trouw weergegeven in een klein zakboekje.
In de brugklassen heb ik vaak een stukje voorgelezen aan het eind van een les. Het maakte indruk en vaak vroegen ze aan het eind van een volgende les om nog een stukje.

22 april 1932 --kwart voor 6
Voor ’t eerst van mijn leven aan boord van de Batavier2. Ik had er niets mee te doen. Afgehaald van de trein, weggebracht naar de Batavier. Ik geloof niet dat er veel passagiers meegaan. Ben best op mijn gemak. Ik hoop dat Dika nu steeds beter mag worden.
Door dat getakel aan boord van het schip is het schrijven nog niet zo gemakkelijk..
Straks, 6 uur, krijgen we middageten.
Kwart voor 7. We zijn gedurende een uur in volle zee. ’t Begon mij op ’t dek te koud geworden. Ik bemerk terwijl ik dit schrijf, dat we in de ruimte zijn aan de bewegingen van de boot. Je voelt je rijzen en dalen, altijd zowat hetzelfde tempo.
Zojuist hebben we het middageten gebruikt. Met mekaar was het heel goed, maar ik had wel een paar borden minder vuil kunnen maken. Maar ik zal maar zeggen dan hebben ze ook wat te doen. Ik begin nu slaap te krijgen. Ik ga zo naar mijn kooi. Er zijn niet veel passagiers, ik heb een vier persoons hut alleen. Zo ben ik dan op de grote grens tussen Holland en Engeland.
‘t Is zeer rustig aan boord, de zee is betrekkelijk kalm. Morgenvroeg om 7 uur of half 8 zijn we in Gravesend. Vandaar gaat het met een speciale trein van Cunard naar Londen, waar we blijven tot zaterdagmorgen 24 april.



232772-50d70ff339bf596990b72c22e7a92355.JPG
Opa en opoe Eggink in de dertiger jaren op de Dam in Amsterdam

232772-7c8a16379dd2a104fc718c870d5efb8c.JPG
Opa ±1972   91 jaar oud
Geschreven door Hetty om 22:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Scheuveln

 foto Jan Hendriksen

Artikel in de Stentor:
RUURLO - De grachten rond kasteel Huize Ruurlo vormen een perfecte locatie om de schaatsijzers onder te binden. En dat deden Ruurloërs ook, hoewel er geen baantje van vierhonderd meter ligt. Oudejaarsdag en ook gisteren gingen velen hier even het ijs op.
Dit leverde ook een schitterend winters tafereel op. Alle gesteggel over de locatie van een natuurijsbaan die Ruurlo de afgelopen week in zijn greep hield, werd zo naar de achtergrond verdrongen. Wat er nog ontbrak was een koek- en zopietent. Hoewel? De Ruurlose families Schouten, Reinderink en Brands hadden oudejaarsmiddag met hun kroost daar wat opgevonden. Een gasbrander verwarmde de glühwein en de chocomelk. Er werd zelfs al even geproost op Nieuwjaar.
 

Mijn eerste schaatspoging deed ik samen met Diny op het ondergelopen stukje weiland voor de boerderij op van die houtjes die met band om je laarzen vastgebonden werden.  Het viel niet mee. We kregen een keukenstoel mee om niet steeds te vallen. Toch leer je het er aardig mee. Ik voel nog wel m’n ijskoude vingers wanneer je steeds die banden strakker moest trekken.
Later gingen we naar de Kranenburg naar de ijsbaan of naar de gracht bij een van de kastelen. Ik zie nog zo die dikke goudvissen voor me die waren vastgevroren in het ijs bij de Kieftskamp.
Bij Kasteel Vorden was meer te beleven en later wanneer ik in het weekend bij  Gerrie  in de Wildenborch was bleken daar de grachten bij kasteel de Wildenborch  een prima plek om ons op de schaats uit te leven.. Hier schaatsten vroeger ook de ooms en tantes uit de tien kinderen tellende Egginks-familie. Volgens mama was tante Mies de sportiefste van het spul.
In Hengelo leerden onze jongens de eerste beginselen. Vooral Gerhard was behoorlijk fanatiek. Nu heeft Robin voor het eerst de schaatsen onder en geniet van een echte winter.
Of ik nog schaats?.....Ik? Nee, ik waag me er allang niet meer aan. Wim begint ook meteen over z’n slechte enkels. De nieuwe generatie is aan de beurt.
Toen we in Emmen kwamen wonen heb ik de eerste paar jaar vrijwilligerswerk gedaan bij het Alfabetiseringswerk in Zwartemeer. Er was één jongeman bij die de puntjes graag op de i wilde leren zetten bij de spelling van het nederlands. Hij was zoveel vergeten. Hij kreeg individueel les van me in het Buurtcentrum.  Die eerste winter was er ook ijs. Hij had plannen om te gaan scheuveln. Ik had dat Drentse woord voor schaatsen nooit gehoord, maar het klonk wel leuk.
Toen hij de deur uit ging wenste ik hem dan ook veel plezier bij het schuveln. Stomverbaasd moest hij lachen. “Schuveln doe wij op de dansvloer, maar ik denke da’j  scheuveln bedoeld."

Geschreven door Hetty om 12:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Stoelendans

Tijdens een klassenweekend in Velp werd er zaterdagsavonds muziek gemaakt door Gerrit en Henny.

Dat dhr Kruithof ondoorgrondelijk was is mij wel bekend. Hij stimuleerde me om opa’s gedichten: Hans Knol en Wat za’k mien Truuken schrieven voor te dragen.    
Dhr Kruithof was, meen ik, onze klasseleraar en deed soms mee met klasseavonden. Ik herinner me Joepi Joepi is gekomen, Zakdoekje leggen en een spel waarbij je in een kring zit en iemands naam moet noemen en daar bij op het hoofd geslagen wordt wanneer je niet gauw iemand anders noemt. Zo was er ook een spel… misschien wel stoelendans waarbij ik per ongeluk en tot mijn schrik bij dhr Kruithof op schoot belandde. Bij dit soort spelletjes was ik bloedfanatiek. Waar is die tijd gebleven?! Toen we een paar dagen later weer op school kwamen vertelde heer Kruithof me met een stalen gezicht dat hij na dat incident naar de dokter had gemoeten vanwege ernstige rugklachten. Hij bracht het bloedje serieus. In gedachten zag ik hem al door mijn schuld in een rolstoel zitten. Tot aan de dag van vandaag weet ik niet of het waar was. Ik was in die tijd nogal goedgelovig. Och heden...Gerrit heeft me ook ooit al eens wijsgemaakt dat er gebokst moest worden op een sportdag. Wim beweert dat ik dat ik nog steeds overal intrap. Nou ja…!!!

Alvast een paar regels over de soldaat die z'n meisje Truuken wilde schrijven:
Och wat zatte wi-j aordig samen
Op dee tonne met karnemelk
Ik drukken eur... ik gaf eur mooie namen
Dat aoverkump neet elk.

Opa Bijenhof droeg het op onze bruiloft nog voor. Hij had z'n colbertjasje binnenste buiten aangetrokken om een beetje op een soldaat te lijken.

Geschreven door Hetty om 19:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Het is volkomen vrijblijvend hoor....!

Een artikel uit De Prins van 11 mei 1912 ter gelegenheid van de inwijding van de Groen v. Prinsterer Kweekschool in Doetinchem. Dit krantenknipsel is te koop bij de veilingsite voor verzamelaars QOOP en is ingezet op € 3.

Natuurlijk weet Gerrit nog wèl hoe onze leraar Nederlands heette. Dat was dhr Kruithof. Gerrit wist zelfs z’n adres nog. Die moet wel een fotografisch geheugen hebben. Het blijkt dat deze heer Kruithof vrijwillig medewerker was van een instituut van de Universiteit in Amsterdam( Gerrit denkt zelf het van Meertensinstituut)  die zich bezighoudt met volkskunde en regionale taaleigenaardigheden.
Dhr Kruithof noemde ons eens als voorbeeld van afwijkende zinsconstructie de Nederlandse zin "Dan pak ik een schep" versus het Achterhoekse "Dan gao ik hen en nem een schuppe". Wat klinkt dat laatste toch veel mooier!
Zelf weet ik nog dat hij liet horen hoe het onvervalst Rotterdams klinkt in de zin :”Ga je mee buiten spelen joh?”

Gerrit vertelt verder:
Menigeen was een beetje bang voor hem omdat nooit helemaal duidelijk was wat je aan hem had. Hij maakte de indruk van een ijskonijn en je wist bijvoorbeeld nooit of hij al of niet boos was. Dan hing er toch iets als een gespannen stilte in de klas. Als hij zei dat je iets helemaal vrijblijvend wel of niet kon doen, wist je nooit of het een verkapte bedreiging betrof..
Uitvloeisel van die sfeer was een minisketch die Henk Kets (hij weet het ongetwijfeld nog) en ik tussendoor herhaaldelijk  opvoerden met als tekst:
"Het is volkomen vrijblijvend hoor!" "Jawel, maar de kolenmijnen in Siberië hebben personeelsgebrek".
(Hier begint me wel weer iets te dagen.)

Jan Koenhen uit Wehl die een paar klassen hoger zat, had een traumatische angst voor hem. Op het examen was hij naar het verhaal wilde vreselijk onderuit gehaald bij Nederlands. Dat trauma was zozeer algemeen bekend dat later, toen ik al in Doetinchem werkte, Andela daar nog wel eens over begon. Om het noodlot te tarten heb ik in de derde leerkring bij de speciaalstudie voor hem gekozen als examinator. Daarmee is geen bijzondere band ontstaan, maar ik heb ook geen spoor van onbehoorlijke behandeling ervaren.
Dat jij de naam van zo'n leraar niet meer weet!
Gerrit



213913-faca5a28922ee41f8fe1339168e685b0.jpg

Geschreven door Hetty om 13:48 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Klas 4 Groen v. Prinsterer Kweekschool

Ik ben vergeten hoe onze leraar Nederlands heette op de Groen van Prinsterer Kweekschool, maar weet wel dat hij erg geïnteresseerd was in de gebruiken in de Achterhoek. Toen hij van ons hoorde over de gebruiken van het brood wegen bij de Muldersfluite op Hemelvaartsdag wilde hij het naadje van de kous weten. Waarschijnlijk door Joke’s vader werd hij daarop uitgenodigd om zoiets zelf eens mee te maken. Ook hij mocht een Goudse pijp meeroken tijdens het wegen.
Van Gerrit kreeg ik nòg een foto van onze – nu 4e- klas toegestuurd. Er zaten toen twee klasgenoten extra in onze klas: Gerrit Staring en Joop, die de klas nòg eens mochten doen. Joke en ik reden regelmatig met Gert Staring mee  in z’n groen vierkant Fordje wanneer hij ons achterop kwam. Hij was enig kind en ze hadden bij hen thuis op de Keyenborg een oompje in huis die hem dat Fordje cadeau had gedaan. Vlug zetten we dan onze fietsen bij een huis en stapten graag in, vooral bij tegenwind.
Het gekke is dat Aad Dorst ook niet op deze foto staat. Dat was diegene die altijd van alles kwijt was zo ook eens zijn blokfluit die door de schoonmaakwoede- zei hij -  van hun hulp weggemaakt was ( zie
www.hettysite.nl weblog 2-- 25 sept. 2007)   )Hij voelde zich meestal onder en boven de wet en was dus vaak met andere dingen bezig, maar Gerrit Dales staat hier in volle gloria op.- 4e van links bovenaan-   Volgens mij moet ik deze foto ook nog ergens hebben, maar dat wordt zoeken. Het valt me ook op dat alle meisjes rokken dragen. Ik zou niet weten wanneer ik voor het laatst een rok aangehad heb. Alleen als het heel warm is. Tijden veranderen.



213442-ba4d5321cbba5130a3b351018f3ac784.jpg
Geschreven door Hetty om 20:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Een Achterhoekse in Drente

↑ Terug naar de berichten