|
Je kent ze vast wel, die buurtboekenkastjes met het principe: je geeft er een, je neemt er een. Meestal (vaak) alleen wat oude meuk. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit en zo vond ik deze in La Louvière, en natuurlijk kon ik dit pareltje van de Nederlandse literatuur niet laten liggen. "Den kleine Johannes van Frederik van Eeden" Ooit stond dit boekje op de leeslijst van veel middelbare scholen. Een ijverig iemand is begonnen de oude spelling te "verbeteren" en er is een aantekening gemaakt dat een sprookje "un conte" is in het Frans.
En zo belandde ik ineens in de wereld van Johannes: een jongetje dat met zijn vader, hond Presto en kat, Simon, in een oud, geheimzinnig huis woont, omringt door een grote tuin. Hij leeft half in de werkelijkheid, half in de natuur die hem omringt...
En om een lang en mooi verhaal kort te maken, want er zou te veel verloren gaan, mocht ik hier een echt verslag van maken, zeker het bloemrijke taalgebruik, en ik snap meteen waarom het vroeger op de leestlijst stond. Het verhaal gaat over de ontwikkeling van kind tot volwassene, van droomwereld naar realiteit. Johannes wordt in dit “sprookje” begeleid door figuren die verschillende levensfases en wereldbeelden symboliseren. Waaronder, Windekind, (fantasie, natuur), Robinetta, (de eerste liefde en de overgang naar volwassenheid), de kabouter Wistik, (dorst naar kennis en weetdrang), dokter Cijfer, (droge, wetenschappelijke kennis), de materialistische Pluizer en Hein, de Dood, En daarachter, de ongenoemde, onuitgesproken, maar onmiskenbaar aanwezig: God, het hogere levensdoel.
En dan, helemaal op het einde van het boek, staat die ene zin die alles samenvat en tegelijk openlaat: “Wellicht vertel ik u eenmaal meer van den kleine Johannes, doch op een sprookje zal het dan niet meer gelijken.”
|