De Noordzee bruist een lied dat brandt De zeewind draagt het mede Het zingt van vrijheid over 't land Van vreugd' in dorp en stede De zonne vuurt de blijheid aan Langs velden, weiden, stromen Waar steden met hun torens staan Waar woud en heide dromen Daar is 't waar ik geboren werd Waar moeder mij eens wiegde Mijn land is Vlaand'ren, U mijn liefde, U mijn hart O schone steden, trots en vroom Vol heilige feestvisioenen O stille dorpkens langs de stroom Waar veld en weide groenen Ik min U, stad vol klokgetril En dorp ik min U beide En 't is er, als ik dromen wil Zo vreedzaam in de heide Daar is 't waar ik geboren werd Waar moeder mij eens wiegde Mijn land is Vlaand'ren, U mijn liefde, U mijn hart
Willem Gijssels (1875 - 1945)
Een interessant adres?
Gij noemt mij racist, mijnheer ? (Wim De Cock)
“Gij noemt mij een racist, mijnheer omdat ik eigen volk en eigen taal waardeer, bij eigen aard en eigen waarden zweer, mijn kind'ren eerst hun rechten leer. Daarom noemt gij mij een racist, mijnheer.
Noemt gij mij een racist, mijnheer, omdat ik vreemden zoals gasten eer, geen dwang of geen bemoeizucht tolereer, in eigen land de wetten zelf dicteer ? Noemt gij mij daarom een racist, mijnheer ?
Stel, dat ik later in uw land passeer. Zult gij niet eisen, dat ik zonder meer, uw eigenheid en uw gewoonten accepteer ? Dat ik uw wetten en uw regels respecteer ? Zijt gij dan ook racist, mijnheer ?
Gij stuurt mij stellig naar mijn thuisland weer, indien gij vindt dat ik te lang en al te zeer van uw geduld en gastvrijheid profiteer. Onthoud, dat gij noch recht noch reden hebt, wanneer gij 't lef hebt, mij te schelden voor racist, mijnheer !”
SCHOOLPERIKELEN (Vroeger)
Avonturen met schooldirecties, leerkrachten, ouders, leerlingen, clb'ers. Vertellingen over vroeger en nu. En ook nog een beetje actualiteit met een korreltje zout.
30-07-2014
Laster en Eerroof
TV-soaps zitten propvol drama's en intriges. In het werkelijke leven is het niet anders, en vaak veel erger en ingewikkelder. Ik zal eens vertellen over de zwartste bladzijde uit mijn hele loopbaan. Dat was in 1995 in het lyceum waar ik verstrikt raakte in een web van roddels, leugens, afgunst, achterklap en pure laster. Ik was aangewezen op juridische bijstand. Men adviseerde me om klacht neer te leggen wegens laster en eerroof, en ze zouden me daarbij helpen en steunen, ze zagen immers dat ik emotioneel een wrak was. En tóch heb ik geen klacht ingediend en dat spijt me nu nog ten zeerste. Met vijanden mag je nooit voorzichtig zijn, heb ik nu geleerd, je mag ze nooit ontzien.
Het begon allemaal met Marie-Jeanne B., maatschappelijk werkster en geobsedeerd door sociale randgevallen in het lyceum. Net zoals directrice Prutsmans, die familiale probleemsituaties tot op de draad kon uitpluizen en eindeloos erover kon zeuren en zagen, in plaats van haar school te leiden, maar daartoe was ze niet bekwaam. Extreme belangstelling voor goot- en richeltuig zegt al genoeg over je eigen aard...
Marie-Jeanne koos als begeleidingsgeval een gevaarlijk meisje, een eerstejaarsleerling van het lyceum. Annick was haar naam, en haar moeder Laura was al even onbetrouwbaar, achterbaks en belust op intriges. Moeder en dochter sloten innige vriendschap met begeleidster Marie-Jeanne. Later sloot directrice Prutsmans zich ook aan bij het vriendenclubje. Deontologisch kon dit niet, mocht dit niet, je kunt onmogelijk professioneel werken als de band tussen hulpverlener en patiënt innig en persoonlijk wordt. Denk maar aan de therapeut in de Tiense kliniek die precies door het te nauwe contact met zijn patiënten in de fout ging...
Ik distantieerde me van het clubje en wist dus niet wat ze bekokstoofden en hoe ze elkaar ophitsten met leugens en verzinsels over mijn persoon. Fantasieverhalen, overdrijvingen en verdraaiingen, ontsproten uit het brein van het duivelskind Annick, bereikten baas Horbert. Nog altijd voelde ik geen argwaan en werkte voort. Omdat ik niet deelnam aan het gezelschap en omdat ik Marie-Jeanne wees op haar achteropliggend werk werd ik een soort boeman. Marie-Jeanne weigerde taken uit te voeren die bij haar eigenlijke opdracht hoorden. Ze werkte zelfstandig en wilde niets vertellen over haar activiteiten, ze pikte mijn begeleidingsgevallen in, inclusief de dossiers, weigerde te overleggen, liet zich opslokken door Annick, door haar moeder Laura en door Prutsmans, ze geneerde zich ook niet om haar vijandigheid jegens mij openlijk te laten blijken. Onvoorstelbaar en raadselachtig!
Ondertussen had baas Horbert een resem van klaagzangen ontvangen vanuit het vrouwenclubje. Horbert was een goede biechtvader voor klagende vrouwen. Altijd zo geweest Zijn zalvende stem was de druppel op een hete plaat. Op een sombere dag ontving ik van hem een berispende nota waarin gedetailleerd alle opmerkingen van het vrouwenclubje vermeld stonden. Die nota was de kers op de taart van intriges. Dankzij juridische bijstand ben ik uit de ellende kunnen spartelen. Nu is Marie-Jeanne B. werkzaam in CLB Lommel. Welke slachtoffers zou ze daar uitgekozen hebben? Hoe zou ze nu omgaan met haar frustraties? Hoe zou ze die een fatsoelijke uitlaatklep kunnen geven? Zou ze zich eindelijk verzoend hebben met haar ondergeschikte positie? En zich aanpassen aan haar feitelijke job?... Allemaal vragen die me nu niet meer mogen interesseren. Het hele incident van vroeger is op een sisser uitgelopen, het verdampte alsof er niets gebeurd was. "Sorry Lieve, er is een beoordelingsfout gemaakt". Dat was alles...