Schrijvers die weten soms alles, soms niets hadden ze kennis dan schreven ze iets kenden de woorden toch rijmend te vinden doch vroeger dan reden ook schrijvers per fiets.
Onze straat is een lust om te wonen dat ze mooi is zal ik hier aantonen geen haat of geen nijd iedereen is bereid daarvoor moeten we z’ eerst niet opschonen.
Er was eens een mens met een ziekte die altijd op beterschap mikte hij hield zich gaaf recht al voelde hij zich slecht ’t was zijn lot waar hij zich ook in schikte.
Er was eens een mens met een ziekte die altijd op beterschap mikte hij hield zich gaaf recht al voelde hij zich slecht ’t was zijn lot waar hij zich ook in schikte.
Onze straat is een lust om te wonen dat ze mooi is zal ik hier aantonen geen haat of geen nijd iedereen is bereid daarvoor moeten we z’ eerst niet opschonen
Er was eens een man met een niersteen de echo die toonde er meer als één het deed toch zo ’n pijn links zijn zij, op een lijn en uit angst begon hij zelfs een noveen.
Er zat eens een klein nachtegaaltje te rusten op zo een kort paaltje hij was er zo bang dorst had hij al zo lang maar voor drinken moest hij naar het schaaltje.