Hans Lodeizen xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
God zijn spiegel .
Toen God de wereld had geschapen ,
En ze daar klaar voor hem lag
Rustig als een baby aan het slapen
Was hij niet blij met wat hij zag .
Men zou toch zeggen hij had alles
Zelf naar zijn eigen wens gemaakt :
Wij zaten parterre , hij zat stalles ;
De film werd als hij wou gestaakt .
Maar nee , in een geweldig pesthumeur
Zat hij alleen in zijn stoel te kniezen ;
Hij keek aanhoudend naar de deur ,
Men dacht : straks pakt hij nog zijn biezen .
De wereld was naar zijn evenbeeld
En precies als hijzelf geworden
En daarom keek de Heer zo verveeld :
Hij was niet gevleid met de horde .
Caïn sloeg Abel in een kwaje bui ,
De zondvloed kwam , een beetje later ,
De toren van Babel verwarde de lui
En tenslotte sloeg Jezus een flater .
Eén ding was duidelijk: het was niet goed
Wat hij gedaan had met zijn vrije uren .
Hij herkende overal zijn eigen snoet
En de mensen bedreven zijn dolste kuren .
Nu is god van de wereld gegaan ,
Maar een fout is er om een les te leren
Kijkt mijn spiegelbeeld me met liefde aan
Dan wil ik het de rug toekeren