Sala familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
15-05-2007
DE BAROMETERS VAN DOMINICUS SALA
Onderdeel van familie: Sala/Weereld
Nederlandse banjobarometer ca. 1840-1860 gesigneerd “Sala Leyden”
H.112 cm. Collectie B.Bolle
De grenen kast is belijmd met bloemmahonie motieven en is voorzien van verzilverde messing platen. De 25 cm brede wijzerplaat wordt afgeschermd door bol glas en heeft een schaalverdeling in Engelse duimen. Zowel hygrometer als thermometer is afneembaar. De tendenswijzer werkt via een snaaroverbrenging. Het is waarschijnlijk dat Daniël Antonius Sala de maker is.
Daniël Antonius Sala geb: 17-05-1835 Leiden ovl: 09-03-1875 Leiden bgr: 11-03-1875 Leiden
Relatie: huwelijk 27-07-1859 met Eugénie Marie Eberson, 36, 1839-1875 (x1859, 4k)
Kinderen: Hendrikus Petrus Sala, 1, 1860-1862 Catharina Maria Petronella Sala, 36, 1861-1898 (x1881, 3k) Louiza Maria Sala, 1864-? Antonius Françiscus Sala, 1865-?
Ouders: Carolus Antonius Sala, ~54, ~1803-1858 (x1827, 13k) Maria Sibilla Spekman, ~50, ~1807-1857 (x1827, 13k)
Nederlandse contra-bakbarometer gesigneerd “D.Sala Leyden” ca.1800
Bijzonderheid: In tegenstelling tot de meeste contra-bakbarometers heeft deze geen thermometer gemonteerd. De opengevallen plaats is op elegante wijze opgevuld met sierlijk graveerwerk. Interessant is ook de spelling van het contrasysteem dat op de meeste achttiende eeuwse bakbarometers , alsook de vorige afgebeelde Sala, als “Contraleur” werd aangeduid. Op deze staat “Contraroleur”, hetgeen in de laatste decennia van de achttiende eeuw in zwang kwam.
H. 125 cm. Particuliere collectie
Nederlandse contra-bakbarometer gesigneerd “D.Sala Leyden” ca.1790
Enkele barometer en controleur. De eikenhouten kast is ingelegd met mahonie en satijnhout en heeft verzilverde messing schaalplaten in Engelse en Rijnlandse duimen afgeschermd door een glazen deur. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. De tendenswijzer voor de contrabuis wordt bediend via een snaaroverbrenging in de deur.
Bijzonderheid: Een zeer mooi exemplaar met typische “Sala-kenmerken”, zoals de gestoken platte staartornamenten en de gestoken profielen boven het fries en langs het tympaan, alsook de fijne marqueterie.
H.130 cm. Collectie: Stedelijk museum “De Lakenhal” Leiden
Engelse multipelbarometer ca. 1780-1800 “SALA FECIT”
De schaalplaat is van palmhout, afgeschermd door een mahonie glasdeur, bekroond met messing knopjes. De barometerstand wordt ondersteboven afgelezen op de rechter buis. De schalen en de weer indicaties zijn ingeslagen. De barometerschaal heeft een verdeling van 0 tot 16, onderaan beginnend bij “Very dry” en eindigend bij “Stormy”. De geheel links gemonteerde thermometer heeft de Florentijnse schaal. Langs de voorzijde van de rechter deurstijl zit een messing geleider voor de tendenswijzer.
H. 60 cm Particuliere collectie
Engelse contrabarometer ca. 1780-1800 “DOMINICO SALA LONDINI FECIT”
De massief mahonie kast heeft ingelegd palmhouten schaalplaten voorzien van een schaal van “Very dry” tot “Stormy weather”. Voorts staat rechts boven vermeld “GREAT DOUBLE BAROMETER”. De thermometer heeft een schaal in Farhenheit.
Bijzonderheid: Dit barometertype komt in Engeland slechts sporadisch voor.
H. 108 cm Particuliere collectie
Vervalsingen van Nederlandse contrabakbarometers “D.Sala te Leyden”
Pagina uit het boek “Barometers in beeld” Bert Bolle Lochem 1983
Onderstaande gegevens zijn verzameld door Helmut Sala
De Nederlandse contra-bakbarometers gesigneerd met D. Sala te Leyden hebben de Lodewijk XVI –Empire stijlkenmerken uit het laatste kwart van de 18e eeuw (Afb. 3 en Afb.4). zodat niet Daniel Antonius Sala de maker kan zijn geweest doch Dominicus Sala. In het register van “Declaratoiren van Inwooninge” begonnen in het jaar 1789 komt Ds. Sala voor als neringdoende in barometers. Zijn beroep wordt op diverse plaatsen ook vermeld als winkelier of verkoper van paraplu’s en prenten. Een dochter Anna Maria (geboren 1799) huwt circa 1819 met Joseph Willem Borzo (1781-1839) die zich in ’s Hertogenbosch vestigt, in diens atelier werden ook barometers vervaardigd. Dominicus Sala is een vooraanstaand barometermaker geweest. Zijn barometers zijn van grote klasse. Over het algemeen zijn het rijke stukken, met veel inleg van roze- en citroenhout. Ook “verre églomisée” werd veelvuldig door hem toegepast. Van hem zijn typen bekend met kwart, halve en met hele (vrijstaande) kolommen.
Ook trachtte Dominicus Sala de “Hollandse” contrabarometer in de periode 1780-1800 in Engeland ingang te doen vinden.(Afb.1 en Afb.2)
Een onderzoek naar de antieke Nederlandse barometers en hun makers is tot nu toe niet verricht.
De ontwikkeling van een simpele houten achterwand met een kwikbuis eind zeventiende eeuw, tot pronk en meubelstuk begin 19de eeuw, is tot op heden niet op schrift gesteld evenmin als een opgave is gedaan van alle in Nederland gewerkt hebbende barometermakers met biografische gegevens en afbeeldingen van hun werk. Ik wil trachten in deze leemte te voorzien. Dit artikel beoogt een aanzet te zijn tot een volledige uitgave in boekvorm.
Een tweeledig doel staat mij hierbij voor ogen: enerzijds een proberen of de gekozen vorm de juiste is, anderzijds hoop ik met deze publicatie op nog voor mij onbekende namen van makers geattendeerd te worden. Voor deze verhandeling wordt een bekende maker uit het totaal gelicht, wat een goed beeld geeft hoe, voor zover bekend, de andere makers beschreven zullen worden.
Kritiek op deze vormkeuze of anderszins is uiteraard welkom.
Het idee van publicatie van dit artikel en de vorm waarin het gegoten zou moeten worden is afkomstig van de heer Drs. A. J. F. Gogelein, directeur van het Museum Boerhaave, Rijksmuseum voor Geschiedenis van de Natuurwetenschappen en van de Geneeskunde te Leiden. Zeer veel opbouwende kritiek heb ik mogen ontvangen van de heer Drs. P. van der Star, Conservator van voormeld museum. Tot slot is de heer H. Muller oud medewerker van dit museum mij ook zeer ter wille geweest. Ik ben hen veel dank verschuldigd.
ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN DE BAROMETER
Het laatste, waar de geleerden die zich in de eerste helft van de zestiende eeuw bezig hielden met onderzoekingen naar het vacuüm, het gewicht en de druk, die lucht uitoefent, aan gedacht hebben was, dat het resultaat van hun onderzoekingen een halve eeuw later zou leiden tot het ontstaan van een instrument waar weerkundige voorspellingen mee gedaan zouden worden. 'L'Histoire se répète': hoeveel uitvindingen ten behoeve van de ruimtevaart, worden nu niet voor heel andere doeleinden in het dagelijks leven gebruikt. De grootste en veelzijdigste geleerde uit het begin der zeventiende eeuw was wel de Italiaan Galileo Galilei (1564-1642),
een natuurfilosoof, die het brede terrein van wiskunde, natuurkunde en astronomie niet alleen beheerste, maar bovendien door zijn proefnemingen en denkbeelden de beoefening der natuurkunde in nieuwe banen leidde.
Reeds in 1602 deed hij proefnemingen met lucht en erkende hij het bestaan van een vacuüm, maar in 1615 stelde hij wederom een onbegrijpelijke missing link in het denken van zo'n grote geest dat lucht geen druk uitoefent en geen gewicht heeft.
Isaac Beekman (1588-1637) een medicus en natuurfilosoof uit Middelburg en Giovanni Batista (1582-1666) hebben de veronderstelling geuit dat lucht gewicht zou hebben en druk zou uitoefenen. Torricelli heeft deze stellingen met zijn proef bewezen.
Evangelista Torricelli (1608-1647) werd in 1641 assistent van Galilei, die hij erg bewonderde. Helaas heeft de samenwerking maar kort geduurd. In 1644 vond het beroemde experiment plaats waarmee Torricelli voor het eerst bewees dat lucht druk uitoefent en waarmee het verschijnsel, dat kwik in een luchtledige buis kan stijgen en dalen, verklaard kan worden. Viviani (1622-1703) door Galilei op het spoor gezet om kwik te gebruiken, heeft het experimentele werk gedaan en Torricelli's aandeel was te veronderstellen dat een instrument kon worden bedacht, dat het veranderen van de luchtdruk zou aantonen. Dit instrument zou de barometer worden.
De naam barometer is voor het eerst gebruikt door Robert Boyle in 1665. De naam is afgeleid van het Griekse baros = zwaarte en metron = maat, dus zwaartemeter. In een brief van 11 juni 1644 aan zijn vriend Michel Angelo Ricci in Rome heeft Torricelli het experiment zeer duidelijk beschreven. We mogen dus 1644 als het jaar van de uitvinding aanhouden.
Hoe werkt het principe van Torricelli?
Een glazen buis van + 85 cm lengte, die aan een zijde gesloten is, wordt geheel met kwik gevuld.
Met een vinger wordt de opening afgesloten, de buis wordt omgedraaid en in een bakje met kwik geplaatst. Het blijkt dan dat het kwik in de buis op een hoogte van + 76 cm blijft staan (tek. 1).
Kwik is bij uitstek geschikt vanwege zijn hoge soortelijke gewicht namelijk 13.59. Wil men hetzelfde experiment met water doen, dan krijgt men een kolom van 76 x 13.59 = 1033 cm ofwel meer dan 10
De kwikbak wordt met een deksel, waarin zich een kleine opening bevindt, afgesloten om verontreiniging te voorkomen. In de begintijd zijn alle bakbarometers op deze wijze uitgevoerd. Het is echter duidelijk dat dit een zeer kwetsbaar systeem is. Bij vroegere restauraties zijn deze bakjes helaas verdwenen en vervangen door de hevelbarometer. De hevelbarometer, een dubbel gebogen buis, was een gemakkelijkere oplossing, die men tegenwoordig dan ook in alle bakbarometers vindt (Tek. 2). De lucht oefent druk uit op kwikoppervlak A en kan zo kwikkolom B laten stijgen en dalen. Als in C een vacuüm is dan varieert de lengte van de waterkolom boven A van 74 tot 78 cm.
De contrabarometer
René Descartes heeft omstreeks 1650 geëxperimenteerd met een twee-vloeistoffen-barometer, met het doel de schaal te vergroten (Tek. 3). Boven het kwik in AA' bevindt zich een lichtere vloeistof, bijvoorbeeld een olie. Daar dé doorsnede van B veel kleiner is dan die van A', daalt en stijgt de vloeistof, in B over een veel grotere afstand dan in A'.
Er zijn twee nadelen aan dit systeem verbonden: ten eerste oefent de dampspanning van de olie B in de ruimte C een niet toelaatbare druk uit en ten tweede veroorzaakt het stijgen en dalen, en dus langer of korter worden van de oliekolom een variabele druk op de kwikkolom A. Door deze twee fouten zijn de veranderingen niet meer lineair gelijk aan de veranderingen van de barometerdruk.
Christiaan Huygens (1629-1695) heeft in 1672 een verbeterde twee-vloeistoffen-barometer uitgevonden (Tek. 4) en aan de Royal Society getoond. Deze is bekend geworden onder de namen controleur, contraleur en contraroleur. De laatste naam zou kunnen duiden op het feit dat de schaal omgekeerd, contra, is aan die van de enkele barometer.
De controleur bestaat uit een dubbel gebogen buis en is dus ook een hevelbarometer. Het open been is nu echter even lang als het gesloten been. In het boveneinde van het gesloten been en in het ondereinde van het open been bevinden zich twee verwijdingen A en B van dezelfde diameter. Boven het kwik in het open been bevindt zich water of (gekleurde) alcohol (C). De inwendige diameter van het nauwe deel van het open been is 3 mm en de inwendige diameter van het wijde gedeelte waar zich het kwikoppervlak bevindt, is 8 mm. De oppervlakten verhouden zich nu vrijwel als l : 7. De stijging of daling van de paraffineolie zal nu ook 7 maal zo groot zijn als die van het kwikoppervlak.
Bij de contraroleur (Tek. 5) is de aanduiding van het weertype van boven naar beneden gaande, omgekeerd aan die van de enkele barometer. De schaalverdeling bij de barometer en contraroleur (7 maal zo groot als bij de barometer) is in Engelse en Rijnlandse duimen aangebracht. Bij de contraroleur staat bij de aanduiding 'orcaan' 28 (x 2.54 = 71.12 cm kwik) ED; en bij 'heel schoon' 31 (x 2.54 = 78.74 cm kwik) ED; bij de barometer is dit omgekeerd. Aan de contrabarometer kleven enkele bezwaren. De variabele druk van de vloeistof op de kwikkolom en de verdamping van de vloeistof zijn de voornaamste.
Robert Hooke (1635-1703), die werkzaam was bij de Royal Society, heeft in 1686 een verbetering beschreven en wel in de vorm van een drievloeistoffen-barometer (Tek. 6). Hooke gebruikte alcohol (E) en een niet met alcohol mengbare olie (D). De alcohol was iets lichter, maar door toevoeging van water maakte hij het soortelijk gewicht een klein beetje groter dan dat van de olie, zodat die bovenop kwam. Doordat de beide soortelijke gewichten slechts minimaal verschil vertoonden en de reservoirs A, B en C dezelfde doorsnede hadden bleef de druk op het kwikoppervlak F bij stijgen en dalen constant. Bovendien verhinderde de olie het verdampen van de (gekleurde) alcohol. In 1690 doet Philippe de la Hire (1640-1718) de heruitvinding van de drie-vloeistoffen-barometer en beschrijft deze aan Huygens. De drie-vloeistoffen-barometer is zeer weinig toegepast. Voor de simpele barometermaker was hij te ingewikkeld.
Tot slot een bespreking van de werking van de banjobarometer, door Hooke in 1665 als 'wheel-barometer' uitgevonden. Dit is een hevel¬barometer, waarbij in het open been een vlotter op het kwik drijft (Tek. 7). Deze vlotter is aan een touwtje bevestigd dat over een katrolletje loopt, met aan het andere einde een tegengewicht. Aan de as van het katrolletje is een wijzer bevestigd die langs een schaalverdeling heen en weer gaat met het stijgen en dalen van het kwik in de buis.
Bakbarometer met enkele barometer, mahonie massief. Koperen schalen (vroeger verzilverd?) in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. ± 1740. Gesigneerd: 'P. Eysenbroek, Fec. Haarlem, afm. 102 x 17 cm. Part. coll.
Bakbarometer met enkele barometer, mahonie massief. Koperen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. ± 1750. Niet gesigneerd. Part. coll.
Bakbarometer met enkele barometer, wortelnoten gefineerd. Koperen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen. Thermometer in Reaumur en Fahrenheid. 1759. Gesigneerd: 'C. Ruspinus, Amsterdam', afm. 122 x 15 cm. Part. coll
Bakbarometer met enkele barometer, wortelnoten gefineerd. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen. Thermometer in Fahrenheit en Florece, ± 1770, Gesigneerd: 'P. Poleti Amsterdam', afm. 121 x 20 cm. Part. coll.
Bakbarometer met enkele barometer, wortelnoten gefineerd. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. ± 7770. Gesigneerd: 'A. Solaro, Leeuwarden', afm. 118 x 25 cm. Part. coll.
Bakbarometer met enkele barometer en controleur, noten gefineerd. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Fahrenheit. ± 1780. Gesigneerd: 'Ds. Brenta, 's Bos', afm. 122 x 24 cm. Part. coll.
Bakbarometer met enkele barometer en controleur. Mahonie gefineerd en intarsia (satijnnoten en ebbehout) op tympaan, fries, deur en onderbouw.
Kwart schacht. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. + 1815. Gesigneerd: 'Solaro en Butti te Amsterdam', o/m. 128 x 32 cm. Pan. coll.
Bakbarometer met enkele barometer en controleur. Maho¬nie gefineerd. Intarsia en verre eglomisée op tympaan, fries en onderbouw. Intarsia tevens op de deur. Kwart schacht. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. Omstreeks 1810. Gesigneerd: 'F. Bazerga, Rotter¬dam', afm. 134 x 25 cm. Part. coll.
Bakbarometer met enkele barometer en controleur, Mahonie gefineerd. Intarsia en verre eglomisée op tympaan, fries en onderbouw. Intarsia tevens op achterwand en deur. Kwart schacht.
Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. Omstreeks 1820, Gesigneerd: 'Solaro en Butti Amsterdam', afm. 129 x32 cm. Part. coll.
Foto: An 8" dial figured mahogany mercury wheel barometer with black and white edging, by Barnaschoni of Cardigan. Case repolished, replacement thermometer box, tube, hygrometer, level bezel, mirror and frame, pediment, finial and set key. Considerable restorations but a typical wheel barometer. Circa 1845. Dimensions 10" x 38 ½"
Primavesi barometer Paulus Wast (1721-1784) kam als Emigrant der ersten Stunde, im Jahre 1740 in die Niederlande und ging zu Frans Primavesi in die Lehre. Ursprünglich hieß er Paoli Quasti. Später machte er sich in Amsterdam selbständig und passte seinen Namen an die niederländische Namensgebung an (um 1750). Er wurde ebenfalls ein ganz Großer seiner Zunft. Beide Söhne, Paulus und Pieter, führten den Betrieb nach seinem Tod weiter.
Zu nennen wäre noch Jan Paauw (1723?-1803) aus Leiden, der die Instrumente für Peter van Musschenbroek lieferte.
Im Verlauf des 18. Jh. lässt sich in den Niederlanden die Entwicklung des so landestypischen Bakbarometers in mehreren Stufen verfolgen. Vom einfachen, schlichten Gefäßbarometer mit Zinnskala aus den Anfangsjahren (ab 1725), über Instrumente mit mehrteiligen, kunstvoll gestalteten Skalen zur Mitte des Jahrhunderts, bis hin zum Kontra-Bakbarometer mit zusätzlichem Controlleur, ein- oder zweiteiliger, langer Zinnskala und verglaster Türe, in den 80iger Jahren, lässt sich das Design Schritt für Schritt verfolgen.
In der 2. Hälfte des 18. Jh. tauchen dann vermehrt Werkstätten mit italienischen Namen auf. Die zweite Welle der Emigranten hatte aus der Südschweiz und Norditalien kommend, auch die Niederlande erreicht. Viele der Einwanderer beschäftigten sich danach erfolgreich mit der Herstellung der Bakbarometer. Hier einige Namensbeispiele: Reballio in Rotterdam, Sala in Leiden, Primavesi, Stoppani und Peia in Amsterdam, oder Bianchi, Tarroni, Pagani, Solaro und wie sie alle heißen.
PRIMAVESI, FRANS Holland, fl.1740-60, PHIM Thermometer = UTR. according to Crommelin, thermometer is signed "L. Primavesi." Amsterdam. Crommelin 1; Middleton 1; Rooseboom 1.
PRIMAVESI, JEAN Italy; Holland, c.1750, PHIM Barometer = UTR. signed "L. Primaves." Amsterdam. Middleton 1. PRIMAVESI, L.P. Holland, c.1760, PHIM associated with his father, Frans Primavesi. Amsterdam. Rooseboom 1. PRIMAVESI, LODK. Holland, c.1771, OIM PHIM Double Barometer = UTR. see Bianchi and Primavesi; see Bianchi, Primavesi and Co.; made thermometers. Amsterdam. Rooseboom 1; Daumas 1; Middleton 1; RSW. BIANCHI AND CO. Holland, pre-1793, MIM OIM PHIM made solar microscopes, pumps, etc.; by 1793 owners of a fancy-goods shop. Kalverstraat over de Gapensteeg, Amsterdam. Mörzer Bruyns 2; Rooseboom 1. BIANCHI AND PRIMAVESI Holland, PHIM Barometer = LEY. Amsterdam. RSW.
Signature Maker Instruments Comments Location References PRIMAVESI, FRANS Holland, fl.1740-60, PHIM Thermometer = UTR. according to Crommelin, thermometer is signed "L. Primavesi." Amsterdam. Crommelin 1; Middleton 1; Rooseboom 1. PRIMAVESI, FRANS Holland, fl.1740-60, PHIM Thermometer = UTR. according to Crommelin, thermometer is signed "L. Primavesi." Amsterdam. Crommelin 1; Middleton 1; Rooseboom 1.
Frans Primavesi
Barometermakers als Antony Gulino en Frans Primavesi behoorden tot de eerste generatie immigranten die zich rond 1740 in Amsterdam vestigde.
Van deze Frans Primavesi is de volgende, in 1740 geplaatste advertentie bekend:
'Frans Primowees woond in de Dykstraet in de stad Byleveld by de Nieuwmarkt te Amsterdam, maekt bekend aen alle liefhebbers, dat hy maekt en verstelt allerhande soorten van weerglazen, baromeeters, en termomeeters van quik en spiritus, groot en kleyn. Hy zal zyn werk op de proef geeven en staet een jaer goed buyten breeken'. Zoals uit deze woorden blijkt, was de bakbarometer ten tijde van de vestiging van de allereerste groep buitenlandse makers nog steeds vooral iets voor een beperkte groep 'liefhebbers'.
Met de komst van meer en meer buitenlandse barometermakers in de hierop volgende jaren, nam zowel het aanbod als de vraag naar bakbarometers in evenredige mate toe, waardoor een steeds groter en algemener publiek werd bereikt.
Op 24 mei 1744 zou Frans Primavesi in de Oude Kerk getuige zijn bij het huwelijk van zijn leerling Paoli Quasti met Anna Catharina Bregers.
Paoli Quasti werd in 1721 in Bern geboren en emigreerde rond zijn twintigste levensjaar naar de Republiek, waar hij in de leer trad bij Frans Primavesi.
Al spoedig zou hij zijn leermeester gaan overvleugelen. Wanneer hij zich precies zelfstandig vestigde is niet bekend, maar vermoedelijk was dat omstreeks 1750.
Het moet ook rond deze tijd geweest zijn dat Paoli Quasti zijn naam vernederlandste tot Paulus Wast. Op 21 november 1758 plaatste hij de volgende zelfbewuste advertentie in de Amsterdamse Courant:
'Paulus Wast, woond t' Amsterdam op de hoek van de Nes en de Langenbrugsteeg, in 'de Gekroonde Baromeeter', maakt, verkoopt en repareert alle zoorten van Weerglazen, 't zij Baromeeters of Termomeeters, tot allerley gebruiken, als ook tot Broeybakken: alles volgens de accuraatste schaalen; recommandeerdende een ieder, zig te wagten voor zulke perzoonen, die zig uitgeven voor of van hem te komen, en verzoekt een ieders gunst'.
In Amsterdam is wel wat bekend over kinderen van Franciscus Xaverius Primowesi en Katrien Amesin en op Google heb ik meer gegevens over de barometerbouwer Primavesi gevonden
Frans zou de vader van jouw jongedame kunnen zijn, waarna haar man het beroep van zijn schoonvader kan hebben geleerd.
(Bedoeld wordt Maria Primavesi maar dat is nog maar de vraag.)
Zoon Jan Jacob Primowees, ged. 3-10-1754, ovl. 19-11-1813 Amsterdam, trouwde 8-9-1780 met Maria Willegers en werd zeeman.
Na zijn huwelijk koos hij een baantje aan de wal en werd als sjouwer in het poortersboek van Amsterdam ingeschreven.
Het poortersboek tekende hij met Jan Primavezi, als Maria overlijdt (3-2-1819) wordt ze weduwe van Jan Wees genoemd.
Hun dochter: Elisabeth Primowees, ged. 26-10-1783, ovl. 27-4-1833 Amsterdam ondertrouwde 20-3-1807 met Georg Fredrik Nootwang, geb. te Bornworf?, ovl. 30-11-1829 Amsterdam.
Georg was bootsman op het corvet 'Ajax', welk corvet in den Helder lag en had toestemming nodig van zijn commandant J.N. Polders. 12-3 was de ondertrouw in den Helder, Elisabeth die Yeliesebeth werd gedoopt, krijgt toestemming van het Aalmoeseniers Weeshuis, mits het huwelijk in Amsterdam wordt gesloten.
Waarom deze toestemming is niet duidelijk, daar haar ouders nog leven.
De juiste huwelijksdatum heb ik niet kunnen vinden, daar er 2 genoemd worden: 19-4 en 7-6.
Het was praktisch onmogelijk de juiste Amsterdamse kerkboeken te vinden.
Met dank aan de inzender ____________________
Paulus Wast (1721-1784) kam als Emigrant der ersten Stunde, im Jahre 1740 in die Niederlande und ging zu Frans Primavesi in die Lehre. Ursprünglich hieß er Paoli Quasti. Später machte er sich in Amsterdam selbständig und passte seinen Namen an die niederländische Namensgebung an (um 1750). Er wurde ebenfalls ein ganz Großer seiner Zunft. Beide Söhne, Paulus und Pieter, führten den Betrieb nach seinem Tod weiter.
Zu nennen wäre noch Jan Paauw (1723?-1803) aus Leiden, der die Instrumente für Peter van Musschenbroek lieferte.
Im Verlauf des 18. Jh. lässt sich in den Niederlanden die Entwicklung des so landestypischen Bakbarometers in mehreren Stufen verfolgen. Vom einfachen, schlichten Gefäßbarometer mit Zinnskala aus den Anfangsjahren (ab 1725), über Instrumente mit mehrteiligen, kunstvoll gestalteten Skalen zur Mitte des Jahrhunderts, bis hin zum Kontra-Bakbarometer mit zusätzlichem Controlleur, ein- oder zweiteiliger, langer Zinnskala und verglaster Türe, in den 80iger Jahren, lässt sich das Design Schritt für Schritt verfolgen.
In der 2. Hälfte des 18. Jh. tauchen dann vermehrt Werkstätten mit italienischen Namen auf. Die zweite Welle der Emigranten hatte aus der Südschweiz und Norditalien kommend, auch die Niederlande erreicht. Viele der Einwanderer beschäftigten sich danach erfolgreich mit der Herstellung der Bakbarometer. Hier einige Namensbeispiele: Reballio in Rotterdam, Sala in Leiden, Primavesi, Stoppani und Peia in Amsterdam, oder Bianchi, Tarroni, Pagani, Solaro und wie sie alle heißen.
9 Febr. 1947 Van Opa D.J. Sala Haagweg 599 ‘s Gravenhage Aan den Jongenheer Anatole Sala Huize Waldemar Hondsberglaan Oisterwijk N.Br
De Hr H. Sala Heusdensebaan 62 Oisterwijk N. Br 's Gravenhage 29/6-49 Beste Herman-Rietje Wanneer er niets tussen komt verschijn ik Woensdag namiddag of Donderdagmorgen. Hoop alles wel is en misschien Herman tussentijds zijn benoeming heeft. Zet de zon buiten en laat de wind maar draaien. Tot kijk en veel kusjes voor de jongens je l.h. Vader
D.J. Sala Haagweg 599 (L) ’s Gravenhage
Jongens Sala Heusdense Baan Oisterwijk N. Br
24/3-51 Opa Haagweg 599 's Gravenhage
De Jongeheeren Sala Beukstraat 8 Breda afz.D.J. Sala Prinsegracht 91 ’s Gravenhage
Herman Annatol Yvo en Hans Zalig Paasen en gezellige vacantie Opa 5 April 1953
Jongenheer Yvo Sala Heusdensebaan 62 Oisterwijk
's Gravenhage 12/12/-48 Beste Herman - Rietje Veel hartelijke wenschen gezondheid en voorspoed met kleine Yvo en de rest van het kroost. Je liefhebbende Vader
Aan: Mejuffrouw M Iding Provinciale weg 102 Meerveldhoven bij Eindhoven
L.R. We hebben Herman niet meer gezien, dus kan ik je niet schrijven wanneer hij vrij is, misschien hebt ge al wat van hem gehoord, nu ik hoop je een prettige kerstmis zult hebben als ook een gelukkige viering van je eenjarige verloving, wat is 't vreeselijk koud he, net als verleden jaar, ik kan er niet uit. Dat kleedje is veel te mooi hoor, ik ben al lang tevreden met een kleintje, dit is voor een tafeltje voor jelui hoor, je zult van moeder wel gehoord hoe of ik verwent ben geworden wilt ge ook Anny en Leo bedanken voor hun lief briefje; nu lieve Rie veel prettige daagjes en vele lieve groeten van Vader en vooral van je liefhebbende Moeder.
Den Heer en Mevrouw H Sala Heusdensebaan Oisterwijk N. Br
's Gravenhage 24/3- 51 Beste Herman en Rietje Gezellige en Zalige Paaschdagen met de jongens Ben op 't oogenblik bij specialist onderhanden voor een tijdelijke (hoop ik) doofheid. hoop dat de jongens allemaal weer beter zijn. Maart weer werkt niet mee, geef mij vorst. Heb al invitatie voor Sassenheim. Bij Yvonne gaat alles goed en dat jong heet Izar. Zweedse naam 't beste veel kusjes voor de jongens je liefhebbende Vader
Den Hr Mevr H. Sala Huize Waldemar Hondsbergseweg Oisterwijk
Beste Herman Rietje Zit op 't oogenblik in restaurant station Utrecht op trein te wachten. Ga op onderzoek uit voor huisvesting want bij Kieviet op mijn kamer kan ik niet blijven. Ze hebben reeds de heele winter in kleine slaapkamer met jongens van 8 en 4 jaar doorgebracht en moet daarom ruimte maken misschien op de zolder mijn bivak opslaan. Zijn beste menschen maar kunnen mij niet altijd houden Wanneer meer weet hoor je wel, je l.h. Vader
Categorie:1 SALA DOMINICUS JOHANNES DE ANSICHTKAARTEN VAN
07-05-2007
DE ANSICHTKAARTEN VAN DOMINICUS JOHANNES SALA
Den Jongenheer H. Sala Heusdensebaan C. 62 Oisterwijk N. Br.
's Gravenhage 23 Dec 47
Hermannetje Veel geluk met je verjaar dag. Opa hoopt je een zoete jongen zal zijn en erg ge- hoorzaam. Niet in je blote bibs naar de buurvrouw loopt en vooral niet op de mooie stoelen kruipt Want je weet dan wordt Opa boos. Hoe is het met de st. Nicolaas geweest, heb je veel versjes gezongen. Nu heb je er al weer een broertje bij. Veel helpen bij de zusters en zoet zijn Marie en Herman hartelijk gefeliciteerd en sterkte met Ivo Franciscus Wanneer je eens tijd hebt schrijf je wel je liefhebbende Vader
Den Heer Mevr H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk N.B.
2/2 - 51 BesteHerman en Rietje Zoojuist ontving brief kaart van Anatol waarin zijn laatste en juiste adres schrijft 23 Smithstreet Sydney N.S.W. Summerhill Australia vorige adres was 34 College Anthony Robertson W.S.W. Australia en hij schijnt van werkkring veranderd te zijn Veel groeten van allen uit Leiden Je Liefhebbende Vader
Den Heer p- Mevrouw H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk
's Gravenhage 11 Oct. 50 Beste Rietje en Herman Wanneer er niets tussen komt verschijn ik aan staande Dinsdag Vier eerst verjaardag bij Kitty maandag en reis dinsdag naar brabant alles wel aan boord je L.H. Vader
Mejuffrouw M. Iding en Herman Provinciale weg 102 Meerveldhoven N.B.
Familie Sala
Fam, Siecke HauptStraße 8 Herzogenrath
Vader Sala Haagweg 599 (L) 's Gravenhage
Onbeschreven
4c58d5e3bd.jpg">
Den Heer en Mevrouw L. Ouwerkerk Graaf Florisstraat 78 Schiedam
‘s Gravenhage 31-07-1948
Toos en Leo, Wanneer je misschien naar de legertentoonstelling gaat, moet je Herman eens opzoeken. Wachtmeester 1e kl. Art. afdeling tanks. Misschien als hij tijd heeft zou hij jullie eens opzoeken. Ik hoop alles nog goed gaat. Hebt ge al een baard? ‘t is nu fijn weer voor zeilen en zwemmen, heb tenminste de heele week in ’t water gelegen. ’t allerbeste je oom Minic
Zijkant; Een kladje van je schilderij v.d. Windt Afz Haagweg 599 (L) ‘s Gravenhage
Opm; Herman is de zoon van Dominicus
Den Heer en Mevrouw L. Ouwerkerk Graaf Florisstraat 78 Schiedam
‘s Gravenhage 19-08-1949
Beste Toos, Zend bij gelegenheid afschrift eens op van de stamboom Sala. Ik heb ’t zoo druk gehad met logeren in Oisterwijk en daarna vacantie van de jongens (waaronder uw blogbeheerder) in Kitty’s Huis Amalia van Solmsstraat 154 en had opa dienst elken dag naar het strand en dan met de jongens in zee. Terwijl was Kitty Freek haar man en Herman als schipper heerlijk gaan zeilen in Friesland vanuit Langmeer. Bij gelegenheid kom ik wel weer eens overwaaien. Hoe is met woning Sassenheim? Veel groeten Oom Minic
Mevrouw L. Ouwerkerk Willem Warnaarlaan 75 Sassenheim
‘s Gravenhage 06-07-1951
Beste Toos, De winterjasmijn bollen, L. van Dalen en Irisbollen moeten in October de grond in, dus is ’t beter tegen October te kopen. Wanneer ik dan weet hoeveel komt ’t in orde. Hier is alles wel aan boord maar heb nog geen kamer doch dat komt ook wel. Veel groeten van Freek, Kitty, Yvon en Izan en goede vaart en gezellige tocht. Tot kijk Oom Minic
Categorie:1 SALA DOMINICUS JOHANNES DE ANSICHTKAARTEN VAN
06-05-2007
DOMINICUS JOHANNES SALA SCHRIJFT Ansichtkaart Kunsthandel Sala
Marie Iding Provinciale weg no 102 Meerveldhoven bij Eindhoven
Lieve Rietje, Even wil ik je laten weten ‘t goed met Herman gaat, hij heeft vreeselijk veel bezoek, wat hij erg leuk vindt, wij gaan ’s avonds, want dan mogen alleen de ouders ze brengen van alles mee, bloemen, eau de cologne chocolade leesboeken, hij is erg tevreden en ik zorg dat hij iedere keer schoone pyama heeft dat is moeders zorg later mag jij ’t dan doen hoor, ik ben zondagavond nog naar ’t spoor wezen kijken of ik je nog zag maar je was al weg nu vele lieve groeten van moeder
Den Heer Mevr. H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk
7/2 - 49 's Gravenhage
Herman - Rietje Van harte geluk met de echte kwaaijongen Annatol 't is een heerlijke knul en voel me weer jong, wanneer hij zijn strandzakken leeghaalt met heerlijkgezicht, dat is allemaal … mijn hoop nog eenige jaren zijn groei te beleven Zo gauw Freek die kant uitkomt brengt hij een en ander mee Veel gezondheid en vrolijke Dag D.J. Sala Haagweg 599; Vader
Mejuffrouw M. Iding Provincialeweg 102 Meerveldhoven N.B.
Lieve Rie Wat een fijn cadeau. Je moet wel hard werken maar het is toch echt je broers je zoo waarderen. Tante Riek is een paar dagen hier gelogeerd en de twee zussen kakelen als hennen. Als de feestdagen voorbij zijn zal moeder weer eens een lange brief schrijven Ze zit als de soldaat met verlof af te tellen naar de tijd ze naar Meerveldhoven kan komen. Ze maakt ’t op oogenblik heel goed, ik hoop voor je moeder de drukte haar niet te veel vermoeid. Hieronder de adressen Mevrouw Wed. G. Schretlen Breestraat 137 Leiden. Tante Riek
Mevr. Wed. H. Sala Jan van Houtkade 30 Leiden Den Heer S. Sala Noordeindeweg 6 ’s Gravenhage. L. Sala Fred. Hendriklaan 83 ‘s Gravenhage Vele groeten aan allemaal je l.h. Vader
Dat de populariteit van genealogie veroorzaakt wordt door een onbekend virus wist ik al, maar dat deze ogenschijnlijk onschuldige ziekte zulke ernstige symptomen kan veroorzaken zoals in het artikel "Deelnemers gevraagd voor het Project Genetische Genealogie in Nederland" tot uiting komen, is betrekkelijk nieuw voor mij.
Of misschien toch niet helemaal. Vaag herinner ik mij ooit gelezen te hebben dat stambomen in een grijs verleden wel eens voor minder nobele doelstellingen werden gebruikt dan de geschiedschrijving van de onbekende burgerfamilie. De regel "oorzaak" in het venster "overlijden" van het genealogieprogramma laat ik dan, zoals vele familieonderzoekers, consequent leeg. Er is al meer dan genoeg persoonlijke informatie in diverse (semi) overheidsdossiers.
Bij het lezen van onderstaande waanzin rijst de vraag; Wat is er nu eigenlijk leuk aan genealogie en waarom kan deze hobby zich de laatste decennia in een toenemende belangstelling verheugen? Er zijn diverse redenen aangevoerd voor dit opmerkelijke verschijnsel. Het meest voor de hand liggende antwoord is natuurlijk "Het internet" De burgerlijke stand met een muisklik onder handbereik. De landelijke internetdatabase Genlias zegt; "Familieonderzoek is actieve geschiedbeoefening, die het mogelijk maakt antwoorden te vinden op vragen als: hoe leefden onze voorouders? Wat deden zij voor de kost? Waren zij arm of rijk? Zo'n speurtocht in het verleden kan een werkelijke ‘historische sensatie' zijn." Daarmee is in enkele woorden het aantrekkelijke van familieonderzoek weergegeven.
Een andere verklaring voor de populariteit van genealogie is volgens een krantenartikel de ondergang van de nationale identiteit in een groot Europa. Weer anderen houden het op het verval van sociale verbanden. Niet voor niets luidt het motto van het huidige kabinet: 'Samen werken, samen leven' Al deze beweegredenen zullen wel in meer of mindere mate een rol spelen in de groeiende belangstelling voor familieonderzoek. Maar hoe staat het met de persoonlijke motivatie van de stamboomonderzoeker en in hoeverre ontleent hij een persoonlijke status aan zijn al dan niet roemrijke voorvaderen of vrouwen. Wat te zeggen bij voorbeeld over deze met enkele steekwoorden opgegoogelde tekst?
Karel de Grote geniet een ongekende populariteit bij genealogen: je hoort er pas bij als je kunt bewijzen dat je een rechtstreekse afstammeling bent. Nu is dat niet zo heel bijzonder, want het geldt zo'n beetje voor het grootste deel van de West-Europese bevolking. Gelukkig voor alle stamboomonderzoekers was Karel de Grote bijzonder reproductief: naast zijn vier huwelijken hield hij er minstens zes geliefden op na. Alle oude adel en alle koningshuizen van Europa zijn familie en via talrijke bastaards geldt dat ook voor vele gewone burgers. Daaronder vinden we bekende namen als Johann Wolffgang von Goethe, Winston Churchill, George Bush en Hans van Mierlo, maar ook prinses Maxima. Zij is de nazaat van koning Alfonso III van Castilie, die in 1235 mooi momenten beleefde met de moslimdanseres Mourana Gil. Dat leidde tot een buitenechtelijke zoon, waarvan een nazaat in de zeventiende eeuw met het Spaanse leger in Argentinië terecht kwam.
"Ik doe geen familieonderzoek meer omdat er toch niets bijzonders over mijn familie is te vinden" staat er ergens in mijn correspondentie te lezen. Een motief dus, om géén onderzoek te doen. Ook dat spreekt boekdelen.
Het project.
Het zal u wellicht bekend zijn dat uw voorouders óf Adam en Eva heetten, óf rechtop lopende apen waren. We kunnen dus eenvoudig stellen dat Karel de Grote en andere beroemdheden dezelfde voorouders hebben als u en ik.
Veel interessanter is de kleine familiegeschiedenis, als ze wordt ingebed in de geschiedenis en cultuur van het dagelijks leven in de steden en dorpen waar de voorouders verbleven. De wereld is niet gebouwd door de "Groten der aarde" zomin als de piramiden. Elke kleine familiegeschiedenis is meer dan moeite waard om opgetekend te worden.Voor de genealogie kan onderstaand project geen zinnige betekenis hebben.
De zogenaamde ‘missing link' waarover gesproken wordt zal steeds vaker voorkomen naarmate u vroeger in de tijd beland. Ongetwijfeld zijn hier andere belangen mee gemoeid dan het gewone familieonderzoek dat zich vragen stelt als: hoe leefden onze voorouders? Wat deden zij voor de kost? Waren zij arm of rijk? Hoe hard de garantie's voor bescherming van het DNA materiaal zijn, zal de tijd uitwijzen. Een ding is zeker, deze data komen in een archief waarover op de langere termijn steeds anderen de regie zullen voeren. Pelikaan
Deelnemers gevraagd voor het Project Genetische Genealogie in Nederland
Vrijwel iedereen, die genealogisch onderzoek doet naar zijn of haar (mannelijke) voorouders, krijgt vroeg of laat te maken met ‘puzzels' die vaak moeilijk op te lossen zijn. Men heeft bijvoorbeeld duidelijk aanwijzingen om de opgebouwde stamreeks met nog enige generaties verder terug de tijd in te brengen, maar er ontbreekt bewijsvoering over het bestaan van één generatie een zogenaamde ‘missing link'.
Of er zijn een paar families met dezelfde weinig voorkomende achternaam (die soms vanuit het buitenland in Nederland zijn komen wonen) en waarbij het de vraag is of zij wel of niet een gemeenschappelijke voorouder hebben. Ook is het mogelijk dat in een bepaalde streek families voorkomen die van oudsher hetzelfde (erfelijke) wapen voeren, maar waarbij een familieband in de mannelijke lijn oorkondelijk niet te bewijzen valt. En ook als er geen aanwijzingen zijn van verwantschap bijvoorbeeld door het voeren van verschillende achternamen kunnen families uit een bepaalde regio wel degelijk tot hetzelfde geslacht behoren, maar hoe is dat aan te tonen?
Dergelijke hardnekkige ‘puzzels' of open vragen kunnen nu mogelijk opgelost worden met behulp van DNA-techniek. We zullen de toepassing van deze techniek in het vervolg ‘ Genetische Genealogie' noemen. Als u met een dergelijk hardnekkige puzzel zit, dan is het ‘Project Genetische Genealogie in Nederland' wellicht uw redder in de nood. Bovendien geeft genetische genealogie antwoord op de interessante vraag welke route uw verre voorouders hebben gevolgd in de afgelopen duizenden jaren om daar terecht te komen waar u ze in de bronnen uiteindelijk tegenkwam. Dit onderzoek geeft tevens antwoord op de vraag tot welke ‘grotere stam' van de menselijke familie u behoort.
De Nederlands Genealogische Vereniging en de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie ‘Ons Voorgeslacht' werken beiden mee aan het landelijke ‘Project Genetische Genealogie in Nederland'. Het project is een initiatief van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde in het kader van de viering van haar 125-jarig bestaan volgend jaar 2008.
Sinds enige jaren is er sprake van een duidelijke toename in de belangstelling voor genetische genealogie, die enerzijds gegenereerd wordt door de uitbreiding van het aanbod van wat genetisch onderzoek kan opleveren en die anderzijds ook zelf die uitbreiding van het aanbod genereert.
Het belang van een betrouwbaar inzicht in het in Nederland voorkomend genetisch materiaal wordt al sinds geruime tijd door diverse disciplines onderschreven. De genetische genealogie belooft de horizon van genealogisch onderzoek op termijn aanzienlijk te verbreden.
Genetische genealogie biedt de mogelijkheid familierelaties vast te stellen die niet via archiefonderzoek vastgesteld kunnen worden en biedt tevens de mogelijkheid om die familierelaties die wel via geschreven bronnen vastgesteld kunnen worden biologisch te bevestigen.
Het project zal bestaan uit het verzamelen van zowel genetisch als genealogisch materiaal van enige honderden Nederlanders via het afnemen van wangslijm (middels het eenvoudig schrapen met een stokje van de binnenkant van de wang). Daarbij is gekozen voor het verzamelen van de erfelijke informatie over het Y-chromosoom. Het Y-chromosoom is altijd van de vader afkomstig en wordt in principe één op één doorgegeven. Kortom het Y-chromosoom van een vader en zoon zijn op zijn minst bijna geheel identiek. Ook over meerdere generaties blijft het Y-chromosoom vele gelijke kenmerken houden. De kleine mutaties die optreden helpen de ‘stamboom' op te bouwen. Dit maakt het onderzoek naar het Y-chromosoom bij uitstek geschikt om gekoppeld te worden aan genealogisch onderzoek.
Een hieruit voortvloeiend nadeel is dat het onderzoek naar het Y-chromosoom alleen maar gedaan kan worden met behulp van mannelijke donoren. Dat houdt in dat vrouwen, die informatie over de genetische stamboom van hun vaders familie willen ontvangen, een mannelijk familielid bereid moeten vinden als donor op te treden. Mannen en vrouwen, die deze informatie willen ontvangen over bijvoorbeeld hun moeders familie, dienen een mannelijk lid van de moeders familie bereid zien te vinden als donor op te treden.
Door middel van dit onderzoek wordt de haplogroep van de deelnemer vastgesteld; het grotere familieverband, de ‘stam', waar de familie uit afkomstig is. Zo kan ook min of meer vastgesteld worden welk traject over de wereld de voorouders in de stamreeks in de afgelopen duizenden jaren hebben afgelegd. De 16 markers op het Y-chromosoom die worden onderzocht geven aan welke andere families tot dezelfde familie of mannelijke stamreeks behoren.
Het onderzoek zal worden uitgevoerd door het Forensisch Laboratorium van de Rijksuniversiteit Leiden onder leiding van Professor Peter de Knijff. De werkgroep ‘Projectgroep Genetische Genealogie in Nederland' heeft voor dit instituut gekozen vanwege de hoogstaande kwaliteit van het onderzoek. Daarnaast zal het Laboratorium het DNA van de deelnemers ook vergelijken met het DNA dat bij het laboratorium al bekend is uit archeologisch onderzoek. Te noemen de Graven van Holland, de opgraving van het middeleeuwse kerkhof te Eindhoven, het verzamelde materiaal voor de zoektocht naar de ‘Oer-Vlaardinger' e.d.
Het is de bedoeling om de eerste resultaten medio 2008 aan de deelnemers mee te delen. Tijdens het congres dat in oktober 2008 zal worden gehouden, zullen de bereikte resultaten naar buiten worden gebracht. Deelnemers hebben de mogelijk te kiezen voor openbaarheid van de gegevens of niet. De eerste 300 deelnemers, die zich aanmelden, krijgen de mogelijkheid de resultaten (eventueel) gekoppeld aan een (geïllustreerde) stamreeks, te publiceren in een boek. Dit boek zal onder auspiciën van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, de Nederlands Genealogische Vereniging en de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie ‘Ons Voorgeslacht' worden uitgegeven.
Vanzelfsprekend dienen de deelnemers zich ervan bewust te zijn dat het biologische erfelijke materiaal in niet alle gevallen 100% gelijk hoeft te zijn aan dat wat het ‘papieren' onderzoek aan genealogisch materiaal heeft opgeleverd.
Het DNA-onderzoek blijft beperkt tot 16 markers, die voor de genealogie van belang zijn. Het onderzochte materiaal zal nergens anders voor gebruikt worden. Erfelijke ziekten kunnen en zullen bijvoorbeeld hier niet uit aangetoond worden. Het materiaal blijft alleen bewaard voor dit onderzoek wat contractueel vastgelegd wordt tussen de deelnemende verenigingen en het Forensisch Laboratorium.
Een dergelijk onderzoek met de door de werkgroep gewenste kwaliteit (haplogroep en 16 markers) en zorgvuldigheid zal bij een deelname van minstens 400 personen per persoon € 155,- bedragen.
Deelnemers aan dit hoogst interessante project, dat een nieuwe fase inluidt in het genealogisch onderzoek in Nederland, kunnen zich bij ons per e-mail of schriftelijk aanmelden of verdere inlichtingen verkrijgen bij L.A.F. Barjesteh van Waalwijk van Doorn, email: publisherbarjesteh.nl of 043-4087772, Gloriet 1, 6247 BB Gronsveld.
Degenen, die zich opgegeven hebben als deelnemer, worden uitgenodigd om op 24 januari 2008 aanwezig te zijn op de ‘innamedag' te Leiden. Op deze dag zal een lezing gehouden worden over genetische genealogie en worden de monstersetjes uitgedeeld en kunnen na het afnemen van het wangschraapsel weer worden ingeleverd. Voorts zullen alle deelnemers worden gevraagd - indien voorhanden - een goed uitgewerkte stamreeks in te leveren. -Locatie: zaal 028 in het Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1 2311 BD Leiden.
Tijd: 13.30-15.00 uur, 24 januari 2008. -Nationale Werkgroep Genetische Genealogie